+ Meer informatie

Nuttig navelstaren in ChristenUnie

6 minuten leestijd

Een lid van de ChristenUnie wist het gisteren in een opinieartikel beeldend te verwoorden. "Waarmee opent het NOS-journaal zaterdagavond? Met: Leden ChristenUnie steunen na stevig debat partijbestuur? Of met: Leden CU stemmen bestuur en kandidatenlijst weg?"

Als de laatste optie een reële is, wordt het vandaag spannend op het uniecongres in Ede. Natuurlijk, élk partijcongres is voor een politieke beweging van belang. Maar deze bijeenkomst is voor de sfeer in de partij en voor de manier waarop zij zich naar de verkiezingen toe beweegt, cruciaal. Slikken de ex-GPV'ers het -om maar een heet hangijzer te noemen- dat zij bij de eerste zes kandidaten slechts één persoon uit hun bloedgroep terugzien? Slaagt de partij erin na weken van hevig intern debat, in de media en op internet, de gemoederen tot bedaren te brengen en de achterban eendrachtig te scharen achter de nieuwe lijsttrekker Rouvoet en zijn "gouden team"?

Toch is het niet dit gedoe rond de 'poppetjes' dat het congres zo boeiend maakt. Het spannende van de bijeenkomst en van de ontwikkelingen van de afgelopen maanden zit 'm veel meer in de voortdurend in de lucht hangende vraag: wat is eigenlijk het bestaansrecht van de ChristenUnie, wat is haar eigen positie in het politieke krachtenveld van Nederland anno 2002?

Dat die vraag na 15 mei versterkt is opgekomen, is niet verwonderlijk. Elke politieke partij die een fors electoraal verlies lijdt, begint met geestelijk navelstaren. Dat gold het CDA in 1994, dat geldt de VVD en de PvdA nu. En elke partij erkent: zo'n zelfanalyse is op zijn tijd zeer nuttig.

Toch gaat het te ver te stellen dat niemand over het bestaansrecht van de ChristenUnie was begonnen als de partij een halfjaar geleden van vijf naar acht zetels was gestegen. De vraag "ChristenUnie, waartoe zijt gij op aarde?" (Van Dijke) ontstond al vóór dat verlies.

Het scherpst kwam zij naar voren tijdens het beruchte ND-debat in Zwolle op 18 april. Voor een groot publiek en ten overstaan van de pers slaagde Veling er niet in de eigen positie van de ChristenUnie te schetsen tussen de pragmatische CDA'er Balkenende en de principiële SGP'er Van der Vlies. De onduidelijke manier waarop Veling de vraag naar de compromisbereidheid van zijn partij beantwoordde, riep bij alle aanwezigen de gedachte op dat het van tweeën één was: een christen kiest of voor het SGP- of voor het CDA-gedachtegoed. Een middenweg leek er niet te zijn.

Toch dreigt hier een groot misverstand. Want het feit dat de partij van Veling en Rouvoet er het afgelopen jaar niet in slaagde haar eigen positie overtuigend neer te zetten, betekent niet dat het innemen van zo'n eigen positie principieel onmogelijk is. Het tegendeel is het geval.

Het GPV heeft sinds 1963 en de RPF sinds 1981 bewezen dat er wel degelijk een eigensoortige plaats bestaat tussen SGP en CDA in. Rechtlijniger en radicaler dan de christen-democraten als het gaat om bijvoorbeeld medisch-ethische kwesties, voor haar argumenten vaker direct uit de Bijbel puttend, meer expliciet gericht op de eer van God in de samenleving. Tegelijkertijd niet de strikt theocratische visie van de SGP omhelzend, meer gericht op de geestelijke vrijheid en een andere visie hanterend ten aanzien van de positie van de vrouw.

Wie de zaken nog eens op een rij zet, ontdekt dat het een aantal omstandigheden zijn waardoor de ChristenUnie op zeker moment moeite kreeg met het innemen van die zelfstandige positie. De eerste is het streven naar getalsmatige groei en regeringsdeelname. De fusie van RPF en GPV moest volgens velen niet zomaar een samengaan zijn, nee, er moest een duidelijk inhoudelijke en getalsmatige plus zijn. Waar kon die plus beter in bestaan dan in een grotere kans op regeringsdeelname?

Hier zagen we een wezenlijke omslag in de opstelling van RPF en GPV enerzijds en de ChristenUnie anderzijds. Ook eerstgenoemden waren nooit principieel tegen regeringsdeelname, maar ze beseften dat ze klein waren en dat de voorwaarden voor regeringsdeelname nauwelijks waren te vervullen. Zo kwamen deze partijen niet in de verleiding hierover gevaarlijk te gaan speculeren. De ChristenUnie daarentegen liet zich meezuigen door de euforie van fusie en opiniepeilingen en raakte verstrikt in een debat over de grenzen van het compromis.

Dit temeer nadat zij om internpolitieke redenen koos voor een lijsttrekker die in de rustige omgeving van de Senaat prima werk verzette, maar die door de eisen die een flitsende campagne aan hem stelde niet authentiek kon zijn. Veling raakte door een niet bij hem passende taakstelling in een kramp, zodanig dat hij op zeker moment zelfs geen helder antwoord wist op de vraag van een tv-journalist of hij, als hij naar Afrika zou moeten reizen met een zeer beperkte bagage, zou kiezen voor het meenemen van een condoom of van een Bijbel.

Velings taak werd nog verzwaard door de omstandigheid dat het CDA de campagne inging met de degelijke, gereformeerd ogende en als 'nieuwe Kuyper' aangeduide Balkenende. Het spreekt voor zich dat Veling zich gemakkelijker had kunnen profileren als hij de strijd had moeten aangaan met bijvoorbeeld de op-en-top pragmatische Lubbers.

Door deze, en vele andere omstandigheden meer, kwam de ChristenUnie in een identiteitscrisis. Niet doordat er een logische, intrinsieke noodzaak tot zo'n crisis bestaat.

Dus de partij hoeft zich geen zorgen te maken? Er ís geen probleem? Die conclusie gaat te ver. Voor zover de stelling waar is dat het electoraat van de partij sterk in beweging is, zich emancipeert, steeds modernere opvattingen krijgt over schriftgezag en ethiek, is er wel degelijk iets aan de hand. Zo'n electoraat beweegt zich gemakkelijk richting CDA, vooral in perioden dat het verschil tussen beide partijen gering lijkt.

Op het probleem van die wegzwevende kiezers zijn twee antwoorden mogelijk. Of: meezweven, de inhoud van de politieke boodschap aanpassen, wellicht een keer regeringsverantwoordelijkheid gaan dragen en op die manier een mini-CDA worden. Of: dezelfde koers blijven varen als de oude RPF en het oude GPV, met als waarschijnlijk gevolg dat de partij klein en in de oppositie blijft. De keuze lijkt niet moeilijk. Een christen-democratische partij hebben we in Nederland immers al?

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.