+ Meer informatie

Monumenten samenleving

5 minuten leestijd

riet jaar 1975 is door de Raad van Europa uitaeroeoen tot het •Europees monumenteniaar, kortweg aangeduid met M75. Het is de bedoeling in een campagne van drie jaar, die begon in 1973 de belangstelling van de Europese volkeren op te wekken voor hun gemeenschappelijk architecturaal bezit, te bewerkstelligen dat zij trots zijn op dit bezit, te waarschuwen voor de gevaren die het loopt en de actie tot het behoud ervan op gang te brengen. Met het oog hierop heeft de Nederlandse sectie van de Raad der Europese gemeenten een discussienota opgesteld over de problematiek van de monumentenzorg in de hedendaagse samenleving.

(Van een medewerker) De montunentenzorg heeft in Nederland lang een zorgelijk bestaan gehad. Eerst in de laatste tijd, in het bijzonder na de tweede wereldoorlog, kan men spreken van een duidelijke vooruitgang. De instandhouding van oude schoonheid zowel het stedenschoon ais wat het landschappelijk betreft is niet maar een hobby van enkelingen. Nee, die dingen uit vroeger dagen zijn de visuele getuigen van onze historisch gegroeide cultuur en derhalve een zacüc van het gehele volk, een belangrijke schakel in de zorg voor het leefmilieu. Zij moet een onderdeel, vormen van de ruimtelijke ordening in historisch waardevolle gebieden en via de stadsen dorpsvernieuwing bijdragen aan de verbetering van de levensomstandigheden van alle sociale groeperingen.

Beschermen

In deze dynamische tijd wordt telkenmale de schoonheid van steden en dorpen die de moeite waard zijn aangetast. Men schijnt vaak uitsluitend oog te hebben voor de toekomst en het verleden als een lastig juk te willen afschudden. Wie dageUJks het enorme verschil in sfeer en woonklimaat tussen de historische binnensteden en de nieuwbouwwijken ervaart, weet dat de sfeer van de oude buurten onvervangbasu' is. Restauratie, renovatie en reconstructie van oude binnensteden en onvervangbare dorpsgezichten moeten de plaats innemen van de slopershamer. En als er al in het patroon moet worden ingegrepen, dan zal dit met de grootste omzichtigheid moeten gebeuren. Het is zeer goed mogelijk aan monumenten een eigentijdse bestemming te geven. Daar zijn vele voorbeelden van.

In de discussienota wordt een warm pleidooi gehouden voor een monimientenbeleid, dat steunt op duidelijke doelstellingen. De werkgroep beveelt aan, Jiet monumentenbeleid te zien als een onderdeel van een welzijnsbeleid, waarbij rekening dient te worden gehouden met de functie van monumenten voor bewoners en gebruikers". De H. Geestkerk (15e eeuw) In het Duitse Heidelberg dat In de 16e en 17e eeuw het centrum was van de Calvinistische theologie. De toren van de Eusebiuskerk na het bombardement van 1944.

Zorg-elijke situatie
Dat er op het gebied van de Hnanciering van de monumentenzorg een zorgelijke situatie heerst, zij erkend. Het geld dat de overheden jaarlijks via subsidies aan de restauratie van monumenten ten goede laten komen is bij lange na niet voldoende. In de nota wordt aanbevolen de totale rijksbegroting voor de monimientenzorg sterk te verhogen en wel met circa 30% ten opzichte van de huidige begroting. Bovendien wordt, in verband met de achDe in 1972 gerestaureerde kapel In Saas-Balen (Zwitserland). terstand in het verstrekken van subsidies van voornamelijk kerken en voorts kastelen, raadhuizen, molens, woonhuizen, hofjes en andere stedelijke gebouwen e.d. een eenmalig bedrag van J300 miljoen gulden gevraagd om dit z.g. „stuwmeer" af te doen. Met de bestaande begroting is het onmogelijk om deze verzoeken op korte termijn af te handelen, zodat de restauratie vaak op de lange baan wordt geschoven. Het restauratiesubsidiebudget voor 1973 was 44.500.000,-. Gezien de stijging van lonen en materialen had dit bedrag in vergelijking met 1969 ongeveer het dubbele moeten bedragen.

Monumentenbeleid

De nota bevat veel concrete suggesties voor wijzigingen in het huidige monumentenbeleid o.a. betrekking hebbend op de inventarisatie, documentatie en beschrijving.

Tot de kleine monumenten worden gerekend 900 molens, 9000 boerderijen en 40.000 woon- en pakhuizen. De genoemde aantallen zullen in de toekomst nog sterk vermeerderen. Met het verstrijken der jaren zullen steeds meer gebouwen voldoen aan het door de wet gestelde ouderdomscriterium van 60 jaar voor monumenten. Reeds werden vele bouwwerken uit de periode rond de eeuwwisseling aan de monumentenlijst toegevoegd. Zo kwamen een 60-tal kerken en 18 spoorwegstations op de Ujst van beschermde monumenten te staan. Binnenkort volgt een aantal watertorens. Ook postkantoren en een aantal technische monumenten uit deze periode verdienen een plaats op de monimientenlijst. De gemeenten met de meest in het register ingeschreven monumenten zijn; Amsterdam (6362), Maastricht (1.356), Middelburg (1.061), Leiden (1.011), Haarlem (942), Utrecht (793), Dordrecht (766), Delft; (683), 's-Gravenhage (580) en Zierikzee (562).

Een groot deel van de monumentenzorg is opgedragen aan de Rijksdienst voor de Monumentenzorg Deze dienst is in 1946 in het leven geroepen als voortzetting van het Rijksbureau voor de Monumentenzorg, dat in 1918 was opgericht. De dienst is thans gevestigd in Zeist.

Initiatieven

De opstellers van de discussienota verdienen een woord van dank voor de zeer ruime behandeling en voor de prettige leesbaarheid. De eerste helft van de nota is onderverdeeld in 6 hoofdstukken, met totaal 72 pagina's.

De Raad der Europese Gemeenten heeft ter onderstetming van deze nota een tentoonstelling ingericht, die langs verschillende gemeenten zal trekken. Het is de bedoeling dat de Europese landen in 1976 allerlei initiatieven ontwikkelen, die de algemene belangstelling voor de monumenten en de stads- en dorpsgezichten activeren. Bovendien is, in samenwerking met de International of Local Authoritus een internationale competitie georganiseerd, waarbij de gemeenten worden opgewekt lokaal restauraties tot stand te brengen. De meest Herv. Kerk van Spijk (14e eeuw), gerestaureerd In de jaren 1965-1968. geslaagde restauraties kunnen aanspraak maken op een Europees diploma.

Hij die de toekomstige wereld ontwerpt moet behouden en behoeden wat van de verleden wereld als monument verschijnt. Daarom ook wordt de campagne voor het monumentenjaar 1976 gevoerd onder het motto: „EEN TOEKOMST VOOR ONS VERLEDEN". En met elkander moeten we heel zuinig zijn op onze monumenten. Wij allen zijn rentmeesters van door de eeuwen heen verkregen goed.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.