+ Meer informatie

Dwaling en Leertucht

5 minuten leestijd

In vorige artikelen hebben we getracht, aan te tonen, dat verschillende secten hun bestaan te danken hebben aan „de verabsolutering van een deelwaarheid, " dat wil zeggen dat een leerstuk, dat in de ogen van een bepaalde groep lange tijd veronachtzaamd is, door die groep plotseling wordt onderstreept en alle aandacht in beslag gaat nemen. Op het gevaar van eenzijdigheid, waaraan geen enkele secte ontkomt, wezen we reeds herhaalde malen. Het „drijven" van één bepaalde waarheid ten koste van andere facetten van de gehele waarheid leidt gemakkelijk tot dwaling.

De officiële kerk heeft dus tot taak de waarheid als geheel ongerept te bewaren. Van vrijzinnige zijde moet de orthodoxie nogal eens het verwijt aanhoren dat ze beheerst zou worden door dogma's en leerstukken, waarbij de Bijbelse boodschap op de achtergrond zou komen. Dat verwijt is onbillijk, mits de dogmatiek op de Bijbel gegrond is en van de Bijbel afgeleid. Een geloofsgemeenschap is ondenkbaar zonder leerstellingen. De dogmatiek is een gedeelte van de theologie die niet afzonderlijk en op zichzelf staand beoefend mag worden, maar altijd afhankelijk van de exegese.

De Roomse Kerk doet dat niet. Naast en boven de Heilige Schrift heeft zij de traditie als kenbron van de openbaring. De kerken van Gereformeerde signatuur in ons land hebben een gemeenschappelijke belijdenis in de vorm van de „Drie Formulieren van Enigheid", namelijk de Nederlandse Geloofsbelijdenis, de Heidelbergse Catechismus en dc Dordtse Leerregels (ook wel genoemd de Vijf Artikelen tegen de Remonstranten). Wie deze geschriften discutabel stelt mag geen aanspraak maken op de naam „Gereformeerd" (in de zin van „Reformatorisch"). Hoewel deze geschriften door mensen zijn opgesteld en als zodanig nooit gelijk gesteld mogen worden met het Woord van God, zijn ze ontstaan in de wordings-en bloeiperiode van het Gereformeerde Protestantisme en daarom eeuwenlang door de Kerk als maatstaf erkend tegenover de voorkomende dwalingen.

In de tijd dat de leertucht in de vaderlandse kerk gehandhaafd werd (tot de synode van 1816) werd iemands rechtzinnigheid beoordeeld naar deze belijdenisgeschriften. Onder de synodale organisatie, door Koning Willem I wederrechtelijk ingevoerd, was de belijdenis, hoewel niet afgeschaft, in de praktijk krachteloos geworden. Wel sprak artikel 9 van het Algemeen Reglement over de handhaving der leer, maaide vele kerkelijke procedures in de 19de eeuw, de leer betreffende, bewijzen afdoende dat de besturen zelf niet wisten, wat zij onder „leer" hadden te verstaan.

Dat mensen die de Gereformeerde belijdenis lief hadden, mede om die reden, de kerk der vaderen hebben verlaten, is te verklaren.

De kerken der scheiding (Ger. Kerken, Chr. Ger. Kerk, Ger. Gem. enz.) wensen de belijdenisgeschriften gehandhaafd te zien. (Dat de Ger. Kerken wijzigingen hebben aangebracht in de N.G.B. gaan we nu maar voorbij). In deze kerken

wordt de rechtzinnigheid van de predikanten nog altijd getoetst aan de Drie Formulieren van Enigheid.

De Nederlandse Hervormde Kerk vormt een probleem op zichzelf. Na anderhalve eeuw heeft men nog steeds niet na-' der weten te omschrijven, wat men onder „leer" wenst te verstaan. De nieuwe kerkorde heeft dat probleem opnieuw aangesneden; de Hervormde Kerk gaat weer ernst maken met haar belijdenis. Of die belijdenis alle richtingen in de kerk zal weten te verenigen, is zeer de vraag. De midden-orthodoxen en de vrijzinnigen nemen genoegen met de clausule „in gemeenschap met het belijden der vaderen, " de oud-confessionelen en de Ger. Bonders eisen dat de kerk zal gaan belijden „in overeenstemming met het belijden der vaderen."

Nu moeten we voorzichtig zijn met de bewering dat in de Herv. Kerk waarheid en dwaling gelijke rechten hebben. De Chr. Ger. Kerk had er weinig moeite mee onlangs op haar synode te Apeldoorn de Herv. Kerk voor een „valse kerk" te verklaren. De Ger. Gem. heeft dit nooit voor zijn rekening durven nemen; de Ger. Kerken hebben het voorheen ook betoogd, maar hebben hun houding gewijzigd. De leugen heeft géén recht in de Herv. Kerk; deze kerk heeft de belijdenis nog onverminkt bewaard, al wordt ze door het grootste gedeelte van haar leden niet geaccepteerd. Maar alleen de waarheid is legitiem in de Herv. Kerk, de leugen heeft er geen rechten anders zouden mensen, die de waarheid nog liefhebben, niet meer in die kerk kunnen blijven. De waarheid weer de plaats te geven, die haar rechtens toekomt, hebben de Gereformeerde belijders in de Herv. Kerk zich tot taak gesteld. Pas wanneer de belijdenis, die nu van haar kracht is beroofd, weer gaat functioneren, kan de dwaling bestreden worden. Zullen zij daarin slagen?

Leertucht is dus niet zomaar een willekeurige beheersing van de kerk door een aantal dogma's, maar de noodzakelijke leiding en discipline over de leer der kerk, om haar tegen dwaling te behoeden. De apostel Judas geeft cle gelovigen de opdracht „te strijden voor het geloof dat eenmaal de heiligen overgeleverd is", omdat er „mensen ingeslopen waren die cle enige Zaligmaker verloochenden."

Aan te tonen clat leertucht is een kerk het enige middel is om cle dwalingen te bestrijden, was de bedoeling van dit artikel. Dat we daarbij vooral cle Ned. Herv. Kerk, waarin het leertuchtprobleem bijzonder actueel as, als voorbeeld gekozen hebben, laat zich gemakkelijk begrijpen.

N.B. Voor een bredere studie van dit belangrijke onderwerp verwijzen we gaarne naar de dissertatie van Dr. W. Volger: „De leer der Nederlandse Hervormde Kerk" (T. Wever, Franeker) en het vervolg daarop „Om de vrijheid van de kerk" (met cle daarin opgegeven literatuur).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.