+ Meer informatie

Ds. Gezelle Meerburg De boeteprediker van hef lond von Altena

4 minuten leestijd

8

Nu gaan we luisteren naar Ds. Gezelle Meerburg op de kansel: „..... Ik heb dit (d.i. het niet-opgeven van een gezang) niet gedaan uit een vooraf beredeneerd plan tot afscheiding — God weet het! Ik deed het niet uit zucht tot navolging van anderen — God weet het! Ik deed het niet met het voornemen om mij tegen de kerkelijke bepalingen te verzetten, maar ik deed het om de eer Gods. Ik betuig voor God en de gemeente, dat ik het opgeven der gezangen heb nagelaten om de eer Gods en om de stichting der gemeente te bevorderen; immers indien ik ook een voorstander der gezangen was, dan zou ik nog om de wanorde en onstichting, welke alhier plaats had, de gezangen niet mogen laten zingen”.

In deze preek spreekt hij ook van degenen die tegen hem bezwaren hebben ingediend en zegt dan: „Ik haal dit niet op omdat ik enige vijandschap jegens hen in mijn hart gevoel of hen met hatelijke woorden zal toespreken, maar ik vraag hun of zij op hun sterfbed..... zullen kunnen zeggen, dat de eer Gods, de stichting en welvaart der gemeente en van hun behoeftige dorpsgenoten hen alleen op het hart gewogen heeft.....”

Dat Gezelle Meerburg zijn afzetting uit het ambt niet gezocht heeft, blijkt niet alleen uit zijn woorden. In zijn wandel toonde hij ook de afkeer van het zoeken van een conflict. In de gemeente van Almkerk en Emmichoven waren er wel, die op een andere wijze de strijd wilden strijden. We willen niet graag de gemeente idealiseren, al weigeren we overigens te geloven het oordeel van Ds. C.W. Pape: „.... Almkerk is een wespennest, vol van canaille (gepeupel) en bekendalsoproerig...” Wie iets weet van de spot met de „kleine luyden” van de zijde der vijanden neemt dit oordeel niet zo heel ernstig. Evenwel dit neemt niet weg, dat er zeer zeker meer dan éé ’t was kort vóór zijn afzetting — dat achter in de kerk op een zondagmorgen een manstondmeteen vreemd voorwerp in zijn hand. Het gerucht was door het dorp gegaan, dat die zondag de geliefde predikant door de gewapende macht van de kansel gehaald zou worden. Nu was het de bedoeling van die man achter in de kerk om zodra dit zou gebeuren er op in te hakken. De volgende morgen kreeg deze echter bezoek van Ds. Meerburg, die hem ernstig vermaande om niet zo te strijden. Gewezen werd op het Woord Gods: „Niet door kracht, noch door geweld, maar door Mijn Geest zal hetgeschieden”.

Dit kleine voorval laat zien, dat hij getracht heeft vreemd vuur te weren. Trouwens zijn later leven heeft het wel geopenbaard, dat hij niet de man was die tweedracht, sekten en muiterij in kerkelijke regeringenbegeerdeaan te richten. Zo luidde wel het vonnis. Maar dit oordeel getuigt niet tegen hem, maar tegen hen, die zonder naar de eisen van Gods Woord te vragen dit bekrachtigd hebben. En nog eenmaal willen we luisteren naar zijn eigen getuigenis: „... Er is ons wel eens tegengeworpen, dat wij het uiterste hadden moeten beproeven en op het voorbeeld van Luther hadden moeten wachten tot men ons uitwierp. Dit was ook mijn oordeel en daarom heb ik alle middelen beproefd, alle wegen ingeslagen, om, indien mogelijk, te kunnen blijven waar ik was. Ik deed dit dikwijls onder lijden en een terneergedrukt gemoed: doch vruchteloos; men wierp mij uit...”

Na de afzetting volgde een tijd van veel beproevingen voor de gemeente van Almkerk en Emmichoven, en Gezelle Meerburg. Al de eerste zondag volgend op dit droevig kerkelijk vonnis kwam de marechaussee met de burgemeester van Almkerk zowelbij de gemeenteleden als bij Ds. Meerburg. Iederevergadering van meer dan negentien personen moest uit elkaar gaan. Aangevuurd door kerkelijke besturen probeerde men op allerlei mogelijke manieren de samenkomsten der afgescheidenen tegen te gaan. Een artikel uit de Grondwet van 1815 en uit het Wetboek van Strafrecht waren genoeg om dit te rechtvaardigen. En van de gemeenten in Noord-Brabant heeft deze wel het meest in de treurige vervolging moeten delen.

Gezelle Meerburg werd reeds spoedig door de kerkvoogdij gelast om de pastorie te verlaten binnen zes weken. Een verzoek om verlenging van deze termijn baatte niet. Hij moest eruit. Heel kort na die tijd kwam de inkwartiering van soldaten, die op bevel van de overheid juist bij de „seperatisten en hun aanhang” werden ondergebracht.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.