+ Meer informatie

Verkiezing en verwerping

4 minuten leestijd

(7)

Hoe heeft God uitverkoren?

In de allereerste plaats hebben we de vraag trachten te beantwoorden, wie God uitverkoren heeft. Thans komt de tweede vraag aan de orde, nl.: „HOE heeft God uitverkoren? "

De eerste vraag liep over de voorwerpen der verkiezing; de tweede zal gaan over de wijze, de manier der verkiezing. Ook omtrent dit stuk laat de Heilige Schrift ons niet in het onzekere, maar verspreidt ze helder licht.

Het is bovendien van het hoogste belang, dat we deze vraag: nader onder de O' O ogen zien, omdat de beantwoording daarvan voor Gods arme volk tot troost en bemoediging kan zijn. Denk u eens in, wie God is in vlekkeloze heiligheid; en wie daartegenover de mens is in zijn bezoedelde staat, en in zijn algehele verlorenheid. Dadelijk immers dringt heilige God ooit gemeenschap oefenen met een onheilig wezen als de mens is? " Die vraag heeft alleszins recht van bestaan, want het is in waarheid zo, dat er geen gemeenschap mogelijk is, tussen de Heilige en de zondaar. En dat er evenmin mogelijkheid bestaat, dat de Heilige in ontfermend welbehagen op zondaren kan nederzien. Er ligt een brede, onoverkomelijke kloof tussen heiligheid en zonde, en nimmer kan God Zijn reddende hand uitsteken en daarmede de onheilige mens vastgrijpen. Wie deze waarheid verstaat, vindt het wonder van Gods genadige verkiezing nog wonder-

lijker dan het reeds is. God de Heere was er — met eerbied zij het gezegd — niet klaar mee, als Hij maar door ontferming met de gevallen mens bewogen werd. Reeds eerder merkten wij op, dat er tussen de eigenschappen of deugden Gods nooit tegenstrijdigheid bestaat. En hoe zou dan de barmhartigheid Gods de mens kunnen redden, zelfs kunnen verkiezen, als daar Zijn heiligheid en Zijn geschonden recht tegen op kwamen? Wel waarlijk mogen we dus de vraag stellen: „HOE heeft God uitverkoren? " Hoe heeft Hij dat kunnen doen, daar toch de zondige gesteldheid van de mens alle gemeenschap met de Heilige afgesneden heeft?

En zie, nu komt de Heilige Schrift ons dit raadsel verklaren door er op te wijzen, dat God de Heere aleer Hij een welbehagen in mensen kon nemen, eerst en vooraf cle Christus heeft verordineerd en verkoren. Vóór de verkiezing des mensen gaat de verkiezing van het Verbondshoofd: Christus. En deze wordt gesteld tot een Verzoener der zonden en een Aanbrenger van gerechtigheid voor het in zichzelf schuldige volk.

Daarom spreekt de Schrift ook in Efeze 1 : 4: Gelijk Hij ons uitverkoren heeft in Hem, d.i. in Christus".

En dan komt de verloren zaak des mensen heel anders te staan. Toen God het oog Zijns ontfermens wendde tot cle mens, zag Hij hem aan, niet zoals hij in zichzelf door de zonde bezoedeld en strafwaardig was, maar zoals hij gedekt was door de gerechtigheid van Christus, die in cle volheid der tijden zou worden aangebracht. Anders dan in Christus kan God geen zondaar aanzien, eri heeft Hij ook nimmer een zondaar aangezien. God heeft Zijn eeuwig vreêverbond niet met mensen, ook niet met uitverkoren mensen, maar alleen met Christus opgericht; met Christus in wie alle gegevenen des Vaders begrepen zijn, gelijk het ganse mensdom in cle lendenen van Adam begrepen was.

En zó verstaat ge het, dat God zondaren kon verkiezen. Hij zag geen zonden in Jakob en geen overtreding in Israël, omdat Hij cle voorwerpen Zijner genade aanschouwde in cle aangebrachte gerechtigheid van de Middelaar Gods en der mensen.

Wanneer ge een stuk rood glas neemt en ge beziet daardoor de omtrek van uw woning en de huizen in uw straat, dan heeft alles, wat ge ziet een rode kleur. Groene bomen; gele huizen; zwarte aarde; blauwe lucht: alles ziet rood en niet anders dan rood; de oorspronkelijke kleuren zijn verdwenen door het rood van het kijkglas. Ziehier een zwak beeld van cle verkiezing van zondaren. In zichzelf zijn ze zwart van vuilheid; geel van haat, en afzichtelijk van ziel. Maar zie, nu neemt cle Heere het glas van de gerechtigheid van Christus voor ogen, en clan is opeens alle vuiligheid verdwenen, en ziet cle zwarte ziel er uit zo wit als sneeuw, zo wit als geen volIer het maken kan. En het heerlijkste is, dat in Christus de zondaar niet slechts anders schijnt, maar ook werkelijk anders worclt. De groene bomen worden niet werkelijk rood al bekijkt ge die door een rood glas; maar de zondaar, aanschouwd in de gerechtigheid van Christus, wordt zelf gerechtvaardigd. Zó, zó alleen heeft Gocl Zijn volk uitverkoren!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.