+ Meer informatie

GEBED VOOR DE NODEN VAN KERK EN WERELD

8 minuten leestijd

Bij de uitnodiging om over dit thema iets te schrijven heb ik de redactie gevraagd om ruimte voor twee bijdragen. Kerk en wereld hebben natuurlijk in menig opzicht sterk met elkaar te maken, maar vanuit de optiek van de voorbede gezien, vragen de noden van de kerk een aparte benadering. Over de laatste dus iets in een tweede aflevering. In deze eerste iets over het gebed van de kerk voor de wereld. In 2003 heeft de kerkenraad van ‘s-Graven-hage-Zuid dit onderwerp op de agenda van de voorjaarsvergadering van de classis ‘s-Gravenhage laten plaatsen. Ik geef hierna weer aan welke dingen toen aandacht is gegeven.

VEELHEID EN INTENSITEIT VAN GEBEURTENISSEN

In artikel 66 KO is geregeld dat de kerken tot speciale biddagen/gebedssamenkomsten zullen worden opgeroepen in tijden van oorlog, epidemieën, vervolging van de kerk en andere algemene rampen. Door de generale synode, die dit artikel vaststelde, is tot het uitschrijven van deze biddagen de classis ‘s-Gravenhage aangewezen. Binnen die classis, in het bijzonder binnen de kerkenraden die de verantwoordelijkheid voor de uitvoering van dit artikel kregen toevertrouwd, is rond het uitbreken van de Golfoorlog in 1991, vlak voor de ‘dead-line’ van het ultimatum van de Verenigde Naties aan Irak, discussie gevoerd over het tijdstip en de wijze waarop de kerken tot gebed zouden moeten worden opgeroepen. De discussie is toen blijven hangen in de vraag bij welke gebeurtenissen en bij welke graad van ernst daarvan, door de classis ‘s-Graven-hage uitvoering aan artikel 66 KO zou moeten worden gegeven. Dat bleek erg moeilijk te zijn. Direct na de Golfoorlog, in 1992, diende op de generale synode dan ook een instructie van de classis ‘s-Gravenhage om artikel 66 op te heffen en het gebed voor en de verootmoediging onder allerlei noden van en in de wereld, in een goede samenhang tussen woordverkondiging en gebed aan de plaatselijke kerken over te laten. De argumentatie van de instructie was:

1. dat de veelheid en de intensiteit van allerlei dreigende gebeurtenissen en ontwikkelingen in onze wereld sterk zijn toegenomen;

2. dat veel daarvan meer structureel dan incidenteel en in sommige gevallen van regelmatig terugkerende aard is;

3. dat het voor de daartoe aangewezen kerken in de classis ‘s-Gravenhage moeilijk is om vast te stellen in welke gebeurtenissen en ontwikkelingen van een zodanige graad van ernst en dreiging sprake is, dat tot het uitschrijven van algemene en bijzondere biddagen zou moeten worden besloten.

De generale synode aanvaardde de instructie niet en sprak unaniem uit dat artikel 66 moest blijven en — als daartoe aanleiding bestaat — ook uitvoering moet krijgen.

DE SITUATIE VAN DIT MOMENT

Welnu, in de najaarsvergadering 2003 van de classis ‘s-Gravenhage werd bij verslagen over de gang der dingen in de gemeente naar artikel 41 KO, door de kerkenraad van ‘s-Gravenhage-Zuid gesteld dat het wenselijk is, hoognodig zelfs, dat in de bredere vergaderingen en andere verbanden van onze en ook andere kerken een serieuze bezinning op gang komt rond de vraag op welke bijbelse gronden de roeping van de kerk tot gebed voor de noden van de wereld op dit moment aanwijsbaar is, op welke verantwoorde manier in de complexe wereldsituatie van vandaag, waarin meer dan ooit alles met alles samenhangt, aan die roeping inhoud kan worden gegeven en niet in de laatste plaats in hoeverre in het gebed van de plaatselijke kerken vanuit een bijbelse taxatie van de dingen van een zekere gelijkgerichtheid sprake zou moeten zijn. Altijd, maar zeker ook als het aankomt op gemeenschappelijk voorbede doen voor dingen als deze, is bidden een zaak van grote zorgvuldigheid. Het zou goed zijn als de hele kerk hierin meedenkt. De ernst van de tijd dringt er toe. Wordt de ernst van de wereldsituatie eigenlijk wel voldoende onderkend? Door ons christenen, wel te verstaan, vanuit de noodzaak om er in bezinning en gebed mee bezig te zijn? Is de indruk onjuist dat de kerk zich generaal gesproken in oppervlakkigheid niet onderscheidt van de buitenkerkelijke wereld?

Gemeenschappelijke bezinning op en gebed voor allerlei ontwikkelingen op wereldschaal en in nationaal verband zijn nodig om onze kinderen moed en visie voor hun toekomst in te spreken. En dan hoeven we niet alleen of allereerst te denken aan de Amerikaanse aanval op Irak of aan de uitspraak van de bekende Amerikaanse commentator Burnett, die enige tijd geleden voorspelde c.q. als zijn mening uitsprak, dat Armageddon aanstaande is. Er is op veel meer te wijzen. Denken we eens aan de vele elkaar snel opvolgende natuurrampen en de toenemende zorg over de wijdverspreide tentakels van het internationale terrorisme, de zich nog steeds uitbreidende ziekte AIDS, de vogel-pest, de dreiging van een kernoorlog doordat nucleaire wapens in handen van terroristische groeperingen zijn gekomen en niet in de laatste plaats de stijging van de zeespiegel, waardoor de lage landen of delen daarvan steeds sterker aan overstroming bloot zullen komen te staan.

De ontwikkelingen in West-Europa met betrekking tot de integratie van allochtonen vormt een probleem dat voortdurend gebed en de aandacht van de kerken vraagt. Welke opstelling daarin te kiezen? Welke plaats moet dat in het gebed van de kerken hebben? Hoe zullen onze kinderen op termijn Kerk van Christus zijn als aan hen de toenemende confrontatie tussen christendom en islam zich zal meedelen? Leeft in onze kerken de juiste visie op en het goede gebed in de relatie Israël-Palestijnen? Zijn we ons ervan bewust dat wat zich vandaag in de wereld voltrekt en toespitst er op zou kunnen wijzen dat het einde van deze bedeling en de vernieuwing van hemel en aarde dichtbij zijn?

Afspraak

In de classisvergadering werd afgesproken dat elke kerkenraad binnen onze classis zich zou beraden op de wenselijkheid en de mogelijkheid de kerken in breed verband op te roepen tot bezinning en gebed in de zorgelijke wereldsituatie van dit moment, zulks in de geest van artikel 66 KO.

In de tussenliggende tijd hebben drie van de zeventien kerkenraden die onze classis telt, in de geest van deze afspraak gereageerd. Eén reactie (telefonisch) hield in dat de gevoelens binnen de raad nogal uiteenlopend waren. Samengevat was de discussie uitgelopen in de conclusie dat men de noodzaak van het uitschrijven van een bijzonder gebedsuur niet direct zag, maar dat men er ook niet uitgesproken tegen was als er toch toe zou worden opgeroepen. Een tweede reactie (schriftelijk) was dat men beseft dat we nationaal en internationaal in een spannende tijd leven, maar dat van een situatie in de geest van artikel 66 KO niet kan worden gesproken, zodat men uitvoering van dat artikel niet opportuun vindt. Een derde kerkenraad heeft blijkens zijn schriftelijke reactie zich intensief met het onderwerp beziggehouden. Overtuigd van de noodzaak van bezinning en gebed binnen de kerken in breed verband, benadrukte men binnen eigen kring vrij diepgaand te hebben nagedacht over de wenselijkheid de bezinning en het gebed in elk geval vrij te houden van keuzen ten aanzien van politieke processen die in de wereld gaande zijn, waarbij men heel direct de dreigende situatie rond Irak voor ogen had gehad.

Bezinning voorafgaande ann gebed

Zoals reeds opgemerkt zijn allerlei ontwikkelingen in de wereld meer structureel dan incidenteel. Er is dan ook alle reden om het initiatief tot en de verantwoordelijkheid voor bijzondere momenten van gebed aan de plaatselijke kerken c.q. aan de kerkenraden over te laten. In situaties waarin bij het licht van de Schrift bijzondere aanleiding tot verootmoediging bestaat, kan worden nagedacht over een goede samenhang tussen Woordverkondiging en gebed. De inhoud van het gebed vraagt namelijk om een goed doordenken en een goede analyse bij het licht van de Schriften van de dingen waarmee men in het gebed tot God wil gaan. De praktijk is dat het initiatief tot gebed voor de noden van de wereld veelal aan de voorgangers in de samenkomsten wordt overgelaten, zonder grondige doordenking van de gebedsintenties van de gemeente.

Eén kerkenraad uit de classis ‘s-Gravenhage benadrukte de wenselijkheid de gebeden van de kerk in elk geval vrij te houden van politieke keuzen. Terecht. Maar ik denk dat met name ook onze kerken in haar gebed voor de noden van de wereld gebaat zouden zijn bij een bijdrage tot bezinning op en meningsvorming rond het Israëlisch-Palestijns-Arabisch conflict. Of onze kerken daarin een afgewogen opstelling kiezen waag ik te betwijfelen. De SoW-kerken hebben de plaatselijke kerken die handreiking wel gedaan. Men hoeft het met de inhoud niet in alles eens te zijn, om te kunnen vaststellen dat erin gepoogd is de plaatselijke kerken tot evenwichtige bezinning aan te zetten. Iets voor Israël-deputaten?

Belangrijk genoeg, want het heeft er alle schijn van dat in het Midden-Oosten, zo goed als aan het begin van onze geschiedenis, ook in de toekomst beslissingen van wereldomvattende betekenis zullen vallen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.