+ Meer informatie

TOENADERING TUSSEN ROME EN DE REFORMATIE?

11 minuten leestijd

Een bijdrage tot de meningsvorming

De redactie nodigde mij uit om een artikel te schrijven over de vraag of er ook gesproken kan worden van een toenadering tussen Rome en de Reformatie op het grondvlak. Dat laatste is belangrijk. Het gaat om meer dan een naar elkaar toegroeien van theologen en vooraanstaande ambtsdragers uit beide kerken.

Zou het niet zo kunnen zijn, dat er aan de ’basis’ allang iets van een herkenning gegroeid is, terwijl aan de ’top’ de theologen nog bezig zijn haren te kloven? Anders gezegd: doen we in de theologie misschien moeilijk, leveren we achterhoedegevechten en hebben degenen die zeggen dat vandaag de verschillen praktisch opgeruimd zijn, wellicht gelijk? Die vraag klemt. Immers, we staan aan het eind van de 20e eeuw ontegenzeggelijk voor dezelfde vragen en uitdagingen. Daar zijn de vragen van het rechte handelen, de ethiek. Er komen duizelingwekkende vragen op ons af, waarbij bijvoorbeeld niets minder dan de integriteit van het menselijk leven in het geding is: de vragen van de genetische manipulatie. En de schending van onze natuurlijke omgeving vormt een uitdaging voor alle mensen, wier Bijbel begint met de schepping van hemel en aarde door God, die de chaos terugdringt.

Daarnaast - ermee verbonden, maar het is toch een ander niveau - worden we ook door Godsverduistering naar elkaar toegedreven. De tijd, dat bijna geheel Nederland de Apostolische Geloofsbelijdenis als uitdrukking van het eigen geloof beschouwde, is voorbij. Onze tolerante samenleving is zeer intolerant, waar het gaat om de aanvaardbaarheid van christelijke geloofsovertuigingen. Een kwaliteitskrant als de NRC weigert stelselmatig en hautain belangwekkende theologische boeken te bespreken. De secularisatie of ontkerstening gaat een grimmiger gezicht tonen. Het is niet weinig wat ons te wachten staat: een ontkerkelijkte cultuur. Dat is één van de ontwikkelingen, die christenen in de verschillende kerken en confessionele stromingen met nieuwe ogen naar elkaar doet kijken. Een samen ondervinden van de nood van de secularisatie brengt een toenadering en soms ook herkenning teweeg.

Op die situatie wil ik in dit artikel ingaan. Gegeven de vraagstelling zal ik niet een theologische argumentatie opbouwen. Dat is niet gevraagd. Bovendien is het hier daarvoor de plaats niet en - het belangrijkste - mij ontbreekt daarvoor de deskundigheid en het overzicht. Ik zal mij beperken tot het plaatsen van enkele kanttekeningen, in de hoop dat ze een bijdrage tot de meningsvorming vormen.

De opzet van dit artikel is als volgt: (1) ik begin met een globaal overzicht van de stromingen in de Rooms-Katholieke Kerk van ons land; (2) vervolgens geef ik aan in welke opzichten er sprake is van een zekere toenadering; (3) daarna plaats ik achtereenvolgens enkele kanttekeningen bij de toenadering op het gebied van het handelen en (4) op het terrein van het geloven; (5) tenslotte doe ik een poging de vraag die in de titel van dit artikel besloten ligt te beantwoorden.

Hoe ziet de rooms-katholieke wereld er op dit moment uit?

Als ik het goed zie, vallen er grof geschematiseerd twee hoofdstromingen in de Rooms-Katholieke Kerk in Nederland te onderscheiden, met daarnaast een wat minder aan de dag tredende derde lijn.

(a) Allereerst is er de traditionele lijn, in ons land vooral gepresenteerd door de bisschoppen Gijsen van Roermond, Ter Schure van ’s-Hertogenbosch, Bomers van Haarlem, en in iets mindere mate door bisschop Bär van Rotterdam en kardinaal Simonis, aartsbisschop van Utrecht. In het geval van de twee eerstgenoemde bisschoppen betrof het benoemingen, die vanuit Rome tegen de uitdrukkelijke wens van de diocees werd doorgezet. De matheid en stagnatie, die de stand van zaken op het gebied van de toenadering tussen de Rooms-Katholieke Kerk in Nederland enerzijds en de grote protestantse kerken anderzijds momenteel kenmerken, hebben alles te maken met deze vanuit Rome gestuurde koerswijziging. Wie wil weten wat de Rooms-Katholieke Kerk is, moet niet slechts kijken en luisteren naar Nederlandse theologen, maar goed letten op de feitelijke ontwikkelingen in de wereldkerk! Illustratief in dit verband is wat bisschop Ter Schure zei bij zijn aantreden. Zoals bekend negeerde Rome opnieuw de namen die vanuit Nederland, vanuit het bisdom Den Bosch, genoemd waren, om iemand te benoemen, die men nu uitgerekend niet wenste. Toen men de nieuwe bisschop vroeg wat hij dacht van het protest van velen uit zijn bisdom tegen zijn benoeming, antwoordde hij (ik citeer uit mijn geheugen): ’Ik ben ervan overtuigd dat de gelovigen blij zijn, dat ze in mij een nieuwe bisschop hebben. Als gelovigen herkennen ze immers de juistheid van het pauselijk handelen als plaatsbekleder van Christus’.

De strekking is duidelijk: echte gelovigen zijn blij met de benoeming van bisschop Ter Schure. Wanneer men niet blij is met zijn benoeming, is er alle reden tot zichzelf in te keren en de vraag te stellen of men wel een rooms-katholiek gelovige is. Daar zien we het hele rooms-katholieke ambtsdenken nog weer eens onvervalst opgevoerd. Zeker, zo denkt het rooms-katholieke ’kerkvolk’ in Nederland niet. Het pausbezoek is een faliekante mislukking geworden. Men neemt het niet, dat de lijn van de vernieuwing uit de jaren zestig zo wordt teruggedraaid. Momenteel zijn er aanwijzingen, dat men toch weer wat terugkomt van die restauratieve lijn, de dagen van Gijsen lijken geteld.

(b) De vernieuwingsbeweging. Wat was het karakter daarvan? Als ik het goed zie, had de vernieuwingsbeweging in Nederland toch een ander karakter dan in de ons omringende landen. In het Duitse taalgebied verschijnt bijvoorbeeld een indrukwekkende reeks bijbelcommentaren, die door vele predikanten met vrucht gebruikt wordt. Men laat er de tekst aan het woord! Je wrijft je ogen uit, als er in het commentaar op de brief aan de Galaten uit die serie zwart op wit te lezen staat, dat - vanuit deze brief gezien - Luther het gelijk aan zijn zijde had in de 16e eeuw. Het meest opmerkelijke is dan, dat ook dat deel van een bisschoppelijke druktoestemming, een imprimatur, was voorzien.

In ons land was er in de vernieuwingsbeweging na het Tweede Vaticaanse Concilie ook wel nieuwe aandacht voor de Bijbel, maar zij was anders van aard. De voortzetting - in de geest - van het Pastoraal Concilie van toen is de huidige Acht Mei-beweging. De bekenste representant van deze derde stroming, de Nederlandse vernieuwingsbeweging, is de Nijmeegse emeritushoogleraar Schillebeeckx. Op hem kom ik nog terug. Daarnaast moet de dichter Huub Oosterhuis genoemd worden, die evenwel de Rooms-Katho-lieke Kerk geruime tijd geleden praktisch verlaten heeft.

(c) Tenslotte is er nog de toenadering langs de lijnen van de charismatische vernieuwing. Die laat ik hier buiten beschouwing, omdat het een belangrijk onderwerp op zichzelf is. Bovendien, het is noch in de Rooms-Katholieke Kerk noch in de protestantse kerken de hoofdstroom.

Welke kant gaat de ontwikkeling uit? Het zie ernaar uit dat de lijn Gijsenopzijn retour is. Zeker is het bepaald niet. Het lijkt me waarschijnlijker, dat de uitwassen - Gijsen zelf - plaats moeten maken voor anderen, die hetzelfde beleid met meer voorzichtigheid en oog voor de mensen voortzetten.

Op welke gebieden is er sprake van toenadering?

Niettemin, er is aan de basis sprake van toenadering op allerlei fronten. Ik noem een paar gebieden, waarop mensen van beide confessies met elkaar samenwerken en elkaar vinden. Daarbij voeg ik er meteen aan toe, dat dat niet steeds dezelfde mensen zijn. Het opmerkelijke van de huidige situatie is nu juist, dat er allerlei dwarsverbindingen aan het licht komen. Men staat in veel opzichten vaak dichter bij geestverwanten in de andere kerk dan bij broeders en zusters uit de eigen kerk! Pleit dat niet voor een kerkelijke herverkaveling? En op zijn minst, blijkt daar niet uit dat de traditionele scheidslijnen achterhaald zijn? Voordat ik op die vraag inga, geef ik eerst een korte en onvolledige opsomming van de verschillende terreinen, waar men met elkaar samenwerkt.

* Om te beginnen op maatschappelijk terrein. Men vindt elkaar in de strijd tegen abortus en euthanasie, maar ook bijvoorbeeld in het CNV, vanouds een protestantse organisatie. En - hoe zal het op Nederland 1 gaan - zullen KRO, NCRV en EO in eikaars armen gedreven worden?

* Daarnaast moet natuurlijk het terrein van de politiek genoemd worden: het CDA. Hoe men er ook tegenaan kijkt, het is - tegen veler verwachting in - een echte politieke partij geworden.

* Tenslotte noem ik de toenadering in allerlei vormen van kerk-zijn. In allerlei nieuwbouwwijken zijn er oecumenische gemeenten. Zij hebben het echter niet gemakkelijk om samen de maaltijd des Heren te vieren, zoals de oecumenische gemeente in Enschede gemerkt heeft. Aan de linkerzijde daarvan is er nog altijd - zij het verzwakt - de basisbeweging. Ook in de momenteel goed in de markt liggende godsdienstpsychologische benadering buigen de lijnen naar elkaar toe: ds. Nico ter Linden schrijft een aanbeveling voor het boek van de rooms-katholieke theoloog pater Drewermann. Verder zijn er de reeds genoemde charismatische diensten. In feite kan ook de hervormde predikant dr. W.J. op ’t Hof, representant van de groepering van ’Het gekrookte riet’, die zich ter rechterzijde van de Gereformeerde Bond ophoudt, in dit verband genoemd worden. Hij vraagt aandacht voor middeleeuwse rooms-katholieke mystiek als één van de belangrijke bronnen van de Nadere Reformatie - door hem hoger aangeslagen dan de Reformatie zelf. Zijn argumentatie - voorzover ik die uit de pers heb kunnen opmaken - luidt als volgt: de Reformatie was een moment in de grote en belangrijke beweging van de mystiek. Nieuwe aandacht voor de mystiek kan ons helpen de kaalheid van de Reformatie - met de eenzijdige nadruk op ’het Woord alleen’ - te boven te komen.

Toenadering op het terrein van het handelen?

Zoals gezegd, er is sprake van een samen blootstaan aan de voortschrijdende ontkerkelijking. Onder die druk is er ook sprake van een samen opgaan op verschillende terreinen. Men staat in de huidige tijd van uitdagingen op bepaalde punten schouder aan schouder. Er kan sprake zijn van een samen staan voor bepaalde normen. Dat kan heel waardevol zijn, maar daarmee is nog niet gezegd dat er ook sprake is van een herkenning over en weer. In de Duitse kerkstrijd onder Hitler was er in de confrontatie met een heidensreligieus regime ook sprake van een gezamenlijk verzet op bepaalde punten. Maar het heeft niet geleid tot een toenadering na de Tweede Wereldoorlog. Daarmee bedoel ik niet op voorhand iedere vorm van samenwerking af te wijzen. Integendeel, ik zou er in het algemeen voor willen pleiten de moed op te brengen om daar waar we in een bepaald opzicht zakelijk samen kunnen werken - met wie dan ook - dat ook te doen. Maar, is dit niet wat erg mager? Immers, als we voor een bepaalde normatieve gedragslijn kiezen, dan is dat toch op grond van Gods gebod? Dan delen we toch een fundamenteel respect voor Gods wet - en dat is toch niet niks?! Ik denk dat we nu op moeten passen. Het is namelijk in de Reformatie niet zo geweest, dat men in de invulling van de ethiek nog gelijk dacht, maar alleen uiteenging op het punt van de vraag welke bijdrage de werken konden leveren aan de rechtvaardiging van de mens voor God. Nee, juist de ontdekking van Gods gerechtigheid in Christus bracht een heel nieuwe benadering van de ethiek met zich mee. Dat is vandaag allerminst achterhaald! In conservatief rooms-katholieke kring verzet men zich bijvoorbeeld tegen abortus op grond van een visie op het ontstaan van het leven, die teruggaat op de middeleeuwse theologie en de vorm heeft aangenomen van een algemeen geldig natuurrecht. In een protestantse benadering zal men -zonder de gelding van Gods gebod voor alle mensen te ontkennen - veel meer uitgaan van de verantwoordelijkheid van een mens voor het aangezicht van God. Daarmee wil ik maar zeggen: ook al verzet je je gezamenlijk - terecht -tegen het principe dat een vrouw zonder meer baas in eigen buik is, toch treden bij goed toezien duidelijk verschillen aan het licht, als je vraagt naar de visie op het ontstaan van menselijk leven, verschillen in mensvisie, die consequenties hebben voor ons handelen. Bovendien: de traditionele rooms-katholieke ethiek heeft een tendens naar casuïstiek (= de precieze invulling wat men in een bepaalde situatie mag/ moet doen), terwijl een protestant nooit mag vergeten dat één van de mooiste geschriften van Luther de titel droeg ’De vrijheid van een christen’! Maar die toenadering op het punt van de ethiek kan toch ook verder reiken dan alleen een samenwerking op bepaalde punten? Is dat niet een ervaring die je opdoet in de praktijk? Is het nu juist niet kenmerkend, dat de theologen meteen teruggrijpen naar de Reformatie en verwijzen naar allerlei leerverschillen, terwijl je aan de basis gezamenlijk optrekt in een wezenlijke herkenning? Stellig, het kan zo zijn, dat de uitdagingen van de tijd ons opnieuw naar God leren vragen, naar Gods gebod voor ons leven.

Dat is meer dan een op bepaalde punten zakelijk optrekken. En het mag niet uitgesloten geacht worden, dat we door de vragen van vandaag ons opnieuw terug laten brengen bij de bron: de Schrift - en: dat die vraag ons bij elkaar brengt! Maar we moeten niet uit het oog verliezen: de vraag is nog niet het antwoord. Het zou zonder meer iets geweldigs zijn als er vanuit een luisteren naar de Bijbel een herkenning geboren zou worden, een gemeenschappelijk besef van de radicaliteit en de bevrijdende kracht van Gods geboden en beloften!

Maar of dàt kenmerkend is voor de toenadering tussen rooms-katholieken en protestanten op dit moment?

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.