+ Meer informatie

Antonio is al jaren op de vlucht

. Wereldwijd zijn zeker vijftien miljoen mensen vluchteling

3 minuten leestijd

APELDOORN Stel je voor dat in Nederland niemand een dak boven z'n tioofd had. Dat we met z'n vijftien miljoenen onderweg waren, met ons hele hebben en houwen in een tas, op de vlucht voor honger, onderdrukking en geweld.

Natuurlijk, het idee is een beetje absurd. Alhoewel: wereldwijd zijn er momenteel minstens vijftien miljoen men.sen -dus net zoveel als de inwoners van Nederland- op de vlucht. Een drama om deze week, de Wereldvluchtelingenweek, eens even bij stil te staan.

Vluchten doe je niet zomaar. Natuurlijk zijn er wel avonturiers die met een zielig verhaal in een land aankloppen, omdat ze gehoord hebben dat je daar stukken meer verdient, zelfs als je niet werkt - maar daar hebben we het nu niet over. Wèl over de mensen die alles achterlaten vanwege hongersnood, oorlog of omdat hun huis is verwoest door een aardbeving.

Te voet

Als de grond echt heet onder je voeten wordt, wil je maar één ding: weg, liefst zo ver mogelijk. Wie geld genoeg heeft voor een ticket, gaat met het vliegtuig, anderen stappen halsoverkop in hun auto, of sparen net zo lang tot ze geld genoeg hebben om een kaartje te kopen voor de overtocht met een bijna lek vissersbootje, zoals duizenden Vietnamezen de afgelopen jaren hebben gedaan.

De meeste vluchtelingen hebben overigens niet zo'n luxe vervoermiddel tot hun beschikking en gaan te voet. Met een beetje voorstellingsvermogen zie je ze voor je: hele families die door de woestijn trekken, letterlijk op zoek naar eten. Soedanezen bij voorbeeld, of Somaliërs, naar of in Ethiopië.

Een voorbeeld van een land waaruit heel wat mensen in paniek zijn weggegaan, is het Afrikaanse Mozambique. Het is daar al jaren niets anders dan oorlog en honger wat de klok slaat. Alleen al naar het buurland Malawi zijn inmiddels ongeveer een miljoen Mozambikanen gevlucht, hoewel het daar ook niet bepaald een vetpot is. Maar de mensen hebben daar gewoon iets van: „Eerlijk zullen we alles delen, ook al heben we zelf niet veel".

Veel kampen in Malawi zijn haast complete dorpjes geworden. Wat wil je, de mensen zitten er soms al jaren, en zolang ze aan de andere kant van de grens niet ophouden met vechten, piekeren de Mozambikanen er niet over om terug te gaan. Kinderen weten vaak niet eens wat het is, een normaal leven.

Neem nu Antonio. Hij moet een jaar of zeven zijn, maar precies weet hij het niet. Is ook niet zo belangrijk eigenlijk. Samen met zijn ouders, broers en zusjes woont hij al meer dan vier jaar in het vluchtelingenkamp Muloza in Malawi. Hij was dus drie jaar toen hij er arriveerde en herinnert zich niet veel meer van de tijd dat hij een normaal leven leidde.

Baantje

Hij draagt op zijn hoofd een schaal met maïsmeel, dat heeft hij twee kilometer verderop gehaald voor zijn moeder. Een hele wandeling, maar Antonio heeft de tijd. Er is in zijn kamp wel een school, maar daar voelt hij niet veel voor. Zijn ouders dringen er niet op aan. Zelf kunnen ze niet lezen en schrijven en waarom zou hun zoon het wel leren? Moet hij later soms kantoorbediende worden, of eigenaar van een restaurant? Het idee alleen al.

Nee, erg veel vooruitzichten heeft Antonio niet. Wie weet, kan hij ergens ooit een baantje krijgen, maar dan moet hij wel erg veel geluk hebben. En als het tegenzit, is hij over tien jaar nog steeds vluchteling. Misschien woont hij dan in een ander kamp, misschien nog steeds in hetzelfde.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.