+ Meer informatie

„Groene front v^dt als minderheid behandeld"

Drs. Bukman op CBTB-vergadering

3 minuten leestijd

KAMPEN — Onder boeren en tuinders groeit het besef in onze maatschappij een minderheid te zijn en als zodanig behandeld te worden, alle verhalen over de overmatig grote invloed van het „groene front" ten spijt.

Drs. P. Bukman, voorzitter van de Nederlandse christelijke boeren- en tuindersbond NCBTB, zei dit donder-, dag in Kampen in de algemene verga-' dering van zijn organisatie.

De agrariërs, vertelde hij, zijn van twintig procent van Nederlands beroepsbevolking geleidelijk aan'teruggevallen naar vijf procent en „als de prognosten betrouwbaarder zijn dan paragnosten" komen ze binnen a&ienbare tijd wellicht op drie procent terecht.^ Leuk is dat niet, aldus Bukman: het is gemakkelijker om met een massa agrarische kiezers de politieke partijen in de gewenste richting te duwen dan met argumenten. „Ik constateer dat met spijt, zonder daarmee iets lelijks over de politiek te willen zeggen".

Bukman illustreerde de minderheidspositie waar de agrariërs zich naar zijn mening in bevinden met een paar voorbeelden, die de landbouwprijzen, de zorg voor het landschap en de toepassing van de hinderwet betroffen.

Wanverhouding

Wat de (EG-)landbouwprijzen betreft: nog nooit is er voor Nederland zo'n wanverhouding geweest tussen wat er aan prijsveriioging nodig was en wat er uiteindelijk is beslist. Aan drie dingen had Bukman zich daarbij mateloos geërgerd.

Ten eerste aan het argument dat de landbouw via een geringe prijsverhoging zou moeten bijdragen aan de inflatiebestrijding, terwijl boeren en tuinders toch zeker niet in de eerste plaats de inflatiemakers in ons land en in Europa zijn.

Ten tweede aan de groeiende invloed van de consumentenorganisaties in de Europese gemeenschap. „De georganiseerde consument schijnt te denken dat een krap prijsbeleid, dat leidt tot een uitgebeende boerenstand, consumentenbelang is". Zelf meende Bukman dat op langere termijn niets het consumentenbelang meer dient dan een gezonde boeren- e>} tuindersstand. Hij was er verheugd over dat de Nederlandse voedingsbonden wat dit betreft binnen het landbouwschap „een zeer reëel standpunt" innemen.

Bukmans derde grief: minister-president Den Uyl deed in eigen persoon de deur dicht toen hij meedeelde dat het kabinet wel kon meevoelen met het landbouwbedrijfsleven, maar voor de verkiezingen geen beslissing kon nemen over maatregelen om het te laag uitvallen van de EEG-prijzen goed te maken. ,,Als boeren voelen we ons dan speelbal van de politiek". zei Bukman, heeft gelukkig de positie van de zwakke extra veel aandacht gekregen. Wie hulp nodig heeftom boven water te blijven, zo meende hij, moet voorrang hebben in het beleid. Dat betekent een bedrijfsbeëindigingsregeling op een aanzienlijk hoger niveau dan de' huidige, een inkomensaanvulling voor boeren en tuinders die echt aan het eind van hun latijn zijn.

Van de CBTB uit, aldus Bukman, werken we zeer bewust in deze richting. „Dat spreekt niet tot de verbeelding, het is niet groots, het is geen stuntwerk, het is niet spectaculair. Het past wel bij onze mens- en maatschappijbeschouwing, zoals we die aan de Bijbel trachten te ontlenen of op z'n minst daaraan willen toetsen".

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.