+ Meer informatie

In de toekomst meer bossen in Nederland

4 minuten leestijd

Als de plannen doorgang vinden zullen er in 1990 heel wat meer en grotere bossen in Nederland zijn dan nu. In de Structuurvisie op het bos en de bosbouw, die vorige week aan de Tweede kamer is aangeboden, staat dat wordt toegewerkt naar een uitbreiding van het bosareaal met in totaal 50.000 hectare.

In de Structuurvisie worden de mogelijkheden aangegeven over het in de komende jaren te voeren beleid. Zo zal er een meerjarenplan voor de bosbouw komen.

Het bos, zo wordt gesteld in de Nota, vervult in de samenleving essentiële functies ten aanzien van de produktie van hout, maar ook openluchtrecreatie, landschap en natuurlijk milieu zijn van groot belang.

Bij de stijgende behoefte en de groter wordende schaarste aan „de grondstof' hout, zal de import steeds grotere problemen geven. De wetenschap dat schaarste niet alleen een Nederlands maar ook een Westeuropees probleem is leidt tot de noodzaak het bosareaal zodanig te beheren, dat het optimaal hout kan voortbrengen. Een beter functioneren van de particuliere bosbedrijven zal - via het produkt hout tevens kunnen leiden tot een verbetering van de financieel-economische situatie in de bosbouw en van de werkgelegenheid in deze sector.

De ontwikkelingen in de landbouw en de grote aanspraken die reeds uit andere hoofde op het landbouwareaal worden gedaan, maar ook de aspecten van werkgelegenheid en investeringskosten, nopen tot een voorzichtig beleid bij de uitbreiding van het bosareaal.

Dit leidt ertoe, dat afgezien van instandhouding en verbetering van het bestaande bos, in de jaren tot 1990 moet worden toegewerkt naar een uitbreiding van het bosareaal met in totaal ca. 50.000 ha. Bij dit getal moet worden bedacht, dat hierin de trendmatige voortzetting van de reeds plaatsvindende uitbreiding en de in het voornemen liggende plannen (in totaal 30.000 à 35.000 ha) is begrepen. Zowel de basisplannen voor de openluchtrecreatie (Ministerie van CRM), de inrichtingswerken in Flevoland (Ministerie V & W) als de landinrichtingsprojecten (Ministerie L & V) en herinrichtingswerkzaamheden dragen hiertoe bij.

Taken

Voor het in stand houden, optimaal functioneren en uitbreiden van het Nederlandse bosareaal kan een viertal taken worden onderscheiden:

• Zoveel mogelijk tegemoet komen aan de bestaande en de toekomstige behoefte aan hout;
• Het leveren van bijdragen inzake landschapstructuur en openluchtrecreatie vooral in verstedelijkte gebieden;
• Het bieden van ruimere mogelijkheden voor natuurlijke ontwikkelingen;
• Het behoud en de ontwikkeling van de werkgelegenheid in de sector bosbouw en de erbij behorende bedrijfskolom, voorzover dit niet ten koste gaat van andere sectoren.

De vervulling van deze taken vraagt om een daarop toegespitst instrumentarium.

Stimulering:

De Wet op de Ruimtelijke Ordening kan een bijdrage leveren aan het stimuleren van bebossing door in bestemmingsplannen een goede planologische regeling te treffen, al dan niet vergezeld van gebruiksvoorschriften. In het kader van bestemmingsplannen en voorbereidingsbesluiten eisen gemeenten in een aantal gevallen aanlegvergunningen voor boswerkzaamheden zoals het vellen van bomen en het aanleggen van greppels en bedrijfswegen.

In de gevallen waarin de Boswet van toepassing is, is het onjuist de normale werkzaamheden aan aanlegvergunningen te binden. In situaties waarin de Boswet niet van een aanlegvergunning worden opgenomen in een bestemmingsplan of voorbereidingsbesluit of in de (gemeentelijke) kapverordening. Het verdient aanbeveling de provinciale besturen en/of de gemeenten te wijzen op de samenhang van de Boswet, de Wet op de Ruimtelijke ordening en de kapverordening en van de verantwoordelijkheden van de gemeenten in dit verband.

Gezien de wens tot uitbreiding van het bosareaal zullen daarvoor wettelijke mogelijkheden moeten worden geschapen. De instrumenten die de Rijksoverheid hiertoe kan gebruiken zijn de verwerving van gronden door aankoop, de onteigening door middel van een nutswet en de mogelijkheden voor onvrijwillige grondverwerving krachtens de Ruilverkavelingswet, de Herinrichtingswet Oost-Groningen en de Gronings-Drentse Veenkoloniën, de Reconstructiewet Midden-Delfland, en wellicht de toekomstige Landinrichtingswet.

Instrumenten

Ten aanzien van de voorziening van hout en houtprodukten moet vooral worden gestreefd naar maatregelen in communautair verband. De ontwikkeling van een EEG-bosbouwbeleid zal echter veel tijd vergen. Afgezien van bijstellingen van het fiscale regime inzake stimuleringsbijdragen. Deze moeten zich richten op de bossamenstelling, het beheer, de samenwerking van boseigenaren, de structuur van de bosbedrijven en de bijbehorende bedrijfskolom, alsmede de werkgelegenheid in de gehele sector. De volgende instrumenten kunnen hiertoe dienen:
• De bijdragen voor herbeplanting en bebossingen, die voor zover budgettaire ruimte beschikbaar komt op een gelijke hoogte van 80% zullen worden gebracht;
• De per 1 januari 1977 in één beschikking samengevoegde bosbijdrageregeling ter bevordering van een doelmatig beheer;
• De voor een periode van enkele jaren te verlenen bijdragen in de aanloopkosten van een samenwerkingsverband;
• De vergemakkelijking van grondaankopen voor bosaanleg, waarbij zal worden onderzocht in hoeverre garanties van betekenis kunnen zijn;
• De rijksbijdragen voor het behoud van bestaand bosbezit, indien het openbaar belang dat vordert;
• De in een ontwerp EEG-richtlijn voorgestelde bijdrageregeling ten behoeve van boeren die bos aanplanten;
• Bosaanleg en -beheer van rijkswege.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.