+ Meer informatie

Bijbels-gereformeerd pastoraat aan ziek- en sterfbed (I)

8 minuten leestijd

DE ZIEKEN TROOST

door M.A. van den Berg, Zoetermeer

CHTER in ons Psalmboekje vinden Awe na alle liturgische en belijdenisgeschriften een klein boekje dat ons ofEciële gereformeerde kerkboek besluit. Het draagt de titel: Ziekentroost. Het is voor velen niet echt bekende lectuur. En helaas gaat dan ook het gezegde op: onbekend maakt onbemind. Toch is dat geheel ten onrechte, want als we kennis maken met de inhoud, dan vinden we daar een schat aan bijbelse getuigenissen, die een mensenkind in de grootste noden van zijn of haar leven tot bijzondere troost mag zijn. Bij de kennismaking met dit geschrift dat als een juweel uit de tijd van de reformatie aan ons is overgeleverd, willen we alvorens op de inhoud in te gaan eerst kort iets weergeven over het ontstaan van dit boekje.

De auteur

De schrijver was een predikant uit de tijd van de Reformatie, hij heette Cornells van Hille. Hij stamde uit het Zuid-Nederlandse, - nu Belgische - Yperen, waar hij in 1540 geboren werd. Zijn levenstijd was de periode waarin de vervolgingen vanwege het bijbelse, reformatorische geloof het hevigst woedden. Cornells' gehele levensgeschiedenis getuigt daarvan. In 1568, aan het begin van de Tachtigjarige oorlog, werd hij vanwege zijn geloof voor de Inquisitie gedaagd. Hij wist wat dat betekende en wachtte de dingen niet af, maar week net als vele van zijn stadsgenoten uit naar Engeland. Daar vond hij in Norwich zijn toevluchtsoord. Hij sloot zich daar aan bij de Vlaamse gereformeerde vluchtelingengemeente. Zijn ouders waren al eenjaar eerder al naar Engeland gevlucht. In 1568 gaf hij als zijn beroep op dat hij boekverkoper was. Dat was in de tijd van de reformatie een zeer nuttig en nodig bezigheid, want bijbels en boeken hebben zeer bijgedragen tot de verspreiding van de reformatorische leer in Europa. Maar Cornells gevoelde toch nog een nog hogere roeping. Hij wilde niet alleen de Bijbel verkopen, maar daaruit ook de boodschap verkondigen. Hij ging studeren om predikant te mogen worden. Terwijl hij nog ouderling was van de gemeente van Nor- wich schreef hij al een boekje dat de Kleine Ziekentroost wordt genoemd, in onderscheiding van de Grote Ziekentroost, die als latere uitbreiding geldt en die wij in ons kerkboek aantreffen.

Als dominee diende hij de Nederlandse vluchtelingengemeente te Yarmouth. Van Hille heeft als predikant voortdurend geprobeerd om weer naar het vasteland terug te keren en de gemeenten onder het kruis te dienen. Zo werd hij dominee in Haamstede, in Oudenaarde en in Gent. Na de val van Gent, de meest reformatorische stad in de Nederlanden die in 1584 door de Spanjaarden werd veroverd, week Van HiUe uit naar de noordelijke Nederlanden. Hij vluchtte naar Walcheren, waarvandaan de magistraat van Rotterdam hem met een wagen liet ophalen om de derde predikant van de Maasstad te worden. Tot zijn dood in 1600 is hij daar een getrouw en geliefd predikant geweest. Ook zijn zoon CorneHs werd predikant, en bleek ten tijde van de remonstrantse twisten in Groningen een beslist bestrijder te zijn van de opvattingen van Arminius.

De Ziekentroost, moet direct al een geliefd geschrift zijn geweest. In een tijd van grote noden, waarin ziekte, nood en dood voor het besef van de mensen een dagelijkse dreiging waren, en troost dus voortdurend nodig, kan men zich voorstellen dat men graag die gedeelten uit de Bijbel bij elkaar gezet zag, die bijzonder tot troost konden dienen, als het dringend was. De Ziekentroost is nooit een officieel kerkelijk erkend geschrift geworden als de Belijdenisgeschriften. Maar het heeft, omdat drukkers fiet in het kerkboek hebben opgenomen, zich wel een vaste plaats verworven in de rij van kerkelijke en liturgische geschriften die de eeuwen door in de kerken van gereformeerde signatuur hun gelding hebben gehouden.

De ziekentroosters

Voordat we op de inhoud nader ingaan eerst nog iets anders. Men kende in onze kerken in het verleden naast de Ziekentroost als boekje ook mensen die als 'ziekentroosters' waren aangesteld. Dat waren mannen die naast de predikanten waren benoemd om zieken bij te staan met de troost van Gods Woord en met de gebeden. Een zieken-troostev had zich strict te beperken tot het lezen van het Woord van God en het gebed. Hij kon daarbij ook gebruik maken van de Ziekentroost uit het kerkboek. Hij mocht echter officieel niet een eigen boodschap brengen. Een predikant had in zijn pastoraat aan zieken en stervenden meer vrijheid. Hij mocht het Woord van God ook met verkondigende uitleg aan de zieke toepassen. Er is een voorbeeld uit de praktijk. In de nacht voor zijn executie werd Johan van Oldenbarneveldt bijgestaan door de Haagse predikant Hugo Beyerus. Deze las hem de Ziekentroost voor. En telkens tussendoor bracht hij de boodschap toepasselijk naar het hart van de man die zeker wist dat hij sterven zou. De schrijver van de levens en stervensgeschiedenis van Van Oldenbarneveldt vertelt dat Van Oldenbarneveldt telkens weer toestemde met wat hem werd gezegd, en dat dit geloof de overtuiging was, waarin hij wenste te sterven. Dat is opmerkelijk, omdat de inhoud zeker niet de theologie van de arminiaanse leer vertegenwoordigt. Ken- nelijk was Van Oldenbarneveldt meer in de politieke zin dan theologisch gezien een tegenstander van de gereformeerde partij in de Nederlanden. Hij mocht zich op genade alleen aan God overgeven, voordat hij de volgende dag zijn hoofd op het blok moest leggen. Een diep tragische geschiedenis, omdat hij in zware tijden toch ook van grote dienst was geweest voor de vrijheid van de Nederlanden.

Ziekentroosters waren dus vanouds pastorale medewerkers, die bijstand boden in de uiterste nood, daar waar de predikanten de gelegenheid niet hadden. Ze waren er ook aan boord van de schepen die naar Oost-Indië gingen. Officieel mochten ze niet zelf preken en de sacramenten bedienen, maar in de praktijk kwam dat toch wel voor. Ze hielden zich niet alleen aan de officieel goedgekeurde prekenbundels die ze van de Compagnie meekregen, maar hielden ook hun eigen sermoenen en bedienden zelfs ook de sacramenten.

Pastoraat aan het ziek- en sterfbed

Wat is de bedoeling van de Ziekentroost? Wij kunnen heden ten dage wat vreemd aankijken tegen een pastoraat waarin het kennelijk gebruikelijk was om staande bij het ziekbed nog eenmaal de gehele leer der zaligheid te verkondigen. Men ging niet alleen maar naast de zieke zitten om in een pastoraal gesprek primair ruimte te geven voor zijn gevoelens en gedachten. Het was niet genoeg om medeleven te betuigen in het lijden en bij alle vrees voor de naderende dood nabij te zijn zolang het kon. Natuurlijk was dat er ook, maar er was tevens een diep besef dat er meer troost moest zijn dan het bieden van menselijke nabijheid. Er moest ook vanuit het besef dat de ziekte een voorbode van de dood is, zolang het nog kon, in ontdekkende en vertroostende zin gepredikt worden. Daarbij ging het om het belangrijkste wat er was: de drie stukken die nodig zijn te kennen tot zaligheid. Daarom waren de vermaning, het lezen en bidden bedoeld om de zieke voor te bereiden op de ontmoeting met en verantwoording voor God, voor Wiens troon hij spoedig zou moeten verschijnen.

In zekere zin is de Ziekentroost vooral een Stervenstroost. Het is geen gesprek over de ziekte, over de behandeling, de gevoelens van patiënt, de mogelijkheid van beter worden. Hoeveel gesprekken aan het ziekbed komen heden ten dage niet verder dan dit niveau? En als het om het eigenlijke gaat, de vrees die bij elke ziekte aanwezig is: als ik nu niet beter word Staat daar dan de wagen stil? Een predikant kan het soms meemaken dat de familie of arts zegt, dat hij met de zieke - van wie men weet dat hij niet beter kan worden - vooral niet over het sterven mag spreken Maar waar moet het anders over gaan dan? Is het een troost om te zwijgen? De troost van de goddelozen is onbarmhartig.Wat staan we als 'moeilijke vertroosters' soms schuldig, dat we het wel overal over hebben, terwijl het eigenlijke onuitgesproken blijft: 'Mijn ziele doorziet gij uw lot, hoe zult gij rechtvaardig verschijnen voor God? ' De Ziekentroost kan ons helpen, als we zelf ziek zijn, om ook als het niet tot de dood lijkt te zijn, toch te beseffen dat elke ziekte rammelt aan ons levenshuis. Het kan ons helpen om te over- denken wat we in pastorale zin, maar ook als familie een zieke te zeggen hebben, als we hem of haar bezoeken. Het is de beste vorm van 'stervensbegeleiding'. Dat woord zelf houdt overigens altijd iets vreemds en onwerkelijks in zich. Hoe kan er sprake zijn van 'stervensbegeleiding'? Als er één ding is, waarin wij elkaar niet meer begeleiden kunnen, dan is het in het sterven.

We kunnen er wel bij zijn, maar als een mens de doodsvallei moet betreden laten ook de liefsten hem alleen. Luther heeft eens in een preek gezegd: „Ik zal dan niet bij u zijn, noch gij met mij ."We zullen nog wel in eikaars oren schreien, maar het is zo'n persoonlijke zaak. Van de ziel die voor God geroepen wordt te treden en rekenschap te geven van het leven.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.