+ Meer informatie

Gestalte geven aan eenheid met kerken van gereformeerd belijden

6 minuten leestijd

Sinds de synode van 1965/'66 is in onze kerken een regeling van kracht omtrent de wijze waarop men in onze kerken gestalte kan geven aan de eenheid, die blijkens samensprekmgen met kerken van gereformeerd belijden ontstaat. De regeling is bekend geworden onder de naam ”Regeling art. 219 Acta 1965-1966” en zij heeft hier en daar goede diensten bewezen. De laatste synode heeft een enkele zinsnede aan de regeling toegevoegd. Omdat de Acta verschenen zijn hebben we gelegenheid op de betreffende passages te wijzen, hoewel één en ander natuurlijk reeds voldoende bekend geacht mag worden, omdat het zg. besluitenboekje al veel eerder was verschenen.

Men herinnert zich, hoe de zaak diende op de synode van 1965/'66. Een instructie uit de particuliere synode van het Oosten drong er bij de generale synode op aan om richtlijnen te geven voor de wijze waarop de kerkeraden zouden kun nen handelen, die in samensprekmgen met kerken van gereformeerd belijden tot een mate van eenheid in belijden zijn gekomen en aan deze eenheid gestalte zoeken te geven.

De synode overwoog in haar bespreking van de zaak, dat in geding is de kwestie van de toelating tot de kansel waar

bij smds de dagen van de reformatie het kerkverband op een onmiskenbare manier functioneert, en waarin de kerken zich voor Gods aangezicht verplicht hebben jegens elkander. Allerlei vragen werden in de discussie aan de orde gesteld, bijv. de rol die de classis in een en ander heeft te spelen. Ook kwam aan de orde de vraag of leden verplicht zouden zijn zich onder de dienst van een gastpredikant te stellen, wanneer de kerkeraad tot kanselruil zou besluiten. en ook kwam de vraag aan de orde, of ”gastpredikanten” verplicht zouden zijn om deel te nemen aan die kanselruil, wanneer een kerkeraad daartoe zou hebben besloten. Al dergelijke vragen werden niet volledig doorgesproken en beantwoord omdat ZIJ als zodanig met aan de orde waren Maar zij kwamen wel reeds ter sprake. En daaruit blijkt wel dat hier inderdaad allerlei kwesties liggen, die niet zo eenvoudig op te lossen zijn. Men kan één en ander zelf nagaan in de acta van de synode van 1965/'66 blz 67-69 Het besluit dat de synode nam in verband met de ingediende instructie en na de breedvoerige eraan gewijde bespreking is bekend. In hoofdzaak komt het neer op het volgende: Onder het ”aanvankelijk gestalte geven aan de eenheid” wordt verstaan het toelaten van elkanders ongecensureerde leden tot elkanders avondmaalsviering; het van tijd tot tijd laten voorgaan van elkanders predikanten in de dienst des Woords en het aanvaarden van elkanders attestaties Dit zal slechts kunnen plaats hebben met kerken die behoren tot een kerkverband waarvan de synode van de eigen kerk heeft geconstateerd, dat het zich in alles wil stellen op de grondslag van Gods Woord en de geref belijdenis, en met welk kerkverband contacten worden onderhouden door middel van wederzijdse deputaten. Van belang is, dat er sprake moet zijn van een eenheid in erkenning en beleving van

Woord en confessie en van de regels die op grond daarvan voor het kerkelijk leven gelden. De gemeente moet erover gehoord en met een genoegzame eenparigheid van gevoelen instemmen met de voorgenomen nauwere samenleving De classis heeft evenzeer een stem in het kapittel Zij heeft zich zelf te overtuigen van de bedoelde eenheid en zal ook voortdurend haar aandacht wijden aan de zaak tijdens de classicale vergaderingen bij de rondvraag naar art. 41 en door middel van de kerkvisitaties De plaatselijkheid van de genomen besluiten wordt nog door de synode onder-streept en ook de voorlopigheid van de gehele zaak.

Wij zouden hierbij vele opmerkingen kunnen maken, maar beperken ons nu tot slechts twee volgende zaken:

1 Getracht is in een m onze kerkorde onbekende materie een weg te wijzen, die zoveel als mogelijk is bij de begin selen van het gereformeerde kerkrecht aansluit Niemand kan ontkennen dat een nauwer samenleven tussen kerken van gereformeerd belijden een zaak is, die in onze kerkorde met ter sprake komt. Om de eenvoudige reden dat die gereformeerde kerkorde, juist áls gereformeerde kerkorde geen verdeelde en verbroken gereformeerde kerk of gereformeerde gezindte kent De bijbel kent zulks niet De belijdenis kent zulks niet De kerkorde kent zulks evenmin. De praktijk leert ons anders Zij confronteert ons wel met een verbroken kerk. Maar dat is — niemand die het wel meent met Gods Woord en Gods Sion — een zondige praktijk Daarom kan men aan de gereformeerde kerkorde ook niet vragen: hoe moeten kerken die op één belijdenis staan en toch van elkaar vervreemd zijn en nu vervolgens krachtens Gods genade elkaar leerden zoeken en vinden tot een nauwer samenleven komen ? Op die vraag zoekt men in de kerkorde tevergeefs een antwoord.

Daarom hebben we ook te maken met een synodale bepaling.

2 De tweede zaak die ik wil onderstrepen is, dat bij het zoeken van een weg tot werkelijk nauwer samenleven wél de beginselen van die gereformeerde kerkorde ons kunnen helpen. Twee zaken zijn er die dan in het oog gehouden moeten worden, de rechten van de plaatselijke kerk en de betekenis van het kerkverband. Waar deze twee niet op enigerlei manier elkander in evenwicht houden gaat het fout En nu wil de bekende regeling naar art. 219 niets anders dan deze twee zeer belangrijke zaken samen in het oog houden Wie in dit licht de bepalingen leest zal opmerken, dat kerkverband én plaatselijke kerk niet tegenover elkander komen te staan maar samen de goede weg zoeken. In dit licht heeft men ook te zien de toevoegmg die de synode te Rotterdam ten opzichte van art. 219 maakte. Daar werd nog eens duidelijk uitgesproken, dat de zg. kanselruil door de plaatselijke predikanten kan worden toegepast, of van predikanten van andere plaatselijke kerken, waar hetzelfde nauwer samenleven tot stand gekomen is. Ook werd terecht vastgesteld, dat bij het onderzoek naar de vastgestelde eenheid de deputaten art 49 zullen worden ingeschakeld In Rotterdam werd uitgesproken dat deze regeling voorlopig ook kan gelden t.a.v. de Gereformeerde Kerken (buiten verband).

Zo is getracht te voldoen aan wat Rutgers ten aanzien van de Dordtse Kerkorde eens schreef, dat er ruimte is, maar binnen zekere grenzen, en regelmaat zonder formalisme. In alle voorlopigheid is hier een weg gewezen, die het mogelijk moet maken om te voorkomen, dat we eigen wegen kiezen, maar met minder om de wegen die God met onze kerken houdt te barricaderen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.