+ Meer informatie

e geschiedenis van het in vogelvlucht

13 minuten leestijd

. Over de gCiSchiedenis van het glas' ,is veel geschreven, veel antiek ghas is afgebeeld en veel ervan is in maseai te zien. Wanneer men zich daarvoor gedurende een reeks van jaren heeft geïnteresseerd, komt er een draag om daarvan mee te döIen .aan anderen, die om vsrachilende redenen niet in de gelegenheid waren daarvan kennis te nemen

Wij denken hierbij aan het geestige geschrift van Wenaneus Buning „Een boekje van het glas", uitgegeven door de Centrale Vereniging van' Nederlandse Wijnhandelaren. De captain in dit iboekje, een man die vele Jaren in de havens van alle zeven zeeën scherp uit zijn ogen heeft gekeken, spreekt met zijn jonge gast over oude glazen. De zeerob is een waar docent in wat hij noemt „de v/ijsbegeerte van het ^as". Proefondervindelijk wil hij zijn kennis op die jonge man overhevelen. „Captain", zegt .de gast Er is tegenwoordig- ooik goed glas te tenslotte, „bewijs me niet ai te veel. koop. We hebben het aldoor over het verleden gehad". De oude kijkt over zijn bril an antwoordt: „Zou jij iemand de ware beginsseien van de poëzie of de schilderkunst kunnen uitlegen', als je eerst bij onze tijd begon? Nee, niet waar? En wat bewijs ik je? • Ik 'iaat ze proeven en kijken, de rest ' mag je zelf overleggen Je spreekt me trouwens veel te wednig tegen voor een jongm«is van deze tijd."

Hieronder volgt dan een beknopte beschrijving der geschiedenis van het glas, een geschiedenis, die niet minder dan 50 eeuwen telt.

Egypte

De oorsprong van het glas verliest zich in de grijze oudheid. Men spreekt .gewoonlij'k van Egypte als bakermat van' het glas, alwaar ver voor onze jaartelling glazen kralen werden vervaardigd. Of de Egyptenaren' het glas uitgevonden of ontdekt hebben, of ovei^enomen van een andeire of oudere cultuur is niet met zekerheid te zeggen. Hoe het ook zij, de oudste glazen voorwerpen die wij kennen zijn afkomstig uit Egypte. De talrijke opgegravöi en in graven ge' vanden voorwerpen zijn tolken van een vengevoroerde giLaskunst. De blaastechniek was echter nog niet bekend. 'Bekers, vazen en pulletjes-uit die tijd zijn dan ook niet geblazen, maar gewomid om een kern van klei. Het 'glaswerk is dikwandig en het iirwendige oppervlak ruw,, waaruit blijkt dat een lemen kern is gebruikt. Kleurloos glas -vras toen' nog ntet bekend'. lEen' collectie oud Egyptisch glas is te bezichtigen in het Rijksmuseum van- Ojidhedten te Leiden.

Bktaspijp

De uitvinding van de blaaspijp en de techniek van het glasblazen zijn van later tijd. Waarschijnlijk omstreeks het 'begin van onze jaartelling uitgevonden door de Feniclërs. Zij woonden laan de N.O-lkust der Middellandse Zee. reliëfglazen deze uitvinding was de eerste schrede gezet op de weg naar massproduktie, waarvan de Sydonische rel'ieiglazen de eerste voortbrengselen moeten zijn geweest, in een vorm van klei kon men een. aantal igeHjkvönmige voorwerpen 'blazen.

Alexandrië

In Alexandrië, aan een der monden van de Nijl gelegen, gunstig voor zeeexport moet voor het eerst kleurloos glas zijn gesmolten. Het glasblazen is er tot grote bloei gekomen. De Alexandrijnse glasblazerijen -voorzagen de gehele Romeinse -wereld van glas. In het begin der Ie eeuw verhuist de glaskunst naar de Romeinen. Glas »l5 zandloper.

Rome

De Romeinen bouwen voort op de beginselen der A'exandrijnse techniek en geraakten toi grote vervolma'kdng. Zij kenden reeds de „Uberfang"-techmek, het overvragen van glas, -het verwerken van diverse kleuren over elkaar. Zij slepen de bovenste lagen gedeeltelijk weg en verkregen zodoende voorstellingen in verschillende kleur en reliëf. Een van de mooiste voorbeelden van deze techniek is de z.g. Portlandvaas, die in het British Museum te Londen is te bewonderen.

Het materiaal glas werd in het oude Rome veelvuldig gebruikt: drinkgerei, schalen, kannen, ikruiken, flessen, vazen, urnen en dozen en dat alles in verschillende vormen. Rome wordt beschouwd als de leerschool van de middeleeuwen.. Vanuit Rome zijn reeds in de eerste eeuw elders in Europa glasblazerijen ontstaan. Een te bezichtigen in het Rijksmuseum Kam te Nijmegen.

Belialve in Rome en Fenicië kwam in oude tijden die glaskunst tot ontwikkeüng bij de Perzen en Islamieten. De Perzen met een geheel eigen emaiileerkunst, de Islamieten' met een fraaie slijptechniek. Voorbeelden van Islamitisch glas vindt men in het Gemeentemuseum van 's-Gravenhage. Vanuit Rome verspreidde de kunst zich naar het Rijnland, Gailldë, Spanje en Engeland. Keuieni -werd een Glas als wandvcrsiering. centrum van de Rijnse glasblazerijen.

Byzantium

Na de Romeinen volgen de Byzantijnen die de kunst onderhiei'dten en de glasmozaïeken brachten. Toen Constantij-n de Grote zijn zetel van Rome naar Byzantium verplaatste, verplaatste zich de glasnijverheid naar de Bosiporus en werd daar vlijtig beoefend. De mozaïektahleaus, samengesteld uit duizenden stukjes gekleurd glas, zijn. een uiting van oud-Christélijke kiHi'St. In Ravenna vindt men nog heden de ongeëvenaarde schoonheid van Byzantijnse oorsprong. De oudste mozaïeken dateren uit de eerste helft van de 5e eeuw.

Frankisch glas

Hoewel kwalitatief en technisch mindter dan het Romeinse glas, heeft het door zijn een-voud een bijzondere bekoring. Bij de oj^ravingen van een Frankisch grafveld bij Rhenén in 1951 is een Ideine collectie uit de tijd van ongeveer 600 jaar na Christus ge-vonden, bestaande uit kralen, spinschijfjes, 'bekers en konumetjes. De' bekers hebben een bolle bodem of zijn van onderen voorzien van een ronde of platte knop met een kleine middeïl'ijn, zodat zij niet kunnen staan. Een typisch Frankische beker, waarvan de voorloper echter reeds bij het laat-Romeins wordt aangetroffen, is een beker met slurfjes of snuitjes, waaraan Duitse onderzoekers de naam „Rüsselbecher" hebben gegeven. Het bij Rhenen gevonden exemplaar heeft slechts een rij van Glasblazer aan het werk. die langgerekte slurfjes, maar in het buitenland zijn er gevonden met twee of drie rijen, gedeeltelijk tussen en boven elkaar. Het is opvallend dat het opgegraven Frankische glas minder geïriseerd is dan het Romeinse.

Venetië

Na de val van het Oost-Romeinse rijk verhuisden glasvaklieden naar Venetië. De bloeitijd van de Venetiaanse gl-askunst is ge-weest van het begin der dertiende tot de zeventiende eeuw. In het laatst van de dertiende eeuw werd de gl'asnijverheid Op last van hogerhand verplaatst naar het nabij gelegen eiland Murano. Naar het heet, om gezondheidsredenen en brandgevaar. Het feit, dat de Dogen'-republiek uit het monopolie van het glas belangrijke inkomsten genoot, zal aan de gedwongen verhuizing naar een eiland zeker niet vreemd zijn geweest.

Mufaflo werd een glaseiland met eigen wetten en privüeges. Uitwijken en verraad van vakgeheimen werd met de dood gestraft. In een krachtig venbooid werd de glaskiunst tot ongekende hoogte opgevoerd. Vakscholen van 2 maal 4 leerjaren bekwaamden de leerlingen^ tot meesters in het gilde. Het fraai gevormde, duijgeblazen en prachtig gekleurde 'bolglas uit die tijd, vaak kunstig versierd, getuigt van een meesterschap in de glaskunst. Gedurende de 16e eeuw bereikt 'de Venetiaanse kunst haar hoogtepunt; aan het einde dezer eeuw komt het verval. Ook in onze tijd kan men na -verval en opbloei de handwerkkunst van Murano bewonderen, vleugeltjes en krullen, waardoor het Naast het speels versierde met oren, Zuidelijke glas zich kennierkt, krijgt ook 'het eenvoudige en strakgelijnde een plaats.

Bohemen

Na het verval van Venetië wordt Bohemen een belanigrijk glascentrum. Waarschijnl'ijk om-dat de glassmelters daar zuiverdere grondstojSen ter beschik'fcing hadden dan in Venetië, ontstaat daar een glassoort van grote helderheid. De slijpikunst werd opgevoerd en tot grote bloei gebracht. Het zogenaamde Boheemse kristal is om zijn helderheid beaxiemd geworden. Rijk en dmk gesl-epen heeft het zich lange tijd gehandhaafd, doch in later tijd is tengevolge van een verandering in esthetisiohe waardering zijn roem getaand. Het glas was achtergrond van het overvloedige sUjpsel geworden, zoals het linnen bij een schilderstuk. Eerherstel is in Bohemen hoofdzakelijk te danken aan de kunstnijverheidsschool te Praag en de vakscholen -voor de glasindustrie te Eisenbrod, Haida en Steinschonau.

Engeland

In het begin der zeventiende eeuw begon men in Engeland om ontbossing te voorkomen, de smeltovens in plaats van met hout, met steenkool te stoken en in 1676 -voegde men loodoxyde aan het glasmengsel toe, waardoor een' glassoort ontstond van prima kwaHiteit. Het werd gesmolten in potten, die door vorm en samenstelling uitmuntten waardoor zij bovendien in staat waren rein kristal te ïmelten. Van die tijd af breidde de glasnijverheid in Engeland zich snel \iit; in plaats -van importeurs werden zij exporteurs. Het werd ook in ons land ingevoerd en dan versierd.

Frankrijk

In Frankrijk werd ook reeds in de Romeinse tijd holglas gemaakt, maar de roem der Fransen ligt meer op het gebied van het vakglas en de brandschüderkunst. .Reeds in de twaalfde en dertiende eeuw stijgt het glasschil'deren tot een niveau dat later nooit meer is bereikt. Chartres was daarvan het middelpunt. Het vlakglas ligt echter buiten ons bestek.

Zweden

In de zestiende en zeventiende eeuw werkten in Zweden Italianen met Hollanders en Duitsers. De kwaliteit bereikte echter nooit het internationale peil. Eerst in onze tijd heeft door het baanbrekende werk van de glasfabriek Orrefors, het Zweedse glas bekendheid verworven.

Duitsland

Reeds sinds de vroege middeleeuwen kende Duitsland een goed ontwikkelde glasindustrie. Het Duitse glas was aanvankelijk onzuiver en groen getint, doch harder en minder breekbaar dan het Venetiaanse. Langzamerhand werd het verbeterd, zodat het aan het einde der zeventiende eeuw de Venetiaanse industrie overvleugelde. Zoals de Venetiaanse republiek de glasfabricage steunde, geschiedde dit op hvn beurt door de Duitse vorsten. Wat de vormge-ving betreft is de invloed van Venetië in Duitsland en vooral in de Rijnstreek minder dan elders in Europa. De vormgeving is meer praktisch, meer overwogen dan bij het Venetiaanse glas. De volksaard komt ook hierin tot uiting.

In het Rijnland werd reeds in de tijd der Romeinen glas gesmolten, maar de herleving vond plaats in de vijftiende en zestiende eeuw. Van de modellen uit het Rijnland noemen wij: het egelglas, de krautstrunk, het pass-glas en de berkomeijer.

Het egelglas, breed en kort, en d krautstrunk, lang en smal, zijn bekermodeUen met aangezette voet en versierd met noppen. Het pass-glas, eveneens met aangezette voet, heeft geen noppen, maar is door glasdraden ringvormig onderverdeeld. Men ziet zo een glas op het schilderij, voorstellende Rembrandt. en Saskia. De onderverdeling met ringen, later uitsluitend versiering, had oorspronkelijk een bepaald doel. Het ging van hand tot hand en ieder van het intieme gezelschap dronk een hoeveelheid wijn van ring tot ring. De berkemeijer heeft een breed been, dait met de kelk een 'geheel vormt. Tegen het been zijn glasdruppels gedrukt, die puntig eindigen', later met ingeperste moerbeimotieven en maskers. Bij de oorspronkelijke modellen is de holle -voet kunstig samengesteld uit glasdraden. Van de berkemeijer zagen wij in het Rijksmuseum te Amsterdam een uitgebreide collectie, glad en gegraveerd, igroen in diverse tinten, een enkel exemplaar in staalblauw. Als kenmerkend Duits moeten ook de humpen worden genoemd, grote cilindervormige bekers, versierd met emaiileverf. De negentiende eeuw brengt de overheersing van het Duitse 'glas en de t-wintigste eeuw de grote vervolmaking van de Amerikaanse 'glasindustrie.

Ons land

Hoewel;» ons' land reeds -vroeger glas werd gesmolten, is de glasnijverheid pas in de zeventiende eeuw vani enig belang ge-worden toen hier Italiaanse vaklieden werkten. Zij vervaardigden een- beter produkt dan dat er vroeger werd gemaakt. Het is

Voorheen werd vaak Venetiaans spiegelglas als ruiffn "ph-irkt

„Variaties op één thema": opmerkelijk is de tegenstelling tussen het breekbare tere glas en de tijdloze ste-vig gebouwde kerk. merkwaardig, dat zich In ons land uitgeweken Muranezen vestigden, terwijl glasblazers in de omgeving van'tLuiik.t'Uit Alte?^-^ bij Genua — afkomstig waren, waar de vaklieden meer vrijheid van beweging hadden dan in *'glazen kooi te Murano.

De oudste 'glasblazerijen vond men in Middelburg (1581) en Amsterdam (1597). In de Zuidelijke Nederlanden waren Luik en Antwerpen de belangrijkste glascentra. In de zeventiende eeuw werd veel glas uit Venetië geïmporteerd, maar ook wel eigen fabrikaat voor Venetiaans van de hand gedaan. Hoewel er in hoofdzaak naar Venetiaans model werd gewerkt, is ia de vormgeving invloed uit het Rijnland te zien. De geestige fluiten, met en zonder vleugeltjes en de „drinkuit", een flultvormig glas zonder voet, zijn wel Nederlands, maar behoren toch oorspronkelijk tot de collectie uit Venetië, terwijl modellen als de berkemeijer uit het Rijnlland afflcomstig zijn.

Naast de verzamelingen in de musea zijn schilderijen een levendige docum.entatie, niet alleen om te raadplegen -welke modellen er in die tijd werden gebruikt, maar ook hoe ze werden gebruikt. Merkwaardig is het, dat men het drinkglas bij het drinken niet vasthield aan het been, maar aan de voet. Men ziet het duidelijk op de doeken van Jan Steen en Frans Hals en heel duidelijk op een A. van der Velde. Zie voor de modellen ook de stillevens van Heda, A. van Beijeren'en Kalf.

In de achttiende eeuw kwam de Nederlandse glasindustrie in verdrukking. Er werd van Oost en West ingevoerd en de glasblazerijen gingen zich- beperken tot het maken van •flessen, wat verband hield met de opkomst 'der jeneverstokerijen. Aan het einde der achttiende eeuw waren in ons land nog slechts 7 glashutten in gebruik, waarvan aUeen in 's-Hertogenbosch drinkglazen werden geblazen; de andere hutten maakten alleen z.g. zwartglas, d.w.z. groen flesseglas. De glasblazerijen werden en -worden nog wel glashutten genoemd naar de vorm der gebouwen waarin -werd , gewerkt. Zij kenmerkten zich tot Ongeveer 1900, toen oveninstalaties van moderne constructie werden gebouwd, door een lang.typisch puntdak. . Prof. Hudig geeft in zijn dissertatie een lange lijst van steden met tijdvakken waar en wanneer oudtijds in ons land glas werd geblazen. Al die namen en data schijnen meer dan het in werkelijkheid was. Gaan wij de geschiedenis na, dan blijkt dat het in liet algemeen gesproken een lijdensgeschiedenis is geweest. De glasindustrie, opgekomen na 1850, heeft ook moeilijke jaren doorgemaakt, maar is thans vcmr ons land van grote betekenis, omdat zij voorzl'et in een grote reeks aiitikelen die voor de samenleving zo goed als onmisbaar zijn.

Christen-officieren:

De WDM kan volgens „Spes" nog nuttig werk doen voor zijn leden en een goede bijdrage leveren via belangenbehartiging en bewustmaking, maar de redelijkheid moet voorop blijven staan. Het blad „Spes" prijst ex-voorzitters van de VVDM, die met beide benen op de grond bleven staan. Hun activiteiten hebben er toe geleid," dat „het autoritaire, totalitaire en patriarchale Nederlandse leger" meer- dan voorheen binnen de samenleving kon wordjn getrokken.

Valt er o-ver de Hollandse glaskunst van de oude tijd niet veel roemrijks te verhalen, de glassierkunst, -vooral tn de zeventiende en achttiende eeuw, was niet zander vermaardheid en wel om de wijze waarop men het 'glas met de diamant versierde en later ook op het wiel. Onder hen die in deze kunst zeer bedreven waren, worden genoemd Wi'Uem Jacobs van Heemskerk en de beide dochters van Roemer Vls"!(^her: Anna' en Maria Tesselschade. , Onder de glasgraveurs van . naam noemen we Frans Greenwood, geboren in 1680 te Rotterdiam' en David Wolf, geboren in 1742 in 's-Hertogenbosch, bekend door hun stippelmethode met de diam-ant. De „Wolfglazen" zijn' beroemd geworden. Dit werk bereikt inderdaad een graad van perfectie.

Aan hen die belang stellen in het gels en zijn interessante geschied'enis, kunnen- wij het bezoeken van musea ten zeerste aanbevelen. In het bijzonder vestigen wij de atandacht op het Nationaal Glasmuseum te Leerdam, dat in de korte tijd van zijn bestaan reeds een internationale bekendheid heeft verkregen en zich in een steeds groeiende belangsteli-tng mag verheugen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.