+ Meer informatie

Werk Schotse hervormer vol pastorale warmte en profetische gestrengheid

Het "John Knox house" in Edinburgh bestaat vijfhonderd jaar

11 minuten leestijd

Niet langer markeert het standbeeld van John Knox het aloude Parliament Square naast de St.-Gileskerk in Edinburgh. Het heeft plaats moeten maken voor geparkeerde auto's, of was het voor de onbarmhartige kritiek op de veronderstelde intolerantie van deze grote uit Schotlands bewogen geschiedenis? Nu heeft het een plaats gekregen tussen de sombere gewelven van de kerk, waar zijn bestraffende stem vele jaren weerklonk. En op hetzelfde Parliament Square, op het voormalige kerkhof van de St. Giles, ligt hij begraven, die naar de woorden van Regent Morton de man was „die nooit het aangezicht van een mens gevreesd heeft".

De weg langs de St. Giles vormt, als hoofdstraat van het oudste gedeelte van Edinburgh, de verbinding tussen het imposante middeleeuwse Castle en het koninklijke Holyrood-paleis. Waar deze straat zich versmalt en van de Highstreet overgaat in de Canongate, staat een middeleeuwse patriciërswoning, waarin John Knox de laatste jaren van zijn veelbewogen leven moet hebben doorgebracht. Sinds 1853 wordt het "John Knox house" als museum gebruikt om de gedachtenis aan de grote reformator levend te houden. En dit jaar is het vijfhonderd jaar geleden, dat deze opvallende woning voor het eerst het straatbeeld van de hoofdstad van Schotland mede bepaalde.

Via een cadeauwinkel en een wenteltrap betreedt men de woon- en werkverdieping van Knox. Zijn studeervertrek op de tweede verdieping ziet uit op de toren van de St. Giles. Hieraan grenst de eetkamer met de fraaie schouw, omgeven door voorwerpen die direct of indirect te maken hebben met zijn reformatorische arbeid. En op de eerste verdieping, waar hij zijn vele gasten in de "Audience Chamber" ontving, vertoont een wat ludieke videopresentatie een onderhoud tussen Knox en de roomse Mary Stuart, dat afgesloten wordt met het psalmgezang van de "Old Hundred", volgens een "tune" van het Geneefse psalmboek van Marot.

Bewijs

Het bewijs dat dit voorname huis, met de schitterende plafondschilderingen en eiken panelen, eenmaal de woning was van de Schotse reformator, moet nog geleverd worden. De traditie houdt hardnekkig vol dat hier vanaf omstreeks 1560 tot aan zijn dood in 1572 de residentie van Knox was. De stadsprotocollen noemen weliswaar op verschillende plaatsen het woonhuis van Knox, zonder de exacte plaats te vermelden. Zo verordende de magistraat op 8 mei 1560 dat het huis van Knox gemeubileerd moest worden. En het protocolboek van de stadssecretaris vermeldt bij 8 april 1563 een woning in de Highstreet, die in gebruik was bij "Joannem Knoxium ministrum". Vast staat dat Knox geen eigenaar was, maar de woning door de magistraat kreeg toegewezen, die dan ook voor het onderhoud zorgde. De traditie, dat Knox hier de laatste jaren van zijn leven heeft doorgebracht, gaat terug tot 1784. Toen bezocht Lady Sarah Murray van Kessington Edinburgh en passeerde zij „waar de Cannongate een gedeelte van de High street in de Old Town verbindt" net huis met het „wankele boograam, waarvandaan Knox zijn donderpreken voor het volk hield".

Kenmerkend voor het "John Knox house" en ook voor de reformatorische arbeid van zijn bewoner, is het Mozesbeeldje dat de hoekgevel flankeert, waarvan de rechterarm naar de "zon in heerlijkheid" wijst, met de naam van God in het Grieks, Latijn en Engels. En net onder het beeldje vertoont zich als omlijsting van de winkelpui in gouden letters de spreuk: "Lvfe God above al and yi nichtbovr as yi self"; de hoofdsom van de Wet van God: de liefde tot God en tot de naaste. Was dit niet de drijfveer van het werk van John Knox, als reformator van Schotland? Was hij als Mozes niet bezield met een vurige liefde tot zijn Meester en voelde hij de nood van zijn volk niet op het hart gebonden ?„ Geef mij Schotland!" was zijn levenskreet en hij was niet eerder tevreden dan wanneer hij de eer van God op alle terreinen van het leven in zijn vaderland tot uitdrukking zag komen.

 Knox had iets weg van Mozes, de representator van het Oude Testament. Hij propageerde de theocratie-gedachte, zij het op nieuwtestamentische leest geschoeid. Christus was voor hem niet alleen de Zaligmaker maar ook de tempelreiniger. Het werk van Knox wordt dan ook grotendeels gekenmerkt door zijn niet aflatende ijver om kerk en staat te zuiveren van de "idolatry", de "paapse vormendienst"!

Doorwerking reformatie

Vooral in de periode dat hij in Edinburgh woonde en de eerste predikant werd van de St.-Gileskerk, gaf hij gestalte aan de verdere doorwerking van de Reformatie. Een jaar na zijn komst in juli 1559, toen hij 55 jaar oud was, bekrachtigde het Schotse parlement de "Confession of faith", de door hem en enkele collega's opgestelde geloofsbelijdenis, en maakte hij zich los van het pauselijk juk. Na veel omzwervingen werd zijn liefste wens eindelijk vervuld: Schotland koos voor de gereformeerde leer. De dood van zijn geestelijke vader, George Wishart in 1546, baande voor hem mede de weg tot het predikambt. Het was John Rough die hem in de kerk van St Andrews openlijk aanwees om de gereformeerde leer te verkondigen.

Leerschool

Kort hierop werd hij door de Fransen gevangen genomen om als galeislaaf te dienen. Profetisch waren zijn woorden als hij, gebogen over de zware riemen, de toren van de kerk van St. Andrews zag en zei dat de Heere hem uit zijn gevangenschap zou bevrijden en zijn mond weer zou openen. Maar eerst werd zijn weg geleid naar Engeland, waar hij een gunsteling werd van de hervormingsgezinde koning Edward VI. Zijn beste leerschool volgde, toen hij enkele jaren in Genève verblijf hield en kennismaakte met de „meest volmaakte school van Christus" op aarde, zoals hij het werk van Calvijn en Beza waardeerde. Hier zag hij het theocratisch ideaal in praktijk gebracht en werd hij nog meer ervan overtuigd dat de presbyteriaanse kerkvorm te verkiezen was boven die van de Engelse staatskerk.

Leiding reformatie

Vanuit zijn nieuwe en laatste woning in de hoofdstad van zijn vaderland gaf hij leiding aan zijn reformatiewerk. Tot zijn huishouden behoorde zijn eerste vrouw, Majorie Bowes, met wie hij sinds 1556 getrouwd was, zijn twee zonen en zijn schoonmoeder. Zijn waardering voor het vrouwelijk geslacht wordt door sommige historici gehekeld. Zijn beruchte boek "The First Blast of the Trumpet against Monstrous Regiment of Women, waarin hij zich afwijzend opstelt tegen elke vorm van vrouwenregering, heeft dit beeld mede bepaald. Thomas Carlyle bestrijdt deze opvatting en wijst erop dat hij juist het tegenovergestelde karakter vertoonde, want „zijn gedrag tegenover goede en vrome vrouwen is vol van respect, en zijn teerhartigheid, zijn geduldige hulpvaardigheid in hun lijden en zwakheden, zijn zeer opvallend".

Kwellingen

Wanneer wij een blik willen werpen in het hart van de Schotse reformator, moeten wij kennis nemen van de brieven die hij aan mrs. Bowes, zijn schoonmoeder, schreef. Zij werd vaak door twijfelingen en aanvechtingen gekweld en kon niet tot een bedaarde verzekering van haar staat voor de eeuwigheid komen. Opmerkelijk is dat de geloofsdefinitie, die bij Knox en de andere reformatoren de zekerheid van het persoonlijk heil inhoudt, in zijn pastorale benadering niet als een stellige en dogmatische beschouwing functioneert. Hij komt in zijn brieven de zwakheid van het geloof van mrs. Bowes tegemoet en wijst haar op een warme toon op de vastheid van de goddelijke beloften. Voor allen die de verzekering van Gods gunst zoeken, is in het bloed van Christus een ontwijfelbare reiniging van de zonde.

Zoon der vertroosting

„Aan zijn geliefde moeder" draagt Knox zijn boekje over Psalm 6 op, dat als veelzeggende titel meekreeg: "Een sterkte voor teneergedrukten, waarin vele edele en uitstekende geneesmiddelen tegen de stormen en tegenspoeden worden toegediend, voornamelijk geschreven tot vertroosting van het kuddeke van Christus". Juist voor wankelmoedigen en voor hen die vanwege het christelijk geloof kruiswegen meemaken, betoonde Knox zich een "zoon der vertroosting".

Zijn getrouwe levensgezellin, die hem gedurende vier jaar van gevaar en rondzwerven vergezelde, was niet meer dan 27 jaar oud toen zij hem in december 1560 door de dood ontviel. Calvijn vertroostte hem per brief en schreef dat „een vrouw zoals zij was, niet overal gevonden wordt". Vier jaar later trouwde hij met de 17-jarige Margaret Stewart, die hem drie dochters schonk. Zijn huiselijk leven in Edinburgh behoorde tot de gelukkigste jaren van zijn leven. Niet dat hij na zijn zwervend bestaan op zijn lauweren rustte, maar in zijn nieuwe woning had hij volop gelegenheid om zich geheel te wijden aan de taak die hij zich al jaren voor ogen had gesteld, namelijk om de hervormingsbeweging in zijn vaderland in goede banen te leiden.

Tegenwerking

De meeste tegenwerking had hij te verduren van de jonge vorstin, Mary, Queen of Scots, die in 1561, op 18-jarige leeftijd, vanuit Frankrijk naar Schotland terugkeerde en in het Holyroodpaleis haar intrek nam. Deze roomse vorstin, die in het wufte hofleven van Frankrijk gekweekt was, ontbood Knox zes dagen na haar aankomst op haar paleis. In niet mis te verstane bewoordingen beschuldigde zij Knox van disloyaal gedrag. Kennelijk was zij geïrriteerd door zijn opvattingen over het vrouwelijk gezag en zag zij in Knox een bedreiging voor haar positie. De hervormer bestraft haar over het frivole hofleven, over de gezongen missen in haar paleis, de nachtelijke danspartijen en andere uitspattingen. Als hij kritiek levert op haar huwelijk met Lord Darnley, valt zij onbeheerst tegen hem uit en laat de dappere reformator goed merken dat hij zich met deze zaak niet moet inlaten.

Beducht

Het is alsof hij de mantel van Johannes de Doper draagt, als hij onbeschroomd tegen de nijdige Mary opkomt voor Gods wet en inzettingen. Niet voor niets getuigt hij dat hij meer bevreesd is voor één misbediening dan voor „tienduizend vijandelijke soldaten". Mary was beducht voor het gezag van de Schotse hervormer en moest eerlijk bekennen dat haar onderdanen hem eerder zouden gehoorzamen dan haar. Tekenend is de reactie die Knox op deze woorden geeft: „Daar beware de Heere ons voor. Zowel vorstin als onderdaan moeten Gode gehoorzaam zijn".

Zijn gang naar het Holyrood-palace heeft hij maar drie keer gemaakt. In tegengestelde richting liep hij elke zondag naar de St.-Gileskerk, waar hij tot aan het eind van zijn leven het Woord bediende. Slechts één preek van hem is voor het nageslacht bewaard gebleven. Vaak waren zijn preken geënt op actuele gebeurtenissen. Toen Darnley met veel statie op een zondag naar de St. Giles ging, sprak Knox uit Jesaja 26: „Heere, onze God! Andere heren, behalve Gij, hebben over ons geheerst, doch door U alleen gedenken wij Uws Naams". Zijn prediking was met kracht. James Melville hoorde hem eens preken uit het boek Daniël. Hij schreef hierover: „In de opening van zijn tekst sprak hij zo'n half uur op een bedaarde toon. Maar toen hij aan de toepassing kwam, begon ik te trillen en te beven, zodat ik mijn pen niet kon vasthouden om te schrijven".

Welzijn gehele natie

De prediking en pastorale arbeid van Knox waren niet zozeer gericht op de enkeling maar op het welzijn van de gehele natie. Hij legde hierbij de basis voor het verbondskarakter van Schotland, waarvan de verschillende "Covenants" (verbonden) een uitdrukking zijn. Zijn verbondsbeschouwing wordt dan ook niet gekenmerkt door een individualistische benadering vanuit de eeuwige besluiten. Hij plaatst het verbond voornamelijk in een politieke context, waarvan hij de grondslag ontleent aan de oudtestamentische theocratie, zoals dat bij het volk Israël gestalte ontving. De zichtbare kerk, die hij met "the immaculate Spouse of Christ" (de onbevlekte Bruid van Christus) benoemde, diende vanuit de verbondsplicht de gehele natie te omvatten. Zo was zijn harmoniemodel van kerk en staat sterk oudtestamentisch ingekleurd. Zichtbare en onzichtbare kerk zijn hierbij wel te onderscheiden, maar mogen nooit van elkaar worden losgemaakt en verabsoluteerd.

Het ging Knox ten diepste om de volle doorwerking van het christendom in het nationale leven. Deze idealistische visie bepaalde, beheerste en bevruchtte het Schotse reformatorische denken. Een visie, die zich vanuit de theocratische verbondsgedachte ook richt op de gehele wereld. Treffend is in dit verband de tekst die de aanhef van de eerste Schotse confessie markeert: „En dit Evangelie des Koninkrijks zal in de gehele wereld gepredikt worden tot een getuigenis allen volken; en dan zal het einde komen".

Verbonds- en kerkvisie

De ruime verbonds- en kerkvisie van Knox vormde de basis voor de idealen van de latere "Covenanters" in hun strijd voor de „kroonrechten van Christus". De jaren dat hij zijn residentie, het "John Knox house", bewoonde heeft hij geprobeerd deze visie in de praktijk gestalte te geven. Zijn leven was vooral een getuigenis voor het koninklijk ambt van de Middelaar, hoewel hij ook de andere ambten van Christus hoogachtte. Op zijn sterfbed mediteerde hij veel over het lijden en de opstanding van zijn Borg. Hoe getuigde hij dat hij alleen wilde vasthouden aan „de vrije genade van God, zoals het mensdom is getoond in het bloed van Zijn lieve Zoon, Jezus Christus".

Troost

De laatste nachten was zijn overdenking gericht op de "beproefde Kerk van God, de Bruid van Jezus Christus, veracht van de wereld, maar dierbaar in Zijn ogen". En het was de hartelijke bede van de stervende reformator: „Heere, schenk ons oprechte leraars aan Uw Kerk, opdat de zuiverheid in de leer mag worden behouden. Herstel de vrede weer in dit Gemenebest, met godzalige regeerders en magistraten!"

Met deze begeerte op de lippen ging deze getrouwe profeet heen, die door Richard Bannatyne, zijn secretaris, terecht „het licht van Schotland" en „de troost van de Kerk in dit land" werd genoemd.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.