+ Meer informatie

"Eerst waren we welkom, nu mogen we weer terug"

Expositie over buitenlandse werknemers

5 minuten leestijd

ZWOLLE — "In de jaren ... waren we welkom. Mochten we meehelpen dit land welvarend te maken. Nu ziet men liever dat we teruggaan, maar wie wil nog ons zware werk doen?" „Nooit zal ik mijn mooie stad vergeten. Eens kom ik terug. Als ik genoeg geld heb verdiend".

Aangrijpende bijschriften bij foto's te zien zijn op de tentoonstelling "Goede buren" over buitenlandse werknemers in Nederland. Foto's die de bezoeker goed met de neus op de feiten drukken maar tegelijkertijd een eenzijdig beeld van de situatie geven: het is vooral de „zielige kant" van het gastarbeider-zijn die hier wordt benadrukt: Marokkanen in hun kale pensionkamertje van enkele vierkante meters, doelloos naar de grond starend, het hoofd tussen de handen, een Turk, in een al evenmin riant vertrek, luisterend een radioprogramma in zijn eigen taal dat helaas maar een kwartiertje duurt, enzovoort.

De reizende tentoonstelling „Goede buren" is één van de vele activiteiten in het Europamuseum, dat vanaf vorig jaar met allerlei exposities en activiteiten door heel Nederland reist. ledere tentoonstelling (het zijn er in totaal ongeveer twintig, onder meer rond de thema's Suriname, discriminatie, vluchtelingen, maatschappelijke aanpassing en dergelijke) bezoekt per jaar tien gemeenten en na vijf jaar - dus na vijftig gemeenten te hebben gezocht -gaat de tentoonstelling naar de basis, Amsterdam, terug.

Bewustwording

Als doelstelling heeft het Europamuseum, zo blijkt uit een officiële verklaring, „een duurzame en gevarieerde ontmoeting van Europese culturen met andere culturen" te bewerkstelligen. „Sterke bewustwording van veel varianten van het eigene en andere cultuurpatronen, ongeacht of die zich hu afspelen op lokaal, nationaal, Europees dan wel ijipndiaal niveau. Dat bij deze ontmoetingen aan ontwikkelingslanden voorraftg wordt gegeven, spreöti voor zich. Falen in het verleden eist correctie in het heden. Nieuwe inzichten breken zich baan, ook in het vlak van het werken met ontwikkelingslanden."

Dit alles wordt bereikt door veel aandacht te schenken aan kunstuitingen van een bepaald land of een bevolkingsgroep, er zijn tal van „documents-humains", er is een schat van informatiemateriaal (een dorado voor scholieren tot en met doctcraalstudenten, die een scriptie gaan schrijven) en verder gaan de tentoonstellingen vergezeld van een cyclus van lezingen en een reeks van andere activiteiten.

Een formule die goed blijkt aan te slaan, zo mag worden geconcludeerd uit de vele belangstellenden die de exposities trekken. De GAZO in Zwolle, waar momenteel de tentoonstelling „Goede buren" wordt gehouden - en die hier nog enkele weken te zien zal zijn, waarna de expositie hoogstwaarschijnlijk naar St. -Michielsgestel zal verhuizen - moet het niet van toevallige voorbijgangers hebben: het moderne gebouw, dat zeeën van ruimte te bieden heeft (het Europamuseum is de directie dan ook erg dankbaar dat het hier zijn tenten mag opslaan) ligt aan de rand van de stad en is voor bijvoorbeeld een gewone winkelende huisvrouw niet iets waar je gauw even binnenloopt, maar ondanks dat komt er dagelijks nog heel wat binnen. Het zal duidelijk zijn dat de jeugd hierin het grootste aandeel voor haar rekening neemt.

In concrete cijfers: in het .Veluwse plaatsje Epe trok de tentoonstelling „Goede buren" maar liefst ruim 10.000 bezoekers. Opvallend hierbij is het grote aantal „recidivisten", mensen die, na een expositie bezocht te hebben, weer gaan kijken wanneer dezelfde tentoonstelling in een andere plaats te bezichtigen is. En als er een schoolklas is geweest, heb je er grote kans op, dat de hele school een kijkje komt nemen.

Vooroordelen
Een beter begrip kweken voor de vreemdeling, al dan niet binnen onze poort, vooroordelen trachten weg te nemen. Geen geringe opgave. De publieke opinie jegens onze buitenlandse gasten mag dan de laatste jaren in gunstige zin gewijzigd zijn, velen zijn nog altijd van mening dat gastarbeiders zich hier toch voornamelijk ophouden om zich tegoed te doen aan de sociale voorzieningen en er absoluut niet voor voelen de handen uit de mouwen te steken. En wel werkende buitenlanders worden er van beticht ons „onze" baantjes te ontnemen.

Prof. J. H. Koeman, directeur van het Éuropamuseum, bestrijdt dit alles met klem. „Het is pertinent niet waar dat ze onze baantjes wegnemen. Heel vaak gaat het om arbeid wasfr Nederlanders de neus voor ophalen." (Niet voor niets hebben Nederlandse bedrijven vermogens aan advertentiekosten in het water gegooid, om Nederlanders voor hun vacatures te werven. Er werd niet gereageerd...)

„Vaak is het vuil en vies werk, zwaar en vermoeiend, gevaarlijk, eentonig, langdradig, er is weinig uitzicht op promotie en het wordt verricht op onplezierige tijden".

Aanpassen

Nog zo'n typisch Nederlands standpunt: „Ze hebben zich maar aan te passen". „Dat leidt in veel gevallen tot het verlies van de eigen identiteit", aldus prof. Koeman. „Het ritueel slachten stuit bij Nederlanders nog steeds op verzet en we willen er nog maar niet aan dat bijvoorbeeld de bloedwraak, waar wij vol afschuw over praten, een essentieel onderdeel van hun leven is.

Buitenlanders voor een groot deel verkrachters en oplichters? Koeman: „,Ze hebben vaak wel die naam, maar in cijfers uitgedrukt is dat helemaal onjuist. Natuurlijk is het zo dat een deel van de Surinaamse gemeenschap in Nederland een criminele inslag heeft. Maar kan ik daar de Surinaamse gemeenschap verantwoordelijk voor stellen? Wie zijn het die de huizen verhuren, wie zitten er achter de drugsdealers, wie zijn degenen die de prostitutie mede mogelijk maken? De oorzaak hiervan ligt voornamelijk bij de Nederlanders zelf. En dat terwijl de Nederlandse gemeenschap reilt en zeilt bij de aanwezigheid van buitenlanders. Zij hebben het gebouw voor ons gebouwd".

Het Europamuseum noemt zich een neutrale instelling. Is het echter wel mogelijk om je helemaal onpartijdig op te stellen bij controversiële onderwerpen als „Oorlog en vrede" (over dit onderwerp zal na „Goede buren" in de GAZO worden geëxposeerd), minderheden, discriminatie? Volgens prof. Koeman hoeft dat allemaal geen enkel probleem op te leveren. „We conformeren ons niet aan één bepaald standpunt. Hét publiek wordt zo breed mogelijk geïnformeerd; een onderwerp als bijvoorbeeld de apartheid in Zuid-Afrika wordt door voor- en tegenstanders belicht. Iedereen mag op het podium komen".

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.