+ Meer informatie

TER OVERWEGING

9 minuten leestijd

Juanita Ryan, Drukke dagen. Bijbelstudiereeks ‘Tijd voor God’. Uitg. De Vuurbaak Bameveld 2002, 84 blz. € 7.95.

Druk, druk, druk… het is altijd hetzelfde. En hoe kan men dan toch nog God ontmoeten? Zes uitgewerkte bijbelstudies om kritisch te kijken naar onze eigen bezigheden en de verhouding daarvan tot Gods aanwezigheid. Bedoeld om in kleine groepen te bespreken—dat blijkt ook uit de hele opzet. Achtereenvolgens komen per hoofdstuk aan de orde: bestudering van een aantal bijbelgedeelten, persoonlijke toepassing, verwerking in de groep, verdieping, gehoorzaamheid en gebed.

dr. Siebrand J. Wierda, Visie op de gemeente. Apeldoornse studies no. 42.Theologische Universiteit Apeldoorn 2001, 72 blz. € 6.- (abonnement € 10.- per jaar, tegen verschijning van twee deeltjes).

Voordat dr. Wierda beroepbaar werd in onze kerken (hij dient sinds medio 2001 de gemeente van Amsterdam), rondde hij zijn studie in Apeldoorn af. Daartoe werkte hij o.a. aan twee scripties in het kader van zijn hoofdvak gemeenteopbouw. Eén geeft een beschrijving en analyse van de Redeemer Presbyterian Church in New York City, de andere heet ‘Gezonden met perspectief. Naar een theologisch kader voor gemeentestichting vanuit een missionair motief in Nederland.’ Deze beide scripties zijn—en dat is best bijzonder—tot een Apeldoornse studie samengevoegd. De vragen die er in behandeld worden, zullen in onze en andere kerken van steeds meer belang worden; denkt u alleen maar aan de vragen voor het kerk zijn in de grote stad. Daarom is het toe te juichen dat we op deze wijze kennis kunnen nemen van dit werk van ds. Wierda.

ds. A. Moerkerken e.a. (red.), Ontboezemingen. 75 jaar Theologische School Gereformeerde Gemeenten. Uitg. Den Hertog Houten 2002, 180 blz. € 20.-.

In een voorname uitvoering, en met mooi fotomateriaal, verscheen een gedenkboek over de predikantenopleiding van de Geref. Gemeenten. Al lezend vergelijkt men onwillekeurig haar ontwikkeling met de onze, bijv. t.a.v. het wetenschappelijk niveau. Treffend is de worsteling die getekend wordt t.a.v. de vraag of een dergelijke opleiding nodig is. Het is menselijkerwijs te danken geweest aan de vasthoudendheid van ds. G.H. Kersten dat de school in Rotterdam aan de Boezemsingel (vgl. de titel van het boek) er mocht komen: niet minder dan 64 artikelen in zijn lijfblad De Saambinder v/aren nodig om een doorbraak op kerkelijk niveau te bewerken. En nóg waren sommigen zeer sceptisch tegenover een ‘domineesfabriek’. Zó vindt men de weerstand in onze eigen kerken niet; al in 1854 werd immers in afgescheiden kring de School in Kampen gesticht. Maar de vragen die er onder zitten, leven ook bij ons en mogen trouwens ook gesteld worden, over de verhouding tussen wetenschap en vroomheid namelijk.

Het aantal curatoren in ‘Rotterdam’ is hetzelfde als in ‘Apeldoorn’: negen, echter daar met drie ouderlingen i.t.t. bij ons.

In het oog springt het feit dat de docenten (ze worden in hoofdstuk 5 kort getypeerd) hun taak verrichten naast het gemeentelijk werk, zij het dat sinds 1974 dat laatste wél ondergeschikt is geworden (blz. 76v). Pas in 1996 kwam het tot één volledig vrijgestelde docent (naast de twee part-timers): ds. A. Moerkerken. Het is onvoorstelbaar dat de docenten deze combinatie aankonden; ze zullen ongetwijfeld zelf gezegd hebben: ‘in Gods kracht’.

Eerlijk worden de spanningen rond de opleiding, met name rond 1953 (de kwestie-Steenblok) vermeld. Ook deze opleiding ging door de diepten heen, maar mocht toch telkens weer Gods zegen ervaren. We complimenteren de redactie met deze uitgave.

Gerry Velema-Drent, Seksualiteit en mensen met een verstandelijke beperking. Uitg. Kok Kampen 2001, 77 blz. €8.15.

Of men het wil erkennen of niet, maar ook gehandicapten krijgen te maken in hun puberteit met ontwakende seksuele gevoelens; ook zij verlangen vaak naar een relatie en zoeken een weg daarin. En… ook zij krijgen te maken met ongewenste intimiteiten en zijn daar extra kwetsbaar in (zowel als dader als slachtoffer). Voor ouders en andere opvoeders is het een niet zo gemakkelijke taak om daarin te begeleiden. Daarvoor is allereerst nodig dat zij daar zelf mee in het reine komen en dat hun ogen hiervoor open gaan. Met het oog op dit alles is dit boekje (in samenwerking met ‘Dit Koningskind’) geschreven. Op een duidelijk én een ingetogen wijze neemt mevr. Velema-Drent (zelf moeder van een geadopteerd gehandicapt kind) ons mee in dit mijnenveld (toch wel). Daarbij spreekt grote eerbied voor de gave die de Here God in de seksualiteit heeft gelegd en de grenzen én de ruimte die daarmee samenhangen.

Een aanrader.

Niek Tramper, Het Woord in de kring. Praktische handreiking voor bijbelstudiegroepen. Uitg. Boekencentrum Zoetermeer 1999 (tweede druk), 136 blz. € 10.-.

Het feit dat een tweede druk gewenst was van bovengenoemde uitgave, onderstreept de noodzaak van een goede leidraad bij het leiden van bijbelkringen. Meer en meer nemen deze kringen een belangrijke plaats in in het gemeentelijk leven. Terecht wordt gesteld dat een goede kring ‘niet uit de lucht komt vallen’. Veel komt aan op de leider die oog heeft voor de structuur van het bijbelgedeelte, de betekenis van de woorden, de boodschap voor de hoorder. Maar dat niet alleen, in een kring spelen ook groepsprocessen die herkend en waar nodig bijgestuurd moeten worden: onderhuidse conflicten, dominante persoonlijkheden enz. Tenslotte dient er oog te zijn voor het liturgische deel van de bijbelkring: lied en gebed.

Over dit alles vindt u waardevolle informatie in dit boek. Het zal u echt helpen.

G. Roos, Méér dan een belofte. Tweeërlei kinderen des verbonds. Uitg. De Groot Goudriaan-Kampen 2001, 94 blz. €11.30.

De bekende redacteur van het Reformatorisch Dagblad bundelde—op verzoek—een aantal artikelen die eerder in De Saambinder (kerkelijk orgaan van de Geref. Gem.) waren verschenen. Het baart natuurlijk geen opzien dat hij dat doet in de overtuiging die in zijn kerken leeft, namelijk dat ‘het verbond der genade in zijn wezen de uitverkoren kinderen van God geldt’ (blz. 26, vgl. blz. 34). En het is goed dat hij die opvatting meet aan die van andere kerken, o.a. de onze (blz. 40).

Minder mooi vind ik het wanneer één bladzijde in dat kader verder wordt gesteld dat ‘tal van predikanten van heden al lang het verschil tussen schenking en deelachtigmaking vergeten’. Dat is een ernstige beschuldiging, en aangezien er veel noten in het boek zijn opgenomen, was hier zeker een verantwoording op zijn plaats geweest. Ook datgene dat direct daarna over de Geref. Kerken (vrijg.)—op dezelfde wijze—wordt gesteld, is zeker op dit moment te kort door de bocht, en niet gemeten aan recente publicaties. Dat ontsiert de inhoud; en dat is jammer, want de zaak waarom het gaat en die in de ondertitel wordt aangeduid, is gewichtig genoeg om serieus genomen te worden.

ds. W.J.J. Glashouwer e.a., De les van de vijgenboom. Bijbelstudies in het licht van de wederkomst. Uitg. Groen Heerenveen 2001, 86 blz. € 11.35.

Het is een goede gedachte om, uitgaande van de rede van de Heiland over de (tekenen van de) wederkomst, zoals die staan in Matt. 24 en Marc. 13 (met name), een aantal artikelen te bundelen tot een boekje over dit thema. Eerder verschenen deze artikelen als bijbelstudies in Christenen voor Israël-Aktueel. Men kan van het boekje veel leren ter voorbereiding op deze grote komst van de Heiland; gespreksvragen verhogen de bruikbaarheid nog eens. Dat wil niet zeggen dat men altijd overtuigd is of tevreden. Wat het laatste betreft noem ik de bijdrage over de valse profeten (blz. 27 e.v.) die veel meer toegespitst had mogen worden geschreven; wat het eerste betreft, denk ik aan het gedeelte over ‘gans Israël’ dat behouden zal worden (blz. 62 e.V.). Men kan wel schrijven dat we dat ‘niet moeten benaderen met onze eigen theologische gedachten’ (blz. 64), maar minimaal moet dan toch wel bijv. een tekst als Rom. 9:6 besproken worden.

ds. C. den Boer, 2 Thessalonicensen en Filemon. Uitg. Kok Kampen 2001, 157 blz. € 12.20.

Met dit boek is de reeks bijbelstudies over de brieven van Paulus, die ds. Den Boer in 1985 begon, tot een einde gekomen. Men mag in zekere zin wel van een levenswerk spreken! Aan elke bijbelstudie zijn gespreksvragen toegevoegd, hetgeen de bruikbaarheid ten goede komt. De auteur heeft in deze jaren velen een dienst bewezen met de vruchten van zijn studie. Ook dit boek zal zijn weg zeker vinden, in bijbelgespreksgroepen, bezinnende gedeelten van kerken-raadsvergaderingen e.d.

Corja Menken-Bekius, Werken met rituelen in het pastoraat. Uitg. Kok Kampen 2001, 167 blz. €12.50.

Dit boek is een praktische uitwerking van het proefschrift dat de auteur (pastoraal supervisor en docent pastorale psychologie aan de UU) een jaar eerder verdedigde. De roep om rituelen neemt toe, ook in orthodox-protestants Nederland. We hebben ze altijd al gekend; doop, avondmaal, zegen en groet. Maar langzamerhand komt de vraag op naar godsdienstige rituelen bij bijzondere gebeurtenissen. In een aantal voorbeelden noemt de auteur er enkele: bijv. een ritueel rond een scheiding van man en vrouw, rond het afscheid nemen van een vader die incest pleegde, rond een ziek hondje.

Het lastige van dit boek is dat men soms aanvoelt dat een godsdienstig ritueel in enige situatie op z’n plaats kan zijn, maar dat men al lezende niet verder komt in de vraag: wat is de bijbelse ruimte en de bijbelse grens in dit alles? Er is wel een theoretisch gedeelte dat aan het praktische vooraf gaat, maar dat kan daarin niet bevredigen.

Th. J.M. Naastepad, Van horen zeggen. Uitleg van het boek Deuteronomium. Uitg. Ten Have Baarn 2001, 377 blz. €18.10.

Opnieuw verscheen uit de geestelijke nalatenschap van de R.K. theoloog Naastepad een bijbelverklaring, nu van het boek Deuteronomium. En uit het voorwoord blijkt dat het einde er nog niet is. Men leze dit boek in het kader waarin de auteur het plaatste: als een boek dat eeuwen na Mozes is samengesteld, voor een volk dat in ballingschap vervreemd is van Mozes en daarmee van zijn geestelijke wortels. Die tijdsbepaling zal onder ons de nodige discussie geven; niettemin is de geestelijke boodschap die Naastepad in dit kader in zijn preken nalaat scherp en indringend. Dat maakt dat lezing van dit boek opscherpt en tot nadenken dwingt. Een voorbeeld: in de preek over Deut. 1:19–33 komt vers 30 aan de orde: De HERE uw God zal voor u strijden. De vraag klinkt of wij geen zoon van deze Vader willen zijn; ‘Zal het woord ‘zoon’ niet alle weerstand breken?’

En zo komen we bij de kern van de zaak: de Zoon van God die strijdt en overwint.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.