+ Meer informatie

Hoe moet de taal gebruikt?

Geen bombast en slordigheid.

4 minuten leestijd

Wat op de boekenmarkt komt is heus niet alles goud al kan het ook blinken. Afgezien van de inhoud, is de stijl in vele gevallen heel slecht. Er wordt geen frisse beeldspraak gebruikt, maar men bedient zich van verouderde, afgesleten beelden, die ons niets of heel weinig meer zeggen. Een winternacht is altijd koud en guur; er heerst veelal een diepe verslagenheid; er gieren steeds winden huilend door de schoorsteen. Even een voorbeeld: „Zwart en somber is de lucht, geen ster schittert aan het uitspansel, maar zware wolken jagen en verdringen elkaar, om zich over de kille, huiverende aarde te ontlasten. De dikke droppels vallen onophoudelijk dicht en stromend neer, als schreiden de wolkgevaarten over het akelige van de duistere nacht."

Begrijpen we, wat ik hiermee bedoel? Hier worden beelden gebruikt, die iedereen bezigt en die ons slechts weinig zeggen. Zulke algemene beelden noemen we cliché's. Voor een schrijver is het heel gemakkelijk om zich hiervan te bedienen en de meeste lezers hebben er niet eens erg in, want zij lezen om het verhaal en dan doet het er niet toe hoe het is beschreven.

Luister even naar frissere beeldspraak: „De bui snelde aan, de druppels ratelden al kwaad in de bomen, klikkeklakten rumoerig op de weg, sloegen boos gaatjes in het water. De Amstel, plotseling toornig zwart, schuimde van witte krulsels op zijn voortstommelende golven."

Wat zou een boek er aan winnen, als er een goede, verantwoorde stijl werd gebruikt. Zo vaak is een boekwerk maar lukraak op het papier neergegooid. De tegenwoordige en de verleden tijd worden hopeloos door elkaar geflanst, al weet ik heel goed, dat het soms zeer ver-antwoord is dat zoiets gebeurt vanwege het schilderachtige van de gegeven situatie. Verder treffen we vaak een slechte bouw van de zinnen aan. Ik neem een willekeurig boek in handen en ik heb heus niet ver te zoeken om het volgende aan te treffen:

„De tijd was zo bang, de omstandigheden zo gevaarlijk." Het werkwoord was past wel bij tijd, maar niet bij omstandigheden.

„Zij (dat zijn donkere ogen) hadden hem dwars door alles heen gekeken." Wat moet het woord hem hier doen ?

„Inplaats van veiligheid zou hij mogelijk in de val lopen." Achter veiligheid is hier toch wel iets vergeten ? „Dodelijk vermoeid, hijgend en blazend, het zweet loopt tappelings van zijn gelaat." Wat is dat hier voor zinsbouw? En hoe zweet die arme man!! Tappelings loopt het naar beneden!!

Uit een ander boek: „De zonnewijzer wees het middernachtelijk uur aan" „Wij zweren', klonk het eenstemmig, in vier talen."

Bombast in de poëzie is er ook genoeg te vinden. Een heel bekend voorbeeld is dat van de dichter Tollens:

„Triomf, triomf! hef aan, mijn luit, Want moeder zegt: de tand is uit! Laat dreunen nu de wanden!"

De literatuur is niet gediend van Sinterklaasversjes of van krantenberichtjes onder de kop „plaatselijk nieuws". Er moet gestreefd worden naai' een heel goed hanteren van onze mooie Nederlandse taal, in poëzie en in proza.

Laat ik enkele stukken goed proza hier neerschrijven „Granaatbomen, hooger dan hij ooit gezien had, mengelden hunne laatste vurroode bloemen en eerste roodgele vruchten rondom een vierkant vijvervlak: van heesters waren zij tot boomen gegroeid met zware, knoestende stammen, waartusschen de zonstralen schoten en schenen zij, wringende hun takken, te zwoegen van ouderdom onder den last hunner rijkdom: al het vuurrood der bloemen, al het roodgeel der barstende vruchten, zich mengende tot een schitterwemeling van oranje, stralende tusschen het lakgroen geblaarte uit."

Ken ander voorbeeld:

„Het wordt lichter aan de ramen. De wereld rekt en stoot zich stommelend en schokkend een nieuwe dag in. Uit de garage op de hoek borrelen de eerste geluiden onder de wegtrekkende floersen van de nacht vandaan, een motor heeft er zich uit losgewrongen en mitrailleert daverend in de straat."

Een ongewone stijl schreef Ary Prins in De Heilige Tocht, een boek dat over de kruisvaarders handelt. Hier volgt een klein stukje:

„Vooraan monniken en pelgrims uit het Heilige Land, die barrevoets in ruige pijen en droegen in de hand een kruis van hout gemaakt. Zij waren mager door ontbering, en holle-schitterenden hunne ogen in dweep-verlangen naar den strijd om Het Graf van smaad te redden. Zij baden luid en hieven armen in grote geest-vervoering; één tot de lenden naakt, sloeg zich in vrome razernij met lederen geesel tot bloedens op het lijf, en op zijn schouder was een kruis met ijzer ingebrand. Ridders na hen kwamen, somber, niet te zien in ijzer, op groote oorlogshengsten, die hadden kruisen op de hozen. Vreemde menschen-zonder-leven door het zwaaromslagen lijf, dat niets vleeschelijks had, met omgedraaide ijzer-voeten, en met monster-groote helm-hoofden getralied voor de ogen, die duister daar-door zagen. ...Honger-kinderen hepen mede, die vroegen waar Jeruzalem was, en zwakke stemmetjes zongen."

INDEX.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.