+ Meer informatie

Hollandse boeren en Deense groente

Etnische scheidslijnen op eiland Amager behoren tot het verleden

6 minuten leestijd

,,Ten eerste dat zij het recht zullen hebben, om al het land te benutten en te behouden, alsmede te leven en recht te spreken naar Hollands recht, zoals ze dat nu hebben, en niet volgens de Deense wetten; en mogen graven en op de beste wijze en manier verdelen naar hun eigen Hollandse gebruik...".

Dit is de centrale zinsnede (inclusief taalkundige kronkels) uit het privilege zoals dat in 1521 aan een aantal Nederlandse boeren en tuinders werd toegekend. Naar men aanneemt, verbleven zij vooral in Broek op Waterland op het eiland Amager, ten zuiden van Kopenhagen in Denemarken.

Niemand minder dan de Deense koning zelf, Christian II, nam het besluit tot uitvaardiging van dit document. Dit jaar wordt met onder meer een tentoonstelling en diverse andere herdenkingsmanifestaties op Amager stilgestaan bij deze gebeurtenis, die 475 jaar geleden plaatshad. Het huidige Deense staatshoofd, Margrethe II, zorgt er met een officieel bezoek voor dat een en ander niet geheel onopgemerkt aan de bevolking zal voorbijgaan.

Boze gezichten

Dat de maatregelen van koning Christian destijds de Deense boeren op Amager van huis en haard verdreven, was de andere kant van de politieke medaille. Dat is echter allang geen reden meer voor boze gezichten. De etnische scheidslijnen tussen Hollanders en Denen op Amager behoren volledig tot de historie. Men doet zelfs zijn uiterste best om de weinige sporen die daarvan nog over zijn niet te laten verdwijnen.

Amager werd met de komst van de Hollandse boeren het Deense groenteteeltgebied bij uitstek. Ook vandaag de dag is de productie van groente nog een belangrijke bron van inkomsten, hoewel de aanleg van de internationale luchthaven voor de hoofdstad veel grond heeft opgeslokt. De groente komt tegenwoordig dan ook uit alle windstreken. De nazaten van de Hollandse immigranten uit de 16e eeuw moeten daarbij uiteraard even hard concurreren met bijvoorbeeld de Nederlandse exporteurs als iedere andere Deense ondernemer. De recrutering van opvolgers voor de kwekerijen verloopt bovendien moeizaam, als men de tuinders op Amager mag geloven. Kortom, de hoogtijdagen zijn voorbij.

Klederdrachten

Om de historie geen geweld aan te doen, moet er nog wel een enkele nuancering in bovenstaand privilegeverhaal worden aangebracht. Christian II werd namelijk al in 1523 afgezet en dat leidde tot een drastische inperking van de Hollandse rechten op Amager. De immigranten moesten zich concentreren rond het plaatsje Store Magleby, waar ze 24 bedrijven bouwden.

In 1547 werden de rechten van de immigranten nog eens expliciet bekrachtigd door de nieuwe koning, Frederik I. Met deze documenten in het bezit hielden de telers in Store Magleby tot ver in de vorige eeuw een soort Hollandse enclave in stand, compleet met een eigen systeem van schouten en schepenen, op het oude vaderland geënte klederdrachten en een aparte kerk.

De "Amager-Hollanders" boerden economisch bijzonder goed. Dat is volgens de historici niet alleen te danken aan de privileges. Ook de grote ondernemingsgezindheid, vlijt en de onvermijdelijke Hollandse spaarzaamheid speelden hierin een belangrijke rol.

Woonhuizen

Die spaarzaamheid stond overigens een rijke inrichting van de woonhuizen in Store Magleby niet in de weg. Veel van die rijkdommen vonden echter nooit de weg naar het museum op Amager door een aantal grote branden, plunderingen en natuurlijk vanwege de tand des tijds. Toch bezit het museum een fraai interieur uit de hoogtijdagen van de Hollandse cultuur op Amager met onder meer een wand met Delfts blauwe tegeltjes achter de gietijzeren kachel.

Een hekel schijnt men aan de Amager-Hollanders nooit te hebben gehad; ,,In hun wandel zijn ze bezonnen en voorzichtig, tegen iedereen zijn ze eerlijk en oprecht", schreef iemand in 1758. Deze lovende woorden worden geciteerd in een in 1982 verschenen speciale uitgave van het Nationale Museum te Kopenhagen, "Hollaenderbyen og dens mennesker" (De Hollanderstad en haar mensen). Het boek is van de hand van Jan Dirchsen, zelf een van de geëmigreerde Hollanders.

Rituelen

De kerk van Store Magleby heeft wel de roerige tijden op het eiland overleefd. De annalen vertellen dat het gebouw zijn huidige uiterlijk voor het grootste deel in de jaren dertig van de 18e eeuw heeft gekregen. Volgens Jan Dirchsen is het naar Nederlands voorbeeld gebouwd.

De dominees preekten hier in het Nederlands of Nederduits. De laatste predikant die de Nederlandse taal sprak, was F. C. Schmidt, zo blijkt uit het opschrift van een in 1915 op het kerkhof geplaatste herdenkingssteen. De predikanten van Store Magleby kwamen of uit Nederland of uit het Noord-Duitse hertogdom Sleeswijk-Holstein. Het hertogdom was tot 1864 in personele unie met het koninkrijk Denemarken verbonden.

Hoewel de Hollandse enclave de bouw en het beheer van de kerk geheel zelf moest financieren en de inwoners er een groot aantal eigen rituelen op nahielden, moet er in de diensten sprake zijn geweest van een luthers-evangelische liturgie. Dit was in overeenstemming met de regels zoals die elders in Denemarken op bevel van de koning werden toegepast.

Geharrewar

Er bestond een strikte scheiding tussen de Hollandse Amagerianen en de overige bevolking. Dat wilde men echter zelf. Bovendien werd het door de juridische voorrechten in de hand gewerkt, omdat men die voorrechten natuurlijk niet graag verloor. Gemengde huwelijken konden dan ook heel lang met succes worden voorkomen. Met de eerste Deens-Hollandse echtverbintenis ook in de eerste helft van de 19e eeuw- was echter het hek van de dam.

Dat de koning juist tuinders uit Holland liet overkomen, was enerzijds een politiek-economische maatregel om de groentevoorziening te verbeteren. Anderzijds was het een uitvloeisel van de nauwe banden tussen Christian II en de Nederlanden. Hij was namelijk met een zuster van Karel V, Elizabeth, getrouwd.

Van nog grotere betekenis was zijn buitenechtelijke verbintenis met de Hollandse dame Duveke. De legende wil dat Duveke in Denemarken klaagde dat ze geen groente te eten kreeg zoals ze in haar vaderland gewend was geweest. Deze relatie zorgde overigens voor een hoop geharrewar en heeft daarom een niet onaanzienlijke plaats in de Deense historie ingenomen.

Schepnetten

Afgezien van deze factoren bestond er bij voorbaat al veel scheepvaart- en handelscontact tussen Nederland en de aan de zuidpunt van Amager, op een steenworp afstand van Store Magleby, gelegen havenstad DragÝr. DragÝr was onder meer marktplaats voor de haringvisserij, die in de Sont eeuwenlang zeer rijke vangsten heeft opgeleverd. De overlevering wil dat de haring vanaf de wal met schepnetten kon worden binnengehaald.

De oude Deense havenstad heeft aan al die bedrijvigheid een zeer fraai historisch stadsbeeld overgehouden. De vissers en zeelieden zijn voor het grootste deel vervangen door forensen uit Kopenhagen. Desondanks is het gezellig en levendig op de kade. Pleziervaart en een paar kustvissers bevolken de Sont.

DragÝr is verder de haven voor de autoveerboot naar Malmö in Zweden. Voor zolang het duurt, want er wordt voor miljarden een brug en een tunnel gebouwd. Volgens de plannen worden die in 1999 opgeleverd. Ook daar zijn Nederlanders bij betrokken, maar dat is weer een heel ander verhaal.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.