+ Meer informatie

Bouterse beschuldigd van handel in cocaïne

Drugshandel verbaast Van den Broek niet

2 minuten leestijd

DEN HAAG - Minister Van den Broek van buitenlandse zaken vindt de Amerikaanse beschuldiging dat de Surinaamse legerleider, Bouterse, betrokken is bij een omvangrijke drugshandel „huiveringwekkend, maar niet onverwacht". Volgens Van den Broek heeft de Nederlandse regering wel aanwijzingen over de betrokkenheid van Bouterse bij handel in cocaïne, maar geen sluitend juridisch bewijs.

De minister deed deze uitspralcen gisteren voor de radio naar aanleiding van een uitgebreid verslag in NRCHandelsblad van afgelopen zaterdag over de handel in drugs in Suriname. Naast Bouterse zouden ook medewerkers als adviseur H. Herrenberg, stafchef I. Graanoogst, commandant M. Linscheer en minister van defensie R. Christopher deelnemen aan handel in cocaïne.

Aanwijzingen

Volgens NRC-Handelsblad beschikt de Amerikaanse organisatie ter bestrijding van de handel in drugs (Drug Enfocement Administration, DEA) over een tiental videobanden waarop getuigenverklaringen staan over de betrokkenheid van legerleider Bouterse. De Surinaamse drugsorganisatie zou sinds 1983 minimaal enige tienduizenden kilo's cocaïne vanuit Columbia hebben geïmporteerd. In het Surinaamse binnenland wordt de ruwe cocaïnepasta in geheime laboratoria bewerkt. Per schip of per vliegtuig gaat de cocaïne dan verder na.ir Europa. Een deel van de drugs wordt via Nederland naar de Verenigde Staten getransporteerd.

Van den Broek erkent dat de regering wel aanwijzingen heeft over handel in drugs door Bouterse en zijn naaste medewerkers. Harde bewijzen heeft hij echter niet in handen. „Het hebben van aanwijzingen is heel wat anders dan het hebben van juridisch bewijs. Het gaat veelal om delicten die niet in Nederland zijn gepleegd en dus in Nederland moeilijk vervolgbaarzijn", aldus de bewindsman.

Overleg met de huidige Surinaamse regering over de beschuldiging van handel in cocaïne wijst Van den Broek af. Hoewel hij zelf zegt geen juridisch bewijs te hebben voor de drugshandel, wenst de minister toch geen besprekingen te voeren met „een regering die haar bestaansrecht ontleent aan degenen die onder ernstige verdenking staan van de handel in verdovende middelene, lees: Bouterse".

Amerikaanse agenten van de DEA hebben de afgelopen maanden in Nederland gesprekken gevoerd met gevluchte Surinamers. Het is uit deze gesprekken dat de betrokkenheid van Bouterse bij de drugshandel is gebleken. De Nederlandse autoriteiten waren niet van deze gesprekken op de hoogte. Volgens een woordvoerder van de politie in Rotterdam is dat overigens ook niet nodig. Alleen bij „pseudo-koopacties" door de Amerikanen moet de Nederlandse jusititie wel worden ingelicht.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.