+ Meer informatie

VRAGENBUS

4 minuten leestijd

Correspondentie foor deze rubriek aan: I T. MOLENAAR. Leede 18. Rotterdam-Zuid

Correspondentie foor deze rubriek aan: I T. MOLENAAR. Leede 18. Rotterdam-Zuid | i ) N

J. B. te V. vraagt namens de J. Vereen, wat precies de zonde tegen de Heilige Geest is.

Antwoord: Om te zeggen wat precies de zonde tegen de Heilige Geest is, dat kan ik niet. Ik heb er natuurlijk wel eens wat van gelezen en gehoord, maar om nu te zeggen, wat het precies is, dat valt niet mee. Van deze vraag heb ik enige studie gemaakt om haar belangrijkheid. Nu geef ik het oordeel van twee theologen. Wat deze schreven lijkt mij de moeite waard door te geven.

De ene schreef: „De lastering tegen de Heilige Geest bestaat niet in eenvoudig ongeloof, noch in het algemeen weerstaan en bedroeven van de Heilige Geest, noch in de loochening van de persoonlijkheid of Godheid des Heiligen Geestes, noch in het zondigen tegen beter weten in ten einde toe, zonder meer. Zij is niet een zondigen tegen de wet alleen, maar bepaald ook tegen het Evangelie en wel tegen het

Evangelie in haar duidelijkste openbaring. Er gaat dus veel aan vooraf, objectief een openbaring van Gods genade in Christus, de nabijheid van Zijn Koninkrijk, een krachtige werking des Heiligen Geestes, en subjectief een verlichting en overtuiging des verstands, zo levendig en krachtig, dat men de waarheid Gods niet loochenen kan, dat men ze als Goddelijk erkennen moet. En dan bestaat zij zelve niet in een twijfelen aan of eenvoudig ontkennen van de waarheid, maar in een loochening, die tegen de overtuiging des verstands, tegen de verlichting des gewetens, tegen de inspraak van het hart ingaat. In een welbewust, moedwillig en opzettelijk toeschrijven van hetgeen klaar als Gods werk erkend is, aan de invloed en werking van de Satan, d.i. in een besliste lastering van de Heilige Geest, in een moedwillig verklaren dat de H. Geest de geest uit de afgrond, dat de waarheid de leugen, dat Christus Satan zelf is.

Haar wortel is dus de welbewuste, opzettelijke haat tegen God en het als Goddelijk erkende; haar wezen is het zondige in haar hoogste openbaring, de voltooide, de voleindigde revolutie, het zetten van God op de plaas van Satan en van Satan op de plaats van God. Haar karakter is niet menselijk meer maar demonisch. Al is het ook dat de duivelen deze zonde in deze bepaalde vorm niet doen, wijl Gods genade hun niet verschenen is, Christus hun natuur niet aangenomen heeft, de Heilige Geest onder hen niet uitgestort en het Koninkrijk Gods niet tot hen gekomen is; toch draagt de demonische zonde hetzelfde karakter, dat de lastering tegen de Heilige Geest onder mensen vertoont. Daarom is ze ook onvergeeflijk: Gods genade is er wel niet te klein en te machteloos toe, maar er zijn ook in het rijk der zonde wetten en ordinantiën, die door God er ingelegd zijn en door Hem worden gehandhaafd. En die wet bestaat hier bij deze zonde daarin, dat zij alle berouw uitsluit, het geweten toeschroeit, de zondaar ten enenmale verstokt en verhardt, en in deze weg zijn zonde onvergeeflijk maakt."

De andere theoloog schreef: „Onder Gods toelating valt de duivel Gods volk dikwijls aan, met de beschuldiging deze zonde bedreven te hebben. Hij poogt het volk daardoor tot wanhoop te brengen, wel wetend, dat over deze zoude Gods Woord geen bijzonder licht werpt, en veeleer zou kunnen worden gezegd, wat zij niet, dan wat zij wel is.

De Heere Jezus sprak ervan, toen de Farizeën Hem uit hun satanische haat schimpten, dat Hij de duivelen uitwierp door Beëlzebul, de overste der duivelen. Welbewust, opzettelijk spraken de Farizeën hun hatelijke lastering van de Heilige Geest. Tegen beter weten in, tegen de verlichting des harten (Hebr. 6 : 4—6) lasterden zij het werk des Heiligen Geestes als duivelswerk. Daarmee deden zij het werk des duivels. In deze zonde is een overgave aan satan. Berouw is er niet meer. Smart over de zonde is uitgesloten. Reeds doordat de bestreden zielen hun dagen en nachten in smart doorbrengen, bewijzen zij, deze zonde niet bedreven te hebben. Wij hebben dit helse kwaad te onderscheiden van het bedroeven en tegenstaan des Heiligen Geestes, waar van Paulus spreekt in Efeze 4 en 1 Thess. 5 en waartegen de apostel waarschuwt. De zonde tegen de Heilige Geest is echter onvergefelijk. Dit zegt Gods Woord niet omdat Christus' gerechtigheid te kort zou schieten, maar omdat deze zonde de alleruiterste verharding werkt en het God niet behaagd heeft, noch Zijn uitverkorenen eraan over te geven, noch de bedrijver eruit te redden. Die de zonde tegen de Heilige Geest bedrijft, zondigt tot de dood."

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.