+ Meer informatie

Wiegel wil graag een WD-er onder zich

Minister reageert op rapport-Vonhoff

2 minuten leestijd

DEN HAAG — Minister Wiegel van Binnenlandse zaken wil na de verkiezingen graag dit ambt voortzetten, het liefst in een kleiner kabinet en met een algemeen minister van Binnenlandse zaken onder zich van zijn eigen WD.

Dit blijkt uit een reactie van de bewindsman op het derde rapport van de commissie hoofdstructuur rijksdienst met als voorzitter de Commissaris van de Koningin in Groningen, Vonhoff.

Minister Wiegel zegt in zijn reactie met genoegen uit te zien naar een tweede amotsperiode, ,,zeker ook in de constructie die uw commissie deze minister toedenkt". Wiegel onderschrijft het streven van de commissie om te komen tot een beperking van het aantal ministers. Het liefst ziet de bewindsman dit al verwezenlijkt tijdens de komende kabinetsformatie, waarbij die beperking moet samenhangen met een herindelingsplan, waartoe de minister van Binnenlandse zaken het initiatief moet nemen. Een dergelijk plan moet echter in de visie van de minister en ook van de commissie voorgelegd worden aan het parlement.

Minister Wiegel constateert dan ook in zijn reactie dat het plan van een ,,oude" minister, dat is goedgekeurd door een ,,oud" parlement na de verkiezingen heel anders beoordeeld kan worden.

De commissie wijst enerzijds op de noodzaak van de gelijkwaardigheid van ministers en op de onwenselijkheid van een kernkabinet. Anderzijds pleit de commissie voor ministers met speciale bevoegdheden en voor regelmatig overleg tussen deze ministers onder leiding van de minister-president. Uit een dergelijk overleg zou een soort kernkabinet kunnen ontstaan, aldus Wiegel, die evenals de commissie niet voelt voor een kernkabinet, omdat dit zou kunnen inhouden dat bepaalde ministers beslissen buiten de ministerraad om. Wel voelt Wiegel voor een delegatie van bevoegdheden en een werkverdeling tussen de ministers op ad hoc basis, zoals nu bijvoorbeeld het geval is met de zogenaamde bestek-ministers.

Uitbouwen

Wiegel zegt in zijn reactie welwillend te staan tegenover de gedachte van de commissie om het ambt van staatssecretaris uit te bouwen tot een functie om de minister in meer algemene zin te ondersteunen. De minister kan zich zodoende meer bezighouden met de hoofdlijnen van het beleid binnen zijn departement en met het regeringsbeleid. Wiegel wijst er in dit verband op, dat hij zelfbij zijn ministerie de zaken zodanig heeft geregeld dat de staatssecretaris niet alleen gedelegeerde taken heeft, maar hem ook vervangt. Wiegel vindt dat het aan de betrokken minister moet worden overgelaten of hij een staatssecretaris (,,onderminister") met - meer algemene taken wil.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.