+ Meer informatie

Woelderink: 'Ik ben geen concertorganist'

Organist van de Grote kerk te Hasselt

3 minuten leestijd

Een regenachtige middag in Hasselt. Het carillon van de fraaie Grote kerk strooit op gezette tijden zijn klanken over dit Overijsselse stadje en geeft aan het geheel iets echt Oudhollands.

Een rustgevende sfeer die nog verstevigd wordt als we in de gezellige kamer van het ouderwetse huis van de organist Egbert Woelderink zitten, het huis dat als het ware tegen de kerk staat aangebouwd, alleen gescheiden door een smalle straat. In de woonkamer staat een groot drieklaviers Engels harmonium, dat Woelderink eens bij een antiquair op de kop wist te tikken.

De nu 68-jarige organist Woelderink is een gastvrij en gemoedelijk verteller, waarbij alles om het orgel draait. Duidelijk komt tot uitdrukking dat hij op „zijn" orgel niet weinig trots is. Hasselts Grote kerk bezit een bijzonder fraai orgel en we zijn geneigd te zeggen dat elke rechtgeaarde orgelliefhebber in ons land dit orgel kent. Tot de roem van dit orgel draagt niet weinig bij de voor de orgelklank zo gewenste akoestiek.

Is het orgel van Hasselt in ons land bekend, menigeen kent ook de vaste organist van deze kerk, Egbert Woelderink. Een zeer bescheiden mens, die vroeger les heeft gehad bij onder meer zijn voorganger de heer Visser. Daarna van Johan van Dalfsen en nog later van de organist Van Wageningen, destijds een bekend musicus in Zwolle. Overigens heeft Egbert Woelderink zijn muzikaliteit van geen vreemde. Ook zijn vader was behalve banketbakker organist en het orgelspelen is Woelderink als het ware met de paplepel ingegoten, want toen hij nog maar een kleine jongen was, moest hij reeds met vader Woelderink mee naar het orgel omdat hij in de kerk toch niet stil kon zitten.

Kerkdienst
Toen hij twaalf jaar was speelde hij reeds zijn eerste kerkdienst. Egbert Woelderink voelt zich sterk aangetrokken tot de school van Jan Zwart en heeft dit klankidioom volkomen onder de knie. Hij improviseert zijn voorspelen in de kerk dus in de romantische stijl. Hoewel hij nimmer improvisatielessen heeft gevolgd, speelt hij bijna nooit voorspelen van het blad. Ook op de grammofoonplaat zijn z'n improvisaties over Psalmen, Lofzangen en geestelijke liederen vastgelegd en het is geen wonder dat deze opnamen door velen worden gewaardeerd, tot in het buitenland toe.

Bijzonder veel waardering heeft hij voor de organist Feike Asma, die regelmatig het Hasseltse orgel komt bespelen. Toch moet men niet denken dat Woelderink geen belangstelling voor andere organisten zou hebben. Hij kent er heel wat en spreekt met veel waardering over zijn gast-organisten: „Ik herinner me nog goed een concert van Charles de Wolff hier", zegt Woelderink. „Zo mooi als hij toen bijvoorbeeld de Vle Sonate van Felix Mendelssohn heeft gespeeld had ik nog nooit gehoord. Ook ga ik graag naar orgelconcerten in de omgeving. Als ik zelf ergens speel of opnamen moet maken gaat mijn trouwe helper Arnold van de Maten altijd met mij mee." Nadrukkelijk zegt hij van zichzelf: „Ik ben kerkorganist en geen concert-organist". Op onze vraag of hij nog plannen heeft voor de toekomst, antwoordt hij: „Ik heb nog wel plannen, maar ik hoop in de eerste plaats nog enkele jaren gezond te mogen blijven om zo nog het fijne en mooie werk in het Huis des Heeren te mogen doen." Een gastvrij organist laat ons uit. Wanneer hij ons nazwaait, staande in de deur van zijn woning, heeft hij iets van een Oudhollandse stadsorganist. Moge hij dat nog lang blijven.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.