+ Meer informatie

DE WARE EENHEID GODS WERK!

8 minuten leestijd

1

Als er één woord is, dat vandaag in de wandelgangen van het kerkelijk leven veel gebruikt wordt, dan is het wel het woord polarisatie. Op bijna elk „erf” hoort men spreken van dreigende polarisatie. Het zal niet gezegd behoeven te worden wat dit betekent. Een magneet trekt naar de beide tegenovergestelde polen, brengt dus een zekere scheiding teweeg. Zo ziet men vandaag overal haast de krachten werken die de onderlinge verhoudingen vertroebelen, verkoelen of verbreken. Daarbij kan het zijn, dat men in theorie nog één is, maar in de praktijk al verder van elkaai af leeft.

Graag willen we onderstrepen een vijand te zijn van het al te gemakkelijk gebruiken van dergelijke woorden. Het kan „in” zijn om zo'n woord te gebruiken, terwijl de zaak waarom het gaat niet ter harte gaat. Des te erger is dat, wanneer het gebeurt in het midden van de kerk.

Dan is het niet meer als een modeverschijnsel om te praten over polarisatie. En de zaak waarom het gaat is nog nooit voor Gods aangezicht nood geworden en doorworsteld. Dan kan er ook geen vrucht naar buiten verwacht worden. Alle gepraat en geredeneer over deze dingen is dan niet anders als grenzeloze oppervlakkigheid. Toch komen we hier terecht bij een onmiskenbare werkelijkheid, die -hoe ook genoemd- alleen maar aan moet grijpen. Erg zijn de breuken, die openbaar komen tussen hen, die zeggen Gods Naam te belijden. Het ergst de breuken tussen hen, die uit de waarheid van vrije genade wensen te leven. Maar ook erg is het langs elkaar heenleven op hetzelfde erf. En dan bij het vertoon van eenheid naar buiten. Zo'n situatie is bedroevend naar binnen en naar buiten. Het geeft veel moeiten onder elkaar en breekt de kracht tegenover anderen.

Maar nu willen we deze morgen in die situatie het Woord van God laten spreken. Vanuit de innerlijke overtuiging, dat alleen dat woord uitzicht kan geven. Plannen worden er al jaren gemaakt tot meerdere eenheid tussen verschillende kerken. Men wil samen -op-weg. Het gaat niet zo hard, merken we telkens weer. Hoe kan het anders! Als men samen -van-de-weg af is, dan is het tevoren al met onvruchtbaarheid geslagen. En binnenkerkelijk wordt ook het nodige gedaan om de polarisatie tegen te gaan. Middelen worden voorgesteld om tot de beleving van meer eenheid onder elkaar te komen. En zeker we zullen geen middel verachten, dat in de schriftuurlijke zin dienstbaar kan zijn aan de beleving van de ware eenheid. Maar tenslotte is die eenheid alleen Gods werk. Zonder de middelen te verachten zal het ware geloof alleen daarin verwachting kunnen hebben. En in het profetische Woord van deze morgen horen we daarvan.

Hoe wonderlijk spreekt de boodschap van Gods Woord over de eenheid die uit God is. We worden geleid naar de profetieën van Ezechiel. Daar spreken dode stukken hout van Gods wonderlijk werk.

De profeet krijgt van de Heere het bevel tot een eenvoudige handeling. We lezen ervan in Ezechiël 37 : 15 - 17: „Wijders geschiedde des Heeren woord tot mij zeggende: Gij nu mensenkind! neem u een hout en schrijf daarop: voor Juda en voor de kinderen Israëls, zijn metgezellen; en neem een ander hout en schrijf daarop: voor Jozef, het hout van Efraim, en van het ganse huis Israëls, zijn metgezellen. Doe gij ze dan naderen, het een tot het ander, tot een enig hout; en zij zullen één worden in uw land”. Dus twee stukken hout moet de profeet allereerst nemen en beschrijven. Men heeft wel gedacht, dat deze twee houten de vorm van een staf of scepter hadden, omdat hier over koninkrijken gesproken wordt. Het kan, maar staan doet het hier niet. In ieder geval moest op ieder stuk hout een naam geschreven worden. Op het eerste de naam van Juda en op de tweede de naam van Jozef. Daarmee worden bedoeld de twee koninkrijken van Israël. In het twee-stammen-rijk stond Juda op de voorgrond. In het tien-stammenrijk Jozef. En ten overvloede liet de Heere er bij zeggen, dat het niet alleen om die stammen ging, maar om al de kinderen Israëls, die aan elk van de afzonderlijke rijken verbonden waren.

Uiteraard gaat het om het geheel van deze handeling, die op de eenheid wijst, die God geeft. Maar toch wil de Heere zeer zeker allereerst laten zien, hoe erg de verscheurdheid is. Het zal onze aandacht niet mogen ontgaan, hoe hier allereerst twee houten genomen moeten worden, die elk afzonderlijk beschreven moeten worden. Het wijst op de bedroevende werkelijkheid van de breuk tussen de twee koninkrijken Juda en Efraim.

Er klinkt een aanklacht tot Juda en Jozef, tot het twee stammenrijk en het tien-stammenrijk in die twee houten. Zij getuigen tegen hen.

Eénmaal waren ze samen geweest. Maar nu zijn ze al eeuwen gescheiden. Ezechiel spreekt immers in de tijd van de ballingschap. Zijn woord klinkt tot de ballingen van Juda. Achter die scheuring na de dood van Salomo lag Gods Raad. Toch wil dat niet zeggen, dat de scheur uit God was. De Heere had het duidelijk gezegd, dat het was om de schuld van de afwijkingen van Salomo. Daar lag schuld bij hem en bij het volk. En die schuld was alleen maar groter geworden door de eeuwen heen. Het tweestammenrijk was de weg opgegaan van de eigenwillige godsdienst en zelfs van de afgoderij. En Juda had zich wel verheven de ware kerk te zijn, maar was ook de weg opgegaan van God af. Wel had God de lamp van de belofte in het huis van David laten branden. Maar telkens weer opnieuw was het op eigen wegen gegaan en had het met geluisterd naar Gods Woord en Wet.

Vergeet het niet: als Ezechiël die twee houten moet nemen is Jozef verstrooid in de ballingschap en verblijft Juda aan de rivieren van Babel.

God spreekt ze hier aan in hun schuldige verscheurdheid. Nooit kunnen we dit gedeelte verstaan zonder de achtergrond van heel Ezechiël 37. Daar spreekt God van de opstanding van Israël in de vallei van de dorre doodsbeenderen, van het opkomen uit de graven, waarin Israël naar recht is terechtgekomen. Nooit zullen we over de vereniging van Israël kunnen spreken zonder dat eerst te zien. Zo ver is het volk weg van de Heere, dat er geen verwachting van het volk uit is.

En als God ze daar vandaan haalt wordt de schuld schuld. Dan wordt pas de schuld ook van de breuk onder elkaar gezien in het rechte licht voor God. Juist de breuk met God spreekt hier in alles. Door de eeuwen heen heeft het profetische woord zo gesproken. Denk eens aan Elia. Hij heelt op de Karmel het altaar des Heeren, dat verbroken was. Maar dan lezen we, dat hij twaalf stenen neemt, naar het getal van de stammen van de kinderen Jacobs, tot welke het woord des Heeren geschied was, zeggende: Israël zal uw naam zijn. Met die stenen bouwt hij het altaar op. Dan is er ook de breuk tussen de twee koninkrijken van Israël. Het lijkt dan ook al onmogelijk, dat er ooit eenheid komt. Maar hij werkt met over de breuk heen, maar belijdt de breuk tussen Israël en God en tussen de stammen van Israël. In het uitzicht op de belofte des Heeren, waarin de eenheid blijft in God!

Vanuit die belofte, vanuit Zijn onveranderlijk Verbond spreekt God tot het volk in hun schuld, waardoor de breuk er is tussen. Hem en het volk en tussen de stammen van Israël. Ja, Hij Zelf gaat in het dodenveld leven werken door Zijn Geest om in de weg der bekering in waarachtige verootmoediging onder God de breuk te bewenen.

En moet dát niet spreken in onze tijd? We zien het verschil wel tussen Israël en de kerk van vandaag. Het gaat niet aan om elke breuk in de kerk zonder meer te vergelijken met deze breuk tussen Juda en Jozef. Niettemin blijft het profetische Woord in de toestand van vandaag spreken. De Heere gaf in het verleden oog voor de dwaalleer, uitleiding uit verdonkering van Gods Woord en de vervalsing van het zuivere Evangelie. Nooit mogen we ook samenbinding zoeken met hen, die vervalsen wat God gegeven heeft. Evenwel moeten we oog blijven houden voor hot oordeel Gods dat brandt in de breuken van de kerk. Wat een twisten en verwanngen zijn er niet onder hen, die de zuivere waarheid wensen te belijden? Hoe groot is niet het verval juist daar, waar tot voor kort geroemd werd op de daden Gods in het verleden? We zien overal de geest van de wereld angstwekkend opdringen. De vrucht van de vreze Gods wordt veel gemist. Kerkelijke zelfingenomenheid zonder oog te hebben voor eigen afdwalingen en de noodzaak van verootmoediging is op zichzelf al een bewijs van het oordeel Gods. Toch de Heere spreekt nog aan met Zijn Woord Hij laat de lamp van Zijn Woord nog branden om voor Hem in de schuld bij Hem vandaan in de verwarring van vandaag uitzicht te krijgen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.