+ Meer informatie

Gekozen tot het ambt

9 minuten leestijd

Over toerusting van jonge ambtsdragers

Vraag: “In de Christelijke Gereformeerde kerken zijn er drie bijzondere diensten (ambten): die van predikant, ouderling en diaken. Is dat goed of is dat fout?”. Zo luidt de eerste van de tien vragen die dit voorjaar op een toerustingsavond voor ‘nieuwe’ ouderlingen werd gesteld.

Het was al weer voor het derde jaar dat er op verschillende plaatsen in ons land een dergelijke toerustingsavond werd belegd. Het comité dat ook verantwoordelijk is voor de uitgave van dit blad had bedacht dat het nuttig is om met name aan ‘nieuwe’ ouderlingen toerusting te geven. De ‘nieuwe’ ouderlingen die er geweest zijn, bevestigden het nut ervan. Toegerust gingen ze naar huis, vol met nieuwe en vooral ook oude kennis die nu betekenis kreeg hoe ze die zouden kunnen gebruiken in de uitoefening van hun ambt waarin ze onlangs zijn bevestigd. Een leerzame avond dus.

Gekozen tot het ambt

Vaak worden broeders in de kerken min of meer overvallen met het feit dat ze gekandideerd zijn voor ambtsdrager. Gelukkig worden ze hier meestal wel van tevoren over geïnformeerd, maar toch. Zouden ze het wel kunnen? Wat houdt het ambt eigenlijk in? Natuurlijk hebben ze al jaren lang veel ambtsdragers zien functioneren, maar nu moeten ze het zelf gaan doen en weten ze het dan?

Ze worden door de gemeente verkozen en door de kerkenraad benoemd en horen dat ze op deze wijze ook door God geroepen zijn. Een gewichtige roeping, waar je niet zomaar nee tegen zegt.

Nogal eens wordt in die tijd de ambtsdrager de bekende tekst toegevoegd: “Hij die u roept, is getrouw: Hij zal het ook doen.” (1 Thess. 5 : 24) Bedoeld zal zijn dat God ook de bekwaamheid zal geven. Dat je er tegenop ziet, dat mag, maar wees niet bezorgd: God zal je helpen. Bekend is ook de uitdrukking: ‘God roept niet bekwame mensen maar hij bekwaamt geroepenen’. Gelukkig doet Hij dat ook.

Deze opmerking zou echter een verkeerde uitwerking krijgen als gedacht wordt dat er door de ambtsdrager zelf niets gedaan zou moeten worden om bekwaam te worden. Bekwaam worden is ook een zaak van inspanning.

Het ambt van predikant

Aan het ambt van predikant worden hoge bekwaamheidseisen gesteld. De betreffende broeder zal namelijk een universitaire theologische studie met goed gevolg moeten afleggen. Waar in uitzonderlijke gevallen deze eis van universitaire studie niet gesteld wordt omdat iemand bijzondere gaven lijkt te bezitten, dan nog zal hem een examen worden afgenomen. En als hij daar niet voor slaagt, volgt er geen bevestiging. Dus je inspannen om bekwaam te worden, daar is niets mis mee, sterker nog, dat lijkt een belangrijke verplichting, In ieder geval voor een predikant.

Wat voor toerusting is er dan zoal voor ambtsdragers? Voor predikanten is dat heel duidelijk, voor hen is er de Theologische Universiteit Apeldoorn, overigens niet alleen voor de opleiding voorafgaande aan de bevestiging, maar ook voor nascholing e.d. als hij al predikant is. Permanente Educatie is ook in onze kerken een verplichting aan het worden.

Het ambt van diaken

Voor het ambt van diaken zijn we als kerken in het gelukkige bezit van Classicale Diaconale Commissies die eventueel met ondersteuning van het (landelijke) Diaconaal Bureau jaarlijks toerustingsavonden beleggen voor ‘nieuwe’ diakenen, soms onder de titel van “Help, ik ben diaken geworden”. Al of niet met behulp van een deskundige, maar in ieder geval onder leiding van ervaren diakenen wordt er op zo’n avond veel geleerd. Veel diakenen gaan naar huis met een beter beeld over wat diaconaat inhoudt en hoe het ambt van diaken volgens de Bijbel ingevuld zal kunnen worden. Ook veel praktische vragen komen op zo’n avond aan de orde.

Vaak is er behoefte aan meer toerusting en dat kan via boeken, het blad Diacoon, de website en diverse andere toerustingsavonden plaatsvinden. Niet te vergeten is ook de landelijke diakenendag die tegenwoordig honderden bezoekers trekt. Dus diakenen kunnen in onze kerken gelukkig goed aan hun trekken komen als het gaat om bekwaamwording.

Het ambt van ouderling

Maar hoe zit het nu met de ouderlingen? Daarvoor is er in onze kerken niets georganiseerd, met uitzondering van de jaarlijkse conferentie voor ambtsdragers in Nijkerk en het blad Ambtelijk Contact. Echter, deze toerusting is niet specifiek voor ouderlingen alleen, maar voor alle ambtsdragers. Een enkele classicale commissie rust niet alleen diakenen maar ook ouderlingen toe. Dit zijn echter uitzonderingen.

Het eerder genoemde comité heeft gedacht in deze behoefte te voorzien, zonder dat ze die behoefte ook daadwerkelijk gepeild heeft. De avonden die geweest zijn laten zien dat de deelnemers het heel nuttig vonden. Ouderlingen leren hun ambt vaak van een mede-ouderling die wat meer ervaren is. Dat is vaak heel leerzaam. Die ervaren ouderling heeft het ook weer geleerd van een ervaren ouderling en die weer van een ander, enzovoort. De vraag is of deze vorm van overlevering niet ook het risico met zich meebrengt dat er verkeerde of eenzijdige kennis en vaardigheden worden overgedragen. Het nut van deskundige toerusting is dan ook evident.

Gelukkig heeft het comité er zorg voor gedragen dat er ook goede boeken over het ambt zijn verschenen. Bekend is het basisboek diaconaat: ‘Dienen en delen’ en het al wat oudere boek voor ouderlingen: ‘Verricht uw dienst ten volle,’ dat overigens hoognodig aan vervanging toe is. Die boeken zijn wat aan de theoretische kant en geschikt voor mensen die goed door woorden kunnen worden toegerust, maar voorzien minder in de behoefte van hen die vooral leren van het doen. Die boeken zijn niet optimaal voor een praktische toerusting. Daarom zullen cursussen en/of bijeenkomsten waar ouderlingen ervaringen kunnen uitwisselen en zo van elkaar kunnen leren, welkom zijn.

De inhoud van het ambt

Natuurlijk blijft het belangrijk te beseffen dat het bekwaam worden vooral ook een leren van en uit de Bijbel is en met behulp van de Heilige Geest. Het gaat er bij de ouderling om dat hij goed kennis draagt van de Schriften. Hij moet immers valse leringen kunnen weerleggen. Hij zal immers ook de troost van het evangelie moeten kunnen meedelen aan hen die bedroefd zijn of anderszins gebroken in het leven staan. Hij zal onderwijs moeten kunnen geven, maar ook de gemeente kunnen opbouwen in het allerheiligst geloof. De Bijbel geeft hier duidelijke aanwijzingen voor, niet in het minst in Efeze 4:12,13 : “om de heiligen toe te rusten tot het werk van dienstbetoon, tot opbouw van het lichaam van Christus, totdat wij allen komen tot de eenheid van het geloof en van de kennis van de Zoon van God, tot een volwassen man, tot de maat van de grootte van de volheid van Christus, ..”.

Het is goed dat op die genoemde toerustingsavonden de fundamenten van het ouderlingschap nog eens goed uitgelegd worden en dat de praktische toepassing ervan hieraan wordt gerelateerd.

De vraag over die drie ambten, bijvoorbeeld, leidt tot een gesprek over de ambtsleer zoals die o.a. in de Kerkorde is verwoord. Hierbij wordt enerzijds gewezen op de eenheid van de ambten, het collegiale in de kerkenraad, maar anderzijds ook op het specifieke van elk bijzondere ambt en op deze avonden in het bijzonder over de ouderling. Volgens de artikelen 16 en 23 behoren de ouderlingen samen met de predikant opzicht en tucht over de hele gemeente uit te oefenen. Wat is dat precies en hoe dat je dat? En zo komen er op die avond nog negen vragen aan de orde.

Belangrijk is dat er niet alleen geluisterd wordt naar uitleg, maar dat we met elkaar ook voorbeelden bespreken en praktische adviezen uitwisselen.

Het huisbezoek

De kerkorde spreekt over het jaarlijkse huisbezoek. Waarom is dat en wat zijn dan de doelen van het huisbezoek? Wanneer en waarom zeg je: dit was een goed huisbezoek? Hier zijn duidelijke criteria uit de Bijbel aan te ontlenen. De metafoor van de herder wordt in de Bijbel veel gebruikt, en alleen al aan de termen hoeden en weiden zoals dat in het gesprek met Petrus plaatsvond (Joh. 21) kan veel worden afgeleid. Vanuit de geschiedenis van het ontstaan van het huisbezoek komen we via troost in tijden van vervolging, de biecht zoals dat in de Middeleeuwen gestalte kreeg, terecht bij het huisbezoek zoals dat in Geneve vorm krijgt rondom het avondmaal. Hier vinden we de bronnen van ons huidige huisbezoek zoals de kerkorde dat verwoordt.

Behalve kennis over het doel van een huisbezoek is het ook van belang om vaardigheden te hebben om een gesprek te voeren en vooral om te luisteren. Hoe en wanneer gebruiken we de Bijbel, enzovoorts.

De kerkelijke vergadering

Een belangrijk gesprekspunt is ook: hoe ben je samen kerkenraad en wanneer komt een bredere kerkelijke vergadering in beeld? Waarom is de kerk geen democratie, hoe kom je toe besluitvorming?

Zegt u, dat zijn ook mijn vragen, dan valt het te overwegen om zo’n cursusavond bij te wonen. De scriba van elke kerkenraad krijgt jaarlijks een brief met daarin de oproep je voor zo’n avond op te geven.
Toerusting is natuurlijk veel breder dan een toerustingsavond. Toerusting kun je ook buiten de kerken halen, bij andere kerken of op scholen. Het thuis raken in Gods Woord kan natuurlijk ook door zelfstudie thuis. Samen een studie- of intervisiegroep vormen kan daar erg bij helpen.

Een zorgpunt is dat klassieke toerustingsavonden niet meer zo populair zijn. Mensen hebben niet veel tijd en de geringe tijd die ze hebben, geven ze al aan de kerk. Ook zijn we toerustingsavonden met veel verbaliteit wat ontwend en worden we in het gewone leven ook meer toegerust met flitsende filmpjes o.i.d. Het is een grote uitdaging om mee te gaan met onze tijd en dergelijke toerusting te organiseren. Misschien hebben we daar professionals voor nodig die dit maken en geven. Maar dat kost weer geld en dat hebben we niet zo veel, de omslag voor de landelijke kerkelijke kassen moet eerder omlaag dan omhoog. Maar het belangrijkste is, zijn we er van overtuigd dat toerusting noodzakelijk is. Dat God van ons vraagt dat we het beste geven, niet voor onszelf maar voor Zijn gemeente. Vanuit dat roepingsbesef worden we leergierig en streven we naar de hoogste gaven. Dan beseffen we dat ons bekwaam maken niet in strijd is met de bekwaamheid die we uit God krijgen. Hij zegent onze vlijt.

Hoe zit het nu met die vraag over de drie ambten, is die vraag nu goed of fout? Die vraag is natuurlijk fout, maar dat wist u al wel.

Drs. A. Heystek (1956) is ouderling in de gemeente Veenendaal – Pniël. Hij werkt als docent psychologie en pastorale vakken in het hoger theologisch beroepsonderwijs in Ede (CHE) en Apeldoorn (TUA).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.