+ Meer informatie

Nicaragua in schemerzone na verkiezingen

Sinistere sandinistische knokploegen duiken weer op en bedreigen Chamorro's UNO

4 minuten leestijd

MANAGUA - Twee weken * na de verrassende nederlaag van het regerende Frente Sandinista (FSLN) in de verkiezingen van 25 februari bevindt Nicaragua zich nog steeds in de schemerzone tusen ruim tien f- jaar sandinisme en een nog niet zeer gedefinieerde regering die moet worden samengesteld uit de coalitie van veertien oppositiepartijen, die samen de UNO (Nationale Oppositie Unie) vormen.

Het verarmde, door oorlog geteisterde Centraalamerikaanse staatje met zijn ongeveer 3,5 miljoen inwoners, dat in geen zestig jaar democratie heeft gekend, zal in de komende regeringsperiode (zes jaar) tal van moeilijkheden moeten overwinnen. Een daarvan is de moeilijkheid een bekwame regeringsploeg te vormen uit de UNÖ-coalitie,, samengesteld met één doel voor ogen: een einde te maken aan de sandinistische dictatuur.

Maar het meest onduidelijk van alles is welke rol het verslagen maar nog steeds sterke FSLN wil spelen in de komende zes jaar die de ambtsperiode zal zijn van Violeta Barrios de Chamorro, ex-lid van de sandinistische junta van 1979-1980 en uitgeefster van de oppositiekrant La Prensa. Waardigheid

Enerzijds heeft de uittredende president, Daniel Ortega, in zijn dagelijkse redevoeringen sinds de verkiezingsdag het beeld van een waardig staatsman weten op te roepen, met zijn aanvaarding van de onverwachte verkiezingsnederlaag. Bij al die gelegenheden heeft Ortega zijn ontgoochelde partijmilitanten bezworen de realiteit onder ogen te zien. „De Nicaraguanen die voor de UNO stemden, zijn geen contra-revolutionairen", zegt hij keer op keer, daar echter steevast aan toevoegend dat „het volk het recht heeft zich te vergissen". „De rol van het Frente nu", laat hij weten, „is een sterke oppositiepartij te zijn, die binnen zes jaar terug aan de macht zal komen en er intussen over moet waken dat de verworvenheden van de revolutie niet verloren gaan".

Ortega is in de media verschenen aan de zijde van zijn aartsrivaal, kardinaal Miguel Obando y Bravo, sprekend over vrede en verzoening, of in een omhelzing van de verkozen presidente, mevrouw Chamorro, wier partij hij eerder als een partij van „somozistische gardes en moordenaars" heeft genoemd. De Unie van Nicaraguaanse Journalisten (UPN), een sandinistische bond van mediamensen, heeft zowaar Ortega als kandidaat voor de Nobelprijs voor de Vrede voorgedragen. Ooit was de UPN opgezet als een eenheidsbond, die onafhankelijke journalistiek in Nicaragua in de kiem moest smoren, in de tijd van de censuur tegen La Prensa. Thans noemt Ortega de vrijheid van meningsuiting als een „verwezenlijking van de revolutie". Leger is obstakel

Maar andere uitspraken door Ortega en sandinistische leiders zijn dubbelzinniger. Een van de hoofdpunten in zijn „matigende redevoeringen" van 27 februari en daarna is de eis dat de „integriteit en het professionalisme van het sandinistische volksleger en het ministerie van binnenlandse zaken moet worden gehandhaafd". Een lange tijd geleden door de sandinisten goedgekeurd decreet, nr. 67, zegt dat alle organisaties die de naam sandinistisch dragen, ressorteren onder de bevoegdheid van het FSLN. Beide veiligheidsinstellingen functioneren dan ook als organen van het Frente Sandinista, dat nu een oppositiepartij moet worden.

In een gesprek laat dr. Rafael Soils, scheidend secretaris van het parlement en subcommandant van het Frente, doorschemeren dat de sandinisten geen burger als minister van defensie zullen tolereren. „Hierover moet worden onderhandeld", zegt hij, onderstrepend dat het leger een zegje moet krijgen in de beslissing. Algemeen wordt aangenomen dat het Frente zal pogen de broer van Daniel Ortega, de havik Humberto, als minister te handhaven, iets wat de oppositie in geen geval kan aanvaarden.

Zorgen maken de Nicaraguanen zich ook over Ortega's herhaalde verklaring dat „het Frente gedurende jaren van bovenaf heeft geregeerd", en nu enkel zijn regeringsverantwoordelijkheid opgeeft „om van onderaf te regeren". Wat hij daarmee bedoelt, heeft Ortega tot nog toe niet in zo veel woorden gezegd, hoewel hij ei herhaalde malen op heeft gewezen dat de „massaorganisaties" en het leger, „de voornaamste garanties vooi de vrede", „niet zullen toestaan dal de nieuwe regering maatregelen treft die tegen het belang van het volk indruisen". 100.000 wapens in beslag namen, afkomstig uit privéwoningen.

Het geweld richt zich tot nog toe vooral tegen lagergeplaatste medewerkers van de UNO in Managua en in de steden León, Chinandega, Matagalpa, Jinotega, Ocotal en Somoto. Maar ook topleiders van de UNO worden niet ontzien. De maandag na de verkiezingen omringde een vijftigtal sandinistische jongeren het huis van de voorzitter van de christen-democratische partij, Augustin Jarqufn, die wordt gedoodverfd als toekomstig UNO-minister. Jarquin moest er waarnemers van de VN en OAS bij roepen.

Mensenrechtenactiviste Aura Lila Lacayo, presidente van de groep van moeders en echtgenotes van politieke gevangenen "M-22", aangesloten bij dezelfde partij, werd met de dood bedreigd.

In het kantoortje van de sociaal-democratische vakbondsunie CUS toont secretaris-generaal Alvin Guthrie een foto van een CUS-militante die uit haar wagen wordt gesleurd en in de voet wordt geschoten nadat ze had geweigerd "Viva Daniel" te roe- ~ pen, na hiertoe te zijn gemaand door FSLN-militanten.

„Heel wat mensen durven niet in hun eigen huis te slapen", zegt Lino Hernandez, coördinator van de onafhankelijke mensenrechtencommissie CPDH, die jarenlang tegen somozistische en sandinistische willekeur heeft gestreden. „Ze zijn bang 's nachts te worden vermoord".

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.