+ Meer informatie

(Geen titel)

3 minuten leestijd

ROTTERDAM — Een groeiend aantal minderjarigen loopt weg van huis. De weglopertjes worden ook steeds jonger: gevallen van 11- of 12-jarigen die weglopen vormen echt geen uitzondering meer.

Dit blijkt uit cijfers van de kinder- en zedenpolitie in Rotterdam. Het Bureau Opsporing Minderjarigen had in 1980 te maken met 1534 wegloopgevallen. In zo'n zeventig procent van alle gevallen betrof het meisjes. In Rotterdam valt vooral een' toeneming te constateren in de groep buitenlandse minderjarigen, die het ouderlijk huis de rug toekeren. Vorig jaar liepen in Rotterdam 108 Turkse kinderen van huis weg tegen 80 in 1979. Het totaal aantal weggelopen buitenlandse kinderen steeg in 1980 van 193 naar 277.

Volgens de zeden-en kinderpolitie komen de weglopertjes niet uit één bepaald milieu. Ruwweg ingedeeld gaat het om twee groepen weglopertjes: een belangrijke meerderheid die maar één keer verdwijnt en een kleine kern die steeds opnieuw van huis wegloopt.

Een belangrijke conclusie van de politie is dat "steeds meer de neiging bestaat zich rechtstreeks bij hen te melden". De Maasstedelijke politie meent dat door mond-op-mond reclame een groeiende groep vertrouwen krijgt in de houding van de politie en daardoor de weg naar het politiebureau weet te vinden.

In 1980 meldden zich 300 jeugdigen direct. Anderen werden op straat aangehouden of vonden onderdak bij één van de vele hulpverlenende instellingen of bij kennissen. Hoewel de politie strafrechtelijk (in combinatie met het civielrecht) de mogelijkheid bezit het weglopertje met dwang bij de ouders terug te brengen, gebeurt dat niet in de praktijk. In Rotterdam beperkt de zeden- en kinderpolitie zich tot hél opsporen van het land, waarna in overleg met diverse deskundigen wordt beslist waar de minderjarige naar toe gaat. Vaak is dat in de richting van de hulpverlening, zowel de gevestigde als de alternatieve: Raad voor de Kinderbescherming, Pro Juventute, opvangtehuizen (heel veel van de weglopertjes zijn al uit tehuizen afkomstig, in Rotterdam ongeveer 25%), JAC, Buldog, Release, enzovoort.

Beleid

Een jaar of vijf geleden leidde dit tot hoog oplaaiende conflicten tussen ouders en hulpverleners. De politie stond toen nog wat aarzelend tussen de partijen, waarbij de alternatieve hulpverlening vaak met argwaan werd bekeken. Hoewel het wetboek van Strafrecht de onttrekking aan de ouderlijke macht verbiedt, is al enige jaren een wijziging ten gunste van de hulpverlening in het vooruitzicht gesteld. De politie, zo blijkt, handelt nu ook in de geest van de toekomstige wet. „Nog steeds zijn er conflictsituaties met ouders, die het emotioneel niet aan kunnen dat zij hun kind soms niet krijgen," aldus de politie, „maar het belang van het kind staat voor ons voorop".

De situatie in Rotterdam verschilt nauwelijks met die elders in het land. In enkele artikelen zullen we nagaan in hoeverre ook dè minderjarige jeugd uit de gereformeerde gezindte is begrepen onder het stijgende aantal weglopertjes. Vooraf moet alvast worden geconcludeerd dat het daar vooral gaat om de „net-niet-wegloopgevallen", zodat ook enige „randproblemen" ter sprake zullen komen.

Vandaag aandacht voor de rol van de politie, die in feite bepaalt naar welke hulpverleningsinstantie — als zich problemen voordoen— wordt doorverwezen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.