+ Meer informatie

Naarde katechisatie

5 minuten leestijd

(96)

DE STAAT DER VERNEDER1NG (slot) Chrisms’ NEDERDALING TER HEL.

De „nederdaling ter hel” stellen de 12 artikelen, de apostolische geloofbelijdenis, als de LAATSTE trap in de staat van Christus’ verncdering.

Waarom doen zij dit?

Is Christus dan eerst n a Zijn dood plaatselijk in de hel geweest? Dit is wel het standpunt van Luther. Hij meent dit op grond van I Petrus 3:19, waar we lezen: „In welke Hij ook heengegaan zijnde, de geesten, die in de gevangenis zijn, gepredikt heeft.”

De juiste exegese van die tekst wijst hierop niet, maar geeft aan, dat Christus’ heengaan naar de hemel als een machtige prediking is geweest, tot een getuigenis voor heel de hel.

Christus kan niet na Zijn dood in de hel geweest zijn. Want Hij sprak tot de moordenaar aan het kruis: „H e d e n zult gij met Mij in het Paradijs zijn.” En: „Vader, in Uw Handen beveel Ik Mijnen Geest.” Waarom noemt de apostolische geloofsbelijdenis dan de nederdaling ter hel als de LAATSTE trap?

Omdat die trap de allerzwaarste is geweest. Het wa-ren de helse angsten en benauwdheden, waarin Hij gezonken is geweest aan het kruis, in de drie-urige duisternis, toen Hij van Zijn Vader verlaten werd. Die angsten begonnen in Gethsemane, toen Hem de b e k e r van het lijden werd voortgezet. Daarin waren ook de smarten van dit zwaarste zielelijden begrepen. Nooit is die diepte van dit helle-lijden te peilen voor ons, mensen.

We hebben in onze les 92 reeds over dit lijden gehandeld. In die les ging het over de drie-voudige dood, waaraan de mens door zijn val onderworpen is geworden. De tijdelijke, de geestelijke en de eeuwige dood, als voltrekking van de vloek der zonde. U moet die les, indien u deze bewaard hebt, nog maar eens nalezen.

Welnu, in de helse angsten en benauwdheden is Christus voor de Zijnen ingegaan, in de geestelijke en eeuwige dood.

Schrift en belijdenis laten het borgtochtelijke karakter van dit zielelijden uitkomen.

Rome verzwakt het borgtochtelijke. Zij maakt van de nederdaling ter hel slechts een ingaan van Christus na Zijn sterven in de „limbus patrum” d.i. de verblijfplaats van de Oud-Testamentische vromen, om die vaderen met Zich naar de hemel te voeren. Van een bevrijding der O.T. vromen uit het vagevuur weet de Schrift niets, omdat zij die niet kent. Ook niet een tussentoestand als een staat des doods tussen Zijn sterven en Opstanding in, bedoeld als een verkeer in het rijk der doden.

In die nederdaling ter hel heeft Christus het dieptepunt van Zijn lijden doormaakt.

Daaruit vlocit de allerrijkste VERTROOSTING voort voor’s Heeren volk.

Ook in dit zwaarste lijden is Christus de VOLKOMEN Borg bevonden. Hij is niet weggezonken in de diepte der hel, ja, met heilige eerbied gezegd, Zelf niet hels geworden, zoals dit is met de verdoemden. Want Christus is en bleef de RECHTVAARDIGE Mens, zonder zonde.

Zijn GODHE1D heeft Hem ook ondersteund in dit smartelijke en smadelijkste lijden.

Weet U waar onze Heidelberger de TROOST uit dit lijden zo treffend verklaart? In Zondag 16 vr. en antw. 44. Hoe innig belijdt hier de leerling: Mijn Heere Jezus en . . . „opdat ik in mijn hoogste aanvechtingen verzekerd zij en mij ganselijk vertrooste.” De verberging van Gods liefelijk Aangezicht, de verlating van God, zijn wel de bangste ervaringen voor Gods kind.

Maar wat is het wezenlijk verschil tussen de seria-ting van God” bij Christus en die bij Gods kinderen? Wel, de verlating, welke Gods kind ervaart, is niet een verlating van God in de w o r t e 1 der zaak, maar een gevoel van verlating. Dit dient dan tot beproeving en tot loutering.

Maar een verlating in het wezen der zaak kan niet. Getuigt de Heere zelf niet tot het fel bestreden volk in de ballingschap: „Kan ook een vrouw haar zuigeling vergeten, dat zij zich niet ontferme over de zoon haars schoots? Ofschoon deze vergate, zo zal Ik toch u niet vergeten. Zie, Ik heb U in de beide handpalmen gegraveerd, uwe muren zijn steeds voor Mij.” Jes. 49 : 15 en 16.

Christus in de hel geweest en daarmede heeft Hij de hel gesloten voor een Zich helwaardig kennend volk en voor hetzelve de hemel ontsloten en dat in de weg van recht. „Sion zal door recht verlost worden.” Kent u hiervan iets?

Zonder hellevaart van zelfkennis geen hemelvaart van Godsen van Christus-kennis! We bedoelen naar de mate der genade en des geloofs.

O, vreselijk zal het zijn verloren te gaan, geworpen te worden in de buitenste duistemis, waar wening zal zijn en knersing der tanden vanwege de eeuwige wanhoop!

En nu liggen we verloren. Maar het is n6g het heden der genade, de wclaangcname tijd en de dag der zaligheid. God heeft geen lust in de dood van de zondaar, maar in zijn behoud. Dit is Zijn geopenbaarde wil. Het zijn de geopenbaarde dingen voor ons en onze kinderen, volgcns Deut. 29 : 29. Ja, God z we e r t zelfs, dat Hij geen lust in onze dood heeft. Maar w ij hebben dit wel.

Smeken we om geopende ogen hiervoor en om een verbroken hart. Dat in de weg der ontdekking Christus noodzakelijk, dierbaar en algenoegzaam worde in de gangen van Zijn diepe vernedering. Dan zal Hij dit ook worden door zielsbeleving in de staat Zijner verhoging!

„Dat de kinderen Sions zich verheugen over hunnen Koning.” Ps. 149.

Urk

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.