+ Meer informatie

Terug naar Pinksteren ?

3 minuten leestijd

(2)

De vorige keer besloten wij met de vraag: Waren de charismata, de bijzondere Geestesgaven van spreken in vreemde talen, tongentaai, profetie en gezondmaking blijvende geschenken aan de kerk en is het alleen maar de schuld van de kerk, dat ze thans niet meer beoefend worden, óf waren de charismata alleen bedoeld als een tijdelijk geschenk, alleen maar voor het begin, toen de kerk nog in een beginstadium stond?

Op die vraag willen we nu samen een antwoord zoeken.

We willen dan beginnen met iets te zeggen over de Geestesgave van de tongentaai, die bijvoorbeeld op 't ogenblik in een sekte als „Stromen van kracht" een grote rol speelt.

Om eventueel misverstand te voorkomen merken wij eerst even op, dat deze tongentaai iets anders is dan het spreken in vreemde talen, zoals we dat bij de apostelen op de Pinksterdag zien.

De tongentaai wordt met een Grieks woord ook wel glossolalie genoemd, (glossa = tong en lalein = praten).

Deze glossolalie, deze tongentaai is een spreken in vreemde klanken, buiten het verstand om en dus in een toestand van extase.

Deze Geestesgave van de glossolalie diende in het Nieuwe Testament als bewijs, dat de Heilige Geest was uitgestort in de gemeente.

Het was het zegel des Geestes, het stempel van de Heilige Geest dus, op Zijn werk in de harten.

We lezen er bijvoorbeeld van in de geschiedenis van Cornelius.

Terwijl de apostel Petrus predikt, valt de Heilige Geest op Cornelius en de zijnen en dan gaan zij spreken in tongen. Dat spreken in tongen is hier dus duidelijk het zegel des Geestes, het bewijs van echtheid, het teken, dat de Heilige Geest hier inderdaad in de harten van Cornelius en de zijnen geschonken is. Als Petrus dan ook die tongentaai hoort uit de mond van Cornelius en de zijnen roept hij uit:

„Kan ook iemand het water weren, dat deze niet gedoopt zouden worden, welke de Heilige Geest ontvangen hebben, gelijk als ook wij? "

En nu staan wij voor de vraag: Was deze tongentaai, deze glossolalie nu een blijvend geschenk des Geestes aan de kerk of gold ze alleen maar voor het begin.

En dan antwoorden wij: Alleen voor het begin.

Om dit te bewijzen gaan we een ogenblik naar de hoofdstukken 1 Corinthe 12—14, een schriftgedeelte, waarop door de voorstanders van de bijzondere Geestesgaven in onze tijd graag een beroep wordt gedaan.

In de gemeente van Corinthe bezaten sommigen de gave der tongentaai, der glossolalie.

Het valt ons hier echter al dadelijk op, dat in Corinthe het spreken in tongen niet het deel is van alle gelovigen. Het zijn er maar enkelen, die deze gave bezitten.

Hier komen we al dadelijk in botsing met een sekte als „Stromen van kracht, " waar immers geleerd wordt dat ieder gelovige deze gave behoort te bezitten. Neen, in Corinthe zijn het er maar enkelen, die in tongen kunnen spreken.

Er heerst echter in Corinthe onrust en verwarring over deze glossolalie. Degenen, die die gave niet bezitten en deze tongentaai dus ook niet kunnen verstaan, zijn bevreesd, dat zij tot misbruik, zelfs tot vloeken zou kunnen lei-

den. We lezen dat in 1 Corinthe 12 : 3: Daarom maak ik U bekend, dat niemand, die door de Geest Gods spreekt, Jezus een vervloeking noemt."

Nu heeft men echter in Corinthe het oordeel van Paulus gevraagd over deze tongentaai en Paulus gaat nu in zijn brief een antwoord geven.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.