+ Meer informatie

Besprekingen van de Heilige Oorlog

6 minuten leestijd

12

Voor de mens die leeft in de dienst der zonde, is de dienst des Heeren niet een zalige dienst, niet een staan in de vrijheid. Al heeft hij uit kracht van opvoeding nog enig behagen in de vorm van de godsdienst, met zijn hart leeft hij er niet in daar hij de Heere niet hartelijk liefheeft.

Als de Schrift spreekt van levendmaking en vernieuwing des gemoeds, dan geeft zij ons daarmee te kennen dat wij dit nieuwe leven der genade nodig hebben om te komen tot de onberouwelijke keus de Heere te vrezen.

Afgaande op het gerucht dat El-Schaddai met ontferming zou komen tot Mensziel, moest alles in het werk gesteld worden om dat naar het oordeel van Diabolus, te verhinderen. En wat hij hierin mee had was wel dit, dat niet één burger van deze stad het zich meer kon indenken hoe heerlijk het voor hen toch wel was in de staat der rechtheid. Vandaar was er niet ’t minste verlangen meer in de stad boetvaardig weder te keren tot hun vorige Koning. Ja ’t was waar, volkomen waar, dat de mens zijn hart door de zonde geheel van God kwam af te keren. Niemand zegt vanuit zichzelf: „Waar is God, mijn Maker, die de psalmen geefjt in de nacht.” Met een godsienstig speculeren op de welwillendheid van de mens is in zijn hart geen droefheid naar God te verwekken tot bekering.

Op het voorstel van Diabolus zich te wapenen tegenover El-Schaddai voor het afslaan van elke aanval, gaat de stad eenparig in. Van top tot teen moeten de burgers van Mensziel gewapend worden met helmen, borstwapens, zwaarden en schilden voor het verdedigen van de stad. „Mijn helm,” zo sprak Diabolus, „ook wel een bedekking genaamd, is: hope, dat het wel zal gaan,” hoe men ook leeft. Dat was ’t geen zij hadden, die zeiden:

Wij zullen vrede hebben, schoon wij wandelen naar het goeddunken van ons hart. Een krachtig bewijs dat elke krijgsman in Mensziel door zijn helm te behouden, onoverwinnelijk zal bevonden worden in de zwaarste strijd.

„Mijn borstwapen is een borstplaat van ijzer. Ik heb haar in mijn eigen land en dat is de hel, gesmeed en er al mijn krijgers en soldaten mee gewapend. Om duidelijk te zijn, het is een hart zo hard als ijzer en zo ver van gevoel als een steen. Zo gij ’t bekomt en behoudt, zal noch barmhartigheid u winnen, noch oordeel u vervaren. Derhalve dit voor allen die El-Schaddai haten en onder mijn banier tegen Hem willen strijden, een onmisbaar wapentuig is.”

„Mijn zwaard is een tong die van de hel is ontstoken. En zich in postuur kan zetten om kwaad te spreken van El-Schaddai, Zijn Zoon, Zijn wegen en Zijn volk. Vertrouw er op, want het is beproefd en dat wel duizend maal. Die dit zwaard heeft en het weet te hanteren, kan nooit van mijn vijand overwonnen worden.”

„Mijn schild is ongeloof, of het in twijfel trekken van de waarheid. Een schild, dat al de woorden van El-Schaddai die spreken van oordelen voor de goddelozen bereid, zeker krachteloos maakt. In de geschriften van Immanuëls oorlogen, die Hij tegen mijn dienaren gevoerd heeft, wordt betuigd dat Hij op verschillende plaatsen geen wonderwerken kon doen vanwege hun ongeloof. Houdt u er van verzekerd, dat ge El-Schaddai met niets feller kunt treffen dan met het schild van ongeloof. „Die God niet gelooft, heeft Hem tot een leugenaar gemaakt, dewijl hij niet geloofd heeft de getuigenis, die God getuigd heeft van Zijn Zoon.”

Belooft of zweert El-Schaddai dat Hij Mensziel zo het tot Hem wederkeert geen kwaad maar goed zal doen, acht het niet wat Hij zegt, maar trek vrij alles in twijfel. Dat behoort zo om het schild ongeloof wel te hanteren. Zodanig als mijn dienaars betaamt en gelijk zij ook doen door stipt te luisteren naar mijn bevelen.”

„Een ander wapentuig, dat ook zeer uitnemend is,” zei Diabolus, „is een stomme en gebedloze geest, een geest die er de spot mee drijft als men om genade bidt. Draagt derhalve veel zorg voor burgers van Mensziel dat goed ter harte te nemen bij het gebruik van de wapenen.

Hoe; om kwartier te roepen, neen doe dat nooit zo gij de mijnen wilt zijn. Ik weet dat gij onversaagde mannen zijt en ben er zeker van, dat ik u een beproefde wapenrusting kwam te verstrekken. Laat ’t verre van u zijn tot El-Schaddai om genade te roepen.”

Toen ik deze helse stukken ter beschouwing en de wel doordachte plannen van vorst Diabolus ter inzage ontving, werd het mij duidelijker dan ooit dat onze val in Adam een door en door rampzalige val is. En wat lezen en leven wij daar veeltijds oppervlakkig overheen tot grote schade van het geestelijke leven.

Het is door de inbindende kracht van de algemene genade dat al die boosheid en bitterheid niet ten volle uitgeleefd wordt. Maar daarom is het goede dat in het zedelijk leven aanwezig is, zodat de rijke jongeling nog een beminnenswaardig mens was in de samenleving, niet een overblijfsel uit het verloren Paradijs. Met al die deugden en plichten kunnen wij in het gericht niet bestaan. Wordt het huis van onze verwachting daarop gebouwd voor de eeuwigheid, dan staat het op een zandgrond die weggespoeld zal worden door het water van de grote dag des gerichts.

Maar door de Schrift worden wij van al onze vermeende gerechtigheid ontbloot, van onze droggronden afgestoten. Hier laat de Heere ons bij het licht van Zijn Geest blikken in de onzalige fontein van boosheid en bitterheid.

Met een godsdienstige verandering en wat uitwendige vroomheid, blijft de mens in de staat der ellende. De almachtige genade van Gods ontfermende liefde in Christus hebben wij nodig om vanuit de staat der ellende gesteld te worden in de staat der genade.

Hier denken wij aan de Samaritaanse vrouw die tot de burgers van haar stad sprak: „Komt, ziet een Mens, dat mij gezegd heeft alles wat ik gedaan heb; is Deze niet de Christus.” Zij was door Christus ontdekt aan haar zonde en dat was haar dierbaar zodat zij het alle mensen gunde. Toen Christus haar liet zien in de spiegel van de heilige wet, werd zij aan haar zonde ontdekt tot verbreking van de kracht der zonde, zodat zij kwam tot de onberouwelijke keus de Heere te vrezen. En zij ging ijveren voor Zijn naam en zaak. Maar dat kan niet door de wet van Mozes, want dan is de wet kracht der zonde. Dat kan alleen door de wet van Christus, want door Zijn wet te schrijven in het hart, stort Hij Zijn liefde er in uit om Hem, gelijk als zij, hartelijk lief te hebben.

Nijkerk.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.