+ Meer informatie

KLANKEXEGESE

19 minuten leestijd

Klankexegese: Inleiding

Luisteren is een kunst, die niet iedereen even goed verstaat. Hoe vaak gebeurt het niet dat iemand slechts met een half oor luistert of alleen datgene hoort wat de eigen mening bevestigt en in eigen kraam te pas komt. Dat kan bedenkelijke gevolgen hebben, zeker wanneer dit luisterend oor aan een predikant toebehoort. Het kloppend hart van diens vele en velerlei werkzaamheden is immers het luisteren naar en vertolken van het Woord dat ons van Godswege toegesproken wordt. ‘Dienaar des Woords’: wat een mooie uitdrukking. Boven alles is een predikant, als het goed is, exegeet: Schriftuitlegger. Geen exegese/schriftuitleg zonder grondig te luisteren naar de tekst. Dit luisteren is een opdracht die hij heeft te volbrengen, een kunst waarin hij zich kan oefenen en een gave die hij ontvangen mag. Maar wat kan het soms fout gaan in de exegese. Nog niet eens omdat de tekst zo moeilijk was (dat kan natuurlijk het geval zijn), als wel omdat de predikant niet echt luisterde.

Klankexegese: voorbeelden

- De dominee preekt over Jes. 43:4, waar de Here tegen Israël zegt: ‘omdat gij kostbaar (S.V.: kostelijk) zijt in mijn ogen en hooggeschat en Ik u liefheb, geef ik mensen voor u in de plaats…’. In zijn preek haalt hij geweldig uit naar een verkondiging die de vinger legt bij de menselijke verdorvenheid. Vervolgens spreekt hij bijna lyrisch over het goede in de mens en zijn hoge waarde, de mogelijkheden die de mens heeft en moet ontplooien, en over zijn bondgenoot-van-God zijn. Het woord ‘kostbaar’ bepaalt de hele preek, toegepast op de mens. Ondertussen is de wondere boodschap van deze tekst de predikant ontgaan. De tekst vormt het centrum van een gedeelte dat begint (Jes.42:18) en eindigt (Jes. 43:8) met de verblinding en doofheid van Gods volk. En dat déze mensen, zondaars, je hopeloze Godverlaters, in Gods oog tóch kostbaar zijn - dat onderstreept niet de menselijke waarde maar de Goddelijke genade. Het geheim van dit tekstwoord ligt niet in een lauwerkrans voor de mens maar in het kruis van de Mensenzoon.

- Het is voorbereiding voor het Heilig Avondmaal. Tekst voor de preek: 1 Cor. 11:27 ‘Zo dan, wie onwaardiglijk dit brood eet…’. De mensen gaan enigszins terneergeslagen naar huis, met de grote vraag of zij wel waardig zullen zijn om volgende week aan te gaan. De uitleg in de preek cirkelde namelijk random deze vraag. Dat de apostel het in vs. 27 niet direct heeft over de mensen zelf maar over de ongeregelde en onbroederlijke wijze waarop zij daar in Corinthe de maaltijd des Heren vierden, heeft de predikant niet gezegd. Ook niet dat, gelet op vs. 28, de vraag nooit mag zijn ‘zal ik aangaan, of niet?’, maar: ‘eerst beproeven, dan aangaan’. Waar bleef in deze preek het zicht op Christus, die voor onwaardigen is gestorven? Het ‘tot Zijn gedachtenis’?

- Op de zondag na hemelvaart gaat het over Col. 3:2 ‘Bedenkt de dingen, die boven zijn, niet die op de aarde zijn’. Het komt erop neer, aldus de prediker, dat wij de weg van de versterving, de vergeestelijking, de hogere vervolmaking moeten nastreven. Legt u toe op een meer ‘hemels’, onaards leven. Mijdt wereldse genoegens. Want het hemelse is het ware, en hier beneden is niets blijvend. Was deze prediker een christelijk-gereformeerde dominee? In elk geval zou zijn exegese een kloosterling wel bevallen. Echter, Paulus maakt hier geen tegenstelling tussen het hemelse en het aardse op zich, als zou het laatste minder teilen; hij heeft het over de volheid van heil en leven die er ‘boven’ is, in Christus die aan de rechterhand Gods zit (vs. 1). Niets van wat hier op aarde is, kan zelfs maar voor een fractie bijdragen aan de verwerving of de vervolmaking van dit heil, dat de gelovige in Christus heeft (vs. 3). Als je dit weet, dan leef je hier op aarde ánders.

Klankexegese: kenmerken

De drie genoemde voorbeelden kan ieder uit eigen ervaring aanvullen. Het betreft hier een vorm van exegese die de naam Schriftuitleg eigenlijk niet waard is en die je zonder meer Schriftinleg moet noemen. We hanteren daarvoor ook wel de term ‘klankexegese’. Dit woord komt in het woordenboek niet voor, maar we begrijpen allemaal wat er mee bedoeld wordt: een vorm van exegese die met een deel van de tekst aan de haal gaat zonder zich om de rest, laat staan de bredere context, te bekommeren.

Een exegese die niet luisterend verwoordt in de taal van hier en nu wat het bijbelwoord toen en daar boodschapte. Kortom, wat is klankexegese? Principieel gezien: een exegese die niet hoort maar heerst. Praktisch gezien: een exegese waarvan je zegt ‘het klinkt goed, maar het klopt niet’.

Klankexegese kenmerkt zich vooral door het indragen van moderne betekeniswaarden in de bijbelse woordenschat en door de verwaarlozing van de context. Daardoor kan men de tekst laten buikspreken. Wie woorden als ‘hart’, ‘vrede’, ‘gerechtigheid’ e.d. in de bijbel direct vult met wat wij daar heden ten dage onder verstaan, moet de tekst wel misverstaan. Dan leest hij bijvoorbeeld bij de ‘verharding van het hart’ in Ex. 7:3, dat farao een ongevoelig mens werd. Maar dat is niet de bedoeling van deze uitdrukking, die veeleer aangeeft dat farao hardnekkig weigerde zijn plannen te wijzigen. Het ‘hart’ is in het O.T. namelijk op vele plaatsen de zetel van het verstand, waar de plannen gemaakt worden, de koers wordt uitgezet. Wat het woord ‘vrede’ betreft, is het bijvoorbeeld sprekend dat David bij Uria informeert naar ‘de vrede (sjaloom) van de oorlog’, 2 Sam. 11:7. Dat is wat anders dan óns woord ‘vrede’, dat per definitie de afwezigheid van strijd impliceert. Vanuit ons taalgevoel is het ook weinig begrijpelijk, dat het woord ‘gerechtigheid’ in het O.T. soms vrijwel synoniem is met ‘heil’, ‘barmhartigheid’ en ‘redding’. Steeds zal men woorden en teksten moeten beluisteren en verstaan in de eigen context, en in het geheel van de bijbelse boodschap. De Schrift is haar eigen uitlegster, luidt een oude en ware leesregel.

Terzijde: in zekere zin kun je de allegoriserende schriftuitleg als een vorm van gesystematiseerde klankexegese beschouwen. Ook hiervan een voorbeeld. De bruid in Hoogl. 1:5, 6 zegt van zichzelf dat zij ‘zwart doch liefelijk’ is. Een allegorische exegese betrekt dit woord ‘zwart’ rechtstreeks op de zondige staat van de mens of van de kerk: van nature zwart. En toch liefelijk, namelijk door de genade van de bruidegom Christus. Deze gedachte is mooi en waardevol, maar het staat er niet. Het meisje in Hooglied zegt van zichzelf dat zij in tegenstelling tot de stadsmeisjes, die een fraaie blanke teint hebben (hét schoonheidsideaal in die tijd), een door de zon gebruinde huid heeft - zij moest immers buiten werken, in de wijngaard. Het Hebreeuws heeft geen woord voor ‘bronskleurig’, ‘bruin’, en gebruikt in plaats daarvan het woord ‘zwart’ (zie het parallellisme in vs. 6a). Het gaat hier dus niet om zondig zwart maar om onmodieus bruin.

Klankexegese: oorzaken

Klankexegese - we laten de allegoriserende exegese nu verder buiten beschouwing, want dat is een verhaal apart - zou wel eens vaker kunnen voorkomen dan men denkt. Natuurlijk, elk predikant zal in principe consciëntieus te werk gaan, zich min of meer bewust van de hoge taak waarvoor hij staat. En toch … hij is ook maar een mens. Door verschillende oorzaken kan het soms zover komen dat zijn preek rust op een ongezond stuk klankexegese.

1. Allereerst moeten we heel nuchter constateren dat een belangrijke oorzaak van klankexegese kan liggen in het simpele feit van tijdgebrek Er is geen tijd meer om rustig en geduldig met de tekst bezig te zijn, de tekst te beluisteren. Welke predikant overkomt dit nooit? Door plotselinge gebeurtenissen ligt de hele weekplanning overhoop. De zondag komt steeds dichterbij. En twee preken moeten nog gemaakt worden. Snel een tekst gekozen, even een kommentaar inzien, en schrijven maar. Later kan een predikant zich dan soms schamen over wat hij als uitleg van de Schriften in de Naam des Heren vanaf de kansel verkondigde.,

2. Een ernstiger oorzaak van klankexegese is gemakzucht. Het is al snel goed. Waarom zou je je nader verdiepen in grammaticale construeties, in semantische beschouwingen, in exegetische knooppunten of de opbouw van een bijbelboek? Dat kun je toch niet allemaal in je preek doorgeven. Dus: overslaan maar! Zodra je voor je gevoel bij het exegetische voorwerk het punt bereikt, dat je al genoeg stof op tafel hebt om er een mooie preek van te maken, is het wel goed. Zo kan klankexegese ontstaan, door een te oppervlakkig luisteren naar de tekst.

3. Nog ernstiger ligt de zaak, als klankexegese vrucht is van eigenzinnlgheid. Dit grenst soms een pure heerszucht. Dan gaat het ongeduld de boventoon voeren. Je weet het beter dan de tekst, je wilt de tekst niet uit laten spreken. De grote lijnen, de kaders, heb je al klaar nog voordat de tekst zelf aan bod komt. Met name als de tekst wat vreemd lijkt te zijn, niet helemaal passend in het patroon van onze ideeën, of die nu gereformeerd, rooms of vrijzinnig zijn. De klank van de tekst - en van de preek - is dan onveranderd die van onze dogmatiek. De variatie in kleur en klank, stem en tegenstem in het geheel van het schriftgetuigenis wordt dan gedempt. En het sola scriptura verwordt tot een loze kreet.

4. Een volgende oorzaak van klankexegese zou wel eens kunnen liggen in wat de Duitsers ‘Entdeckungsfreude’ noemen, in een over-enthousiasme. De exegese laat zich soms vergelijken met een ontdekkingsreis. Die voert langs bekende, maar ook langs minder bekende wegen. Dan kan het wel gebeuren, dat een schriftuitlegger voortijdig meent de betekenis van een tekstwoord te ‘ontdekken’. Hij leest, ziet, hoort iets wat hij zo nog niet eerder had gezien of gehoord. lets waardevols. En wie zou daar niet blij mee zijn? Om ‘s zondags weer een nieuw stukje van die schat van het Evangelie uit te mogen delen. Alleen, in zijn pure enthousiasme, met de preekstoel in het verschiet, ziet hij voorbij aan andere elementen van de tekst, die toch bepaald niet pleiten voor zijn uitleg.

5. Dan is er natuurlijk ook het onbegrip dat tot klankexegese kan leiden. Wanneer een schriftuitlegger pas in actie komt wanneer de zondag in zicht komt maar voor het overige zich ternauwernood in de Schrift verdiept, wordt de kans dat hij de tekst als kapstok voor de preek gebruikt er niet kleiner op. Een schriftuitlegger moet immers schriftleerling en schriftgeleerde tegelijk zijn, en zich daarin oefenen. Luisteren en leren. Anders zal het meermalen voorkomen, dat men de tekst gewoon niet begrijpt omdat men de kennis niet heeft.

6. Tenslotte zou gesproken kunnen worden over weerstand in de exegeet zelf. Hij sluit zich af voor een bepaald deel van de bijbelse boodschap. Hij heeft er geen ‘feeling’ voor, hij beleeft het zelf niet zo. Stel je voor: een predikant die zelfs over de meest jubelende tekst met een grafstem preekt, of vrolijk heenpraat over een diep insnijdende profetische aanklacht. De persoon van de prediker en zijn belevingen werken maar al te vaak als een filter bij de exegese.

Nog meer oorzaken voor klankexegese zouden te noemen zijn, samenhangend hetzij met de praktijk van het predikantswerk, hetzij met de geestelijke instelling van de exegeet. En dan zwijgen we nog maar over een veel verder reikende problematiek, die op het hermeneutische vlak ligt: Hoe een mens die leeft in de 20e eeuw na Chr., gevormd door de vragen, inzichten en denkpatronen van zijn eigen cultuurwereld, in staat is om een woord dat uit een totaal andere tijd en wereld afkomstig is, recht te verstaan. Want dat is een vraag die wezenlijk is voor élke vorm van schriftuitleg en de grenzen van een kort artikel over klankexegese overschrijdt.

Klankexegese: gevolgen

Over de gevolgen en gevaren van klankexegese kunnen we kort zijn. We horen het iemand al zeggen: waar maken we ons druk over? Er is al menigmaal een zeer stichtende preek gehouden op basis van een zeer wankele schriftuitleg.

Als een predikant de plank exegetisch een keer misslaat, is er toch nog geen man overboord? Of hij/zij zegt het wat passender: de Heilige Geest kan ook met een kromme stok een rechte slag maken. En wie zou dit ontkennen? Het is voor menig schriftuitlegger echt een troost dit te weten! Want welke prediker zou van zijn schriftuitleg willen beweren, dat die altijd recht en adequaat was? De Here kan gelukkig zelfs van mijn stukwerk gebruik maken.

Toch is hiermee nog niet het laatste woord gezegd. De zaak is minder onschuldig dan ze misschien lijkt. Goed, als een predikant eens door tijdgebrek of een al te groot enthousiasme de plank misslaat, dan zal hij zelf de eerste zijn om achteraf in te zien dat het zo niet had moeten zijn. Maar als een predikant structureel aan klankexegese gaat doen, op grand van gemakzucht, heerszucht of onbegrip, dan staat het er ernstiger voor. Hij is immers dienaar des Woord. Wanneer het ‘Spreek Here, want Uw knecht hoort’ voor zijn omgang met de Schrift niet meer bepalend is, dan gaan er dingen grondig mis. In het hart van het predikantswerk, dat uitwaaiert in prediking, pastoraat, catechese en opbouwwerk, ligt het luisteren naar het Woord Gods. Vandaar komen steeds opnieuw de impulsen voor de opbouw van het geestelijk en gemeentelijk leven. Bederf van het beste is het slechtste. Dan wordt de Schrift misbruikt. De gemeente leert de Schrift niet te lezen zoals die verstaan wil worden. Ook een siecht voorbeeld doet navolgen. Klankexegese bouwt niet op, maar breekt af; biedt geen houvast en toekomst. De gemeente van Christus leeft immers niet bij originele vondsten van een predikant, maar van het onwankelbare Evangelie zelf.

Klankexegese: zekerlngen

Geen enkele schriftuitlegger is immuun voor het gevaar van klankexegese. De verzoeking om de Wissel tussen uitleg- en inlegkunde even om te zetten, is altijd aanwezig. Maar hij kan in zijn uitleg van het Woord en de preekvoorbereiding wel enkele zekeringen aanbrengen, die de kans op klankexegese sterk zullen verminderen. Enkele grondregels voor een gezonde exegese:

a. Absolute eis is dat men exegetiseert vanuit de grondtekst. Niemand mag de kansel op die niet eerst de letters gespeld heeft van wat de bijbelschrijver eeuwen geleden heeft opgeschreven, in het Hebreeuws of Grieks. Dat is eenvoudigweg een kwestie van respect voor de weg die de Heilige Geest is gegaan in de teboekstelling van het Woord. Hij heeft ons de Schriften niet gegeven in ronde Hollandse letters (statig 17e eeuws of vloeiender 20e eeuws), maar in Vierkante Hebreeuwse tekens, om zo te zeggen. Bekend is het gezegde: vertalen is verraden. Geen enkele vertaling is in staat om de zeggingskracht van de originele tekst te evenaren. Altijd gaan er aspecten van de tekst verloren. En: het gevaar om vanuit een vertaling betekenissen aan een tekst op te dringen die in de grondtekst ontbreken, is levensgroot. Wie de grammatica en het woordenboek minacht, moet zich niet inbeeiden een goed exegeet te zijn.

b. De woorden van de tekst moeten gewogen worden. Wat hoorde, dacht, voelde een Judeeër eigenlijk, toen hij Jesaja hoorde profeteren over de wonderbare raad van God (28:29), de wraak van God (35:4) en Sion als schuilplaats voor ellendigen (14:32)? Het is de Schrift zelf, die dit zal uitmaken, en niet onze eigen intuïtie, die immers bepaald zijn door een modern, twintigste-eeuwse taalgebruik. Overigens moet je wel uitkijken bij dit ‘woordonderzoek’. De theologische woordenboeken (Kittel, Jenni/Westerman, Botterweck/Ringgren) zouden je kunnen verlokken tot het inlezen van een veelheid van betekenissen in elke tekst. Dat is leuk voor een preek, want dan heb je zoveel te zeggen, maar het is exegetisch onjuist. De direct tekstomgeving bepaalt de betekenis van het woord. Te bedenken is dat het lexicon zelf ook al ten dele vrucht van exegetische bezinning is. Van blijvende betekenis is hier het gebruik van de concordantie. We moeten, om met K.H. Miskotte te spreken, ons het bijbels ABC steeds meer eigen maken.

c. De betekenis van een tekst is alleen recht te verstaan, wanneer we die lezen/horen in zijn eigen context. Dit is het intrappen van een open deur, zou je zeggen. Was het dat maar. Onder ‘context’ is te verstaan de direct omgeving van de tekst of het tekstgedeelte, vervolgens de bredere samenhang met andere delen en het geheel van het desbetreffende bijbelboek, en tenslotte de canon van het Oude en Nieuwe Testament in zijn geheel. Van veel belang is de vaststelling van de struetuur van een perikoop: hoe zit dit tekstgedeelte in elkaar, welke onderdelen verwijzen naar elkaar, is er een voortgang of climax? Voortdurend is rekening te houden met wat wij noemen de historia revelationis, de geschiedenis van de Godsopenbaring. Er is een voortgang in de openbaring, met een eschatologische gerichtheid. God gaat een weg met zijn volk. Deze is niet zomaar in een simpel schema te vangen - de Here openbaart zich, aldus G.C. Berkouwer, in het O.T. in een fragmentarische belichting -, maar de grote lijn is wel duidelijk: Het gaat heen naar de doorbraak van het Koninkrijk. Centraal in deze openbaringsgeschiedenis staat de groeiende verwachting, en de komst van de Messias. Zo zul je bij de exegese van een oudtestamentisch gedeelte, uit Spreuken of Hosea, de tekst niet meer mogen laten zeggen dan hij kan zeggen, maar ook niet minder dan hij wil zeggen, in de grote samenhang van het Oude en Nieuwe Testament.

Hiermee is het meeste wel gezegd. Natuurlijk is er nog veel meer. Een goede exegeet kijkt bijvoorbeeld ook altijd naar het tekstkritische apparaat van zijn bijbeluitgaven, dat vaak attendeert op problemen in de tekst en voorlicht over de vroegste verstaansgeschiedenis (namelijk, hoe de alleroudste vertalingen zoals de Septuaginta met de tekst omgingen). Hij zal letten op stijlvorm en literatuursoort, en op de aard van de tekst (dichterlijk, informatief, suggestief, etc.). Hij zal, waar mogelijk, vergelijken met eventueel buitenbijbels materiaal dat licht kan werpen op de eigenheid van een tekstgedeelte. Hij zal de voorvragen stellen, de w-vragen: Wie schreef dit? Wanneer? Waar? Onder welke omstandigheden? Aan wie? Met welke bedoeling? En ook zal hij zich wel eens moeten bezighouden met (theorieën over) de ontstaansgeschiedenis van de tekst. Stuk voor stuk ‘zekeringen’ tegen klankexegese. Want we moeten de tekst zo lang mogelijk laten uitspreken, voordat wij gaan spreken. Om de klank en kleur van de tekst te leren zien, het éigene ervan op het spoor te komen. Wat zegt de Here ons met/in dit woord? Als allerlaatste onderdeel van de exegetische arbeid pakt de exegeet tenslotte enkele commentaren op het betreffende bijbelboek uit zijn boekenkast en vergelijkt zijn eigen exegese met die van andere uitleggers. En dat zo breed mogelijk; het is een oud advies om bij de exegese in elk geval een gereformeerd, een rooms en een vrijzinnig commentaar te bestuderen. J. van Bruggen geeft de volgende adagia voor de commentaar-gebruiker: 1. Degradeer uw gesprekspartner niet tot uw souffleur; 2. Wees eigenwijs noch dociel; 3. De éne is de ander niet; 4. Niet het vele is goed, maar het goede is veel.

Met het bovenstaande is echter het allerbelangrijkste nog niet gezegd. Geen studie, hoe ijverig ook, en geen méthode, hoe zorgvuldig ook, kan garanderen dat wij altijd juist exegetiseren. Klankexegese zal vaker het gevolg zijn van de instelling van de exegeet zelf dan van zijn methoden. Het Woord dat wij voor ons hebben, dat wij uitleggen en verkondigen, is het Woord dat tot ons van Godswege wordt gesproken. Van de leiding van de Heilige Geest zijn wij diep afhankelijk. Want wij zijn zelf, ook als schriftuitleggers, maar kleine mensen, beperkt en wie weet in hoeveel opzichten blind voor wat Hij zegt. De zonde van het zelf heer en meester willen zijn laat zich niet afschrikken door de drempel van een pastorie, van de studeerkamer van de predikant. Daarom geen exegese zonder gebed, zonder de vraag om zelf echt stil te mogen worden opdat Hij spreekt. ‘Ontdek mijn ogen, opdat ik aanschouwe de wonderen uit Uw wet’ (Ps. 119:18); dat is de kern van de zaak. Een oprecht gebed als de allerbeste zekering tegen klankexegese.

Klankexegese: bespreken

Dit artikel verschijnt in een blad voor ouderlingen en diakenen. Daarom eindigen we met de vraag, hoe een kerkeraad moet omgaan met het nu besproken verschijnsel. Je zult maar in de kerkeraad zitten en ‘s zondags meermalen het idee krijgen dat de voorganger weliswaar vurig preekt maar rommelig de Schrift uitlegt. Wat dan? Als het goed is, zal regelmatig op de kerkeraadsagenda het onderwerp ‘preekbespreking’ prijken. Ook kan’s zondags na de dienst even worden doorgepraat met de predikant, ofschoon dit in de ene gemeente vaker gebeurt dan in de andere. Naar mijn ervaring gaan de opmerkingen dan meestal over de vraag of de prediking goed overkwam, dogmatisch gezien juist was, onderscheidend genoeg was, of er zaken aan ontbraken, over pakkende voorbeelden en verrassende formuleringen. Allemaal belangrijke dingen. Soms ook komt er een heel persoonlijke reactie los, een getuigenis dat inhaakt op het gehoorde. Prachtig.

Maar zou het niet goed zijn, om naast de vragen van de presentatie, toepassing en verwerking ook expliciet steeds weer te spreken over de uitleg van het Woord zelf? Zeker wanneer een kerkeraadslid daarover wat twijfels heeft. Want hier ligt toch wel het hart van het ‘toezien op de lering der dienaren des Woords’ (formulier van bevestiging van ouderlingen en diakenen). Daar staat bij: ‘Om hetwelk te doen, de ouderlingen schuldig zijn, Gods Woord naarstig te doorzoeken, en zichzelf gedurig te oefenen in de overlegging van de verborgenheden des geloofs’. Let op de volgorde in deze zin, het laatste rust op het eerste. Daarmee is niet gezegd dat elke ouderling zelf een exegeet moet worden, wel dat hij steeds meer ‘bijbels’ moet leren denken.

En dan spreke men op de kerkeraad ook over de variatie in de tekstkeuze, over de diepgang van de schriftuitleg e.d. Ter bevordering van het gesprek kan het een goed middel zijn om bij te houden waarover zondag aan zondag gepreekt wordt. Vraag een predikant eens belangstellend, hoe hij aan deze of gene uitleg kwam. Praat samen over de problemen, waarvoor de uitleg van een bepaalde tekst stelde, over andere mogelijkheden van uitleg.

Uiteraard zal een gesprek over de prediking altijd in opbouwende, broederlijke zin en met respect voor de ander gevoerd worden. Mensen worden zo snel beschadigd. Maar het is zonder meer noodzakelijk dat eenzijdigheden gesignaleerd en oppervlakkigheden bestreden worden. Want de schriftuitleg is een zaak, die allen aangaat. De Schrift is de bron waaruit de gemeente moet drinken. Klankexegese is in wezen een vorm van menselijke heerszucht, die bestreden moet worden. Opdat onze Here het eerste en het laatste woord heeft.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.