+ Meer informatie

DE PARTTIME PREDIKANT

Aandachtspunten voor de kerkenraad

8 minuten leestijd

Enkele jaren geleden verschenen er in Ambtelijk Contact twee artikelen over de praktijk van het parttime predikantschap, geschreven vanuit de optiek van de predikant (nrs. 2010-3 en 6). In dit artikel wordt de zaak bezien vanuit de verantwoordelijkheden van de kerkenraad die een parttime predikant beroept.

AANLEIDING

Met enige regelmaat stuit men op het gegeven dat kerkenraden het niet altijd gemakkelijk vinden om de speciale aandachtspunten die het parttime predikantschap met zich meebrengen, te onderkennen. Dat is hen overigens niet te verwijten: pas in 2007 besloot de synode officieel om deze mogelijkheid te scheppen. Aan de tekst van art. 7 K.O. werd toegevoegd: ‘Het is mogelijk om, wanneer de (financiële) situatie van de gemeente daar aanleiding toe geeft en wanneer het de ambtelijke bediening van de gemeente niet schaadt, een predikant in deeltijd te beroepen’. Veel ervaring is er dus in onze kerken tot op heden niet met dit verschijnsel. Daarom kan het goed zijn eens enkele dingen te benoemen en uit te werken. Daarbij: het laat zich aanzien - tenzij de Here de ontwikkelingen keert - dat er de komende jaren meer kleine gemeenten bij zullen komen die geen volledige predikantsplaats meer kunnen bekostigen. Wanneer zij daarbij ook een beroep doen op de kas onderlinge bijstand en advies (OBA), worden de grenzen van het beroepingswerk meteen helder, op grond van het aantal leden (zie bijlage 4 K.O. art. 4). We bezien in dit artikel verschillende aspecten.

ZAKELIJKE AANDACHTSPUNTEN

Wanneer een kerkenraad een parttime beroep uitbrengt, zal dat meteen gevolgen hebben voor de zakelijke aspecten ervan, die vastgelegd worden in de beroepsbrief. Het eenvoudigst ligt het voor het traktement: bij een 50% aanstelling wordt dat gehalveerd, bij een 75% aanstelling wordt 75% van het ‘normale’ traktement geboden.

Lastiger blijkt het al te liggen bij de vaststelling van het aantal vrije zondagen. Toch is dat niet moeilijk. Enkele rekenvoorbeelden mogen duidelijkheid verschaffen, waarbij uitgegaan wordt van een normaal aantal van 8 vrije zondagen per jaar - bij een beroep op een predikant ouder dan 50 jaar is dat 10, en dan kan e.e.a. eenvoudig aangepast worden:

• bij 50% aanstelling: de predikant krijgt in ieder geval 26 vrije zondagen, omdat hij slechts de helft van zijn tijd (dus ook van de 52 zondagen in het jaar) voor de gemeente beschikbaar is. Daarnaast heeft hij recht op de helft van het normale aantal vrije zondagen, dus 4. In totaal zullen in de beroepsbrief 30 vrije zondagen per jaar worden geboden;

• bij 75% aanstelling krijgt hij in ieder geval 13 vrije zondagen (hij werkt een kwartaal per jaar niet voor de gemeente), en daarbij 3/4 van 8, dat is 6 vrije zondagen. In totaal heeft hij recht op 19 vrije zondagen per jaar.

Aparte aandacht moge voor de pastorie gevraagd worden. Stel dat er een pastorie beschikbaar is en er wordt een beroep uitgebracht voor 75%, biedt de kerkenraad dan voor 75% vrij wonen aan, met andere woorden moet de predikant een huurbedrag voor 25% betalen aan de kerkenraad? Dat zou te verdedigen zijn wanneer er andere inkomsten zijn voor hem en het eventuele gezin - hetzij dat hij nog een andere parttime baan heeft, hetzij dat zijn echtgenoten inkomsten uit arbeid heeft. Zo niet, dan moet de kerkenraad zich hierop wel beraden. Een predikant kan immers moeilijk de pastorie voor 75% bewonen… Eenzelfde redenering geldt voor een door de predikant gekochte woning: wat vergoedt de kerkenraad hem?

Onkostenvergoedingen, zoals reiskosten en representatiekosten kunnen zonder enig probleem op het percentage worden aangepast: de onkosten zullen navenant minder zijn. Bij de boekenvergoeding ligt het alweer lastiger: kan een predikant met de helft minder studieboeken toe wanneer hij een 50% aanstelling heeft? Daar moet over nagedacht worden: hij kan immers geen half bestudeerde preken leveren? En: laten de kerkenraden niet vergeten om voor advies aan te kloppen bij deputaten OBA, om onaangename verrassingen te voorkomen!

HET DAGELIJKS WERK

Het blijkt voor parttime predikanten soms lastig te zijn om goed grip te krijgen op de concrete invulling van het werk. Het gevolg is soms dat hij het gevoel krijgt toch in feite fulltime bezig te zijn. Nu zit er per definitie iets ongrijpbaars in het predikantswerk, maar dat mag ons toch niet verhinderen er enige structuur in aan te brengen.

• Het aantal zondagse diensten wordt aangepast, daarover las u hierboven al iets.

• een kleine gemeente van 175 leden heeft soms net zoveel catechisatiegroepen als een gemeente van 300 leden die een volledige predikantsplaats heeft. Laat men dan heldere maatregelen nemen: komt het aantal catechisaties op 4, dan is het alleszins redelijk om één groep aan een ander gemeentelid toe te vertrouwen, zodat de werkdruk ik dit opzicht niet oploopt. Of anders: laat de kerkenraad overwegen om een schema op te stellen waarbij men in het catechisatieseizoen elke veertien dagen bij elkaar komt. Ook dat levert meteen tijdswinst op.

• Het pastoraat laat zich het meest lastig in kaders gieten. Dat is eigen aan dat aspect van het predikantswerk. Toch moet men dat ook weer niet al te snel roepen: vaak bezoekt de predikant een bepaalde groep gemeenteleden periodiek (bijv. minimaal één keer per jaar). Maak dat interval groter al naar gelang het percentage van de verbintenis - dit uiteraard ziekte en andere narigheid uitgezonderd, maar dat spreekt vanzelf.

• Vergaderwerk zal ‘automatisch’ afnemen naarmate de gemeente kleiner is. Zo niet, dan stelle men dringend de vraag: zijn alle vergaderingen nodig en nuttig?

COMMUNICATIE MET DE GEMEENTE

Natuurlijk heeft iedere gemeente - dus ook een kleine - het liefst een voltijds predikant. Maar wanneer de financiële polsstok niet groot genoeg is, dient men de consequenties daarvan - een predikant, maar niet voltijds - goed te weten. Het zal met zich meebrengen dat de predikant niet ieder dagdeel van de gemeente voor het gemeentelijk werk beschikbaar is. Op bepaalde dag(del)en zal hij andere dingen doen: zijn vrouw is buitenshuis aan het werk en hij zorgt voor het gezin, of hij heeft zelf werk elders. Laat de kerkenraad, na goede samenspraak met de predikant, goed communiceren met de gemeente wanneer de predikant een blokkade heeft voor het gemeentelijk werk. Plaats dat ook in een rubriek in de gemeentegids. Met nadruk stel ik dat de kerkenraad dat communiceert, deze heeft immers na overleg met de gemeente het beroep uitgebracht en hij is er dus ook verantwoordelijk voor.

De meeste werkzaamheden laten zich goed plannen. Er is zeker één categorie waarvoor dat minder geldt en dat is het overlijden van een lid van de gemeente, met daarop volgend de begrafenis. Vanzelfsprekend zal de predikant zijn uiterste best willen doen om die begrafenis te verzorgen. Wanneer die op een ‘vrij’ dagdeel valt, zal hij een ander dagdeel vrij nemen in die week. Net zoals een fulltime predikant die een bepaald dagdeel voor studie gereserveerd had, maar dat ook voor dringende arbeid laat wijken. Maar dat heeft zijn grenzen, zeker bij aanvullende werkzaamheden. Wie op een school werkzaam is als leraar is gebonden aan zijn lesrooster, en daar valt weinig of niets in te schuiven. En daar moet de predikant niet verwijtend op aangekeken worden. Daarom is die communicatie zo uitermate belangrijk. De wet op de lijkbezorging is enkele jaren geleden gewijzigd, zodat er meer ruimte is om in dag en uur te schuiven. En in het uiterste geval zal dan onverhoopt de consulent of een andere predikant moeten worden ingeschakeld, hoe verdrietig dat ook voor alle betrokkenen is. Dat is overigens niet uniek: ook fulltime predikanten kunnen niet altijd een begrafenis van een gemeentelid verzorgen, men denke aan ziekte of vakantie.

HET RESTERENDE PERCENTAGE

Men heeft voor 75% een predikant gekregen. En hoe moet het dan met de resterende 25%? Een kerkenraad kan zeggen: dat is onze verantwoordelijkheid niet. Daar kan ik tot op zekere hoogte in meekomen, maar toch niet helemaal. Zeker op het moment dat het beroep wordt overwogen, en voordat (!!) het wordt uitgebracht dient de kerkenraad zichzelf enkele vragen te stellen. Die liggen op het terrein van de financiële situatie van de predikant/kandidaat die men op het oog (en misschien al in het hart) heeft. Voor een kandidaat die ongetrouwd is, kan een traktement van 75%, zeker in vergelijking met de studiesituatie, al riant zijn. Voor een predikant met een gezin in de groei ligt dat vanzelfsprekend anders. En na een op hem uitgebracht parttime beroep zouden de financiële vragen de geestelijke dan erg kunnen overschaduwen. Dat is niet goed. Daarom doen kerkenraden er goed aan om vooraf om zich heen te kijken en te onderzoeken of er in de omgeving wellicht mogelijkheden zijn om tot een aanvulling van het traktement te komen:

• is er een vacature in een zieken- of verpleeghuis?

• Is er een genabuurde gemeente die te groot is voor één predikant, maar er toch geen twee kan bekostigen en die gebaat is bij een predikant die bijstand in pastoraat en catechese geeft, of andere speciale arbeid, enkele dagdelen per week?

• Is er een kleine gemeente die het beroepingswerk niet ter hand kan nemen, zelfs niet parttime, maar die juist in combinatie een mogelijkheid biedt om een fulltime beroep, wellicht nog iets meer dan dat, uit te brengen?

• Zijn er voor de echtgenote van de predikant - indien deze dat zou wensen en kunnen - mogelijkheden voor betaald werk?

Er zijn voorbeelden te geven in onze kerken dat een onderzoek in deze richting gezegend werd. En men voorkomt er grote verlegenheid mee.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.