+ Meer informatie

Goede Rondom Goede Vrijdag

4 minuten leestijd

— 't En zijn de Joden niet, Heer Jezus, die U kruisten. — (Revius)

Onze Christelijke feesten zijn verworden tot hoogtijdagen met een wereldse inzet. Bijkomstige zaken worden de hoofdbestanddelen van de te vieren hoogtij. En diep verscholen zit het heidens geloof. Zoals bij Kerstdag het licht over de duisternis komt schijnen, zo moet met Pasen de vernieuwing van de natuur gevierd: het aanruisen van de lente hangt in de lucht; lentebloemen, paaseieren, paasbrood en wat niet al wordt te berde gebracht.

Men meent de lijdensgeschiedenis van de Heere Jezus zo goed te kennen. Van stap tot stap hebben we de lijdensgangen gevolgd. Uit de vier Evangeliën zijn de verschillende stukken genomen en in elkaar gepast om een zuiver beeld te krijgen van wat op Golgotha tot een crisis komt. En dan, ja dan komt de uiteindelijke overwinning op de Paasmorgen.

Dan komt de almacht van God en de zege over satans geweld. Maar hoe diep ligt in de onmacht van Christus om Zichzelf niet te kunnen verlossen, juist de almacht van de Leeuw uit Juda's stam om te willen sterven. Vandaar dat Paulus het woord-des-kruises een kracht Gods tot zaligheid noemt (1 Cor. 1 : 18). Het is in zichzelf het volle Evangelie, de blijde Boodschap voor ellendigen en die geen helper hebben.

Wij moeten komen, wil het wèl zijn, bij al onze Schriftkennis, tot de uitroep: „Ik ben 't o Heer, ik ben 't die U dit heb gedaan, want dit is al geschied, helaas, om mijne zonden." (Revius).

Het is niet toevallig, en zeer opmerkenswaard, dat op het schilderstuk van Rembrandt „Oprichting van Christus' kruis" één der figuren die het kruis oprichten, Rembrandt zélf is. En dan niet verdoezeld op de achtergrond, maar een figuur die van alle het meest opvalt. Zó ver moet het komen dat we beseffen door onze schuld Zijn kroon te hebben gevlochten en Zijn beker gevuld.

In de moderne wereld is geen plaats voor Christus' kruis. De moderne mens wijst de verzoening door het bloed van Christus af. Genadebrood eten valt niet mee. En toch zal 't moeten als we honger hebben. In een blad van de nationaal-socialisten stond te lezen:

„De grondslag van ons geloof is de eer. Als man en vrouw van eer moeten we staan voor onze daden, dus ook voor onze schulden, met persoonlijke verantwoordelijkheid. Dat sluit een zoenoffer van een ander uit, als zijnde niet eerlijk. Wij zijn geen slaven noch klaplopers, die leven willen van eens anders verdienste."

De communisten willen niet over zonde en genade horen: het verlamt de kracht van de arbeiders, die zich redden moeten door hun eigen bloed, dat stromen zal in de grote wereldrevolutie.

Toch zal in de moderne wereld moeten klinken en blijven klinken: „Zie het Lam Gods, dat de zonde der wereld wegdraagt."

Hoe reageert ons hedendaags Christendom hierop? Laat ik de roomsen met hun tussenmiddelares buiten beschouwing laten.

liet juichend Christendom heeft genoeg aan de wetenschap dat een zondaar een Middelaar nodig heeft. In beschouwing zijn ze zondaar en voorwerpelijk is Christus voor hen gekruisigd. Als dit wordt geloofd is 't genoeg. Geen nood dan! Jezus heeft de zonden des volks weggedragen; we geloven zulks en daarmee uit. We mogen niet twijfelen en ongelovig mogen we niet zijn.

Bij velen hoort het zo om in deze dagen te gaan luisteren naar de Mattheus-passion van de grote componist Bach. Het staat een beetje „gekleed" om deze dagen het lijden en sterven van Jezus te horen vertolken door middel van zang en muziek. Zulke uitvoeringen trekken publiek. Het is iets anders dan het „alledaagse" prediken over het Evangelie des kruises. En wat is dan het resultaat? Waarover wordt dan gesproken? „Wat is Bach toch een kunstenaar geweest. Wat was de dirigent in goede vorm! Wat was de keuze goed om die bariton, die bas en die andere solisten te nemen! Wat was het koor die avond toch goed op dreef!" En in een krantenverslag lezen we: „een avond van hoog muzikaal genot." Dus uiteindelijk een strelen deizinnen.

Onwillekeurig komt me in de gedachten

wat Frederik van Eden schreef. Hij zegt: „Het schijnt mij een paskwil, als ik de dametjes en heertjes van Toonkunst hoor zingen in een witgepleisterd reusachtig vertrek. „Alles was Odem hat, lobe den Herrn." Ja, adem hebben ze, die tenoren en bassen — maar de Heere loven — nu ja! als er in de tekst stond dat ze de duivel moesten loven of de firma Van Gend en Loos, dan zongen ze het net zo goed."

Wat zouden we gelukkig zijn om met die wandelaars naar Emmaüs te kunnen getuigen op Goede Vrijdag: „Wij hoopten dat Hij was Degene, Die Israël verlossen zou." Dan zouden we Hem uiteindelijk ontmoeten, want wij zouden Hem niet meer kunnen vergeten en eigedurig over spreken met droevig gelaat en bange stem. Dan zou het ook worden op de Paasdag:

„En hun ogen werden geopend, en zij kenden Hem."

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.