+ Meer informatie

3 De diaken en de gemeente

6 minuten leestijd

We willen nu letten op de verhouding van de diakenen tot de gemeente en de kerkeraad, om na te gaan hoe de diakenen het best hun dienst aan de gemeente kunnen vervullen.

Het is duidelijk dat de diakenen hun taak niet kunnen uitvoeren als ze de gemeente niet kennen. Daarom is het dringend nodig dat de diakenen mogelijkheden zoeken om de gemeente zo goed mogelijk te leren kennen, ook afgedacht van de vraag of er een beroep op hun hulp gedaan wordt. Daarom is het nodig dat zij de gemeente ingaan en zich via de kerkeraadsvergaderingen kennis van de gemeente verwerven. Vanuit dit gezichtspunt is het zelfs de vraag of de splitsing in brede en smalle kerkeraad wel aanbeveling verdient. Moeten de diakenen, de gemeente niet mede leren kennen door het meemaken van de verslagen van de huisbezoeken? In niet al te grote gemeenten verdient het overweging dat de diakenen alle kerkeraadsvergaderingen meemaken. Wat zij daar horen hebben zij ook nodig voor het voeren van het beleid in het kerkelijk leven, waarvoor zij mede verantwoordelijk zijn.

Zij moeten zelf contacten leggen en er op uit gaan. Zij moeten zichzelf geven en daardoor vertrouwen winnen. En dat niet alleen in de gemeente, maar ook daarbuiten, in stichtingen, commissies en andere samenwerkingsorganen. Het is aan te raden, dat de kerkeraden deze factoren laten meewegen bij het stellen van can-didaten voor het ambt van diaken. De diakenen moeten goed contacten kunnen onderhouden en representatief kunnen optreden. Het verdient aanbeveling, dat de kerkeraad zich afvraagt, of deze eigenschappen bij te stellen candidaten in redelijke mate aanwezig zijn of tot ontwikkeling zullen kunnen komen.

Is het gewenst, dat de diakenen huisbezoek doen? Natuurlijk zijn hier verschillende meningen mogelijk en moet elke kerkeraad voor zich beslissen. In het algemeen is het gewenst dat op de gemeente-vergaderingen ook het diakonaal werk uitvoerig ter sprake komt, opdat de gemeente over deze arbeid geïnformeerd wordt. Verder is het gewenst dat de diakenen op wijkavonden die van kleiner omvang zijn dan een gemeentevergadering, over hun werk vertellen. Dat zij de nieuw ingekomenen opzoeken en inlichten is stellig noodzakelijk.

Mocht men dit alles niet voldoende vinden ter informatie en stimulering van de gemeente, dan kan men tot diakonaal huisbezoek besluiten. Al zal men dienen te beseffen, dat dit een behoorlijke belasting is voor de diakenen naast hun gewone ambtelijke werk.

De opzet van het gesprek op een wijkavond (of huisbezoek) kan men aan de inhoud van dit geschrift ontlenen. Met name het meer practische gedeelte moet, toegespitst op de plaatselijke situatie, besproken worden. Men kan dit alles in enkele diskussie vragen toe spitsen:

1. Moet alle dienstverrichting in de gemeente onder leiding van het ambt geschieden?

2. Dreigt het gevaar dat de diakenen teveel (willen) doen?

3. Hoe wordt in deze gemeente het elkanders leden zijn beleefd?

4. Wat kunnen we er aan doen om de niet actieve leden er bij te betrekken?

Hieruit blijkt dan, dat het diakonaal huisbezoek iets anders is dan dat van de ouderlingen. Deze gesprekken dienen niet maar om de arbeid der diakenen breed uit te meten. Slechts in zoverre zulks dienstig is, mag dat geschieden. Men moet er vooral op uit zijn om de gemeenteleden zelf hun taak onder de aandacht te brengen.

Daarbij kan ook gewezen worden op de behoefte aan gezinsverzorgsters, bejaardenhulpen en op het diakonale jaar.

Zo leren de diakenen de gemeente kennen en weten zij ook op wie zij een beroep kunnen doen om hulp.

Waar het evangelisatie werk op gang is gekomen, zal het ook nodig zijn dat er een relatie tussen de evangelisatiecommissie en de diakenen is. Het beste is, dat er dan één lid der commissie als contactpersoon wordt aangewezen, terwijl deze dan speciaal met de voorzitter of secretaris contact kan zoeken. Het zal voor een goede samenwerking tussen alle betrokkenen gewenst zijn dat de diakenen eens samenvergaderen met de leden van de evangelisatiecommissie, opdat deze laatsten weten waarvoor en in hoeverre er een beroep op de diakonie gedaan kan worden. Op de relatie diakonie en jeugdzorgwerk kan hier niet nader worden ingegaan. Waar zich op dit punt vragen voordoen, moeten deze door de kerkeraad in zijn geheel besproken en opgelost worden.

Tenslotte verdient de relatie van de diakenen tot de kerkeraad enige bespreking. Eigenlijk zou dit geheel overbodig moeten zijn. Maar de praktijk leert het tegendeel. Vanuit de foutieve gedachte, dat de diakenen een lager ambt bekleden dan de ouderlingen is er voor de diakonale arbeid te weinig aandacht op de kerkeraadsvergaderingen geweest. Uit reactie tegen deze onderwaardering hebben de diakenen soms hun zaken geheel aan zich getrokken en onder zich gehouden.

Dat is uiteraard een scheef gegroeide situatie. Dan ontbreekt het bij de kerkeraad in zijn geheel aan verantwoordelijkheidsbesef voor de diakonale zaken en bij de diakenen aan de gewenste samenwerking met de andere ambtsdragers. We zullen van twee stellingen uit moeten gaan: a) de kerkeraad is verantwoord delijk voor het diakonale werk. De diakenen dragen die verantwoordelijkheid niet alleen, maar samen met de ouderlingen (en dienaar des woords). b) niet alle diakonale zaken behoren op de kerkeraadstafel thuis, al was het alleen maar daarom, dat die dan te vol zou worden (behalve in zeer kleine gemeenten). Tussen deze beiden zal men in de praktijk door moeten. Op welke wijze kan dat geschieden? In de eerste plaats moet het punt diakonaat steeds voorkomen op de agenda van de kerkeraadsvergadering. Het zou goed kunnen zijn om daarbij de agenda van de vergadering van de diakenen te volgen in de verslaggeving van de werkzaamheden der diakenen aan de kerkeraad. Eventueel kunnen de notulen van de diakonie voorgelezen worden op de vergadering van de brede kerkeraad. Verder dienen de broeders ouderlingen te weten in welke gezinnen de diakenen helpen. Deze behoeven uiteraard over de omvang van de steun niet te spreken. Het is niet nodig dat een hele kerkeraad daarvan weet; maar wel het feit dat er hulp geboden wordt. Dat is voor de ouderlingen ook van betekenis in verband met de benadering van een bepaald gezin.

Nieuwe plannen of initiatieven van de diakenen moeten in de vorm van een weloverwogen voorstel aan de gehele kerkeraad worden voorgelegd. Gaat deze akkoord dan neemt hij daarmee ook verantwoordelijkheid voor de plannen. Deze plannen zullen in het algemeen het beleid van de kerkeraad raken. Reeds daarom kunnen de diakenen niet alleen hieraan beginnen. Uiteraard is het niet bezwaarlijk dat zulke plannen eerst in de kring van de diakenen worden besproken en in de vorm van een uitgewerkt voorstel aan de kerkeraad worden voorgelegd. Verder verdient de vraag te worden overwogen of de voorzitter van de diakonie niet ook in het moderamen van de kerkeraad moet worden opgenomen, indien de kerkeraad zulk een moderamen kent. Wederzijdse openheid en vertrouwen is onmisbaar voor de goede samenwerking tussen diakenen en ouderlingen. Men moet beseffen samen voor één en dezelfde taak te staan: de dienst aan de kerk, de opbouw van het lichaam van Christus. Tenslotte zal het soms noodzakelijk blijken, dat de wijkouderling of predikant over concrete gevallen met de betreffende (wijk) diakenen spreekt.

Tot de onderwerpen van algemene aard, welke op de kerkeraadsvergadering besproken worden, moeten ook diakonale behoren. Niet in de laatste plaats de vraag hoe de gemeente in onderling verkeer als lichaam van Christus functioneert.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.