+ Meer informatie

Cranmer stierf na leven van toegeven en twijfelen toch de martelaarsdood

Veelzijdig man was mensen herhaaldelijk meer gehoorzaam dan God

9 minuten leestijd

Er zijn in de geschiedenis figuren aan wier levensgang we de bewogen historie van hun tijd duidelijk kunnen aflezen. Zo'n man was Thomas Cranmer, geleerde, kerkvorst, raadgever van vorsten en ten slotte martelaar. Cranmer heeft onder drie vorsten gediend: Hendrik VIII, Edward VI en koningin Maria, de echtgenote van koning Filips II van Spanje. Laatstgenoemde is de historie ingegaan als "Maria de Bloedige". Cranmers leven en optreden is ons tot in kleine bijzonderheden bekend, doordat hij zo'n vooraanstaande plaats innam. En het beeld dat daaruit naar voren komt, is niet altijd even aantrekkelijk. Keer op keer herriep hij vroegere standpunten wanneer zich om des Evangelies wil vervolging of verdrukking voordeed. Hij schijnt een vreesachtig karakter gehad te hebben. En verder heeft hij een diep ontzag gekoesterd voor het gezag van de vorst, óók in de kerk, wat hem er herhaaldelijk toe bracht mensen meer te gehoorzamen dan God.

Thomas Cranmer werd vijfhonderd jaar geleden geboren, op 2 juH 1489, in Aslacton in Nottinghamshire, als zoon van Thomas Cranmer en Agnes Hatfield. Zijn vader wilde niet alleen dat hij een geleerd man zou worden, maar ook leerde hij hem jagen en paardrijden. Later, toen hij aartsbisschop was geworden, stond hij erom bekend dat hij het wildste paard kon berijden. Zijn eerste onderwijs kreeg hij van een uiterst strenge schoolmeester, die echter kennelijk kans zag de jonge Thomas veel kennis bij te brengen. Nog tijdens zijn schooljaren verloor Thomas zijn vader. Toen hij veertien jaar geworden was, stuurde zijn moeder hem naar de universiteit te Cambridge. Acht jaar is hij daar gebleven. Hij studeerde daar vooral wijsbegeerte en logica. En tevens deed hij een grondige kennis op van de klassieke schrijvers, maar ook van de toen nieuwe geschriften van Erasmus. Hij heeft zich niet gehaast met de studie. Pas in 1511 (of 1512) werd hij Bachelor of Arts en in 1515 Master of Arts. Direct na het behalen van laatstgenoemde graad werd hij benoemd tot docent (fellow) aan het Jesus' College.

Die post werd hem echter ontnomen toen ruchtbaar werd dat hij in het geheim getrouwd was. Zijn vrouw woonde in de Dolphin Inn, ook te Cambridge, die aan familieleden van haar toebehoorde. Hij werd toen docent aan Buckingham College, nu het Magdalen College. Een jaar na zijn huwelijk stierf zijn vrouw in het kraambed. Kort daarna werd hij opnieuw benoemd als docent aan het Jesus' College. Spoedig promoveerde hij tot doctor in de theologie. 
Toen in de zomer van 1529 in Cambridge de pest uitbrak, week Cranmer uit naar Waltham Abbey, waar een familielid van hem woonde, een zekere Cressy. Dat verblijf werd voor Cranmer van grote betekenis. 

Huwelijken Hendrik VIII

In die tijd wilde Hendrik VIII zich laten scheiden van Catharina van Aragon en de koning had daartoe een rechtszaak aangespannen. Rechters waren de kardinalen Wolsey en Campeggio.
Maar omdat de koning zich op de paus had beroepen, had het gerechtshor de zaak verdaagd. Het zag ernaar uit dat het proces jaren zou gaan duren. Vanzelfsprekend was dit proces het onderwerp van veel gesprekken. De koning vertrok in grote woede van Greenwich naar Waltham Abbey, met de twee kardinalen in zijn gevolg. De secretaris van de koning en zijn hofprediker, Gardiner en dr. Fox, kwamen ook naar Waltham Abbey en logeerden daar in het huis van Cressy.
Zowel Gardiner als Fox had te Cambridge gestudeerd en het duurde niet lang voor ze met Cranmer in diepgaande discussies waren gewikkeld over de echtscheiding van de koning.
Cranmer gaf zijn mening over de hele zaak en deed een oplossing van de hand waardoor een jarenlang uitstel kon worden vermeden. Aangetoond moest worden dat het huwelijk van de koning met Catharina van Aragon nietig was geweest, ondanks de destijds door de paus verleende toestemming. Wanneer dat kon worden uitgesproken, zou de koning onmiddellijk kunnen trouwen met Anna Boleyn. De theologen van de verschillende universiteiten zouden een uitspraak met die strekking moeten doen. Twee dagen later vertelde dr. Fox aan de koning de door Cranmer bedachte oplossing. Direct daarna werd Cranmer bij de koning ontboden. De koning was opgetogen over Cranmers voorstel en hij gebood hem zijn gedachten neer te leggen in een theologische verhandeling. Hij kreeg een hartelijk onthaal in Denham Palace, waar de vader van Anna Boleyn, de graaf van Wiltshire, woonde. Daar schreef hij de hem opgedragen verhandeling, waarmee hij naar Cambridge ging voor overleg met de theologen daar. Men beweert dat hij in een dag zes of zeven geleerde mannen voor zijn zienswijze wist te winnen.

Aartsbisschop

In januari 1530 vertrok Cranmer in het gevolg van de Engelse gezant naar Bologna in Italië, waar hij zowel de keizer als de paus zou ontmoeten. Met de paus besprak hij de zaak van het huwelijk van de koning. In 1532 treffen we Cranmer opnieuw op het vasteland aan, nu in Duitsland. Tijdens zijn afwezigheid benoemde Hendrik VIII hem tot aartsbisschop van Canterbury. Het kwam daarom wel heel ongelukkig uit dat hij in Duitsland opnieuw was getrouwd, met een nicht van Osiander.
Hij stuurde zijn vrouw vooruit naar Engeland, maar zelf bleef hij nog in Duitsland, in de hoop dat zijn grillige vorst de benoeming weer ongedaan zou maken.
Op 30 maart 1533 echter werd Cranmer geordend tot aartsbisschop van Canterbury. Over de zaak van het koninklijk huwelijk liet hij toen geen gras groeien. De koningin werd opgeroepen voor de aartsbisschop te verschijnen. De zittingen begonnen op 10 mei, maar de koningin verscheen niet. Na de vierde zitting deed het aartsbisschoppelijke gerechtshof de uitspraak dat het huwelijk tussen Hendrik VIII en Catharina van Aragon vanaf het begin nietig was geweest. Vijf dagen later sprak hetzelfde hof officieel uit dat de koning nu wettig getrouwd was met Anna Boleyn. Op 10 september daarna was Cranmer peetvader bij de doop van prinses Elizabeth. Cranmer stond nu in blakende gunst bij de koning, die hem regelmatig grote geschenken gaf en hem geld leende. Dat alles betekende intussen wel dat de hoogste kerkelijke autoriteit in Engeland geheel onder invloed stond van de koning. In de uitoefening van zijn ambt was Cranmer echter ijverig en eerlijk.
Tot grote ergernis van de bisschoppen maakte hij in 1534 een grote visitatiereis. Op 10 februari 1535 was hij de eerste die de gehoorzaamheid aan de paus openlijk afzwoer. Degenen die dat voorbeeld niet wilden volgen, zoals More en Fisher, werden gevangen gezet.

Huwelijksperikelen

Het huwelijk van de koning met Anna Boleyn zou niet te lang duren: op 2 mei 1536 werd de koningin gevangen gezet en binnen drie weken werd ze op beschuldiging van een onzedelijk leven onthoofd. Dit heeft Cranmer diep geschokt, maar weer deed hij wat zijn vorst van hem verlangde. Het huwelijk dat hij in 1533 wettig verklaard had, verklaarde hij op 17 mei 1536 nietig!
De koning ging er in de volgende jaren steeds meer toe over kerkelijke eenheid door de Staat op te leggen, uit politieke motieven. "De wet van de zes artikelen" werd uitgevaardigd en hoewel er in het Hogerhuis veel tegenstand was, maakte de koning daar een eind aan. Zijn komst in het Hogerhuis deed alle verzet verstommen. Een van de bepalingen van de nieuwe wet verbood uitdrukkelijk het huwelijk aan de geestelijken.
Cranmer moest daarom zijn vrouw wegsturen. Voor de tweede maal was hij in het geheim gehuwd! Wanneer hij op reis ging, nam hij zijn vrouw mee, in een kist met luchtgaten.
Ongeveer in 1540 begon de theologische overtuiging van Cranmer zich in lutherse zin te ontwikkelen. Dat riep veel tegenstand op. Sommige ambtsdragers in zijn aartsbisdom noemden hem zelfs „de grootste ketter van Kent". In 1547 stierf Hendrik VIII, Cranmers beschermheer, en op 20 februari van dat jaar kroonde Cranmer de jonge koning Edward VI. Cranmer was toen nog een man zonder vaste overtuiging, een dubbelhartig man, die ongestadig was in al zijn wegen. Zo droeg hij nog missen op voor de zielerust van de gestorven koning, zoals deze hem bij testament had opgedragen. Toch voerde hij ook geleidelijk allerlei vernieuwingen in: de opheffing van het celibaat voor de geestelijken, bediening van het avondmaal onder de tekenen van brood en wijn en vervanging van het Latijn door de landstaal in de eredienst.


Vernieuwing liturgie

In januari 1548 werd een koninklijke commissie van twaalf personen ingesteld, onder voorzitterschap van Cranmer, met als taak het vernieuwen van de liturgie. Reeds in maart was een nieuw avondmaalsformulier gereed en in november het eerste "Algemeen Gebedenboek" (Book of Common Prayer). In 1548 werden ook allerlei ceremoniën verboden, zoals het meedragen van palmtakken op Palmzondag. Ook moesten de beelden uit de kerken worden verwijderd, als zijnde afgodisch, en opnieuw ondernam Cranmer een visitatiereis om te zien of dat inderdaad gebeurde. Aan de andere kant trad hij scherp op tegen ketters, vooral tegen loochenaars van de Drie-eenheid.
Maar toen koningin Maria aan de macht kwam, begonnen de roomsgezinden de kop óp te steken. Allerlei hervormingsgezinde maatregelen van Cranmer werden aangevochten. De bisschop van Dover, dr. Thornden, las opnieuw de mis in de kathedraal van Canterbury. Cranmer, de man die zo dikwijls had geweifeld, was nu vastberaden. Hij schreef onmiddellijk dat de mis te Canterbury tegen zijn wil en zonder zijn voorkennis gelezen was. En verder ontkende hij in deze verklaring openlijk dat hij gezegd zou hebben bereid te zijn voor de koningin de mis te lezen. En dat vanwege „vele verschrikkelijke en lasterlijke zaken in de mis". De gevolgen konden niet uitblijven.
Hij werd gevangen genomen en ter dood veroordeeld, doch de koningin spaarde zijn leven. Wél verloor hij zijn kerkelijk ambt. Tot 8 maart 1554 bleef hij gevangen in de Tower. Een langdurig verhoor had zijn theologische overtuiging tot onderwerp. Medegevangenen van hem waren Ridley en Latimer. Deze twee stierven op 16 oktober 1554 de marteldood. Op 11 december daaraanvolgend benoemde de paus, die het toen weer voor het zeggen had in Engeland, in de plaats van Cranmer dr. Reginald Pole tot aartsbisschop van Canterbury. Opnieuw ging Cranmer overstag: hij herriep alles wat hij zo kloekmoedig beleden had.

Terechtstelling

Op de dag van zijn terechtstelling, 21 maart 1556, zou Cranmer, daartoe vooral geprest door Spaanse priesters uit het gevolg van Filips II, al zijn "lutherse dwalingen" openlijk herroepen. Na een preek van dr. Cole kreeg de vroegere bisschop het woord. Nadat hij zichzelf openlijk diep voor God verootmoedigd en tot God gebeden had, verklaarde hij dat hij uit vrees voor de brandstapel verloochend had wat hij met heel zijn hart geloofd had. En omdat hij met zijn hand stukken had opgesteld en ondertekend die tegen de waarheid ingingen, had hij besloten 'die zondige hand' het eerst te laten verbranden. Iedereen was verbaasd. De Spaanse priesters probeerden nog hem opnieuw te bekeren tot de moederkerk, maar tevergeefs! Direct daarna werd hij naar de brandstapel gebracht, het vuur werd ontstoken en inderdaad stak hij zijn rechterhand in de vlammen onder de uitroep: Deze hand heeft gezondigd! Tijdens die terechtstelling, die overigens maar kort duurde, betoonde hij grote moed en standvastigheid. Zo stierf de wankelmoedige Cranmer als een held.
Wie wat meer over deze merkwaardige man wil lezen, schaffe zich het boekje aan van dr. F. G. M. Broeyer: "Thomas Cranmer (1489-1556), kerkleider en geloofsgetuige". Dit boekje is vorig jaar uitgegeven door de Willem de Zwijgerstichting te Apeldoorn.


Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.