+ Meer informatie

TER OVERWEGING

16 minuten leestijd

Dr. P.J. Visser, Bemoeienis en getuigenis (het leven en de missionaire theologie van Johan H. Bavinck). Uitg. Boekencentrum, Zoetermeer 1997. 340 blz. f 45,-.

Het bovengenoemde boek is onlangs als dissertatie verdedigd aan de Rijksuniversiteit te Utrecht. De auteur mag gefeliciteerd worden met de afronding van zijn theologische studie op dit niveau. Het is een verdienstelijk werk geworden: we krijgen allereerst een biografische schets van deze theoloog, die in de Geref. Kerken in Nederland belangrijke sporen heeft getrokken in het veld van zending en theologie (blz. 22-83); daarna vindt er in de hoofstukken 2-7 een doorlichting en doordenking plaats van zijn missionaire theologie. In de slotbeschouwing (blz. 284-292) worden enkele conclusies getrokken.

Eén van de meest opvallende punten in deze promotiestudie is de beschrijving van het feit dat er in het denken van de zendingsman Bavinck een omslag is geweest op het punt van de verhouding tussen algemene religiositeit en het christelijk geloof, dat gegrond is op en gewekt wordt door Gods openbaring in Jezus Christus. In de beginjaren van zijn theologisch bezig zijn duidt hij het eerste verschijnsel aanmerkelijk positiever dan in de jaren daarna (de omslag vindt plaats ergens rond 1938). Me dunkt dat de verwerking van deze gegevens juist vandaag zijn waarde kan bewijzen, nu de vragen van religie en Godsbesef en de verhouding tussen deze twee in de christelijke gemeente van vandaag weer zo sterk leven. Inderdaad kan men met dr. Visser instemmen wanneer hij op blz. 293 opmerkt dat hij ‘de missionaire theologie van Bavinck nog steeds relevant acht’.

Dr. W.H. Velema, Heft uw harten omhoog (dagboek rondom Hemelvaart en Pinksteren). Uitg. Groen, Heerenveen 1997. 77 blz. f 17,50.

Al eerder liet de secretaris van onze redactie een tweetal dagboekjes het licht zien met de heilsfeiten als thema; toen cirkelden de meditaties rond kruis en opstanding en rond advent en kerst. Het nu verschenen dagboek behandelt teksten die (al of niet aan tafel) gelezen kunnen worden in de weken rond hemelvaart en pinksteren. Het is fijn dat gekozen is voor de behandeling van een bepaald hoofdstuk in een aantal dagen; dat komt de verwerking van de doorgaande lijn ten goede. Prof. Velema heeft oog voor de grote lijnen in de heilsgeschiedenis én voor kleine persoonlijke details. Een voorbeeld van beide: mij trof op blz. 36 bij de vervulling van de vacature-‘Judas’ de gedachte dat bij zijn verraad sprake is van het halen van een streep door de heilshistorie (het getal twaalf wordt doorbroken en teruggebracht tot elf); op blz. 50 bij de uitstorting van de Geest wordt bij het spreken in tongen als van vuur aandacht gevraagd voor de ‘dove medemensen’. Ook het doortrekken naar lijnen waarin de confrontatie met de moderne theologie moet worden aangegaan (de werkelijkheid van de opstanding vanuit 1 Cor. 15) schuwt de auteur niet, zij het - in het kader van de bedoeling van een dagboek terecht - sober.

Het kan niet anders of bij iemand die veel publiceert, komt men wel eens iets tegen dat in een ander boek al ter sprake is geweest; de bespreking van Phil. 3: 20 op blz. 42 (ons domicilie is in de hemel) vinden we ook (in wat andere bewoordingen en uitgebreider) in ‘Wegen ten leven’ op blz. 94.

In sommige gemeenten is het gebruik bij een jubileum namens de kerkenraad een dagboek aan te bieden. Men heeft hier dan een heel goede mogelijkheid iets waardevols te geven.

Ds. Ph. Troost, Achter het witte gordijn (actuele preken over de tabernakel). Uitg. De Vuurbaak, Barneveld 1997. 105 blz. f 22,50.

Het vergt de nodige moed om als beginnend predikant te preken over de wijze waarop God in het OT bij Zijn volk wilde wonen. Ds. Troost, predikant van de Geref. Kerk (vrijg.) te Driebergen-Rijssenburg, heeft het aangedurfd. Het resultaat vindt men in dit boek: een serie uitgewerkte preken over o.a. het witte gordijn, de vierkleurige poort, het brandofferaltaar en wasvat, de wanden van rechtopstaande planken, de kandelaar, de toonbroden, de ark met het verzoendeksel. Het is geworden wat de ondertitel belooft: op overtuigende wijze worden de lijnen heilshistorisch doorgetrokken naar het NT, waarbij de actualiteit van de gemeente van nu niet vergeten wordt. Sommige toepassingen zijn voor velen bekend (bijv. die over de toonbroden en de wolk); andere zullen een ‘eye-opener’ zijn (bijv. over de vierkleurige poort en het dak van vier lagen). Zo gaat over gedeelten van de bijbel die vaak worden overgeslagen (Ex. 25-30, Lev. 24) een verrassend licht op.

Niet onder stoelen of banken. In discussie met de ethicus Gerrit Manenschijn. Uitg. Ten Have, Baarn 1996. 213 blz. f 34,90.

Prof. Manenschijn heeft in december 1996 afscheid genomen van zijn werk als hoogleraar ethiek in (synodaal) Kampen. Toen werd hem deze bundel aangeboden. Twaalf auteurs. Sommigen zijn vriendetijk-kritisch. Anderen delen Manenschijns opvattingen. Er is geen speciale christelijke ethiek, zo is zijn grondstelling. Daarin volgt hij Kuitert, zijn leermeester. Geloof is wel nodig voor ons handelen, maar niet voor onze kennis van goed en kwaad. Prof. Douma heeft een duidelijk artikel geschreven, waarin noodzaak en nut van een christelijke ethiek wordt verdedigd.

Het is een moeilijke bundel. Dat komt niet zozeer door het werk van Manenschijn, als wel door de ingewikkelde manier waarop de schrijvers met hem discussiëren.

H.M. Kuitert, Aan God doen. Een vingerwijzing. Uitg. Ten Have, Baarn 1997. 74 blz. f 4,95.

Kuitert heeft zijn bestsellers over geloofsleer en ethiek samengevat in 70 bladzijden. Hij bespreekt De stand van zaken, Geloof als een wankel weten, Geloofstraditie als een ontwerp van God, Cultureel Christendom, De regenboog, Kerk en God: voer voor intellectuelen.

Laat ik beginnen met de moeite die ik heb met de manier waarop Kuitert over God schrijft. Dat geldt de titel van het boekje en van het laatste hoofdstuk en van tal van uitdrukkingen daar tussenin. Hoe kan iemand die christen wil zijn zo platvloers over God schrijven of God in zijn denkwereld invlechten? Het is maar goed dat Kuitert god consequent met een kleine letter schrijft.

Van enig besef dat God begint en dat wij het van Gods genade moeten hebben is er in dit boekje geen spoor. God en mens op hetzelfde niveau. Dat God meer is wordt wel gezegd, maar niet in praktijk gebracht. Hoe kan het ook als alle spreken over God van beneden komt?

Er staan in dit boekje geen nieuwe dingen, maar wel nog prikkelender formuleringen dan in vorige boeken van Kuitert.

Voor de goede orde. Om een bijbels en confessioneel verantwoorde Kerkorde. Uitgave vanwege de Gereformeerde Bond in de Nederlandse Hervormde Kerk. Uitg. Groen, Leeuwarden 1997. 56 blz. f 9,95. De Gereformeerde Bond heeft in Amersfoort op 21 september 1996 uitgesproken dat de hervormd-gereformeerden zich geroepen weten op hun post te blijven in de Nederlandse Hervormde Kerk. De concept-kerkorde heet evenwel wat betreft de grondslagartikelen en andere artikelen die daaruit voortvloeien ondeugdelijk. De inhoudelijke bezwaren blijven onverminderd van kracht.

In dit geschrift worden die bezwaren aan de hand van bespreking van de voorgestelde artikelen toegelicht. De bezwaren betreffen de Leuenberger Konkordie. Er worden niet minder dan zes voorbeelden gegeven waaruit het ontoereikende of het verschil met reformatorische confessies blijkt. Bovendien wordt op theologische verschillen gewezen. De conclusie is dat deze Leuenberger Konkordie als basis voor een fusie ondeugdelijk is. Verder komen aan de orde Kerk en verbond, de sacramenten (doop en avondmaal) en het huwelijk. Met name ten aanzien van doop en avondmaal worden wezenlijke wijzigingen voorgesteld. Op een erkenning van het huwelijk als instelling van God wordt aangedrongen.

Ik vind dit boekje een wezenlijke bijdrage aan de discussie. Alleen moet men vrezen dat deze bijdrage achterhaald is door de feiten en alleen nog maar een rechtvaardiging biedt om ondanks bezwaren binnen de Hervormde Kerk te blijven. De titel ‘Voor de goede orde’ geeft juist in dit verband te denken.

Het trof mij dat in het Ten geleide de concept-kerkorde als ondeugdelijk wordt aangemerkt en niet als onaanvaardbaar. Wie ondeugdelijk als bezwaar noemt blijft binnen het in Amersfoort uitgestippelde beleid en kan zijn bezwaren tot uitdrukking brengen ‘Voor de goede orde’.

Ds. W.G. Rietkerk e.a., De schepping in schone handen. GSEV-reeks 34. Uitg. De Vuurbaak, Barneveld 1996. 104 blz. f 17,90.

De GSEV (vrijgemaakt Gereformeerd) belegt meer dan eens een studiedag. Dat is ook nu gebeurd. Verschillende instanties dragen voor de organisatie verantwoordelijkheid. De GSEV heeft de publicatie van referaten en discussieverslag op zich genomen.

Het thema was ditmaal bezinning over het christen-zijn in de milieucrisis. Ds. Rietkerk behandelt het a priori van een christelijke milieubeweging, onder het thema ‘Eerst strelen dan smeden’. Kerngedachte is de roeping tot getuige zijn vanuit en ten aanzien van de schepping en evenzeer vanuit de herschepping met het oog op de nieuwe schepping. Kroongetuige zijn van Gods werk en dan pas rentmeesterschap.

Ik zou beide onderwerpen meer ineen willen schuiven. Het eerste hoofdstuk geeft te denken. Vanuit onderscheiden gezichtspunten worden bijdragen geleverd. De economie van het genoeg, Het gezin, De architectuur, Huishouden in eco-verband, Boeren met schone handen (de landbouw) en De gemeente als alternatieve samenleving. Al met al een stimulerende bundel. Mijns inziens ontbreekt al te zeer de samenhang tussen de verschillende bijdragen. Wel biedt elk hoofdstuk interessante gespreksvragen die tot nadenken stimuleren.

Th.A. de Boer (e.a.), Zorgen met visie. Zorgverlening vanuit christelijk perspectief. Een handreiking vanuit de Christelijke Vereniging van Zorginstellingen. Uitg. Kok, Kampen 1997. 117 blz. f 27,50, vijfde geheel herziene druk.

De vorige drukken zijn geprezen; dat geldt ook van deze vijfde druk. Kort gezegd: een goed overzicht van problemen die met identiteit, en voornamelijk met ethiek samenhangen. Een inventarisatie van antwoorden, waardoor als resultaat iets van een grootste gemene deler ontstaat. De vlot beschreven informatie noopt tot gesprek. Wel zal ieder op de oplossing zijn eigen stempel moeten drukken.

Dr. Klaas Spronk, Nahum. Kok Pharos Publishing House, Kampen 1997. 153 blz. f 49,-.

Dit is de Engelse versie van het zogenaamde Kok Commentaar op het Oude Testament. We lezen in het overzicht dat het commentaar van Prof. Oosterhoff ook in deze serie, vertaald in het Engels zal verschijnen (aangevuld door Prof. Peels).

Het is knap werk! De exegese is gedetailleerd. Theologische perspectieven worden geboden. Voorzover mij bekend is er geen Nederlandse editie van dit werk. Dr. Spronk heeft wel aantekeningen van Prof. Nie. Ridderbos over dit bijbelboek gepubliceerd. Dat boek is reeds eerder besproken.

Dr. G. de Lange, Leren wandelen aan Vaders hand. Christelijke opvoeding in theorie en praktijk. Uitg. Buijten & Schipperheijn, Amsterdam 1997. 245 blz. f 34,90.

De schrijver komt ervoor uit gereformeerd te zijn. Hij geeft zijn boek toch de wijdere titel mee: christelijk.

In elf hoofdstukken bespreekt hij het thema van zijn boek. In het eerste, theoretische deel komen aan de orde: Uitgangspunten, Drie stromingen in het denken over de opvoeding (naturalisme, idealisme en pragmatisme), vervolgens een christelijk opvoedingsmodel waarin aandacht gegeven wordt aan Mijn behoeften, De wereld om ons heen, en ‘Ik’. Hier wordt gesproken over De Heilige Geest en satan.

Deel 2 luidt: Toepassing van de theorie. Daarin komt aan de orde Het huwelijk, Het gezin, Baby en peuter, De kleuter, Het schoolkind, Het groepskind (waarbij de kerk), De puber en De adolescent. Tenslotte: Wandelen aan de hand van God de Vader.

Het boek is opgebouwd (vooral deel 2) vanuit het kind, niet zozeer vanuit de opvoeder. Wel wordt in de hoofdstukken Gezin en Huwelijk over de vereisten voor een goed thuis gesproken. Het boek kent geen voetnoten, nauwelijks een verwijzing naar een andere auteur. Het boek is eigenlijk vertellenderwijs geschreven. Het leest gemakkelijk, al is het soms wat breedsprakig. Het boek is anders dan andere boeken over christelijke opvoeding. Niet opdringerig, niet dwingend, maar tot nadenken stemmend. Ouders moeten zelf hun beslissingen nemen. Dat is het eigene van dit boek.

C. van der Leest, De stress de baas? Over weerbaarheid en werkdruk bij predikanten. Uitg. De Vuurbaak, Barneveld 1997. 138 blz. f 27,50.

De titel is eigenlijk een aanloopje tot een brede behandeling van het thema ‘De predikant en zijn werk’. De auteur heeft onderzoek laten doen naar de werkdruk van predikanten en naar hun houding tegenover het werk. De inhoudelijke kant van het werk van een predikant komt niet direct aan de orde, wel de instelling van de predikant tegenover zijn werk, zijn gemeente en zijn gezin.

Het eerste deel handelt over de persoon van de predikant. Hij komt door groeiende aandacht voor zijn persoon en door maatschappelijke veranderingen sterk onder druk te staan. Het gevaar van burn-out dreigt. De taak is vaak niet afgebakend. Er is geen scheiding tussen werk- en woonplek, terwijl er ook te weinig steun is van kerkenraad en collega’s, althans in veel gevallen.

In het tweede deel komt de werkhouding van de predikant aan de orde, onder het gezichtspunt van diagnose en therapie. Het Gereformeerd Instituut voor Diensten en Scholing (GIDS) heeft een onderzoek ingesteld naar de werkdruk.

Onder acht gezichtspunten wordt de houding van de predikant besproken. Hij draagt als mens verantwoordelijkheid. Dat vraagt van hem actief te zijn. Hij is een beperkt mens in een zondige wereld. Dat vraagt om nuchterheid. Hij is een mens met tekorten. Dat vraagt om bescheidenheid. Hij is een rechtvaardig verklaard schepsel van God. Hij mag zich vrjj achten. Hij heeft een goddelijke opdracht. Daarom dient hij anders te zijn. Hij is geen eindverantwoordelijk solist. Daarom mag hij ontspannen zijn. Hij is een op-de-ander-gericht mens. Hij moet open zijn. Hij is een op-Godbetrokken mens. Daarom zal hij zich afhankelijk weten.

De acht onderstreepte woorden worden alle becommentarieerd. In de inhoudsopgave ziet de lezer wat er zoal positief en negatief bij aan de orde komt.

De auteur schrijft vanuit persoonlijke ervaring en vanuit waarneming van problemen bij anderen (aan de hand van het GIDS-onderzoek).

Er worden rake opmerkingen gemaakt en waardevolle adviezen gegeven. Het boek zou door predikanten in groepjes besproken moeten worden. Een kerkenraad zou eens per twee maanden een hoofdstuk, samengevat door een van zijn leden, kunnen bespreken. Het boek biedt ook stof om in de opleiding van predikanten te worden besproken, of in een nascholingscursus.

Er is in deze honderdveertig bladzijden erg veel materiaal samengepakt. Men moet als lezer/gebruiker de inhoud verwerken.

Ik acht dit boek een goede bijdrage aan bezinning op het werk van een predikant.

Het komt mij voor dat de spiritualiteit een veei grotere plaats had moeten krijgen. Het viel mij op dat in deel II actief het eerste kernwoord is, terwijl het laatste kernwoord is: afhankelijk (van God). Zouden predikanten niet problemen hebben, mede doordat er in hun relatie tot God remmingen en stremmingen zijn? Moet dat niet eerder en dieper aan de orde komen? Deze vraag is niet bedoeld om de waarde van het beschrevene te verminderen. De vraag is gericht op het verhogen van de waarde.

Tenslotte: men vindt in het boek veel citaten en verwijzingen. Ik wil niet zeggen dat ze onjuist zijn. Wel trof het mij dat ze uit heel verschillende bronnen, zo maar naast elkaar gezet worden. De context van de citaten komt niet aan de orde. Dat bevreemdt me wat. Bovendien is het moeilijk om de vindplaats op te sporen. Ze staan achterin het boek.

Dit boek biedt hulp, zowel om zich te bezinnen, als voor het gesprek bij de bezinning. Daarvoor komt de schrijver dank toe, ook al zou men bepaalde zaken iets anders behandeld willen zien.

Begrensde Ruimte. Een keuze uit artikelen en lezingen van prof. J. Kamphuis, ter gelegenheid van zijn 75e verjaardag, onder redactie van H.J. Boiten en J.J.C. Dee, Uitg. Oosterbaan & Le Cointre, Goes 1996. 416 blz. f 39,50.

Niet minder dan twintig artikelen en lezingen vinden we in deze omvangrijke bundel. Ze beslaan een periode van meer dan veertig jaar. De thema’s zijn: Schriftgezag en Confessie, Uitverkiezing, De Katholieke Kerk, Politieke heiliging en Eschatologie.

Dit is een prachtige bundel, zowel wat inhoud als uitvoering betreft. Prof. Kamphuis zal er zelf ook blij mee zijn. Zijn lezers niet minder. Men vindt hier Kamphuis in de breedte en de diepte van zijn theologische kennis. Exegetisch, kerk- en dogma-historisch is hij nauwkeurig. Hij verdedigt het gereformeerd belijden en zoekt dat in zijn actuele betekenis aan de Kerk duidelijk te maken. Neem en lees, is voor mij de conclusie nadat ik veel opstellen met genoegen had gelezen.

Auster McGrath, Christelijke theologie. Een introductie. Uitg. Kok, Kampen 1997, (oorspronkelijk in het Engels 1994). f 75,-.

Het is opvallend dat de schrijver in de titel spreekt over theologie en niet over geloofsleer of dogmatiek. De inhoud beantwoordt in die zin aan de titel, dat hier inderdaad meer theologie dan dogmatiek wordt geboden.

Het is een interessant en vlot geschreven boek. De kern ervan is wel de geloofsleer van de Kerk (men ziet dat aan de titels van de hoofdstukken uit Deel II). Dit deel draagt de titel van het boek zelf. Dat is enigszins verwarrend. Daaraan vooraf gaan ruim tweehonderd bladzijden: Deel I. Afbakening: tijdperken, thema’s en grote namen in de christelijke theologie. Deel III: Bronnen en methoden.

Het boek behandelt onderwerpen uit de theologie en daarbij passende namen van de voornaamste woordvoerders. Het dogmahistorisch element speelt een grote rol.

De auteur is een bekwaam docent. Hij weet ingewikkelde stof puntsgewijs toegankelijk en inzichtelijk te maken.

In enkele speciale hoofdstukken wordt naar teksten verwezen. Dat gebeurt echter niet vaak. Het boek behandelt inderdaad theologische standpunten en opvattingen. Daarmee brengt de auteur de lezers in contact - op een plezierige manier. De schrijver behoort tot de angelsaksische evan-gelikalen, meen ik uit dit en andere boeken van zijn hand te begrijpen.

Deze positie staat garant voor een milde benadering van theologen met wie hij van mening verschilt. Hun positie wordt wel duidelijk gemarkeerd. Vaak moet men tussen de regels door lezen welke positie de schrijver zelf inneemt. Hij zegt dat hij de lezers zelf wil laten kiezen. Op enkele punten deel ik zijn beschrijving en oordeel niet. Over de Schrift is hij mij niet duidelijk genoeg. De verkiezing zwakt hij af. Calvijns verkiezingsleer maakt hij zwakker dan zij is. Dat de zekerheid van het geloof in de Syllogismus practicus ligt, is apert onjuist. Hij geeft mijns inziens te veel eer aan Max Weber. De kinderdoop komt er karig (bekaaid) af. Het register vermeldt het woord verbond niet eens. Ik zag het slechts één keer in de titel van een sub-paragraaf. Het slot over de hemelse heerlijkheid had dieper en hoger gekund.

Deze kritiek wil mijn waardering niet overstemmen. Ik vind het een knappe introductie tot christelijke theologie - ook niet meer. Maar van dit soort en van dit gehalte hebben we niet zo veel boeken.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.