+ Meer informatie

DE ZILVEREN KOORDEN VERBROKEN

3 minuten leestijd

Zo zal dan toch na vele jaren aan de zilveren koorden tussen de kerk en staat een einde komen. Nog onverwachts zijn de ambtenaren van Financiën het met de kerkelijke vertegenwoordigers eens geworden over de hoogte van de afkoopsom.

De regering wilde eerst niet meer dan f 70 miljoen op tafel leggen. De kerken vroegen tienmaal zoveel (f 750 miljoen). Ergens daar tussenin heeft men elkaar nu gevonden.

Het is moeilijk te zeggen of dit bedrag van f 250 miljoen redelijk is of niet. Daarvoor gaat de zaak te ver in het verleden terug. Daarvoor heeft de geldontwaarding te zeer een bres geslagen in de nominale bedragen die door het rijk worden uitgekeerd.

Aan traktementen, pensioenen en andere uitkeringen aan kerkelijke instanties besteedt het rijk jaarlijks ruim vier miljoen gulden. Bovendien is er nog de niet te versmaden portvrijdom voor de betrokken kerken.

Vergeleken met die bedragen, is de afkoopsom van f 250 miljoen beslist fors te noemen. Maar we moeten wel bedenken dat de bedragen die het rijk uittrekt voor de traktementen en pensioenen, in de loop der jaren geweldig door de inflatie zijn uitgehold.

Een ander gezichtspunt is dat deze uitkeringen uitsluitend ten goede komen aan de oude, in 1815 reeds bestaande kerken. Voor de Franse revolutie kwamen de inkomsten uit de kerkelijke goederen die de Staten der verschillende provincies aan zich getrokken hadden, alleen aan de vaderlandse kerk ten goede. In de Franse tijd kregen ook andere toen bestaande kerken uitkeringen toebedeeld. Sindsdien is daar weinig meer aan veranderd.

Onmiskenbaar geeft dat een zekere onbillijkheid ten opzichte van de andere kerken. De nu overeengekomen afkoopregeling zal echter ook aan de pensioenvoorziening voor hun ambtsdragers ten goede kunnen komen.

Uiteraard had men die onbillijkheid ook kunnen opheffen door een algemene subsidieregeling voor kerkelijke activiteiten in te voeren. Dat was de oplossing die de commissie-Van Walsum na een twintigjarige studie aanbeval. De regering wilde hier echter niets van weten en stelde een afkoopregeling voor. Dat is ook maar de beste oplossing.

De commissie-Van Walsum verdedigde een subsidieregeling voor de kerken met het argument dat de staat allerlei culturele activiteiten subsidieert en daarom ook de verschillende kerken wel financiële steun zou kunnen geven. Als het echter met die argumentatie moet, dan kan het beter niet gebeuren.

Maar spreekt de bijbel dan niet van de overheden als de voedsterheren der kerk? Moet het verbreken van die zilveren koorden niet gezien worden als een consequentie van het revolutionaire streven naar volstrekte scheiding van kerk en staat?

Dat moet zeker onze aandacht hebben. Maar als de overheid moet zijn een „voedsterheer der kerk", dan gaat het niet om het verlenen van overheidssubsidie voor allerlei kerken ongeacht hun leer en belijdenis.

Dan gaat het om de bevordering van de ware gereformeerde leer. Daartoe werden de kerkelijke goederen in de 17e eeuw ook aangewend. Maar de huidige uitkeringen of een algemene subsidieregeling voor kerkelijke activiteiten hebben daar weinig of niets mee te maken.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.