+ Meer informatie

Werkloze schoolverlaters pessimistisch en passief

Werkgevers: ,De jeugd kan niks meer'

4 minuten leestijd

UTRECHT/DEN HAAG — Nieuw en triest is het beeld op de Nederlandse arbeidsmarkt van de schoolverlater, die maanden en soms jaren schoolverlater blijft. Werkloze scholieren, die nog nooit een baan hebben gehad. Op dit ogenblik zijn er nog duizenden scholieren, die in 1977 dolgelukkig hun zo fel begeerde diploma in ontvangst namen, maar er nog steeds niet in geslaagd zijn werk te vinden.

Van de ongeveer 200.000 werklozen die ons land op dit ogenblik heeft, zijn er 75.000, oftewel bijna de helft, jonger dan 23 jaar. Voor een belangrijk deel zijn dit jongeren die voor langere of kortere tijd hebben gewerkt. Het meest opvallend is echter dat er in deze groep veel schoolverlaters zijn, die nog nooit werk hebben gehad, waarvan er 14.000 al meer dan een Halfjaar vruchteloos solliciteren.

Top komt nog

Albert Mathijsen van de werkende jeugd-CNV verwacht dat deze groep nog Veel groter uit zal vallen als de laatste gegevens bekend worden. Kenmerk voor schoolverlaters is dat ze 'zich traag aanmelden bij de arbeidsbureaus. De top van werkloze schoolverlaters ligt in augustus, de meeste scholieren gaan eerst op vakantie en komen daarna tot de ontdekking dat er voor hen geen plaats is op de arbeidsmarkt. Op dat moment melden ze zich pas aan als werkzoekende op de verschillende arbeidsbureaus. In september, oktober en november zal •het aantal werkloze schoolverlaters teruglopen, zodat er waarschijnlijk ongeveer 15.000 overschieten, die niet in staat zijn binnen een jaar werk te vinden. Het grote knelpunt voor de werkloze jongerf zit in de handels. en kantoorsektor, op de voet gevolgd door het onderwijs en de metaalindustrie.

Hoe langer jongeren werkloos Zijn, des te moeilijker wordt het om alsnog een baan te vinden. Zo van: „Zo, ben jij al zeven maanden werkloos? Dan is er wel wat met je aan de hand, jou moet ik noet". Gevolg is dat de schoolverlater steeds moedelozer wordt en op den duur zelfs passief. „Wat moet je nou met een diploma, werk is er voor mij toch niet".

Volgens Mathijsen hangen de oorzaken van de jeugdwerkloosheid nauw samen met de totale werkgelegenheidsproblematiek, anderzijds zijn er ook een aantal specifieke oorzaken aan te wijzen. Veel bedrijven nemen geen jongeren aan wegens gebrek aan ervaring en worden bij inkrimping eerst degenen ontslagen, die het laatst in dienst zijft getreden. Mathijsen meent dat jongeren die uit lager en middelbaar beroepsonderwijs voortkomen en een goede beroepsvoorbereiding hebben gehad meer kans op werk hebben dan jongeren uit het algemeen voortgezet onderwijs (Mavo, Havo e.d.).

Oorzaken

Als we de relatie onderwijs-arbeidsmarkt bekijken kunnen we hierin een aantal oorzaken van de jeugdwerkloosheid ziei. Door de langere deelname aan het onderwijs stijgt het niveau van de schoolverlater, terwijl de vraag naar arbeidskrachten zich hierbij nauwelijks aanpast. Het bestaande beroepsonderwijs ontwikkelt zich steeds meer in algemene zin. Dit ontlokt werkgevers nogal eens de verzuchting, dat de jeugd niks meer kan. Vroeger leverde de ambachtsschool metselaars, timmerlieden en monteurs af. Nu verlaten jongeren de technische scholen die wel voor deze beroepen hebben gekozen, maar het vak nog in de praktijk zullen moeten leren. De jongeren, die net de schoolbanken verlaten hebben, weten onvoldoende van het functioneren van de arbeidsmarkt. Vaak wordt aan de verschillende scholen de leerlingen in het vooruitzicht gesteld dat met hun opleiding alle mogelijke deuren opengaan tegen prachtige salarissen. Met een eventuele werkloosheid wordt geen rekening gehouden. Dit veroorzaakt vaak een enorme teleurstelling als de schoolverlater met de werkelijkheid in aanraking komt.

Oplossingen?

Mathijsen ziet wel een aantal mogelijkheden om de jeugdwerkloosheid terug te dringen. Hij noemt onder meer vervroegde uittreding op strikt vrijwillige basis. Verder de invoering van betaald verlof voor werknemers om bij te scholen en een invoering van een vierdaagseswerkweek op basis van vrijwilligheid. Mathijsen verwacht dat de hiergenoemde regelingen een aantal extra-arbeidsplaatsen doen ontstaan, die ten goede kunnen komen aan jongeren. Ook ziet hij wel wat in zogenaamde duo-banen. In dit geval staat een werkende jongere een deel van zijn dagtaak af aan een werkloze leeftijdgenoot. De vrije tijd zou dan gevuld moeten worden met gerichte studie en het verdiende inkomen respectievelijk de verkregen uitkering worden bij elkaar opgeteld en daarna door twee gedeeld.

Voor een teveel aan scholing is Mathijsen niet zo bang, ,,Waarom geen maatschappelijke dienstplicht voor alle jongeren?" stelt hij. Gedurende een aantal maanden moet minder gewaardeerde arbeid verricht worden. Te denken is aan vuil op halen, schoonmaken, lopende band werk enz. Het mes snijdt bij sociale dienstplicht aan twee kanten. Een belangrijk deel van de jeugdwerkloosheid kan worden terug gedrongen en bovendien wordt het minder prettige werk in onze maatschappij door steeds andere mensen verricht en niet meer afgewenteld op de schouders van enkelen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.