+ Meer informatie

Hogeschooldag Geref. Kerken Vrijgemaakt

DERTIG SPREKERS, VELE KERKEN

7 minuten leestijd

KAMPEN — Bij veie duizenden hebben de leden van de Gereformeerde Kerken Vrijgemaakt zich woensdag weer opgemaakt om hun Theologische Schooldag te vieren in Kampen. Niet minder dan 9 flinke tot grote kerken en één forse tent konden - althans in de binnenstad - de samengestroomde menigte nauwelijks bevatten. In Wezep had 's morgens reeds filevorming plaats.

Ruim dertig sprekers, ieder had gelegenheid er vier te beluisteren, waarvan diversen hun rede tweemaal uitspraken, beloonden de „liefde tot de school der kerken". Centraal stond de blijdschap, verwondering en dankbaarheid dat de Theologische Hogeschool er mag zijn „om tot het wondere ambt van herder en leraar op te leiden," in het,,vieren van Gods trouw". Prof. dr. L. Doekes sprak 's middags in de Broederkerk over „De kerk in het laatste uur", evenals in de Stadsgehoorzaal, prof. dr. J. van Bruggen sprak 's middags zowel in de Nieuwe kerk als in de Burgwalkerk over,,Houten broek en spijkerbroek", prof. H. J. Schilder sprak 's middags in de Eudokiakerk en in de Open hofkerk over „Het medium der meditatie", prof. dr. J. Douma sprak 's morgens in de Open hoflcerk over ,,Gul en onbezorgd" en prof. J. Kamphuis sprak in het kerkgebouw van de Gereformeerde Gemeente en in de tent 's middags over „De les van Saumur".



Zichtbaar



Niet alleen hoogleraren kwamen aan bod ook curatoren of „gewone" predikanten beklommen de spreekgestoeltes. Zo luisterden wij 's morgens naar prof. dr. A. J. Hendriks, in de Nieuwe kerk. In de Broederkerk opende dr. K. Deddens 's morgens met een toespraak over „Zichtbare leraars." Hij had dat thema gekozen naar aanleiding van Jesaja 30 vers 20: „uw leraars zullen zich niet meer verbeiden, doch uw ogen zullen uw leraars zien."



Het is niet vanzelfsprekend, aldus dr. Deddens, dat er herders en leraars zijn. In Jesaja's dagen was er het gevaar van vertrouwen op mensen. Men sloot een verdrag met Egypte tegen Assyrië. De profeet had er maar één woord voor: verbondsverlating. Het doel van het verkondigde oordeel hierover was de verlossing van de kinderen Gods. Hij zal de rechtvaardigen niet met de goddelozen veroordelen. Met die troost wendt Jesaja zich tot de oprechten, die aan de loutering niet ontkomen. Op welke wijze wordt dit nu concreet? „Uw ogen zullen uw leraars zien."



Of hier nu enkelvoud bedoeld werd en Jesaja zichzelf op het oog had, of dat hier de grote leraar van gerechtigheid Christus bedoeld wordt: de leraars zullen zich in ieder geval niet verbergen. Het zijn straks hoorbare en zichtbare leraars. Dit nu is een blijk van Gods verlossing: de zuivere prediking. Het oordeel is altijd ontbreken daarvan.



Als mensen Gods Woord verdringen, als zij evengoed nog wel wat vertellen, maar hun uitgangspunt in de mens nemen, dan komt Hij met het oordeel. Daarom zullen we de Heere bidden, aldus dr. Deddens, of Kampen mag blijven. Of er straks ook nog mogen zijn die de weg wijzen, leraars die zeggen: dit is de weg, wandel in dezelve. Aan de voortgang van deze zichtbare prediking moge ook onze Hogeschool dienstbaar zijn.



Prof. dr. A. J. Hendriks, kerkeraadslid te Capelle aan den IJssel sprak in de Nieuwe kerk 's morgens over „Proclamatie der vrijheid". Hij ontleende dat thema aan het nog niet zo lang geleden verschenen informatieboekje van de Theologische Hogeschool dat ook in het Engels en Duits vertaald is, terwijl een vertaling in het Frans op stapel staat. Vrijheid is voor geen geld te koop, dat was de zinspreuk waaronder na de tweede wereldoorlog de wederopbouw startte. Die vrijheid is vrucht van een andere vrijheid. Voor de verkondiging daarvan bestaat onze Hogeschool, aldus prof. Hendriks: de verlossing van zonde en duivel door Christus. Zijn wij het daarmee eens, dat onder het motto ,,de vrijheid wordt uitgeroepen" onze Hogeschool zich aanbiedt?

Als de kerk haar vrijheid kwijt- raakt is de Hogeschool die ook kwijt. De proclamatie van de vrijheid waartoe de Hogeschool dienstbaar is, is dan ook niets anders dan het roemen der kinderen Gods in de vrijheid waarmee zij werden vrijgemaakt.



Inwinnend



Is die proclamatie wel inwinnend voor anderen, zo vroeg prof. Hendriks zich al? De Hogeschool, zo zei hij, bestaat 130 jaar. Tijdens Hendrik de Cock kwam er een tegenbeweging uit de afgescheiden kerken tegen de doorwerking van het liberalisme en de beginselen van de Franse revolutie. Vandaag is het 't marxisme dat opgeld doet. Daartegenover roept God ons tot verkondiging van ware bevrijding, niet door men.senmacht of overheidsgeweld, maar door het kostbaar bloed van Christus. Wij, gelovigen, Christus zalving deelachtig, aldus prof. Hendriks, mogen ons geroepen weten tot medearbeiders van Christus. Moge zo ook de Hogeschool een instrument zijn in Gods hand.



In het verleden maakten de hoogleraren, zo zette hij verder uiteen, het verschijnen van de informatiebrochure in meer talen verdedigend, reizen naar en tot hulp van zusterkerken, b.v. in Korea. Naarmate onze Hogeschool trouw mag blijven, de afstanden op de wereld kleiner worden, zal de behoefte aan contacten met hen met wie wij tot nu toe nog geen regelrecht contact hadden, toenemen, contact dus met onze hogeschool die de proclamatie van de vrijheid der kinderen Gods brengt.



Elk volk en elke natie, zo zette prof. Hendriks verder uiteen, wordt op een eigen wijze geconfronteerd met Christus' kerkvergaderend werk. Wie getrouw is aan Gods Woord zal Christus' kerkvergaderend werk in ons land herkennen, met ons verwonderd zijn over Gods genadig werk en ook bij ons willen studeren. Het mag niet de weten.schappelijke faam zijn, die trekt, aldus Hendriks, maar de attractie moet zijn: de liefde voor Christus en de trouw aan Zijn Woord. Dat zal het ook zijn voor ieder die werkelijk zal staan in de vrijheid der kinderen Gods.

Vroomheid



's Middags sprak dr. M. J. Arntzen in de Eudokiakerk over „Wetenschap en Vroomheid". Aan de hand van de geschiedenis zette hij eerst uiteen hoe men menigmaal beducht was voor scheiding van kansel en katheder. Hij begon daarvoor te verwijzen naar de inaugurele rede van Berkhof waarin deze Thomas van Aquino ten tonele voert die voor zijn arbeid zich telkens terugtrok in gebed. Theologie en vroomheid werden vaak tegenelkaar uitgespeeld, maar behoren bij elkaar, aldus dr. Arntzen. Hij verwees verder naar Thomas á Kempis, die hij overigens niet kritiekloos citeerde.

Voelius aanvaardde in 1634 zijn ambt met de rede „Godsvrucht vereiste tot de wetenschap". Blijkbaar was na de reformatie ook dat nog niet vanzelfsprekend. Er is wel veel wetenschap, zei Voetius, maar weinig geweten, weinig godsvrucht. Wat baat het, als ge over de anti-christ handelt en die zelf in uw binnenste koestert? Wat baat het als ge over Gods werken naar binnen en buiten kunt handelen, over de drieeenheid spreekt, zonder dat dit gepaard gaat met echte vroomheid? Het gevaar van de schijnvroomheid is dat het hart erbuiten blijft. Dr. Arntzen citeerde verder - ook alweer allerminst kritiekloos - Spener.



Ook in onze tijd, aldus dr. Arntzen, is het gevaar van scheiding tussen kansel en katheder, van wetenschap en vroomheid aanwezig. Als wetenschappelijke mens legt men dan de Bijbel onder de norm van litteraire en historische kritiek. Men legt het Woord op de snijtafel van de menselijke rede en onderwerpt het aan de norm van een van nature onwedergeboren mens.



Of men huldigt de gedachte dat het met alle mensen wel in orde komt. De leer van de uitverkiezing, het hart van het bestaan van de kerk, wordt dan verworpen. De kerk is als sacrament van de eenheid, aldus stelt men dus een teken dat het met alle mensem goed komt. De Schrift stelt echter, aldus dr. Arntzen, dat er een volk is dat afgezonderd en geheiligd is. Verdwijnt op de wijze zoals men denkt, hier afgeschilderd, niet de schroom, de schrik over schuld tegenover God?

Geloofsgemeenschap?

Dr. Arntzen stelde zich scherp op tegenover de Theologische Hogeschool van de Geref. Kerken synodaal. Hiervoor de lustrumuitgave 'Honderd plus tien' citerend, maakte hij duidelijk dat een studentengemeenschap nog geen geloofsgemeenschap is. De vreze des Heeren, aldus dr. Arntzen, kan niet gemist worden. God heeft een welbehagen in harten die Hem liefhebben en aan zielen die Hem zoeken, zielen waar Zijn vrees in woont. Met hen wil Hij gemeenschap hebben.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.