+ Meer informatie

Enkele belangrijke momenten uit de discussie op de ambtsdragersconferentie van zaterdag 24 april 1993

6 minuten leestijd

In de discussie wordt door de leden van een panel ingegaan op ruim twintig vragen, die voor het merendeel aan het einde van de morgenvergadering zijn gesteld. Het panel bestaat uit de broeders K.T. de Jonge, W. Steenbergen en H. van Well, alsmede de sprekers van de morgensamenkomst, de broeders A. Heystek, G. van Oord en C. Westerink.

Uit de diverse vragen en ook uit de beantwoording ervan blijkt hoe veelomvattend het werk van de diaken in onze tijd is. Een grote mate van wijsheid, tact, inzet en liefde zullen bij dit werk steeds nodig zijn. Dit wordt meteen al duidelijk bij de beantwoording van de eerste vraag: hoe te handelen bij conflictsituaties? Ook de beantwoording van een volgende vraag, die op jongeren betrekking heeft, maakt duidelijk hoe breed het arbeidsveld van een diaken zou kunnen zijn of worden. Want niet alleen ouderen, maar evengoed jongeren kunnen specifieke noden hebben in een tijd van teruglopende conjunctuur. In de tijd van de Reformatie had Bucer al oog voor de noodzaak om soms beurzen vanuit de kerk aan sommige studenten te verstrekken. Moeten de diakenen dan overal en altijd bijspringen in allerlei situaties? Een belangrijk uitgangspunt zal zijn: hélpen daar waar geen (andere) helper is.

Het bevestigingsformulier geeft lang niet alle taken van de diaken aan. Het is slechts een hoofdlijn, een eerste aanzet. Een uitgebreider formulier behoeven we niet na te streven, maar wel is belangrijk dat de nieuwe diaken goed wordt voorbereid en grondig wordt ingewerkt bij zijn nieuwe taak. Laten we ook het geestelijk karakter van dit ambt niet vergeten. In de eredienst merken we van de diaken doorgaans niet meer dan dat hij als collectant een taak heeft, maar zijn ambt gaat veel dieper en heeft vooral een geestelijke dimensie. Juist daarin ligt de grond van het diaconaal handelen. Bij zo’n geestelijke opvatting van het diaconaat zijn zaken als schriftlezing en gebed bij een af te leggen bezoek ook geen vreemde zaken voor een diaken. Laat echter ook de gemeente weten en merken wat diaconaat is! Dat moet niet beperkt blijven tot het inwerken van nieuwe diakenen, maar betekent een voortdurende instructie van de gemeente op dit punt. En ook dat heeft alles met de voorbereiding van ambtsdragers te maken!

Worden er niet te hoge eisen gesteld, wanneer zo’n veelheid van zaken op de diaken afkomt? Laten we dan echter daarbij niet vergeten, dat een diaken niet alles zèlf behoeft te doen. Hij moet vóórgaan in het dienen en daarbij anderen stimuleren in het verstaan van de diaconale roeping. Het is gelukkig niet een taak die hij alleen moet doen. Zo komt het accent te liggen op de gemeente als diaconale gemeente. De gemeente moet verstaan welke taak de Here haar opdraagt.

Enkele malen komt de vraag naar voren of de aandacht voor persoonlijk heil en persoonlijke geloofsbeleving niet gaat ten nadele van de inzet in de praktische dienstbaarheid. Zo kan het niet worden gesteld, wordt geantwoord. Aandacht voor vragen van persoonlijk heil verdringt niet de beleving van concreet dienstbetoon. Wel dreigt het gevaar dat een prediking die erg concreet ingaat op praktische levensvragen snel met een etiket ‘horizontaal’ wordt afgedaan en terzijde geschoven. Ook hier blijkt hoe belangrijk het is om het geestelijk karakter van het diaconaat te doen uitkomen. Het is geestelijk en concreet tegelijk. Maar het is een misverstand om te menen dat aandacht voor persoonlijk geloof en toeëigening des heils en de aandacht voor de diaconale roeping een tegenstelling of een concurrentieverhouding vormen. Geestelijke vragen sluiten het diaconaat niet uit, maar ìn. En de vragen van het diaconaat kunnen niet ècht aan de orde komen wanneer de vragen van het persoonlijk geloof zouden worden gemist. Laten de predikanten echter wel bij zichzelf nagaan of ze aan beide zaken recht doen en of ze de vele noties in de Heilige Schrift m.b.t. de diaconale roeping ook écht verdisconteren in de prediking.

Zijn wij geen kerk van de middenstand geworden, is een vraag die nogal wat aandacht krijgt. Hebben wij niet alle aantrekkingskracht voor lagere sociale groepen (zwervers bijv.) verloren? Hoewel er kerken zijn waar alle sociale geledingen van de samenleving vertegenwoordigd zijn, moet in het algemeen inderdaad worden gezegd dat de aansluiting naar bepaalde groepen ontbreekt. Wij moeten echter bedenken dat onze eerste opdracht niet is om onszelf aantrekkelijk te maken. Onze opdracht is om naar mensen toe te gaan om, waar mogelijk, naar buiten te treden en mensen in hun nood op te zoeken en onze gaven voor hen in te zetten. De inloophuizen die er op enkele plaatsen zijn, worden in dit verband ook genoemd. Ook komt het gelukkig voor dat op onge dachte en wonderlijke wijze soms contacten kunnen worden gelegd met mensen die door de Here op de weg van de Kerk zijn gebracht. Wèl moeten we onszelf de vraag stellen: kunnen wij niet meer openheid uitstralen naar buiten? Gastvrijheid is een belangrijke zaak!

Hoe wordt het diaconaat een zaak van de gemeente? Hoe kunnen wij in concrete zaken elkaar leren dienen in de gemeente? Hiervoor moet de volle nadruk vallen op het diaconaal huisbezoek. Het is een middel om gemeenteleden toe te rusten, zodat het diaconaat door de gemeente zèlf ter hand wordt genomen. Dit huisbezoek heeft het karakter van een inzameling van gaven (gaven om elkaar te dienen en te helpen). Veel te weinig wordt dit middel van het diaconaal huisbezoek nog gebruikt.

Een jeugddiaken, wat is zijn taak? Te denken is aan diaconaat voor jongeren en evenzeer diaconaat mèt en dóór jongeren. Van het laatste wordt een voorbeeld gegeven hoe ergens jongelui via een werkgroepje zijn ingeschakeld bij allerlei diaconale werkzaamheden.

Verschillende andere zaken worden nog genoemd in de discussie. Op het terrein van de ouderenzorg (toenemende eenzaamheid) ligt een groeiende diaconale taak. In de theologische opleiding is meer aandacht voor het diaconaat zeer gewenst. Er is reeds eerder gepleit voor meer aandacht hiervoor bij de vorming van toekomstige predikanten. Een intensief overleg tussen diakenen en wijkzusters over hun werk wordt als wenselijk gezien, juist om de inhoud en het doel van het diaconale werk te bespreken en elkaar daarmee te dienen.

Bij de hulpverlening naar buiten (financiële hulp aan instanties) is het goed een soort ‘beleidsplan’ te maken, zich te laten adviseren door deputaten-hulpverlening en een verantwoorde keus te maken, zodat gelden ver weg goed worden besteed, in samenhang met de verkondiging van het evangelie. Het is goed om op acute nood in de wereld óók in te spelen, maar laat men niet vergeten, dat deze nood vaak heel lang blijft bestaan en ons gebed en medeleven vaak na lange tijd nbog nodig zijn. Wij moeten ons niet alleen door de acute nood van één moment laten leiden, wanneer de media er aandacht aan geven.

Het bovenstaande is slechts een greep uit het vele dat ter sprake kwam. Duidelijk was deze middag de grote betrokkenheid bij dit onderwerp.

De voorzitter concludeerde aan het slot dat er veel kon worden meegenomen ter overweging.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.