+ Meer informatie

Censuur over kinderen van ambtsdragers

7 minuten leestijd

Voorbeeld 1

De zoon van ouderling A is gaan samenwonen met een puur buitenkerkelijk meisje. Hij komt sinds dat moment niet meer in de kerk en niet meer op catechisatie, terwijl hij vroeger altijd erg trouw was en gewoon meedeed met het gezin, waarin hij opgroeide.

Ouderling A is een fijne broeder, op wiens leven en ambtsdienst niets is aan te merken. Hij geniet veel waardering in de gemeente en in de kring van de broeders. Aan zijn predikant heeft ouderling A verteld, wat er aan de hand was. Op zijn beurt lichtte de dominee de jeugdouderling in met de bedoeling, dat hij er eens langs zou gaan.

Voorbeeld 2

De dochter van diaken B staat op punt van trouwen met een jongen, die nergens aan doet. Zij wil wel in de kerk trouwen en hij zal er geen punt van maken. De predikant heeft een gesprek met hen daarover gehad, dat voor zijn gevoel onbevredigend verliep. Er kwamen geen duidelijke antwoorden op zijn vragen, waarom ze nu in de kerk wilden trouwen en wat hun kerkelijk meeleven zou zijn na de trouwdag.

Diaken B is een beste kerel, maar je moet hem niet te veel in de weg leggen, want dan kan hij „ontploffen”.

Voorbeeld 3

De kinderen van dominee C komen heel slecht ter catechisatie; ze vinden er bij pa toch niets aan; ze zijn er vaker niet dan wel. De ouderlingen, die regelmatig de catechisaties bezoeken en daarbij een blik werpen in de presentielijst, is het al meer dan eens opgevallen.

De dominee is een harde werker en niemand zal hem graag willen kwetsen.

Behandeling 1

Op de kerkeraadsagenda staat: verslag werkzaamheden jeugdouderling. Onder dat punt zal hij ook verslag moeten doen van zijn bezoek aan de zoon van ouderling A. Dat verslag kan niet anders dan negatief zijn. De jeugdouderling mocht per gratie binnenkomen, maar hem is duidelijk te verstaan gegeven, dat hij zich niet met de situatie had te bemoeien. Kerkgang en catechisatie waren ook niet meer nodig. „lk kan wel geloven zonder die gewoonten.”

De praeses schuift al wat onrustig heen en weer op zijn stoel. Hoe lossen we dit netjes op?

De jeugdouderling doet in zeer voorzichtige bewoordingen verslag. „lk zal er nog wel eens langs gaan”, is het laatste woord, dat erover gezegd wordt. Niemand heeft meer iets te zeggen en de praeses is blij, dat de zaak zo rustig verlopen is.

En de praktijk? Af en toe gaat de jeugdouderling nog eens bij de zoon van ouderling A langs. Vaak komt hij er niet eens binnen. De zaak suddert maar wat door.

De praeses is dankbaar, dat de andere broeders zich blijkbaar niets meer herinneren van de dochter van familie P, waar zich een tijdje geleden een vergelijkbare situatie voordeed. Toen is de jeugdouderling er drie maal geweest, heeft dat uitvoerig verslagen en het meisje tenslotte duidelijk voor de keus gesteld: wat wil je nu eigenlijk? Waarop dooplid P zich onttrok. De wijkouderling heeft dat toen aan de ouders meegedeeld, waarna de gebruikelijke bekendmaking aan de gemeente volgde.

Behandeling 2

De dominee doet verslag van zijn gesprek met het aanstaande bruidspaar en verwoordt, zij het voorzichtig, de twijfel, die hij ten aanzien van een positieve beslissing van de kerkeraad met betrekking tot de kerkelijke huwelijksbevestiging heeft.

Diaken B neemt zelf het woord en zegt: mijn dochter heeft recht op een kerkelijke huwelijksbevestiging: de kerkeraad mag dat niet weigeren.

De kerkeraadsleden voelen de emotionele geladenheid in de woorden van hun broeder.

Er wordt besloten, dat de predikant met de tweede voorzitter nog een gesprek met het bruidspaar moet hebben, waarin de zaken wel iets duidelijker moeten worden.

Het resultaat? De dochter van diaken B trouwt in de kerk, maar wordt daarna niet vaak meer gesignaleerd en haar man helemaal niet.

Een halfjaar later besluit de kerkeraad in een soortgelijke situatie negatief over een aanvraag tot een kerkelijke huwelijksbevestiging.

Behandeling 3

„Uw kinderen waren er vandaag niet, zag ik”, zegt ouderling D na afloop van de catechisaties tegen zijn dominee. „Ach nee,”, antwoordt deze, „ze hebben hun tijd zo vol met huiswerk maken; u weet wel hoe dat gaat. Hoe vond u het overigens gaan vandaag?” Als twee maanden later ouderling E de catechisaties bezoekt, valt hem hetzelfde op en in de pauze van de kerkeraadsvergadering zegt hij dat tegen ouderling D. Samen besluiten ze terwille van hun predikant om niets te zeggen, terwijl ouderling D vorige week nog naar een gezin gegaan is, waar de kinderen zonder opgaaf van reden driemaal verzuimd hadden van de catechisaties.

Evaluatie

Het is duidelijk, dat in de drie - gefingeerde - voorbeelden met twee maten gemeten wordt. Ouderling A moet gespaard worden. Niemand wil de integere broeder pijn doen door te zeggen, dat zijn zoon ook maar eens voor de keus geplaatst moet worden. Dat zal leiden tot het door ieder verwachte resultaat: onttrekking. Terwijl dat wel gebeurde met de dochter van familie P.

Diaken B kan soms een opgelopen standje zijn. Als ’t u blieft geen nare toestanden in de kerkeraadsvergadering; er zijn al spanningen genoeg en de sfeer vertroebelen is makkelijker dan de sfeer weer goed te krijgen.

Dominee C is een bewogen man, die er gemakkelijk onderdoor kan gaan; zijn vrouw is duidelijk anders - zij staat haar mannetje wel en zal de broeders een „warme” ontvangst bereiden. Wat haalt de kerkeraad aan door wat te zeggen of door actie te ondernemen met betrekking tot het catechisatiebezoek van hun kinderen?

Wie is er gediend met deze werkwijze van de kerkeraad? Antwoord: niemand!

Ouderling A niet, omdat hij wel weet, dat er ook anders opgetreden wordt door de kerkeraad en zijn zoon in een verkeerde levenshouding volhardt, hoewel het zijn dagelijks gebed is, dat de Heilige Geest zijn zoon verandert.

Diaken B niet, omdat hij toch wel moet voelen, dat z’n dochter de kerkeraad aardig beetgenomen heeft door wel in de kerk te trouwen, maar zich daarna bijna nooit meer heeft laten zien.

Dominee C niet, omdat hij heel goed aanvoelt, dat de woorden, die hij vanaf de preekstoel zegt en in zijn gemeenteblad schrijft met betrekking tot het bezoeken van de catechisaties, nauwelijks meer serieus genomen worden.

De kerkeraad in zijn geheel is ook niet gediend met deze werkwijze. Er blijft bij de broeders, onuitgesproken, toch iets zitten van: wat we in het ene geval wel doen, doen we in het andere niet.

En de gemeente is er niet mee gediend, het verkeerde gepraat wordt duidelijk in de hand gewerkt.

Handreiking

Nogmaals: de voorbeelden waren verzonnen, maar wie zal als actief kerkeraadslid zich soortgelijke situaties niet herinneren? Voor twee zaken zou ik het pleit willen voeren.

De eerste is: meet niet met twee maten; we weten allemaal wel, hoe daartegen gewaarschuwd wordt in de Schrift. We helpen er de kinderen van de ambtsdragers niet mee en we helpen onze broeders ambtsdragers er niet mee; het kan misschien zo lijken op de korte termijn, op de lange termijn is het tegenovergestelde het geval. Door te meten met twee maten wordt de sfeer pas echt vertroebeld in de kerkeraad en de zonde in de gemeente tegen het negende gebod in de hand gewerkt.

De tweede is: behandel, als het even kan, de zaken van de kinderen c.q. familie van de ambtsdragers in afwezigheid van de betrokken broeder(s). Dat houdt de discussie zuiver. De betrokken broeder kan zich niet in de discussie mengen en niemand van de anderen hoeft dingen te verzwijgen, die anders verkeerd zouden vallen bij de ambtsbroeder. Laat de betrokken broeder even buiten de vergaderruimte staan en laat de praeses hem daarna, uiteraard in liefde, de beslissing van de kerkeraad meedelen.

Voor het niet aanwezig zijn van de betrokken ambtsdrager zou ik ook willen pleiten, als het gaat over de verslagen van de huisbezoeken. Maar die opmerking valt strikt genomen buiten het bestek van dit artikel.

Gezegend de kerkeraad, waar met de ene maat van Schrift, belijdenis en kerkorde gemeten wordt ten opzichte van alle gemeenteleden, ook ten opzichte van de kinderen van de ambtsdragers.

Gezegend de broeders kerkeraadsleden, die, overtuigd van de liefde en de pastorale zorg van hun collega’s, de beslissingen van de raad, genomen in hun afwezigheid, ten aanzien van kinderen kunnen eerbiedigen en respecteren.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.