+ Meer informatie

..Niemand krijgt ons hier meer weg

Geen terugkeer mogeKjk bij Israëlische nederzettingenbeleid

11 minuten leestijd

PSAGOT-Al is het juli, het is koud op deze 960 meter hoge heuveltop op de Westoever. In de diepte zien we een dichtbevolkt Palestijns gebied: Ramallah en El Bireh. In de verte ligt de luchthaven van Jeruzalem en de hoge torenflats van Israels hoofdstad steken boven de andere gebouwen uit. Advocaat Louis Greenbaum over zijn nederzetting Psagot: „Een van de belangrijkste redenen waarom we hier zijn, is de veiligheid. Je ziet hoe dichtbij Jeruzalem ligt. Er hoeft hier maar één Palestijn met een Katoesja-raket te staan".

Anja Overduin (met bril) is niet bang voor stenen op de weg naar Jeruzalem. Op de achtergrond Nerrie De bewoners zijn religieus. De joodse godsdienst wordt in de buitenlucht bestudeerd. Psagot ligt op een heuveltop. Op de achtergrond ligt Ramallah. Nieuwe immigranten zullen onderdak vinden in deze mobiele woningen. Achtergrond: het bijbelse Ai. Door A. Muller

Greenbaum zegt niet alleen uit ideologische overwegingen naar Samaria te zijn gegaan. „We woonden niet in zo'n goede buurt in Jeruzalem. We beschouwden dit als een sociaal experiment, als een avontuur. We hoorden dat hier een aardige groep mensen heentrok. Dus dachten we: Waarom niet? Het leven is hier voor ons niet goedkoper. We zijn veel meer kwijt aan benzinekosten en in de winter hebben we hoge verwarmingskosten".

Een andere bewoner van Psagot die ons begeleidt is Joël Weissberg. Hij heeft een tandartspraktijk in Jeruzalem. Hij zegt het prettig te vinden deel uit te maken van een groep mensen „die ongeveer hetzelfde denken, die de wetten van de Thora houden, en die heel goed gemotiveerd zijn. Zij vragen zich af hoe zij het land van dienst kunnen zijn in plaats van zich af te vragen hoe de natie hen kan helpen".

Nadelen zijn er ook. Toen hij en zijn gezin nog in Jeruzalem woonden, konden ze gemakkelijk op de sabbat („de dag van het gezin") naar vrienden wandelen. Hier kun je op sabbat de nederzetting niet uit. „Vijf jaar geleden kon je Ramallah nog zonder problemen in. Maar nu zien ze ons daar niet graag meer, noch in een auto, noch als voetganger. Je kunt het wel doen, maar het is geen plezierige ervaring".

Wortels

Weissberg twijfelt er niet aan of „dit gebied van ons is". Hier liggen de wortels van het joodse volk. Vlak naast Psagot bij voorbeeld liggen de ruïnes van Ai, de plaats waar Jozua een jammerlijke nederlaag leed. Opgravingen hebben aangetoond dat in de tweede tempelperiode deze plaats door joden werd bewoond.

Al is de politieke status van de Westoever nog niet vastgesteld, Weissberg wil door „voldongen feiten te stellen" helpen de toekomstige status te bepalen. Door uitgebreide joodse nederzetting zal het onmogelijk worden dat Israël zich uit dit gebied terugtrekt. Joden blijven hier dus, „maar we zijn ook bezorgd over onze relatie met de Arabieren. We zullen ons jegens hen goed moeten gedragen, omdat zij menselijke wezens zijn".

De sfeer op de weg naar Psagot is anders dan die binnen de 'Groene Lijn'. Hier is spanning en het lijkt op een oorlogsgebied. Twee soldaten die meegaan om de bus naar de nederzetting Psagot te bewaken, sommeren de passagiers de ramen dicht te doen zodra de eerste Arabische huizen in zicht zijn. Het speciale glas moet de passagiers beschermen tegen brandbommen en stenen die mogelijk kunnen worden gegooid. Want de intifada (Palestijnse opstand) mag dan wat uit het nieuws zijn, hij is zeker nog niet afgelopen. De twintig minuten lange rit van Jeruzalem door Ramallah en El Bireh naar Psagot verliep voor ons echter probleemloos. Onderweg stapten de Arabische passagiers vredig uit.

Stenen

De Nederlandse Anja Overduin werkt bij de familie Weissberg. Haar hulp in het gezin is hard nodig omdat Joëls vrouw Nerrie als internist in Jeruzalem werkt. Dagelijks reist Anja met de bus. Ze vertelt dat de reis met de bus de laatste tijd rustig verloopt: slechts twee keer per maand wordt de bus bekogeld. Vroeger was dat anders. „De afgelopen winter was het echt heel gevaarlijk. Toen mikten ze op de voorruiten om de chauffeur te verwonden. Ik stond eens naast de chauffeur toen een heel grote steen de voorruit versplinterde. De chauffeur kreeg een glasscherf in zijn oog. Hij heeft eerst de bus nog naar Jeruzalem gereden, maar moest daarna naar het ziekenhuis".

Wat doen de soldaten in de bus als deze wordt bekogeld? Anja Overduin: „Dan springen ze eruit. Ze lossen waarschuwingsschoten. Als ze de dader ontdekken, rennen ze achter hem aan. Soms lukt het hun deze te pakken. Hij wordt dan afgeleverd bij het legerhoofdkwartier of soldaten in een jeep nemen hem over. Kinderen kunnen door hun ouders worden opgehaald bij het leger".

„Eens zag de chauffeur dat een jongen met een steen in de handen stond. Hij liep hard weg. De soldaten riepen: „Laat ons eruit", maar de chauffeur zei: „Wacht maar, ik rij er even achteraan". De jongen rende door de smalle straatjes van El Bireh en de bus reed er achter aan. Ten slotte rende hij de begraafplaats op, waar de bus moeilijk kon komen. Hij had gewonnen".

Hinderlaag

Zelf reizen Greenbaum en Weissberg met de auto naar Jeruzalem. De ruiten zijn van sterk plastic. De kosten van dit beschermend materiaal bedragen 1200 tot 2000 gulden per auto, maar de regering verstrekt subsidie. Alle mannen in de nederzetting hebben wapens, omdat ze één keer in de twee weken 's nachts en één keer in de twee maanden overdag moeten wachtlopen.

Greenbaum neemt zijn pistool niet mee als hij naar zijn werk gaat. „De zorg om het op de juiste wijze te gebruiken staat in geen verhouding tot de kans dat je hem echt nodig hebt". De belangrijkste reden waarom de bewoners het wapen meenemen is de angst dat ze in een 'hinderlaag' rijden: een weg versperd met stenen, zodat je moet stoppen en met brandbommen of stenen bekogeld kunt worden. Maar bij de meeste incidenten met stenen heb je je wapen echt niet nodig, aldus Greenbaum.

Joël Weissberg reageert: „Mijn mening is dat je het eens in je leven serieus nodig hebt — en dan kun je het beter inderdaad bij je hebben". Tijdens de rondgang door Psagot horen we op een bepaald moment schoten. Weissberg, een reservist-kapitein in het leger, hoort aan het soort knal dat de kogels over de nederzetting vliegen. Het valt me op dat niemand op de schoten reageert: de bouwvakkers werken door, wandelaars kijken niet eens om zich heen en kinderen spelen ongestoord verder. „Het is slechts een van de kolonisten of iemand van het leger die wordt aangevallen en in de lucht schiet om de aanvallers af te schrikken", vermoedt Weissberg.

Gebieden voor vrede?

De laatste jaren wordt veel over het begrip "gebieden voor vrede" gesproken. Met name Amerikaanse en Europese politici veronderstellen dat er een Israëlisch-Arabische vrede kan worden bereikt als er territoriale concessies (door Israël) worden gedaan. Het vredesinitiatief van de Amerikaanse minister van buitenlandse zaken, James Baker, is op dit idee gebaseerd.

Louis Greenbaum zegt: „Wij geloven in vrede voor vrede. De term "gebieden voor vrede" is heel symbolisch: vrede is iets wat wij willen en gebieden zijn iets wat zij willen. We ruilen dus: zij krijgen gebieden en wij krijgen vrede. Maar wij wisselen liever vrede voor vrede uit".

Volgens Greenbaum willen de Israëliërs de Palestijnen op zijn hoogst autonomie geven. Daar heeft hij geen bezwaar tegen. „Laten de Palestijnen gemeentelijke zaken als stadsreiniging of riolering zelf maar regelen. Van mij mag er ook een eigen Palestijnse vlag op het stadhuis hangen, daar heb ik helemaal geen last van. Het moet hun wel heel duidelijk zijn dat er geen gebieden "Judenrein" zijn. Dat kunnen we niet accepteren in Erets Israël. Maar het is onmogelijk dat ze een eigen staat krijgen, met een eigen leger, een eigen munteenheid en Buitenlandse Zaken. Wij zullen ons eigen leger altijd nodig blijven hebben langs de Jordaan en hier bij ons".

Koppeling

De advocaat gelooft dat de Israëliërs bereid moeten zijn om in hun levensstandaard achteruit te gaan als de Amerikaanse regering het garant staan voor 10 miljard dollar (die Israël bij de Amerikaanse banken wil lenen) wil koppelen aan de stopzetting van de nederzettingenactiviteit.

Hij gelooft dat deze koppeling „een heel ernstige inbreuk" is op de binnenlandse zaken van Israël. „De volgende stap zal zijn dat de Verenigde Staten willen dat we slechts vijf nederzettingen ontmantelen. Het einde is dan zoek". De Amerikaanse minister van buitenlandse zaken, James Baker, houdt volgens hem rekening met de Amerikaanse belangen, maar niet met de Israëlische. „Zijn belangrijkste gedachte is niet hoe hij Israël moet beschermen, maar hoe hij een betere wereld kan scheppen — voor de Verenigde Staten".

Reeds 100.000 joden wonen op de Westoever en in de Gazastrook. In Jeruzalemse buitenwijken die na de Zesdaagse Oorlog op voormalig Jordaans' grondgebied zijn gebouwd, wonen nog eens 130.000 Israëliërs. Minister van huisvesting Ariel Sjaron is een groot voorstander van joodse nederzetting op de Westoever. Hij maakt daar geen geheim van en hij heeft de politieke daad bij het ideaal gevoegd: op Louis Greenbaum (r.) en Joël Weissberg in Psagot. de Westoever wordt op het ogenblik enorm gebouwd.

Hij zei enkele weken geleden dat hier 4468 woningen in aanbouw zijn. Daarbij zijn de 1000 en 1500 mobiele woningen die pas geleden zijn geplaatst niet meegerekend. Deze 'caravans' zijn door de bestaande gemeenten binnen de Groene Lijn geweigerd. Israëliërs in diverse plaatsen demonstreerden tegen de komst van caravanparken. Deze zouden snel verpauperen en de goede naam van hun buurt aantasten.

De bewoners van de nederzettingen op de Westoever zagen echter graag dat deze woningen bij hen werden geplaatst. Sommigen verwachten dat het aantal joodse bewoners op de Westoever dit jaar niet met de gebruikelijke 12 tot 14 procent zal groeien, maar met 20 procent. daklozen en Arabieren". Alle drie de groepen vormen een potentiële bedreiging: de vredesactivisten zijn tegen de joodse kolonisatie van de Westoever en de Gazastrook, en zij voeren in de nederzettingen soms acties om dit tegen te gaan.

De daklozen (zwak sociale families die door de hoge huren uit de woningmarkt zijn gedrukt) benijden de Russische immigranten en zouden maar wat graag gebruik maken van de faciliteiten die er voor dezen zijn gecreëerd. De Palestijnen zijn natuurlijk ook gekant tegen de kans dat ze de uitbreiding van de nederzettingen willen saboteren. „Weet je, hier is het eigenlijk ontzettend rustig", zegt ze. „In Qiryath Arba bij Hebron werkten we in drie ploegen met drie werkers — zwaar bewapend. Hier kan ik het werk samen met mijn broer af".

Permanent

Saamhorigheidsgevoel

Ook Psagot breidt uit. Joël Weissberg brengt ons naar de heuvelhelling met de caravans. Deze gloednieuwe "mobiele woningen" moeten de nieuwe immigranten opvangen. Op twee na staan ze echter nog leeg. In één woont een Russische familie die een jaar geleden naar Israël emigreerde. De echtgenoot ligt in het ziekenhuis, maar Nini is graag bereid ons te woord te staan. Haar gezin woonde eerst in Maale Adummim, een grote plaats tussen Jeruzalem en de Dode Zee.

In tegenstelling tot de meeste Sowjetimmigranten, is Nini religieus. „Ik voel me hier in dit land meer joods", zegt de Russin in vloeiend Hebreeuws. „En hier in de nederzetting bestaat een sterke verbondenheid tussen de mensen, een sterk saamhorigheidsgevoel. Iedereen is hier bereid de ander te helpen. Dat is voor mij een belangrijker argument dan het economische". De financiële voordelen zijn overigens niet gering: de huur bedraagt 140 gulden per maand. In Jeruzalem is die gemiddeld ten minste 1000 gulden.

Een 'andere mobiele woning is bewoond door een meisje, dat een zwart T-shirt draagt met de woorden: "Bewaking en veiligheid, BV". Het is haar taak de caravans te bewaken tegen „demonstranten van Shalom Achsjaf ("Vrede Nu"),

Elders in het dorp wordt gerenoveerd. Bestaande woningen krijgen een schuin dak en de muren worden voorzien van isolatiemateriaal. Dit zal de bewoners moeten beschermen tegen de kou in de winter. De aannemer is zelf inwoner van Psagot. Hij vertelt dat zijn arbeidersploeg uit tien joden en twee Arabieren bestaat. Vroeger was het aantal Arabische werknemers veel groter. „De Israëliërs —Russen en mannen die net uit het leger zijn— zijn nu veel meer bereid dit werk aan te pakken", vertelt hij. In een andere hoek van Psagot worden permanente woningen gebouwd met uitzicht op Ramallah.

Er wonen al ruim honderd gezinnen in Psagot. De eerste kolonisten streken in 1981 neer. Het aantal gezinnen zal tot 220 moeten worden uitgebreid. Verder telt dit dorp op de heuvel twee synagogen, een supermarkt, een bibliotheek, een gemeenschapscentrum voor een aantal naburige nederzettingen en een school voor rabbinale rechters. Voor kinderen tot acht jaar is er basisonderwijs. Oudere kinderen gaan met speciale gele bussen naar andere nederzettingen of naar Jeruzalem. De bewoners zijn vastbesloten: niemand krijgt hen hier meer weg. Eveneens is het duidelijk dat Sjarons nederzettingenbeleid niet meer door de westerse politici kan worden gestopt. "Bewaking en veiligheid" staat er op haar shirt. Dag en nacht moet ze toezien op de mobiele huizen opdat ze niet worden gekraakt door, vredesactivisten, Arabieren of daklozen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.