+ Meer informatie

„We zijn toch een volkje dat aardig met mekaar weet te leven"

Martijn Schakel over vijftig jaar vrijheid

10 minuten leestijd

Bij het gloren van de bevrijding groeiden ook de idealen in het geknechte Nederland. Vooral onder intellectuelen en in verzetskringen. Een nieuw Nederland moest worden geboren, op basis van rechtvaardigheid en verdraagzaamheid. Wat is ervan terecht gekomen? Verzetsveteraan, oud-burgemeester en ex-kamerlid Maarten W. Schakel maakt na vijftig jaar de balans op

Hij wordt oud, Maarten Schakel. Zijn gang is wat wankel, de haardos dun, het markante snorretje zilvergrijs. Maar zijn geest is nog levendig. Ondanks een respectabele staat van dienst is de bekende Alblasserwaarder een eenvoudig man gebleven. In manchester broek en trui gaat hij me voor in zijn riante woning. Het raam biedt uitzicht op de polder van Overslingerland en de houten noodwoning waar hij zich in '46 met Annie vestigde. Acht jaar hadden ze verkering gehad. De oorlog maakte het onmogelijk om een nestje te bouwen. Schakel zwierf als Jan Snor door het land, vogelvrij verklaard. Vanaf eind '44 gaf de zoon van een kleine middenstander uit Meerkerk leiding aan de door hem gevormde 6e compagnie van de Binnenlandse Strijdkrachten. Annie was zijn koerierster. Meermalen zagen ze de dood in de ogen. Op 25 april 1945 werd Schakel nog gearresteerd. De volgende dag zou hij worden geëxecuteerd. Herinneringen aan de nacht die ertussen lag, gaf hij weer in zijn boek "Van bon tot bom". De gereformeerde verzetsleider was ervan overtuigd dat zijn einde gekomen was, maar God beschikte anders. Kameraden wisten hem uit zijn dodencel te bevrijden. Twee weken later kwam de bevrijding. Maarten was de enige jongen in het gezin die de oorlog had overleefd. Anrie Hendrik overleed in de zomer van '43 aan tbc, Arnold eind '44 aan de foltering in concentratiekamp Neuengamme.

Doorbraak
Nog geen jaar later promoveerde de voormalige docent aan de christelijke mulo in Gorinchem tot burgemeester van Noordeloos. Een goede positie om de idealen die in de oorlogsjaren gegroeid waren, te verwerkelijken. Want idealen had hij voldoende, net als veel anderen die zich tegen de bezetter hadden gekeerd. , Je sprak daar regelmatig over met elkaar. Na de bevrijding moest het anders. Een rechtvaardige samenleving, zonder armoe en werkloosheid, met ruimte voor verschillende opvattingen. De sfeer van eensgezindheid in de verzetsbeweging moest op de naoorlogse maatschappij worden overgedragen. Zelf kom ik uit een zeer meelevend gereformeerd gezin, afkomstig uit de kant van de Afscheiding. Politiek AR, dat sprak voor zich. Maar in de verzetsbeweging ging dat vanzelfsprekende er wat af Je kreeg contacten met mensen buiten je eigen kring. Ook mensen die de Doorbraak-gedachte aanhingen. Ik werd daar wel door aangesproken. Je ging alles in een wat ruimer perspectief zien. Er is een periode geweest dat ik langs de rand van de Doorbraak heen ging, maar uiteindelijk ben ik toch aan de kant van de AR gebleven."

Andersdenkenden
In welke mate werdu beïnvloed door H.M. van Randwijk, de centrale figuur achter Vrij Nederland?
„Dat was heel duidelijk een Doorbraak-figuur. Henk van Os, een collega van de mulo door wie ik in het verzet raakte, was zeer goed met hem bevriend. Zelfwas ik betrokken bij de distributie van Vrij Nederland, dus ik onderging zeker de invloed van Van Randwijk. Nog belangrijker was de omgang met andersdenkenden met wie je in het werk schouder aan schouder stond. De band met je eigen milieu werd minder sterk. Als onderduiker kwam je niet meer in de kerk, op catechisatie, op de jongelingsvereniging. Je leefde in een totaal andere sfeer. De meeste verzetsmensen met wie ik contact had, waren wel kerkelijk, maar er zaten ook socialisten en communisten onder. Dergelijke verschillen speelden in die tijd nauwelijks een rol. Er waren in die jaren voor ons maar twee kanten: de goede en de foute. Je ontdekte dat er ook onder communisten heel schappelijke mensen waren, op wie je kon bouwen. Ik geloof niet dat ik het communisme anders beoordeelde dan daarvoor, maar de aanhangers ging je wel met andere ogen bekijken." Wérkten uw veranderde opvattingen na de bevrijding door?
„Ik werd al heel jong burgemeester in een AR-gemeenschap. Je kwam weer in het bekende bekken terecht, ging weer naar de Gereformeerde kerk en had leiding te geven aan een anti-revolutionaire omgeving. Dan komt al dat oude weer boven en slijten de aanvankelijke idealen wat uit. In later jaren belandde ik zelfs in wat men in die tijd noemde de rechterflank van de Anti-Revolutionaire Partij. De verontrusten."
De verzetsbeweging kende maar twee kanten:goed en fout. Hoe ging u daar na de oorlog als politicus mee om ?
„Toen kon je niets meer met dat zwart-wit schema. Als jong burgemeester in een gemengd gezelschap heb ik al snel geleerd dat de werkelijkheid genuanceerder is. Je ontmoette mensen die je in de oorlog fout had genoemd, maar wanneer je hoorde in wat voor milieu ze hadden verkeerd ging je al milder oordelen. In oorlogstijd ontkom je niet aan een simpel schema. Dan is dat ook goed. Maar in het normale leven ligt het anders. Ik heb me vrij makkelijk kunnen aanpassen. Dat hangt denk ik samen met m'n karakter. Ik heb geleerd dat standpunten afhankelijk zijn van tijd en plaats." Uhent een relativist?
„Eh... ja, ja. Dat kun je wel zeggen ja. En naarmate je ouder wordt, neemt dat alleen maar toe."

Niet mieren
Hoe lang hielden de hoge idealen van de verzetsbeweging stand?
„Die gingen al gauw verbleken. De berechting en zuivering verliep anders dan men had gedacht. De eerste burgemeesters die benoemd werden, waren allemaal mensen uit de verzetssfeer, maar allengs kwamen er bij van wie dat niet gold of die zelfs wat naar de andere kant hadden gehangen. Daar heb ik nooit moeite mee gehad. Het was een andere tijd. Je kon niet uitsluitend blijven leven met de mensen met wie je in het verzet had gezeten. Ik had bovendien het voordeel dat ik zelf bijna meteen burgemeester werd en daardoor mee kon beslissen. Waarbij ik heel goed besefte dat de verhoudingen anders lagen dan in het verzet. In oorlogstijd werk je met bevelen, in vredestijd door overleg. Dat is ook goed. Ik heb nooit zitten mieren wanneer bepaalde dingen niet precies liepen zoals ik gehoopt had. Verzetsmensen die dat niet konden opbrengen, hebben een heel moeilijke periode gehad."
Na verloop vanjaren kwam. er defusievanAR, CHUen KVP. Zag u de oprichting van het CDA ah de late verwerkelijking van uw politieke wens uit de oorlog?
„Nee, zeker niet. De KVP was voor mij wel een compagnon, maar geen fusiepartner. Daarvoor waren de verschillen te groot. Denk alleen maar aan de soevereiniteit in eigen kring."
Later bent u daar anders over gaan denken.
,Je zag die drie confessionele eilanden afbrokkelen. Dat rechtvaardigde voor mij de bundeling van krachten, zij het met grote moeilijkheden en hier en daar opoffering van opvattingen. Het kon niet anders. Dat het een groot succes is geworden, durf ik zeker op dit moment niet te beweren. Over de ontwikkeling in de toekomst kan ik ook niet optimistisch zijn. Al weet je nooit hoe het in het leven loopt."

Solidair
Wat is er terechtgekomen van uw maatschappelijke idealen van destijds? „Op dat gebied hebben we dacht ik nog niet zo te klagen. Zolang het niet over normen en waarden gaat, leven we in Nederland heel redelijk met elkaar samen. Neem de Voerstreek, vlakbij onze zuidergrens, met die strijd tussen Vlamingen en Frankofielen. Dat gedoe kennen wij niet. De Friezen hebben hun eigen taal en opvattingen, maar het zijn solidaire Nederlanders. We zijn toch een volkje dat aardig met mekaar weet te leven."
Zolang het niet over waarden en normen gaat, gaf u aan.
„Inderdaad. Daarin gaan we steeds verder de foute kant uit. Neem de euthanasie. Ik kan me goed voorstellen dat ze daar in Engeland minder enthousiast over zijn dan de meesten hier in Nederland. Maar je kunt als minderheid zo'n ontwikkeling niet ombuigen."

Stille revolutie
Het is een ontwikkeling die direct samenhangt met de onkerstening van Nederland. Hoe beoordeelt u dat proces?
"Persoonlijk heb ik er niet zo mee te maken, want de kerkgang is hier nog goed. Maar van het landelijke beeld word je niet vrolijk.
Daarnaast is in de kerken zelf het nodige veranderd Binnen de Gereformeerde Kerken had "de stille revolutie"plaats. Daarin bent u meegegaan?
„Over een aantal zaken ben ik wel wat anders gaan denken ja. Het Schriftgezag, de rol van de kinderen bij het Avondmaal, de vrouw in het ambt, dat soort dingen. In mijn jongelingsjaren speelden theologische onderwerpen als de uitverkiezing een grote rol. Dat leeft tegenwoordig nauwelijks meer. Ik zal ook niet meer zeggen dat de Bijbel van kaft tot kaft Gods Woord is. Vroeger was ik daar heel gedecideerd in. De Schrift is feilloos, alle wonderen zijn echt gebeurd. Dat durf ik niet meer zo te zeggen."
Hebt u het wegvallen van een vast fundament nooit als een verlies ervaren? „Dat kan ik niet zeggen. Als je de centrale punten maar vasthoudt. Van Christus moeten ze afblijven. En van de heilsfeiten ook. Die staan voor mij recht overeind. Er zijn vandaag gereformeerden die ook daarmee zitten te tobben. Dat heb ik gelukkig niet."
Terwijl de opstanding ook een wonder is?
„Een wonder ja, en daar geloof ik onverkort in."
In andere wonderen niet meer, is dat niet inconsequent?
,Ja... Dat zou best eens kunnen ja

Niet forceren
In uw verzetsjaren hoopte u ook op meer kerkelijke eenheid. Past het huidige Samen-opWegproces in dat beeld?
„Ik zag al heel snel in, dat dat ideaal bij mijn leven niet gerealiseerd zou worden. Het kerkelijke klimaat in de Gereformeerde kerken hier is totaal anders dan dat in de Hervormde kerken. Daar verandert Samen-op-Weg niets aan. Je moet mensen in hun waarde laten en geen dingen forceren die niet te forceren zijn. Dat zie je nu. Het draagvlak kalft snel af."
Er zijn verzetsveteranen die bij het zien van de huidige samenlevingzeggen: Waar hebben we destijds ons leven voor geriskeerd?
„Dat vind ik geen juiste benadering. We hebben gedaan wat gedaan moest worden. Dat is niet zonder nut geweest. Een aantal zaken is anders gelopen dan we gehoopt hadden, maar het Nederlandse volk is wel zichzelf gebleven. We hoeven het goede ook niet onder tafel te stoppen. Wat is er niet aan voorzieningen gerealiseerd voor zieken en armen, weduwen en wezen, blinden en doven? Nu wordt dat allemaal weer wat minder, maar dat heeft te maken met de financiële mogelijkheden. Het is geen ideële keuze."

Toeters en bellen
De oorlog ligt inmiddels vijftig jaar achter ons. Hoe lang moeten we de bevrijding nog blijven gedenken?
„De officiële viering van 5 mei mag van mij afgeschaft worden. Die toeters en bellen zie ik niet meer zo zitten, vlak na Koninginnedag. De afschaffing van de dodenherdenking op 4 mei zou ik wel een groot verlies vinden. Die zie ik ook niet zo snel verdwijnen."
Prins Willem-Alexander kreeg het nodige te verstuwen, toen hij hetzelfde geluid liet horen.
„Nou, ik dacht dat-ie niet zo gek was."
U kunt zich aardig vinden in de opvattingen van de kroonprins?
,Jazeker. Ook dat hij niet met een vrouw wil samenwonen voordat-ie getrouwd is. Ik denk dat hij het nog heel redelijk doet."
Wanneer zou de dodenherdenking op 4 mei beëindigd kunnen worden?
„Als de laatste deelnemer aan de oorlog overleden is. Dan is de oorlog pas echt voorbij. Het is voor mij de moeilijkste avond van het jaar." Vanwege het sterven van uw broer in Neuengamme ? „Precies. En van al die andere medestrijders die gevallen zijn. Dat vergeet je nooit."

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.