+ Meer informatie

Dag in, dag uit ....

5 minuten leestijd

De beslommeringen van Jolanda, moeder van vier kinderen. Haar oudste dochter maakt de tekeningen.

Voor de zoveelste keer sta ik bij de plaatselijke drogist voor het rek met leesbrillen. Eén voor één zet ik de monturen op mijn neus en probeer dan de aangegeven tekst te lezen. Het winkelmandje met toiletartikelen heb ik voor het gemak maar even naast me op de grond gezet.

Tot mijn teleurstelling zit de juiste sterkte er nog steeds niet bij. En toch ben ik aan een leesbril toe. In de supermarkt kost het me de grootste moeite om alle geur-, kleur- en smaakstoffen op potjes en pakjes te ontcijferen. En thuis is het al niet veel beter.

Steeds vaker moet ik bij het raam gaan staan of naar het lamplicht lopen met datgene wat ik lezen wil. Als ik de winkel weer uitkom blijf ik even weifelend staan. „Zal ik het doen of niet?" Naast de drogist zit namelijk een echte brillenwinkel, maar daar koop je natuurlijk geen bril voor slechts f 49,95 zoals bij zijn buurman.

Deze keer neem ik een kordaat besluit en stap ik de winkel binnen. Nauwelijks heb ik uitgelegd waar ik voor kom of ik zit al met mijn neus tegen een apparaat gedrukt. Oogmeting. Daarna mag ik mee naar een apart hokje alwaar een volgende meting plaats zal vinden.

De mevrouw die mij helpt goochelt met glaasjes en moeilijke woorden. Ze heeft het over optisch en cilindrisch, over bolling en holling over plussen en minnen èn over wat het allemaal gaat kosten.

„ . . . Of u krijgt zoiets", zegt ze opeens. „Maar dat is een gewoon simpel leesbrilletje van f 7,50." „ Wat zegt u?", zeg ik. „f 7,50? En dan zie ik dit?" Verrukt kijk ik naar de kleine lettertjes. Ik kan het prima lezen. Ik hóef helemaal geen holle, bolle of cilindrische glazen. Een gewoon simpel plus één leesbrilletje.

„Kijk eens wat ik gekocht heb?", zeg ik bij thuiskomst tegen mijn huisgenoten. „En raad eens wat het kost?" Mijn dochters kan het helemaal niets schelen wat het kost. Hoe het staat vinden ze veel belangrijker. „U zet hem toch niet op als ik vriendinnen meebreng uit school?", smeekt de een.

„U wordt er wel tien jaar ouder door, hoor mam", vindt de ander.

„Dat brilletje doet u toch alstublieft niet op in de kerk ?", smeekt de derde.

De grootste afknapper komt als Jelle mijn brilletje op zet en de meiden om het hardst roepen dat-ie „papa véél leuker staat! "

Jelle grijnst. Hij pakt een krant en gaat er eens goed voor zitten. Hij was al enthousiast toen hij hoorde wat het ding slechts kostte, maar nu raakt hij helemaal opgewonden.

„Dit is precies wat ik nodig hebt", straalt hij. En de rest van de avond staat de bril op zijn neus.

                              ------------------------------

Frederique

Ze is 8 jaar, weegt nog geen 23 kg, meet 1 meter 26 en heeft energie voor drie.

Frederique is heel laat met het wisselen van tanden. Zo rond haar zevende had zij nog niet één nieuwe tand, terwijl heel de klas al voorzien was. Ze had er nooit problemen mee. Zeker niet toen de tandarts vertelde dat het alleen maar gunstig was, omdat haar smalle mondje nu meer tijd heeft om te groeien zodat de nieuwe straks wat ruimer staan.

Toen de eerste tand eruit ging kochten we een leuk blikje waarin ze de tandjes kon bewaren. Het bleek nog een heel jaar te duren. Want nu (bijna 9) is er eindelijk een boventand uit... en dat ging niet zonder slag afstoot.

Wekenlang maakte ze de gekste tongbewegingen rond haar tandje. Dagelijks moest de wiebeltand bewonderd worden door haar vader, al moest die op veilige afstand blijven, en door mij. Ik mocht soms zelfs -héél voorzichtig hoor!!- de tand heen en weer bewegen. Maar naarmate de tand losser gaat zitten, moeten wij steeds verder uit de buurt blijven, want stel dat wij een handje willen helpen.

Die neiging krijgen we zo zachtjes aan inderdaad: Met een oorwurmig gezicht zit ze achter haar bord. „Ik wil eten", lispelt ze, terwijl ze met haar tong de op een haar na losse tand bewerkt. „Maar ik durf niet!"

„Als ik...", begint papa, maar ze deinst al achteruit. „Net als Erwin z'n vader zeker. Die doet het nog echt met een touwtje rond z'n tand en dan houdt-ie een aansteker voorz'n neus en daar schrikt-ie zo van dat-ie z'n hoofd achteruit doet."

„Je moet niet alles geloven wat ze vertellen", sust papa. „Je brengt me trouwens wel op een idee!" Geschokt kijkt Frederique hem aan. Hij grijnst... Iets later heeft hij haar zover dat hij met z'n handen op z'n rug en een driedubbele belofte dat hij er ab-so-luut! niet aan komt, eventjes mag kijken.

„Fré, die is er in één tel uit, één klein duwtje en je bent er vanaf." Snel klapt de mond dicht. „Hij moet er nu echt uit", probeert papa een andere tactiek, „je eet al een paar dagen veel te weinig. Moet je een appel? Dan kun je het zelf." „Nee, dank u", huivert Fré. „Als ik het mag doen krijg je een gulden."

„Goed", zegt ze na even aarzelen. „Nou, open die mond dan", wil pa opschieten, maar dat is dus te snel. „ Oe-oe!", griezelt ze en klapt steeds haar mond dicht en zo gaat het een keer of vier. Bij vier gulden is mijn mans geduld op. „De groeten", zegt hij hardvochtig „ik ben geen jojo!"

Na een paar rustige minuten waarin ijverig in de borden geprikt wordt, zegt Fré benepen: „Doe het nou maar, ik zal 'm echt openhouden." „Je voelt er écht niets van", zegt ze, trots naar het tandje kijkend in haar hand. „Dat zeiden we toch!!!", roepen we in koor.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.