+ Meer informatie

Voormalig concentratiekamp wordt jaarlijks door half miljoen mensen bezocht

Massagraven in Bergen Belsen houden gruwelen blijvend in herinnering

6 minuten leestijd

Bergen Beken, anno 1991. Het inferno van verschrikkingen uit de Tweede Wereldoorlog heeft nu -op een warme voorjaarsdag in maartplaatsgemaakt voor zonovergoten heidevelden, diepe rust en de eerste geuren van de lente. Tegen de achtergrond van de hier aanwezige massagraven doet de ontluikende natuur echter bitter onwerkelijk aan. De herinnering aan onpeilbaar menselijk leed wordt door de bloeiende hei niet weggenomen. De laatste rustplaatsen bergen slechts naamlozen. Opschriften als "Hier rusten 5000 doden" vormen het enig overgebleven commentaar op de gruwelijke verwoesting die het Derde Rijk hier heeft aangericht.

"Familieleden van slachtoffers vragen vaak naar de plaats waar hun doden begraven zijn, maar dat is vrijwel nooit meer na te gaan", zegt de hoofdbeheerder van het huidige herinneringscomplex, dr. Thomas Rahe. Zijn werk betreft niet alleen het verzorgen van een documentatieafdeling en een expositie over het voormalige concentratiekamp Bergen Belsen, maar ook het begeleiden van mensen die hier steeds weer opnieuw terugkomen. Van de 500.000 mensen die hier jaarlijks als bezoeker komen, blijkt een groot deel tot de categorie van overlevenden of familieleden van de hier omgekomenen te behoren. De reacties zijn zeer verschillend. „De ervaring leert dat wanneer iemand lange tijd hier niet is geweest of voor de eerste keer hier komt, de psychische belasting veel groter is." De overlevenden letten volgens Rahe ook nauw op de houding van bezoekers. hoeveel mensen hier bij voorbeeld komen, hoe ze zich gedragen. „Naarmate de tijd voortschrijdt is het voor hen belangrijk dat dit kamp in herinnering blijft door de wisseling van generaties heen. We krijgen veel vragen naar het lot van ouders of andere familie. Men geeft ons nog steeds documenten, zoals niet-gepubliceerde dagboeken of andere herinneringen."

Emotie groot
Naast toeristen en veel Duitse schoolklassen zijn het vooral joden die (weer) terugkomen naar Bergen Belsen. Het waren immers de joden die de kern vormden van Bergen Belsen. Ze komen in groepsverband of afzonderlijk, vaak als ze de renteniersleeftijd bereikt hebben. „Pas was er een groep Poolse vrouwen. Ze werden begeleid door een rooms-katholieke geestelijke hier uit Bergen, die voor dit werk gedeeltelijk is vrijgesteld. Hij sprak vloeiend Pools, zodat het emotionele effect bij de bezoeksters erg groot was. Maar men vond het toch goed dat men hier geweest was. Verder komt hier de categorie van kinderen die in Bergen Belsen geboren zijn. Het is een raadsel hoe zij gezien de hygiënische wantoestanden het kamp hebben kunnen overleven. De laatste maanden voor de bevrijding stierven honderden mensen per dag ten gevolge van ontbrekende sanitaire voorzieningen en de snelle verspreiding van epidemieën, zoals typhus." Rahe signaleert een groot onderscheid tussen reacties van Duitse en joodse kinderen. „Ze reageren eerst erg uitgelaten als ze in de expositieruimte komen. De architectuur is ook neutraal gehouden. Maar als ze bij de graven komen, reageren de joodse kinderen heel anders. Je kunt het goed merken dat ze altijd wel iemand in de familie of in de straat kennen die in de kampen is omgekomen. Soms barsten kinderen van 14 en 15 jaar dan in tranen uit."

Soldaten
„Niet altijd melden de overlevenden zich bij de balie. Maar door nauwlettende observatie is te zien dat ze iets met Bergen Belsen te maken hebben gehad." Ook veel soldaten bezoeken het voormalige kamp. Bergen Belsen bevindt zich namelijk op de Lünebürger heide, waar veel militaire onderdelen uit NAVO-landen zijn gestationeerd, ook uit Nederland. „Opvallend is het verschil tussen reacties van Duitse en Nederlandse soldaten. Duitse soldaten vragen vaak hoe het zat met het opvolgen van bevelen O en de mogelijkheid van verzet daartegen. Nederlandse soldaten zijn vooral geïnteresseerd in de vraag hoe Duitsland nu met de herinnering aan de nazi-tijd omgaat."

Waarom?
„De legitimiteitsvraag wordt de laatste jaren steeds sterker", signaleert Rahe. „Men vraagt zich af: Waarom moeten we deze zaken nog in de herinnering houden? Het is toch al zo lang geleden? Daarom hebben wij sinds vorig jaar de Gedenkstatte opnieuw grondig uitgebreid en in de presentatie niet alleen de feiten laten zien, maar ook het waarom van deze verschrikkingen. Het heeft ook alles te maken met ons eigen lot als volk. Voor overlevenden is mijn leeftijd van 34 en de jonge leeftijd van alle andere medewerkers hier een signaal dat de herinnering continu blijft. Mijn generatie heeft ook niet die dwang tot zelfrechtvaardiging, hoewel het een nadeel is dat de directe betrokkenheid er niet is."

Rechtvaardigen
De oudere Duitsers hebben de neiging hun aandeel in de oorlog nog steeds te rechtvaardigen, zegt Rahe. „Men weet nog goed van joodse kinderen in hun schoolklassen die er van de ene dag op de andere piotseling niet meer waren. Vooral joden vragen naar de daders. Het antwoord dat daarop is te geven, is dat men het heeft kunnen weten als men het maar wilde. Voormalige gevangenen op weg van het station naar het kamp (de transporten te voet met SS'ers en waakhonden) getuigden later dat ze zondagse wandelaars gezien hebben. Men heeft het kunnen weten. Na de bevrijding moesten de burgermeester en de plaatselijke overheid gedwongen toekijken naar de gruwelijke situatie. Ook de bevolking werd gedwongen om de gemaakte filmopnamen na de oorlog te bekijken. Men wilde het eerst niet geloven."

Anne Frank
Bergen Belsen was oorspronkelijk bedoeld als verblijfskamp ("Aufenthaltslager") voor joden die geruild zouden worden voor gevangen Duitsers. In 1944 werd het kamp omgevormd tot concentratiekamp. De laatste maanden voor de bevrijding (op 15 april 1945) werd het een opnamekamp van zieke en uitgeputte gevangenen uit andere kampen. Toen tegen het einde van de oorlog het Rode Leger flink in opmars was, groeide het aantal geëvacueerde gevangenen razendsnel. Zij die levend het kamp bereikten —velen waren al omgekomen onderwegwerden massaal het slachtoffer van epidemies, waarvan vlektyfus de meest gevreesde was. Ook Anne Frank werd daarvan het slachtoffer. In augustus 1944 vertrokken zij en haar moeder met het laatste (!) transport van Westerbork naar Auschwitz. Daar stierf haar moeder en eind oktober kwam Anne met een evacueringstransport in Bergen Belsen terecht. Enkele weken voor de bevrijding van het kamp stierf Anne aan tyfus. Momenteel is er een Anne Frank-school in Bergen. Deze school is vorig jaar nog door Miep Gies, die de familie Frank in Amsterdam onderdak verleende, bezocht.

Herstelling...
Toen Britten het kamp bevrijdden, lag het kampterrein bezaaid met lijken, deels al wegrottend. In de maanden januari tot midden april waren er in Bergen-Belsen ongeveer 35.000 mensen omgekomen. Alleen al in de maand maart beliep het dodental 18.168. Ziekentransporten arriveerden in Bergen Belsen soms zonder één arts. En dat alles in een kamp dat in het SS-jargon cynisch "Erholungslager" (herstellingskamp) werd genoemd. Het totaal aantal doden van Bergen Belsen bedroeg meer dan 50.000. Slechts een gedeelte van de leiding heeft men kunnen arresteren. Of ook de daders naar Bergen Belsen teruggaan of zijn gegaan, zoals misdadigers soms doen naar de plaats van misdaad, is onbekend. „Ze melden zich in ieder geval bij ons niet", antwoordt Rahe glimlachend. De enige herinnering aan de slachtoffers zijn de stille massagraven en een enkel gedenkteken, zoals dat uit Israël. Het opschrift daarvan is duidelijk: "Dat de aarde het bloed niet verberge dat op haar is uitgestort!"

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.