+ Meer informatie

Rekenschap van de hoop die in ons is

10 minuten leestijd

Een belangrijk project.

Als wij van de Wereldraad van Kerken of van de Raad van Kerken in Nederland horen, komen ons misschien eerst allerlei uitspraken over actuele politieke en sociale Problemen in gedachten. Maar de oecumenische beweging heeft ook de zichtbare eenheid van de kerken in haar vaandel geschreven. De commissie voor Geloof en Kerkorde - „Faith and Order” bestaat als beweging al langer dan de Wereldraad en hield een halve eeuw geleden reeds een wereldconferentie in Lausanne - heeft in 1972 een wereldwijde Studie op touw gezet onder het motto: Rekenschap afleggen van de hoop die in ons is ( 1 Petrus 3:15).

Eerst moet er door christenen in allerlei situaties een poging gedaan worden om in woorden die in hun omgeving begrepen worden, uitdrukking te geven aan hun geloof. Daarna moet de commissie voor Geloof en Kerkorde alles in een samenhangend geheel bijeenbrengen. Het gaat om een geloofwaardig getuigenis van Jezus Christus in deze wereld. In 1978 wil men zover zijn.

We beperken ons nu tot Nederland, waar het de Raad van Kerken dank zij de vindingrijkheid en het doorzettingsvermogen van zijn gedelegeerde voor geloofszaken, mevrouw dr. E. Flesseman-van Leer, gelukt is de bezinning op gang te doen komen.

Wie het verslag raadpleegt - dat vorig jaar versehenen is onder de titel: Rekenschap van de hoop die in ons is - krijgt de indruk, dat het plan geslaagd is. Een groot aantal personen en groepen is erbij betrokken en het nadenken en spreken over de vragen van het geloof heeft ertoe geleid, dat iets op papier gezet is waar men in de oecumene en zeker in de kringen van „Faith and Order” met grote belangstelling kennis van zal nemen.

Het is mij niet bekend, of de gevolgde methode helemaal nieuw is, maar het is toch wel een originele manier van werken geweest. Eerst is aan achttien mannen en vrouwen gevraagd te zeggen waar het in het geloof in deze tijd en in de huidige nederlandse situatie op aankomt: „u moogt bewust eenzijdig zijn en in een zekere onbevangenheid en direktheid zeggen waar ù in uw geloof van leeft, en wat ùw christelijke hoop en verwachting is”. Alle antwoorden zijn daarna voorgelegd aan twintig groepen die zich er intensief mee bezig zouden houden. Er kwamen reacties en daarvan is een korte samenvatting gemaakt, die dienst gedaan heeft bij het beraad van de afgevaardigden van de groepen en de personen die zich eerst hadden uitgesproken. Een kleine commissie van redactie schreef tenslotte een definitieve tekst: Rekenschap van onze hoop in een dubbelzinnig bestaan.

Eén vraag - vele antwoorden.

Het was niet te verwachten, dat de antwoorden op hetzelfde zouden neerkomen. Er waren erbij van hervormden, van gereformeerden en van rooms-katholieken. Er was ook een antwoord bij van een doopsgezind journalist, een luthers theoloog, een remonstrants econoom en een oud-katholiek echtpaar. En het Leger des Heils was nog vertegenwoordigd. Ongeveer de helft van de achttien personen die een getuigenis op schrift stelden, was theologisch gevormd.

Er blijken niet alleen verschillen in overtuiging en beleving te bestaan, er zijn ook duidelijke tegenstellingen. Bepaalde uitspraken zijn onbevredigend om hun vaagheid, andere teleurstellend omdat het wezenlijke van het christelijk geloof eraan ontbreekt. Om een voorbeeld te geven: „hoop is

dat gevangen zitten niet het laatste is

dat honger hebben niet het laatste is

dat rotwerk hebben niet het laatste is

dat macht niet het laatste is

dat zonder werk zijn niet het laatste is

dat ik haat je niet het laatste is

dat steeds maar niet beter worden niet het laatste is

dat niet mee kunnen komen niet het laatste is”.

En zo gaat het nog even door. Kan het armer?

Heel anders is de getuigenis van een predikant die tot de Geref. Bond behoort, waarvan ik kortheidshalve nu alleen het slot aanhaal:

„Zo ben ik onderweg,

met mijn voeten op de aarde

en toch.

een gast en vreemdeling op aarde,

in gezelschap van mensen

en toch

een vriend en metgezel van allen

die Gods Naam ootmoedig vrezen, naar de dag

waarop gezegd zal worden

door de Eerste en de Laatste:

Zie, Ik maak alle dingen nieuw!”

Wie alles op zich laat inwerken, moet wel tot de conclusie komen, dat de eenheid in het geloof nog ver te zoeken is.

Reacties van groepen.

Nu was het de bedoeling, dat er in gesprekken in twintig gevarieerd samengestelde groepen op al deze antwoorden gereageerd zou worden.

Naast interkerkelijke groepen waren er o.a. enkele rooms-katholieke groepen, een vrijzinnig protestantse groep, een groep van uiterst kritische gereformeerden en een gereformeerde bondsgroep. De groepen moesten zeggen, op welke punten ze hun eigen geloof en hoop herkenden en op welke punten niet. In welk van de gegeven antwoorden het meest en in welk het minst? En hoe zouden ze als groep zelf rekenschap geven van hun geloof?

Met wat vanuit de groep van kritische gereformeerden binnenkwam kon dr. Flesseman weinig beginnen. Slechts enkele geloofsinhouden functioneren nog min of meer. De hoop is gericht op een betere samenleving waarvoor mensen zich moeten inzetten. De joods-christelijke traditie en vooral Jezus kunnen daartoe inspireren.

Er is een kritische werkgemeenschap die gelooft in een „Stern” die overal te horen is waar mensen op echte wijze mens zijn, „waar mensen samen komen voor stilte, feestviering, inkeer, liedzang, broodbreken, krant lezen, planning, troost en aktie”.

Maar er zijn ook getuigenissen van groepen waarin de eschatologische verwachting ter sprake komt.

Het heeft mij wel verontrust. dat in wat wij van Christus horen maar weinig doorklinkt van de klassieke belijdenis van de kerk. De verslaggeefster zegt zelf: Jezus Cjristus treedt naar voren als de inspirator van de menselijke hoop, als degene die wij moeten navolgen, ook als degene in wie „God een gezicht krijgt”, in wie God zich heeft laten zien. Jezus is in de eerste plaats de ware mens, die ons het mens-zijn zoals het door God bedoeld is, heeft laten zien en die ons Gods wil en liefde heeft voorgeleefd. „Jezus Christus als Heiland, als degene in wie wij vergeving hebben ontvangen of die ons de weg naar de zaligheid wijst, wordt door enkele groepen naar voren gehaald, maar is duidelijk voor de meesten in hun geloof niet centraal”, Ongeveer de helft van de groepen spreekt over Jezus’ opstanding als garantie van het nieuwe leven of van Gods trouw door de dood heen. Alleen de gereformeerde bondsgroep brengt kruis en opstanding in verband met bevrijding van schuld.

Het is geen wonder dat op de nogal uiteenlopende „rekenschappen” door de diverse groepen ook heel verschillend gereageerd is. Er is echter één stuk dat volgens mevrouw Flesseman door geen enkele groep afgewezen of echt negatief beoordeeld is. Het is geschreven door een gereformeerd theoloog en er staat boven:: Het doorbreken van de dubbelzinnigheid. Ik citeer er enkele belangrijke zinnen uit: „Geloven is: uit het evangelie het verhaal opvangen, dat God gekozen heeft en kiest tegen het duister en voor het licht. Tegen de dood en voor het leven. Tegen de dubbelzinnigheid en voor de eenvoud van de waarheid en de liefde”.

Even verder: „Sinds het verhaal van Jezus in omloop kwam is de hoop en daarmee het gevecht tegen de vertwijfeling onuitroeibaar geworden”.

Omdat de groepen zich in dit stuk het beste konden vinden, o.a. omdat er een hedendaags levensgevoel uit spreekt, is dit het model geweest voor ae rekenschap waarop de studie uitliep: Rekenschap van onze hoop in een dubbelzinnig bestaan.

Het resultaat.

Als voorzitter van de Raad van Kerken in Nederland presenteert prof. dr. H. Berkhof deze „Rekenschap” met de wens, dat het stuk voor velen zal dienen als herkenningspunt, verzamelpunt en uitgangspunt. Uitdrukkelijk wordt gevraagd na te gaan, of het daartoe de nodige evangelische diepgang met de nodige moderne verstaanbaarheid combineert. Het is erom te doen, dat mensen in een geloofsarme wereld en in zwakke en verdeelde kerken met meer kracht en eenstemmigheid gaan geloven in hopen. De Raad van Kerken zou willen, dat het geloofsgesprek in ons land met behulp van het geboden materiaal in veel breder kring zou worden voortgezet en dat de bezinning ook met het oog op een conferentie van kerken in 1978 zou blijven doorgaan.

Tot mijn spijt moet ik zeggen, dat ik de nodige evangelische diepgang in het aangeboden document mis.

Veel woorden over het gevoel van dubbelzinnigheid en het besef van ondoorzichtigheid om daarmee de situatie te tekenen. Dan de wending naar de christologie: Jezus is in de naam van Gods liefde opgekomen voor de onderliggenden, de zwakken en de afgeschrevenen en Hij heeft hen tot hun recht doen komen. De hopelozen en hen die vastgelopen waren heeft Hij losgekapt van hun schuldig verleden en hun nieuwe mogelijkheden gegeven. „Met een beroep op Gods wil heeft hij zich gesteld tegenover de machten van kerk en maatschappij die met hun kille regels het leven dreigden dood te drukken. En tenslotte heeft hij in gehoorzaamheid aan God en terwille van de mensen lijden en dood aanvaard. Door hem op te wekken heeft God eens en voor goed duidelijk gemaakt, aan welke kant Hij staat en in welke richting Hij werkt”. En verder: „Jezus is geen verleden tijd. Hij is als voortrekker van ons ver vooruit, en juist zo roept hij ons op achter hem aan te gaan en hem te volgen”.

Dat wordt meestal in praktische zin uitgewerkt: Geioven brengt onvermijdeiijk mee, dat wij van stap tot stap onze fundamentele keuze proberen te vertalen in ons handelen. Ondanks alle falen en in al zijn betrekkelijkheid kan zo ons leven een plek worden waar de hoop gestalte krijgt.

Wel Staat in de laatste alinea, dat onze hoop op de toekomst uitsluitend gefundeerd blijft in God die het maken zal en wel wordt al eerder gesproken over het vooruitzicht dat God zelf bij de mensen zal wonen en alle tranen van de ogen zal afwissen, maar waarom wordt voorbijgegaan aan de verwachting van de wederkomst van Christus die in het Nieuwe Testament zo centraal staat? Het is de vraag, of wij op deze wijze rekenschap moeten afleggen van de hoop die in ons is. De woorden uit 1 Petrus 3 staan op het titelblad van onze Ned. Geloofsbelijdenis, zoals zij in 1561 is opgesteld. Onwillekeurig dringt zich een vergelijking op.

Maar een rekenschap is niet hetzelfde als een geloofsbelijdenis, lezen we. Een belijdenis moet zo volledig mogelijk zijn. In een rekenschap brengen we alleen ter sprake wat voor onszelf en voor hen aan wie wij rekenschap geven nu in onze tijd en situatie ter zake is en functioneert. Zo ontstaat echter een ernstig probleem. Hoe is dan de verhouding van belijdenis en getuigenis? Is veel van wat wij belijden niet meer ter zake in onze tijd en in onze situatie?

Een van de twee eerste eisen is ook volgens de auteurs van de definitieve tekst. dat een rekenschap bijbels verantwoord is. Dat wordt uitgelegd als „betrokken op de hoofdlijnen van het bijbelse verhaal”.

Wat wordt daar in dit verband mee bedoeld? „De hoop waarvan wij getuigen moet op een of andere manier te maken hebben met en gefundeerd zijn op Jezus, op zijn leven, zijn dood en zijn opstanding”.

De vaagheid van het „op een of andere manier” valt op, zoals in het document dat het eindresultaat van de vele overwegingen en besprekingen is, de afwezigheid van grote woorden uit de geloofstaal als verzoening, wederkomst van Christus, vernieuwing door de Heilige Geest opvalt. We dienen de kerk en de wereld alleen met een getuigenis van voluit bijbels gehalte!

De betekenis van het studieproject is ovengens wel, dat velen daardoor gedrongen werden zich te verdiepen in vragen die van levensbelang zijn. We mogen naar aanleiding hiervan ook wel zeggen, dat we niet moeten nalaten ernst te maken met het apostolische woord: Maar heiligt de Christus in uw harten als Here, altijd bereid tot verantwoording aan al wie u rekenschap vraagt van de hoop die in u is.


Wie belangstelling heeft voor de publikatie Rekenschap van de hoop die in ons is, wordt verwezen naar de Protestantse Stichting Bibliotheekwezen te Voorburg of naar De Horstink te Amersfoort.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.