+ Meer informatie

HET GEHEIM VAN DE LEVENDE GEMEENTE

14 minuten leestijd

Er komt een man of vrouw langs het kerkgebouw van uw gemeente. Een ongelovige … Zit hij in de Problemen? Hij gaat naar binnen. Daar komt hij in wezenlijk contact met de gemeente. En wat gebeurt er dan? Hij valt op de grond. Hij wordt er geconfronteerd met de heilige God en met wat er diep in zijn hart leeft. Er breekt een diep zondebesef door: ‘Ik ben voor de eeuwigheid reddeloos verloren.’ Maar hij staat ook weer op. Hem wordt het evangelie verkondigd: Jezus Christus. Hij gaat God aanbidden. Als hij weer thuis is, zeggen zijn vrienden: ‘Waar was jij? Was je bij die hypocrieten?’ En hij antwoordt: ‘Ja, dat dacht ik vroeger ook. Maar nu weet ik: ‘De levende God is in hun midden.”

We vinden dit verhaal in 1 Kor. 14: 24,25. Is een mooier getuigenis denkbaar? Van mij? Van mijn gemeente? Zeggen buitenstaanders dit? Helaaser zijn meestal geen buitenstaanders. En als er eens iemand komt… Mijn ervaring is dat ze dan niet zelden weer vertrekken, naar de baptisten bijvoorbeeld.

Wat is het geheim van een levende gemeente?

J.I. Packer schrijft dat de zwakte van ook orthodoxe en bijbelgetrouwe christenen en kerken is dat zij God onvoldoende kennen zoals Hij is. Kennen is in de bijbel altijd persoonlijk, met ervaring, emoties, bevinding en al. Bij het bijbelse kennen is verstandelijke kennis nooit een doel in zichzelf. Kennis is een middel om meer van Hem te houden. Bij dit kennen gaat de waarheid in je leven schijnen. Je gaat van Hem genieten, je geluk in Hem vinden.

Een 2×2 = 4 geloof doet me niets. God kennen zet mij daarentegen in beweging, emotioneert mij. Als we Mozes tegenkomen in Exodus 33, heeft hij al veel kennis van God. In Egypte heeft hij Gods wonderen gezien. In de woestijn Gods barmhartigheid. Op de berg Sinai heeft hij ‘als een vriend’ met God gesproken. En toch zegt hij nog: Toon mij Uw heerlijkheid’. Ik hoor daarin dat hij nooit genoeg van God kan krijgen.

Toen ik eens in de Verenigde Staten de theoloog John Piper bezocht, zag ik op het kerkgebouw de woorden ‘A Passion for God’ aanflitsen. Daar zal het ons om moeten gaan: Hartstocht voor God.

Dat element kom ik ook tegen in Efeze 3. Paulus bidt daar voor de gemeente van Efeze. Niet voor ongelovigen dus. Hij heeft die kerk zelfs geprezen. En toch. Hij vraagt God of die broeders en zusters zo onder de indruk mogen komen van de liefde van Christus, dat zij een diep verlangen krijgen vervuld te worden van de volheid van God.

Het is als met een spons. Vul hem met olie en er komt geen druppel water meer in. Op de nieuwe aarde zullen we helemaal vol zijn van God. Zonde is dan ondenkbaar geworden.

Maar ook in het hier en nu is geestelijke groei mogelijk en nodig.

Mij wordt een oceaan aangeboden. Maar ik beperk mij vaak tot pootje baden.

Mij worden toppen van bergen aangeboden. Maar ik kom vaak niet verder dan moeizaam ploegen in de dalen.

Ik ben afkomstig uit de Gereformeerde Kerk (vrijg.) Ik houd van mijn kerkgemeenschap. Ik groeide erin op, vond er mijn vrouw, de meeste van mijn kinderen deden er belijdenis, ik diende er jaren als ouderling, de broeders en zusters zijn mij dierbaar. God gaat met elk mens een eigen weg. God gebruikte de Chinees Watchman Nee - ‘Het Normale Christelijke Leven’ - om mijn ogen te openen voor een diepe bijbelse waarheid. Begin nu eens met uitrusten, zegt Watchman Nee. Begin je er nu eens in te Verheugen dat je al van de achterkamer naar de voorkamer bent gebracht. Je bent in Christus. Houd nu eens op iets voor God te willen doen: zowel je rechtvaardiging als je heiliging is al door Christus verdiend. Sindsdien heb ik een nieuwe honger naar God gekregen. Die honger is in feite nooit meer weggegaan.

Voor het Nederlands Dagblad, meestal in samenwerking met Trans World Radio, heb ik een aantal reizen naar christenen in het buitenland gemaakt. Tijdens die reizen heb ik ervaren dat je alleen samen met alle heiligen God beter kunt leren kennen. Ik ging naar gelovigen in Mozambique, naar huisgemeenten in China, Angelsaksische auteurs als Packer, Larry Crabb, Jerram Barrs, Jerry Bridges en de prediker Timothy Keller in Noord-Amerika, messiaanse Joden in de VS en Israël, naar gelovigen in India en in de islamitische Arabische wereld.

En tenslotte keerde ik steeds weer terug naar mijn eigen kerkelijke gemeente en kerkelijk Nederland.

Wat is mij van die geestelijke ontdekkingstocht sterk bijgebleven?

1. De confrontatie met de dode orthodoxie.

Het is opmerkelijk dat oude puriteinen en puriteinen van latere datum - Martyn Lloyd-Jones, Packer, John Piper, Tim Keller - zich keren tegen vrijzinnigheid, maar toch vooral tegen dode orthodoxie of ontspoorde rechtzinnigheid.

Enkele kenmerken van die dode orthodoxie zijn:

* Veel kennis over God (verstandelijk), maar weinig kennis van God (levende omgang met Hem).

* Het gebedsleven staat op laag pitje.

* Geloven in de Waarheid, zonder dat deze je eigen leven verandert.

* Gebrek aan oprecht berouw over eigen zonde, en dus ook weinig besef van genade.

* Over de gemeente ligt een warme deken van zelfvoldaanheid.

* Men is erg kritisch op anderen.

* Het geloofsleven geeft weinig vreugde.

* Uitbrekende zonden zijn misschien onder controle, maar er is weinig heiliging van binnenuit.

* Er heerst matheid, want van de Heilige Geest heeft men geen hoge verwachtingen.

* Goede werken worden meer gedaan omdat het moet dan omdat men het graag wil.

2. Het belang van het back to basics gaan.

Ik volg de kerkelijke pers vrij aardig. Waarover gaan veel discussies? Wat staat er op de agenda’s van onze kerkelijke vergaderingen? Ik doe daar niet denigrerend over. Een heleboel zaken moeten geregeld worden. Maar jaarlijks verlaten honderden mensen de vrijgemaakte kerken. Hoe verhouden onze discussies zich met dat eilendige feit? Geven wij de indruk dat bijzaken ook echt bijzaken zijn?

Twee voorbeelden van het belang van het back to basics gaan:

a. Genade moet niet alleen in de evangelisatie op de voorgrond staan. Ook iemand die is opgegroeid in een gereformeerd milieu heeft het nodig dat hij elke dag tot zich laat doordringen wat genade is:

* een 1 verdienen en een 10 krijgen,

* God houdt van mij, omdat Hij van mij houdt.

Het is altijd weer nodig tegen wetticisme te waarschuwen.

b. Enkele jaren geleden werd geconstateerd dat ‘onder ons’ weinig nadruk had gelegen op persoonlijke heiliging.

Dat is dan toch wel erg te betreuren. Heeft de Here Jezus zichzelf niet geheiligd, opdat wij heilig zouden leven? (Joh. 17). Is heiliging van ons leven niet essentieel met het oog op onze kinderen? Geldt niet dat als ik niet laat zien dat God mensen verandert, mijn collega’s en buren dan nooit nieuwsgierig zullen worden naar het christelijk geloof?

Bij iemand die God leert kennen, wordt de kloof tussen wat hij wil en wat hij kan steeds wijder. Zijn verlangen om het beeld van de Here Jezus te tonen, wordt steeds groter. Maar tegelijk geeft de Heilige Geest hem steeds meer inzicht in zijn zonden. Ondanks die breder wordende kloof kent een ware gelovige een diepe vreugde. Want hij weet: in Christus is de kloof gedieht.

3. Het terugvinden van de relevantie van het geloof.

Ik lees dat ik het zout van de aarde en het licht van de wereld ben. Maar hoe dan?

Eerste voorbeeld: In China kwam een hoogleraar tot het christelijk geloof, waarover hij met iedereen sprak. Voor straf moest hij de wc’s gaan schoonmaken. Hij dankte God ervoor. Nu kon hij met nog veel meer mensen spreken. Iedereen moet immers naar het toilet. Dat is je leven plaatsen in het perspectief van het kornende koninkrijk van God.

Tweede voorbeeld: Een atheistisch professor in de VS schreef denigrerend over christenen. Er werd een debat georganiseerd met een christelijke hoogleraar. Deze was de ander de baas. Maar hij sloeg hem niet verbaal knock-out. Hij liet zijn tegenstander in zijn waarde. De christelijke studenten vroegen: ‘waarom sloeg u hem niet knock-out?’ Het antwoord was: ‘Ik ben niet op aarde om een bokswedstrijd te winnen, maar om mensen naar God toe te trekken.’ Die man was Francis Schaeffer.

Met andere woorden: Je betekent iets in het leven van anderen als je het beeld van Christus vertoont.

Ik vind dat beeld terug in onder meer de zaligsprekingen: afhankelijk zijn van God, barmhartig zijn, zuiver van hart, trouw, willen lijden terwille van je geloof. Ik zie dat ook terug in de vrucht van de Geest: liefde, vrede, lankmoedigheid, vriendelijkheid, goedheid, trouw, zachtmoedigheid, zelfbeheersing. Op Christus lijken is dienen, zelfverloochening, nederigheid.

Een wezenlijke vraag voor ons is: Hoe geven wij daaraan vandaag de dag handen en voeten in ons gezin, in de kerk, op het werk, in onze buurt en op de sportclub?

Wat is het geheim van een levende gemeente?

Ik zal u niet lastig vallen met allerlei voorbeelden van buitenlandse gemeenten, alsof het gras bij de buren altijd groener is. Slechts één uitzondering: de Redeemer Presbyterian Church in hartje New York inspireert mij buitengewoon. Deze kerk behoort tot de Presbyterian Church in America, de PCA. De predikant is Timothy Keller, die voorheen docent Praktische Theologie aan Westminster Seminary was. Bedenk dat in New York vooral yuppies wonen, die snel geld willen verdienen en vóór alles willen genieten wat er te genieten valt. En juist uit deze groep zijn er velen naar ‘Redeemer’ toegestroomd.

Ik koos vijf door deze gemeente gehanteerde uitgangspunten, die ook voor Nederland toepasbaar zijn:

1. Neem het vooroordeel weg dat christenen de antwoorden van gisteren geven op de vragen van vandaag. Laat zien dat het evangelie relevant is voor de hedendaagse levensvragen: eenzaamheid, twijfel, de zin van het leven, angsten, hoe ga ik om met m’n geld, m’n seksualiteit, m’n gaven? Ik ben geabonneerd op Kellers preken. Elke keer weer kom ik ervan onder indruk a) hoe het evangelie het hart diep beroert, b) dat het evangelie laat zien wat mijn afgoden zijn en c) dat het volgen van Christus inspirerend perspectief geeft.

2. Blijf in gesprek met het ongeloof, zodat kerkdiensten betekenis hebben voor zowel gelovigen als ongelovigen. Hoe maakt Keller zijn preek? Drie weken tevoren zet hij het geraamte in elkaar. In de tussenliggende weken zorgt hij aan de hand van gesprekken met gelovigen en ongelovigen en het lezen van relevante bladen en boeken en het bekijken van tv-programma’s voor de invulling. Hij weet wat er in harten leeft. En ik denk als christelijke kerkbezoeker: ‘Dat had mijn collega eens moeten horen. Ik neem hem volgende keer mee.’

3. Vertrouw dat wie gelooft, door de Heilige Geest wordt veranderd. Stel je verwachtingen niet te laag. Als de discipelen na Pinksteren veranderden, waarom wij dan niet? De Heilige Geest kan in ons oneindig veel meer doen dan wij kunnen vragen of bedenken (Ef. 3:20). Help elkaar discipel van Jezus Christus te zijn. Kleine groepen zijn daarbij onmisbaar. In de Redeemer Presbyterian Church ben je, bij wijze van spreken, pas lid van de gemeente als je deelneemt aan een kleine groep. Daar groeit namelijk de christelijke verbondenheid.

4. Schep een klimaat waarin het gemakkelijk is anderen de gemeente binnen te brengen: adapting without changing (vormen aanpassen zonder de inhoud te veranderen). Ga ervan uit dat je aan de bijbelse openbaring niets mag toevoegen. Wees dus bereid in principe alle eigen tradities en gebruiken ter discussie te stellen als dat ertoe kan bijdragen anderen te bereiken. Bedenk dat het wat uitmaakt of je kerk bent in Amsterdam of in Ruinen of Veenendaal.

5. Zoek als gemeente mogelijkheden in de eigen omgeving om door middel van werken van barmhartigheid iets van de kwaliteit van het leven van de Here Jezus te laten zien. In Nederland hebben velen geen enkele interesse in wat wij zeggen of schrijven. Maar als je belangeloos mensen helpt die je op je weg naar Jericho tegenkomt, kan dat harten zacht maken en bruggen slaan.

Wat is het geheim van een levende gemeente?

Mij lijken met het oog op de Nederlandse context vier zaken essentieel:

1. Laten we ons in opvoeding, preken en onderwijs concentreren op de voortreffelijkheden van God. Een waar geloof is: God liefhebben, niet in de eerste plaats omdat ik in de hemel kom, maar omdat God is Wie Hij is, als een diamant zo schitterend. In de kerk kom ik twee manieren van geloof in God tegen:

Je hebt mensen die geloven in God als hun Chef. Dat is het cao-geloof: je wilt respect en gunsten verdienen door je plicht te doen. Zo kun je ook met God omgaan: door goede werken als het ware het evenwicht herstellen. God heeft geweidige beloften gedaan. Nu moet ik op mijn beurt wel aan de eis voldoen. Zulk geloof maakt iemand vreugdeloos, terneergeslagen of oppervlakkig, en waarschijnlijk hoogmoedig.

Maar God is mijn Vader. Dat is een van de geweidigste feiten uit de Schrift: hoewel ik siecht ben, ben ik toch door Hem geadopteerd. Daarover raak je nooit uitgepreekt: Alles wat ik aan zonde deed, is Christus toegerekend. En alles wat Christus volmaakt deed, wordt mij toegerekend.

2. Laten we steeds opnieuw de nadruk leggen op evangelieheiliging, in tegenstelling tot wettische heiliging.

Wettische heiliging is negatief ge?nspireerd: proberen geen zonde te doen uit angst: voor ouders, voor ouderlingen, voor God. Dat mag allemaal een rol speien. Maar niet als voornaamste motief. Bij een wettische heiliging haat je niet zozeer de zonde zelf als wel de consequenties. Er is niet zozeer oprecht berouw als wel spijt.

Evangelie-heiliging daarentegen is als een huwelijk uit liefde.

* Hoe meer zicht op de heilige God, hoe meer inzicht in je eigen onmacht.

* Hoe meer inzicht in je onmacht, hoe meer je je afhankelijk weet van Christus.

* Hoe meer afhankelijk van Christus, hoe meer je van God gaat houden.

* Hoe meer je van God houdt, hoe groter je verlangen wordt om op de Here Jezus te gaan lijken (heiliging).

Kijk eens naar Jozef bij de vrouw van Potifar. Hij loopt weg en zegt niet: ‘Anders slaat Potifar mijn kop erat.’ Hij zegt: ‘Hoe zou ik zo’n zonde tegen God kunnen doen?’ Liefde voor God is het motief.

De christenen in Macedonië (2 Kor. 8:1-15) worden aan de christenen in Korinte ten voorbeeld gesteld. Die arme Macedoniërs offerden boven hun vermogen. Hoe dat kon? Omdat zij eerst diep onder de indruk waren gekomen van het feit dat Jezus Christus zichzelf eerst voor hen had geofferd. Paulus zegt dan ook: ‘Ik ga u niets opleggen. Ik ga uw liefde testen.’

3. Zoek naar mogelijkheden binnen de eigen gemeente om zo’n onderlinge verbondenheid te krijgen, dat de een de ander zelfs zijn zonden belijdt. In de wereld is het vaak koud en kil. Maar ook in de kerk bestaat een chronisch gebrek aan diepe verbondenheid. Veel contacten zijn oppervlakkig. Verbondenheid kan worden omschreven als iets dat ontstaat als het leven van Christus wordt uitgestort in het leven van de ander.

Wat is daarvoor nodig?

a. Zelf een vurig verlangen hebben het beeld van Christus te vertonen,

b. Laat de ander merken dat God, dankzij Christus, echt blij is met hem of haar.

c. Probeer na te gaan wat God met die ander van plan zou kunnen zijn; welke gaven zijn in die ander gelegd?

Alleen zo zal er voldoende vertrouwen groeien om samen ook de strijd aan te binden tegen concrete zonden. Zulke verbondenheid vind je binnen de kleine groep.

4. Laten we proberen te ontdekken hoe het komt dat de Here Jezus zondaren aantrok, terwijl kerken dat nu slechts zelden doen.

Veel christelijke gemeenten die ik ken, dragen vaak de kenmerken van de introverte kerk:

* combinatie van saaiheid met gebrek aan uitstraling en groei, wat als tamelijk normaal wordt beschouwd.

* weinig verwachting dat de Heilige Geest daarin ooit verandering zal brengen.

* een gevoel van superioriteit t.o.v. andere gelovigen en kerken (‘onze geschiedenis, cultuur, bijbelgetrouwheid is toch wel uniek’).

* angst voor onrust in eigen kring, hoewel een heilige onrust soms hard nodig is.

* veel gepraat over anderen, dominees in het bijzonder. Dezelfde discussies worden eindeloos herhaald.

Christus was missionair: Toen wij nog vijanden waren, is Hij voor ons gestorven.

En wij? Soms lijkt het erop dat we zelfs niet bereid zijn iets op te geven van onze voor ons geloof niet essentiële verworvenheden, ook al weten we dat we anderen dan beter met het evangelie zouden kunnen bereiken.

Misschien klinkt mijn verhaal voor sommigen bedreigend.

We moeten kennelijk weer zoveel.

In dat geval ben ik toch nog niet duidelijk genoeg geweest.

Ik heb willen zeggen dat:

* liefde tot God en tot de naaste de gelovige ertoe aanzet zichzelf steeds kritisch onder de loep te nemen.

* christelijk geloof spannend is. Wat is mooier dan met Gods hulp scheefgroei recht te trekken?

* christelijk geloof creatief is. Nota bene, we gaan naar een nieuwe hemel en een nieuwe aarde. Zou dan in het heden alles bij het oude moeten blijven?

* christelijk geloof vol verwachting is. Veel werk breekt ons bij de handen af. Maar Christus’ wederkomst is aanstaande. En dan zal blijken dat het weinige dat wij deden toch eeuwigheidswaarde heeft.

A. Kamsteeg is journalist.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.