+ Meer informatie

Mijn ziel stil tot God

5 minuten leestijd

Best een heel ding als je in een situatie komt waarin je denkt: Hoe zit dat nu toch, weet God wel echt van mij af, bemoeit Hij Zich wel met mijn leven? En daarin dit woord: Immers is mijn ziel stil tot God, van Hem is mijn heil! Wat betekent dat nu eigenlijk? Stilte en stil zijn, dat bestaat op zo veel manieren. We spreken soms van een doodse stilte, een stilte voor de storm, een angstige stilte. Een stilte waarin God ver weg is, maar ook een stilte waarin je de Heere God heel dicht bij je weet. „In stilheid en vertrouwen zal uw sterkte zijn", zo lees ik ergens.
Dat is niet zo iets van eh... je lippen stijf op elkaar, niks zeggen, en een ander zal het niet aan je merken, wat je allemaal te verstouwen hebt, hebben zij niets mee te maken, je tanden op elkaar, inslikken! Maar intussen, wat een onrust van binnen, boosheid, teleurstelling, angst. Het kreunt en kraakt en stormt van jewelste, in je hart dan! Ja, dan is wel je mond stil... maar niet je hart! Dat is dan niet die stilte en hemelse vrede, waar het hier over gaat, toch?

In onze tekst spreekt een kind dat naar vader toe vlucht en het gezicht verbergt in zijn schoot. Dan vlucht je met heel je hebben en houden in Zijn armen... Dan is God daarin je een en je al... vers 3: mijn Rotssteen, mijn Heil, mijn Hoog vertrek! Wie de Heere kennen mag in de Heere Jezus Christus, ervaart daarin ook dit stil zijn tot God. Dat komt erin mee. Want dan is Hij, God in Christus, uw heil. In dat grondwoord "heil" klinkt de naam Jezus door. Die grote God is in Christus ons een God van heil en van volkomen zaligheid en verlossing.
De Heilige Geest leert dat ook vandaag aan mensen, als Hij u onderwijs geeft in wat zonde is voor God, zo dat uw hart er onrustig van wordt en verslagen: Niets is er waar ik dan nog in kan rusten... totdat! Totdat de Heere die onrust uit uw gebroken en verslagen hart wegneemt door er de vergeving van al uw zonden in te brengen. Ziet u, daar wordt nu die stilte geboren, dat is inderdaad om stil van te worden... Dat die grote Heere u aanziet in uw verlorenheid, schuld, en weerbarstigheid, u dat alles ook als schuld voor God leert belijden... en Hij daarin u Zijn Christus schenkt. Christus heeft daarvoor Zelf aan het kruis de volle ontlading van goddelijke toorn over de zonden moeten dragen. Daar heeft Hij ook geroepen, maar kreeg geen antwoord, ontving geen troost, kwam niet tot die stilte van de vrede Gods, toen Hij de godverlatenheid moest doorlijden. In die weg heeft Hij voor voldoening willen zorgen, en verzoening bewerkt met God door Zijn bloed, vergeving, rechtvaardigheid en eeuwig leven.

Waar God werkt daar is geen lawaai, geen optocht, geen toestanden met de mens in het middelpunt. Stil valt het zaad in de aarde, dat hóór je niet eens vallen in de opengebroken bodem, en stil doet de Heere onder die zwarte kluiten er zijn werk aan, stil verloopt het proces van ontkiemen en groeien en bloeien, de vruchtzetting en verdere ontwikkeling. En de Heere zelf waakt er over tot en met de dag van de oogst! Destijds bij de profeet Elia bij de Horeb, openbaarde de Heere Zich ook niet in onweer en storm, maar kwam Hij over in het suizen van een zachte stilte...
Stille dingen, dat zijn de diepe dingen... en de diepe dingen, dat zijn stille dingen. Daarom noemt een andere psalm de kinderen van God: de stillen in het land! Mensen, die geen ophef maken over zichzelf, maar in stilheid hun weg gaan, in de vreze Gods Zijn eer zoeken. Stilheid wordt een grondtrek in hun leven, dat getekend wordt in onze tekst: Immers is mijn ziel stil tot God, van Hem is mijn heil!

Dat is niet een leven waarin je altijd met je hoofd in de wolken loopt, alsof je hier en nu geen verantwoordelijkheid draagt. Maar dan beijver je je, om in stilheid je taak te vervullen, schrijft Paulus aan de Thessalonicensen. Je gaat ook niet in een zekere versuffing je weg door het leven, je draaft evenmin als een dwaas overal achteraan. Maar levend met je hart tot God gewend, houd je geregeld je adem in om -net als die knecht van Abraham, Eliëzer- op te merken wat God doet!
In het grote wereldgebeuren, in de kerk, tot in je eigen leven toe... Want je hebt geleerd, dat het tenslotte gaat om Gods werk! Het is van de Heere geschied, en het is wonderlijk in onze ogen! Helemaal op de Heere aangewezen: Immers is mijn ziel stil tot God, van Hem is mijn heil! Immers... dat betekent: en tóch... evenwel...! Er zijn heel wat tegenkrachten, van buitenaf en van binnenuit! En tóch...! Niet ik... maar... Hij! Het heil is des Heeren; Uw zegen is over Uw volk.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.