+ Meer informatie

EEN GEREFORMEERDE SCHELDPARTIJ? Over een vervloekte afgoderij

7 minuten leestijd

De Heidelbergse Catechismus, 450 jaar geleden opgesteld, is blijkens de grote aandacht voor dat jubileum nog buitengewoon vitaal. Een belijdenisgeschrift is wel, anders dan het Woord van God, feilbaar mensenwerk, hoe blij we er ook mee zijn. De belijdenis mag in het licht van de Bijbel altijd worden nagerekend. De heftige woorden in antwoord 80, waar het verschil russen het avondmaal en de roomse (‘paapse’) mis wordt uitgelegd en de mis een vervloekte afgoderij wordt genoemd, heeft al vaak de vraag opgeroepen of ons leerboek over zuiver belijden hier niet uit de bocht vliegt. Dit taalgebruik doet toch denken aan wat moslims wel zeggen over anderen, zoals ook de Koran Joden en christenen apen en zwijnen noemt. Is alleen de bewoording van de catechismus hier al niet een sta-in-de-weg voor wat je zou willen bereiken? Vervloekte afgoderij – als je dat gezegd hebt, hoef je immers al niet meer met elkaar in gesprek te gaan… We moeten na het stellen van deze vragen eerst maar eens een paar dingen bedenken.

DE GEREFORMEERDE WERELD IN 1563

We doen er om te beginnen goed aan ons te realiseren hoe de wereld er – en dat niet alleen in Heidelberg – in de tijd van ontstaan van ons leerboek uitzag. De Reformatie lag niet ergens in het verleden, maar was als een kolkend proces gaande in Europa. Luther was in 1546 gestorven, Calvijn was 53 jaar oud. Wat was het allemaal dichtbij, ook de vervolging, waardoor overal vluchtelingen waren. In Heidelberg was een Nederlandse vluchtelingengemeente gekomen, met de vurige Petrus Datheen als voorganger. De godsdienst was geheel verweven met de politiek, zoals al honderden jaren vanzelfsprekend was geweest in Europa. Vorsten speelden een belangrijke rol in de godsdienst van een land. Frederik III, vanaf 1559 vorst van de Keurpalts, was rooms gedoopt, luthers opgevoed, en nog maar kort tevoren met overtuiging gereformeerd geworden. Niemand die de Bijbel zo ijverig las als hij! Zijn bijnaam was ‘de Vrome’. Maar over de leer bestonden heftige twisten in de stad en het land. Met name rond het avondmaal liepen de gemoederen op. Nog afgedacht van de rooms-katholieke leer was er onenigheid tussen zwinglianen, luthersen en calvinisten. Voor Zwingli was het avondmaal vooral een gedachtenismaal: wij gedenken gelovig het sterven van Christus. Voor Luther was de tegenwoordigheid van Christus in het avondmaal, zoals Hij als mens ook in het lichaam geleden heeft van wezenlijk belang, al was dat voor de luthersen echt wel anders dan de roomse leer van de transsubstantiatie, de wezensverandering van brood en wijn tot lichaam en bloed van Christus. Calvijn benadrukt dat het avondmaal een middel is in handen van de Heilige Geest, waardoor de gelovigen gemeenschap met Christus en zijn volbrachte werk hebben.

De discussies liepen hoog op. In 1559 was er een debat in de Heiliggeistkirche in Heidelberg, dat erop uit liep dat de twee voornaamste kemphanen later dat jaar uit het ambt werden ontheven. En daar waren de rooms-katholieken niet eens bij betrokken.

ROOMS-KATHOLIEKE REACTIE OP DE REFORMATIE

De Rooms-katholieke Kerk was natuurlijk wel in beeld. In de voorbije decennia waren er nog godsdienstgesprekken geweest tussen rooms-katholieke en protestantse theologen. Ook de reformatoren hadden zich ingespannen om bruggen te slaan, of in elk geval hun Bijbelse gelijk te bepleiten. Het liep op niets uit. En intussen deed het concilie van Trente in reactie op de Reformatie harde uitspraken. Rome verdedigde zich niet meer; het ging in de aanval. Het concilie duurde van 1545 tot de sluiting ervan in 1563, het jaar van de Heidelbergse Catechismus.

De voornaamste dwaling waartegen Rome zich keerde was de leer van de rechtvaardiging door het geloof alleen. Wie dat leert, is volgens het concilie buitengesloten van de zaligheid, oftewel anathema, vervloekt. Dat geldt dus personen: Luther en de overige reformatoren. De sacramenten worden in samenhang daarmee gezien. De mens moet zich voorbereiden op, en dus medewerken met de genade. En de genade wordt voor alles ontvangen in de sacramenten. Zonder de door de kerk in de sacramenten uitgedeelde genade kan een mens niet zalig worden. De sacramenten zijn beslissend. Christus – de gehele en integere Christus – is in de eucharistie aanwezig onder de vorm van het brood en in iedere portie daarvan. En daarom wordt het sacrament aanbeden! Uitdrukkelijk wordt gesteld dat de woorden ‘tot Mijn gedachtenis’ alleen uitgelegd kunnen worden als de herhaling van het offer van Christus. Daar is door Trente nog aan toegevoegd, dat het misoffer ook genade inhoudt voor de doden.

Dat juist bij de leer van het avondmaal het belijden van het geloof op scherp kwam te staan, is in die context wel begrijpelijk. Dat de passages over de sacramenten in de Heidelbergse Catechismus – 6 zondagen; 17 vragen en antwoorden – uitvoeriger en scherper zijn dan wij zouden hebben bedacht, zegt ons hoeveel er voor de kerk en het geloof op het spel stond. En dat moeten we niet afdoen als niet meer ter zake.

DE VERVLOEKTE AFGODERIJ

IN HET LICHT VAN DE GESCHIEDENIS

De tekst van de catechismus was in januari 1563 klaar. De keurvorst verordende dat die gedrukt zou worden. Binnen een maand kwam er een tweede druk, met als voornaamste aanpassing de toevoeging van vraag en antwoord 80 over het verschil tussen het avondmaal en de roomse mis. Een verdere bewerking van de vellen van de tweede druk bracht de toevoeging van de woorden ‘vervloekte afgoderij’ in de veroordeling van de mis. Dat was dus feitelijk de derde druk, die in maart 1563 aan de superintendenten van de kerk werden overhandigd. Dat werd de definitieve standaardtekst. Frederik III heeft naar breed gedragen getuigenis persoonlijk de hand gehad in deze aanscherping. Datheen was een van zijn adviseurs. De indeling in zondagen – ter wille van de catechismusprediking – volgde in datzelfde jaar.

In historisch perspectief zijn de krachtige uitdrukkingen tegen de mis goed te begrijpen. Dit was taal die begrepen werd. In kerkelijke leeruitspraken werd bij afwijking van de hoofdzaak van de leer al eeuwen een anathema uitgesproken. Wie dit niet gelooft kan niet behouden worden.

Trente liet het woord anathema uitdrukkelijk op personen slaan die een veroordeelde leer aanhingen. De nog altijd geldige, onfeilbare en onherroepelijke uitspraken van de Roomse kerk plaatsen u en mij, als we leren van genade alleen en door het geloof alleen zalig te kunnen worden, buiten het koninkrijk Gods. Gelukkig gaat de Roomse Kerk daar niet over, maar ze zegt het officieel wel, en nog steeds.

De bewuste uitspraak van onze catechismus veroordeelt geen mensen, maar veroordeelt de leer aangaande het misoffer als vervloekte afgoderij. Dat is meer ter zake. Dit spreekt geen mensen aan, maar spreekt de kerk aan in haar ontzaglijke verantwoordelijkheid voor Gods aangezicht. En dat is ook weer niet gering! Het is wel een impliciete uitnodiging: Kerk van Rome, wat u gezegd hebt, kan niet. Kom ervan terug!

De uitspraken van Trente – nog tijdens het Tweede Vaticaans Concilie bevestigd door paus Paulus VI – vormen geen invitatie aan, maar een afschrijving van mensen.

DE VERVLOEKTE AFGODERIJ

IN HET LICHT VAN DE HEILIGE SCHRIFT

In de leer van Rome over de mis worden de Bijbelse verhoudingen nogal verdraaid. Het Woord van het Evangelie als bron van het geloof is uit het zicht geraakt. De sacramenten zijn alles. Van de mis is een goed werk gemaakt, waar men God een grote dienst mee bewijst. Heel erg is dat men van het avondmaal een offer heeft gemaakt, dat men aan God meent te brengen. Zo oordeelde Luther al rond 1520. De leer van de transsubstantiatie – dat brood en wijn door de woorden van de priester ‘Dit is Mijn lichaam’ wezenlijk lichaam en bloed van Christus zijn geworden – leidde ertoe, dat brood en wijn als presentie van Christus werden aanbeden. Men knielt voor het teken en verwaarloost het Woord dat juist spreekt van Christus’ eenmalige offer (Hebr. 9:26; 10:12,14).

Dat is precies de afgoderij die al in het Oude Testament zo sterk veroordeeld wordt. Daarin gaat het altijd om het vereren van het geschapene in plaats van de Schepper (Rom. 1:25). Aan schepselen worden bovennatuurlijke krachten toegeschreven, en naar het Woord van God wordt niet gehoord (Deut. 18:9-14). Hoe ernstig het vereren van andere goden en beelden is, wordt in de eerste twee van de Tien Geboden al duidelijk.

Als de Schepper van hemel en aarde tot ons spreekt, gehoorzaamheid aan zijn Woord eist en geloof daarin, wat een schande is het dan het teken bij het Woord te maken tot vervanging van het Woord!

VERONTWAARDIGING EN APPEL

Op die manier klinkt terecht diepe verontwaardiging in de ‘vervloekte afgoderij’ van antwoord 80. Ik herken erin wat ik voelde toen bij de recente pauskeuze de kardinalen in lange rij het conclaaf in de Sixtijnse kapel naderden onder het zingen/bidden van een eindeloze litanie. Daar werd aan een lange reeks zogenaamde heiligen gevraagd: ‘Orate pro nobis’, ‘bidt voor ons’. Het contact zoeken met gestorvenen, spiritisme dus, in een godsdienstige jas. Ook vervloekte, voor God onbestaanbare, afgoderij inderdaad.

Maar laat zo’n kwalificatie klinken met bewogenheid, ook met verontwaardiging. Open voor gesprek, zodat een leer en een praktijk worden afgewezen, maar de dwalenden worden gezocht. In zo’n houding hoeft er in het gesprek met Rome niets te worden verdoezeld, maar mensen worden niet afgewezen, zoals Trente wel deed.

Prof. dr. J.W. Maris (1941) is emeritushoogleraar dogmatiek van de TUA

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.