+ Meer informatie

MATERIALISME ALS MENTALITEIT

9 minuten leestijd

Het gaat goed in Nederland. Het consumentenvertrouwen is nog nooit zo groot geweest als in de afgelopen maanden. De werkloosheid is het laagst sinds 1963. De koersen van de Nederlandse aandelen zijn het afgelopen jaar met gemiddeld 40% gestegen. Bedrijven gaan steeds meer samenwerken of nemen andere bedrijven over. Het ondernemersvertrouwen in de groei van de industriële productie is nog nooit zo hoog geweest als in de afgelopen maanden. Ons poldermodel, een model van lage inflatie en stabiele salarissen, sterke groei van banen, scholing en verhoging van de bedrijfswinsten en een forse toename van de export is bekend over de grenzen. Grote landen zoals Frankrijk, Spanje en Duitsland roemen ons landje als voorbeeld van duurzame groei, stabiliteit en vooruitgang. Het is een tijd van uitbundige welvaart, van genieten van dingen die zich aandienen. Het is ook een tijd waarin alles verandert. Wat vandaag in is en als belangrijk wordt ervaren is morgen uit en afgeschreven. Trends worden overschaduwd door andere trends en er zijn zelfs trendwatchers die bedrijven adviseren, welke modeverschijnselen er over enige tijd gangbaar worden, zodat er tijdig op de vraag kan worden ingespeeld. Niet alleen de ouderen en middengroepen zijn economisch van belang in onze 24-uurs economie, maar ook de jeugd wordt volop gezien als doelgroep om de ecomische groei te stimuleren. Zij zijn de groepen die nu, maar vooral straks, volop geld hebben te besteden. In Amerika wordt de jeugd volop bestookt met folders en ander reclamemateriaal om hun spaargeld, al is het nog zo weinig, te beleggen in herkenbare Amerikaanse bedrijven om te delen in de winst en in de toenemende welvaart. De jeugd wordt zo gestimuleerd om de belegger van morgen te worden. In Nederland zal zoiets de komende jaren ook plaatsvinden.

De huidige econische groei lijkt te mooi om waar te zijn. Toch zullen velen van u de afgelopen jaren in de portemonnee gemerkt hebben dat het economisch goed gaat. Mocht u geen groter huis gekocht hebben of de hypotheek hebben verhoogd, dan zult u misschien wel een nieuwe auto hebben aangeschaft. Is dat niet van toepassing, dan zult u wel gemerkt hebben aan de vakantie of aan het eten en drinken dat alles royaler was dan voorheen. Wat dat betreft heeft de welvaart aan bijna ieders deur geklopt en de meesten van ons hebben die deur gretig geopend. Helaas is er ook een grote groep mensen die niet heeft gedeeld in de welvaart. Die met verbittering en jaloersheid toekijken hoe anderen hun toename van welvaart uitbundig laten zien of in de krant lezen hoe mensen met veel genoegen hun koers- en optiewinsten verzilveren. Hoe topmanagers binnen een bedrijf, waar honderden mensen werken, met miljoenen naar huis gaan vanwege de riante optieregelen. Regelingen die ten doel hadden om mensen te binden aan een bedrijf, maar uiteindelijk tweespalt binnen dat bedrijf veroorzaken. Nu hoeft het verschijnsel van toenemende welvaart en rijkdom niet afgekeurd te worden. Ook in de bijbel zijn er voorbeelden genoeg van mensen die in rijkdom en welvaart uitzonderlijk toenamen. Uitdrukkelijk wordt daarbij meerdere malen aangegeven dat het uit Gods hand is.

Heden ten dage wordt bij de toenemende welvaart steeds meer een vraagteken gezet bij Gods voorzienigheid. Er ontbreekt zelfs vaak een vraagteken. Als we de economen mogen geloven, dan is het economisch model van de westerse wereld de aanjager van de welvaart. Leiding van boven wordt dan gezien als iets voor de (naieve) gelovigen. Een ander aspect dat gepaard gaat met de economische groei is de individualisering. De mens leeft steeds meer voor zichzelf. Hij geniet van de programma’s op de TV en al zappend zoekt hij datgene voor zich uit wat bij hem past. Goed en kwaad, zang- en kerkdiensten, geweld en sex, het rolt onze huiskamers binnen. Jong en oud worden geconfronteerd met een steeds meer afkalvend (christelijk) waarden- en normenpatroon.

In de bijbel wordt op vele plaatsen gewaarschuwd tegen rijkdom; samengevat in een waarschuwing tegen mammon. (Math 6.24; Luc. 16.13) Paulus schreef in zijn brief aan Timotheüs dat er een groot gevaar zit in rijkdom. Zo geeft hij aan dat degenen die rijk willen zijn in verzoekingen vallen, in een strik van vele dwaze en schadelijke begeerten, die de mens doen verzinken in verderf en ondergang. Hij noemt zelfs geldzucht de wortel van al het kwaad. (1 Tim. 6: 2b-21)

Waar het in wezen om dient te gaan is om een goede rentmeester te zijn met een goed beheer van geld en goederen. Daarbij mag niet worden voorbijgegaan aan de noden van de medemens. Telkens dient er een afweging plaats te vinden tussen datgene wat men zelf nodig heeft en wat eventueel afgestaan kan worden aan anderen. Financiële uitbundigheid is een begrip dat ons niet past. De vraag mag wel gesteld worden waar de grenzen liggen; wat is aanvaardbaar? Hier is geen eenduidig en allesomvattend antwoord op te geven. Wel kunnen in een dergelijke discussie twee begrippen de grenzen aangeven m.b.t. het verwerpelijke en het toelaatbare, n.l. materiële uitbundigheid versus materieel egoïsme. Onder uitbundigheid dient dan te worden verstaan: het volop genieten van geld en goed zonder enig verantwoordelijkheidsgevoel jegens anderen die behoeftig zijn: De demonstratieve consumptie, die alom in onze samenleving waarneembaar is. Veel goederen en produkten worden gekocht met de bedoeling om indruk te maken op de omgeving. Daartegenover staat het begrip van materieel egoïsme: het bezig zijn met begeerte, oppotten/sparen van geld en goed waarbij het geven van bezit aan de medemens wordt gezien als een inbreuk op het verzamelen. Beide uitingen zijn zondig en staan haaks op het begrip delen.

Het is goed om bij deze zaken stil te staan. Een gelovige dient in dankbaarheid en dienstbaarheid om te gaan met zijn bezit. Maat houden en grenzen leggen bij uitbundigheid en begeerte.

Praktisch kan dat betekenen dat er een nadere invulling gemaakt moet worden bij datgene wat nodig is en wat overdaad is. Daarbij kan gedacht worden aan:

1. Een nadere bezinning over het geld dat u over hebt. Wat kunt u met dat geld doen? Weggeven aan kerkelijke of charitatieve doelen?

2. Kan een deel van de winsten uit beleggingen als gift worden weggegeven aan hen die dat nodig hebben?

3. We kunnen de wat duurdere produkten kopen van de derde wereld om hen een bestaan te geven.

4. We kunnen er voor kiezen om één dag in de maand (of misschien wel meerdere) sober te leven en de besparing weg te schenken.

5. Het geven van renteloze leningen aan kerken of charitatieve doelen.

Zo zijn er voorbeelden genoeg om als christen met het slijk der aarde op een andere manier in de wereld te staan. Toegegeven moet worden dat een dergelijk woord vaak gemakkelijker gesproken is dan uitvoering geven aan de daad. Met de mond belijden is nog niet het doen van de daad.

Een materialistische levenshouding is in deze tijd van welvaart niet opzienbarend meer. En dan gaat het niet zozeer om de verschillen tussen diegenen die meer te besteden hebben dan de ander. Een levenshouding gericht op de materie zegt niets over de hoeveelheden geld en bezittingen, maar wel over de wijze hoe de mens met geld en goed omspringt en waar zijn hart ligt. Een mens die in zijn hart is gericht op geld en materie loopt het risico de belofte van het Koninkrijk van God niet of niet meer helder te zien. Men volgt de begeerlijkheden van zijn hart na en men ervaart niet meer de kracht van het Woord. De zonden van het geld worden al of niet bewust gekoesterd.

Jezus heeft in zijn leven hier op aarde met meerdere mensen gesproken die veel geld verdienden. In een van de gelijkenissen spreekt Hij met een rijk man. Hij vraagt deze man om al zijn bezittingen te verkopen en Jezus te volgen. Het gesprek liep uit op een teleurstelling. De man wilde graag Jezus volgen, maar kon geen afstand doen van zijn bezit. In deze gelijkenis gaat het niet zozeer om de vraag of je met veel geld Jezus wel kunt volgen. Nee, waar het in deze gelijkenis in wezen om gaat is de vraag waar je hart, je lust en je leven aan toebehoort. Kies je voor de mammon? Ook de vrouw van Lot kon uiteindelijk haar bezit niet loslaten, ondanks het feit dat ze genade had gevonden in Gods ogen. Jezus stelt het zelfs nog scherper: Voor een rijke (wiens hart gericht is op geld en goed) is het bijna onmogelijk om het Koninkrijk Gods te beërven. Daarbij gebruikt Hij het beeld van een kameel en de oog van een naald.

Tijdens het huisbezoek spreken over de materie.

Het onderhoud van de kerk en het traktement van de predikant wordt meestal verkregen uit de vaste vrijwillige bijdragen van gemeenteleden en coiiecten tijdens en na de kerkdienst. Al enige jaren is er binnen vele gemeenten de zorg voor een sluitende begroting. Niet alleen de teruggang van het aantai leden baart zorgen, maar ook de steeds minder wordende bereidheid van de leden (goede uiteraard niet te na gesproken) om hun kerkelijke bijdrage te verhogen of in alle eerlijkheid te bezien wat er nog aan verhoging van de bijdrage kan plaatsvinden.

in huisbezoeken wordt er niet zo vaak over geld gesproken, laat staan over iemands levenshouding en instelling t.a.v. geld en goed. In Nederland verdient het nog steeds waardering wanneer het de mens voor de wind gaat, en veel ambtsdragers hebben grote schroom, en ik vind dat niet onbegrljpelijk, om met een gemeentelid een discussie aan te gaan over de manier waarop hij zijn geld besteedt. En ook al wordt er volgens de kerkelijke normen betaald, Gods Woord is overduidelijk hoe het hart moet zijn. Markus 12 : 41 e.v. geeft daar een mooi voorbeeld van: De rijken hebben gegeven van hun overvloed. De weduwe gaf alles wat ze bezat.

De vraag dringt zich op of het noodzakelijk is met een gemeentelid tijdens een huisbezoek te spreken over de financiën en de hoogte van de giften. Ik ben daar geen voorstander van. Beter is het om aandacht te schenken aan de nood in deze wereld zowel geestelijk als financieel, afgezet tegen de zegeningen die we zelf mogen ontvangen en de verantwoordelijkheid die daaruit voortvloeit. Indien men de verwachting heeft van een geopende hemel en een Heer die terug komt en zondaren aanspreekt over datgene wat ze voor Hem hebben gedaan en daarvoor oordeelt, dan kan een dergelijke toekomstverwachting niet los gezien worden van een zich overgeven aan de wil van God en aan Zijn genade. En Zijn Woord is daar heel duidelijk over. Zo’n overgave betekent uiteindelijk dat er een keuze gemaakt moet worden: voor God of voor de mammon. Als de keuze voor God gemaakt wordt, dan is geld en bezit geen doel meer in het leven, maar middel om te leven. Een middel dat in ootmoed en dankbaarheid aanvaard mag worden.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.