+ Meer informatie

Een Friese reden tot frustratie

Politieke hart van ons land verschoof naar Amsterdam

4 minuten leestijd

Er is geen provincie in Nederland die zo'n uitgesproken identiteit heeft als Fryslân - alleen die naam al. Dat eigen gezicht zorgt regelmatig voor onbegrip bij de Hollanders, die de Friezen voor nationalisten en separatisten verslijten. Op hun beurt raken de Friezen daar gefrustreerd van, omdat ze er maar niet in slagen duidelijk te maken dat ze in Nederland recht hebben op hun eigen gezicht en hun eigen taal. De relatie Friesland-Holland is een nadere studie meer dan waard, en daarom ligt er nu het boek "Negen eeuwen Friesland-Holland (geschiedenis van een haat-liefdeverhouding)".

De frustraties beginnen bij de Hollanders, zo leert het boek. Friesland staat namelijk al sinds de Romein Tacitus op de wereldkaart. Sterker nog: eeuwenlang zijn onze lage landen alleen onder de naam Frisia bekend. En Stavoren is de enige plaats van betekenis. Als in 1101 dan eindelijk voor het eerst de naam Holland valt, is Friesland al een erkende grootheid. Een voorbeeld: Stavoren, Dokkum, Leeuwarden en Bolsward stonden al twee eeuwen op de kaart. Harlingen, Franeker en Workum waren al internationaal vermaarde handelscentra toen in het Holland van de twaalfde eeuw alleen Dordrecht een beetje meetelde. Tot jaloezie van de Hollanders was het Friese koninkrijk toen al met mythen omgeven en werd het in diverse Franse chansons als een sprookjesland voorgesteld.

Jonge landen hebben altijd behoefte aan een eigen geschiedschrijving die dient om de eenheid te verklaren. Zo ook het jonge Holland. De nieuwe Hollandse adel moest natuurlijk een oude en indrukwekkende antecedentenreeks hebben. Dus verzonnen de Wassenaars, de Brederodes en de Egmonds een roemrucht Fries voorgeslacht, met de mythische koning Gondelbald en de historische koning Radbod voorop.

Afzetten

Maar het tij keert. Holland wordt welvarender en zelfbewuster. En dan doet zich het merkwaardige feit voor dat de graven van Holland hun Friese wortels gaan ontkennen. Hun stamvader, Graaf Dirk de Eerste, had van Karel de Kale een deel van het door hem overwonnen Friesland in leen gekregen, het gedeelte dat we nu als Holland kennen. Deze Dirk, zo wordt nu door wetenschappers aangenomen, was wel degelijk van Friese komaf. De hoogst mogelijke Friese komaf nog wel: Dirk moet een zoon geweest zijn van Gerulf, die weer uit het geslacht van Radbod zelve stamde. Maar de Hollandse rijmkroniek van Melis Stoke ontkent dat, stellend dat de Hollandse graven rechtstreeks afstamden van helden uit het homerische Troje.

Holland gaat zich dus afzetten tegen zijn Friese wortels, en met succes. Aan het einde van de dertiende eeuw wordt er alleen boven Amsterdam nog Fries gesproken, terwijl het Friese taalgebied ooit minstens tot de monding van de Oude Rijn liep. Er worden diverse oorlogen gevoerd tussen Holland en Friesland. Dat heeft de Hollanders nog de nodige graven gekost. Willem II sneuvelde in 1256 bij Hoogwoud tijdens een veldtocht tegen de West-Friezen. Een kleine honderd jaar later, in 1345, kwam Willem IV om bij Stavoren. Zelfbewuste Friezen herdenken nog steeds dat ze toen de Hollanders de Zuiderzee in mepten.

Maar het tij is niet te keren. Friesland wordt geregeerd door vreemde heren als hertog Albrecht van Saksen en Holland ruikt de Gouden Eeuw. Het economische en politieke hart van Nederland verschuift van de Friese steden naar de Hollandse, onder aanvoering van Amsterdam. Friesland komt in de periferie terecht, en is daar sindsdien gebleven.

Friese frustratie

Tegenwoordig zijn het de Friezen die reden tot frustratie hebben, zo blijkt uit het boek. Ze hebben een prachtige oude taal en een land dat doordrenkt is met tradities. De Hollanders genieten daar volop van (elfstedentocht, sku^tsjesilen) maar houden toch een dubbel gevoel bij Fryslân en die Friezen. Ze beschouwen het toch min of meer als een achtergebleven gebied.

Het boek geeft een tabelletje met cijfers die de Hollanders gelijk geven. In Fryslân wonen 600.000 mensen, in Holland zes miljoen. Per vierkante kilometer hebben de Friezen 66 auto's, de Hollanders 338. Voor iedere honderd mensen uit de beroepsbevolking zijn er in Fryslân 49 banen, voor diezelfde Hollanders 56. De gemiddelde Fries heeft per jaar in harde contanten ieder jaar 3000 gulden minder te besteden dan zijn Hollandse landgenoot.

Negen eeuwen Friesland-Holland is een prachtig boek geworden. Het is rijk geïllustreerd en biedt een reeks boeiende hoofdstukken, stuk voor stuk geschreven door deskundigen op ieder vakgebied. Het bestrijkt de historie maar ook de actualiteit, de maatschappelijke ontwikkelingen maar ook de taal en de politiek. Hoewel het boek volledig door Friese fondsen betaald is, is het een objectief standaardwerk geworden, dat behalve veel kijk- en leesplezier ook een goed inzicht verschaft in de dubbele verhouding die Holland en Friesland nu eenmaal met elkaar hebben.

N.a.v. "Negen eeuwen Friesland-Holland (geschiedenis van een haat-liefdeverhouding", red. Ph. H. Breuker en A. Janse; uitg. Walburg Pers, Zutphen, 1997; ISBN 90 6011 995 9; 320 blz.; 59,50.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.